Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

woensdag 18 juni 2008

Het vervolg

Ruim een week geleden heb ik in ‘Wordt vervolgd’ toegezegd om het thema wetenschappelijk onderzoek naar de effectiviteit van de antroposofische gezondheidszorg opnieuw op te pakken. Dat wil zeggen, naar de werkzaamheid van het middel tegen hooikoorts van Weleda, Gencydo, omdat dit door Erik Baars in zijn lectorale rede als lector antroposofische gezondheidszorg aan de Hogeschool Leiden speciaal naar voren werd gehaald en uitvoerig gepresenteerd. Maar in het boekje dat hiervan is uitgebracht staat hierover slechts:

‘Naast het inzetten van enkele algemene interventies voor algemene aandoeningen (bijvoorbeeld Gencydo® voor hooikoorts) wordt de AG vooral gekenmerkt door een situationeel, op het individu georiënteerd handelen. [AG is een afkorting voor antroposofische gezondheidszorg.] Hiermee wordt bedoeld dat de werker in de gezondheidszorg op basis van algemene kennis van zijn of haar vakgebied, de specifieke kennis van antroposofische werkingsmechanismen en therapieën, en de context van de actuele behandelsituatie een interventie op maat maakt (Baars, 2006).’ Dit laatste verwijst naar de literatuur achterin het boekje. Het probleem is alleen dat van Erik Baars twee publicaties uit 2006 worden opgevoerd. Dus welke wordt hier bedoeld? Maar dit terzijde.

Nu heeft het niet voor niets meer dan een week geduurd voor ik op dit thema van het wetenschappelijke onderzoek terugkom. Het is bijzonder lastig om je weg te vinden in onderzoeksland. Dat heeft verschillende redenen. Het lijkt eenvoudig en duidelijk, met een concrete vraag: hoe effectief is het hooikoortsmiddel Gencydo? Maar als je op zoek gaat, stuit je op allerhande literatuur, sommige beschikbaar, andere niet; sommige volgens deze wetenschappelijke methode, andere volgens die wetenschappelijke methode, namelijk een die niet algemeen aanvaard is; sommige relevant, andere veel minder relevant; sommige begrijpelijk voor de leek of patiënt, andere alleen te volgen voor de wetenschappelijk ingevoerde specialist. Zie door de bomen het bos nog maar eens.

Het is een hele wereld op zichzelf, die van het onderzoek. Daarom geldt hier de stelregel: houd je vraag concreet en klein, alleen dan blijft het overzichtelijk en kun je hopen op antwoord. Terwijl ik toch graag zou willen weten hoe het eigenlijk gesteld is met wetenschappelijk onderzoek naar de werkzaamheid van de antroposofische gezondheidszorg. En dat niet alleen, ik zou ook graag zelf de bronpublicatie(s) willen kunnen lezen en begrijpen, zodat ik weet hoe de vork in de steel zit.

De website van het lectoraat antroposofische gezondheidszorg heeft hierbij gelukkig een handreiking in de aanbieding. Maar het moet wel vaststellen dat er een gebrek aan effectonderzoek is:

‘De opkomst van Evidence Based Medicine (EBM) binnen de gezondheidszorg heeft ertoe geleid dat veel beroepsgroepen nationaal en internationaal zijn overgegaan tot het vaststellen van protocollen en richtlijnen voor diagnostiek en behandeling, veelal gebaseerd op resultaten van effectonderzoek. In de antroposofische zorgpraktijk is er nauwelijks sprake van een ontwikkeling van protocollen of richtlijnen. Tevens is er een gebrek aan effectonderzoeken naar antroposofische behandelingen. Dit maakt dat het voor de individuele antroposofische beroepsbeoefenaar en de antroposofische beroepsgroepen in de meeste gevallen niet mogelijk is om wetenschappelijke bewijzen van de effecten van hun therapieën te overleggen aan bijvoorbeeld werkgevers, collega-artsen en -therapeuten, zorgverzekeraars en overheden.’

Dat is geen best begin, een gelijkwaardig uitgangspunt ontbreekt. Maar onder het kopje ‘Onderzoeksprojecten’ wordt een oplossing geboden: ‘Het lectoraat begeleidt en coördineert een aantal lopende onderzoeken.’ Zoals inzake de ‘Integratie van reguliere en antroposofische hooikoortsbehandeling in de eerstelijns gezondheidszorg’:

‘In het hooikoortsproject nemen de lectoraten Antroposofische Gezondheidszorg en Mensen met een chronische ziekte gezamenlijk het initiatief om te onderzoeken of er een verantwoorde integratie van de reguliere en antroposofische kennis in de hooikoortsbehandeling ontwikkeld kan worden.’

Wat houdt dit concreet in? Is dit werkelijk onderzoek naar de werkzaamheid van Gencydo? Het klinkt niet zo. Een volgende webpagina gaat nader op dit onderzoek in en betitelt het als een ‘voorbeeldonderzoek’. Onder het kopje ‘Antroposofische behandeling’ valt te lezen:

‘In de antroposofische huisartsenpraktijk wordt al meer dan tachtig jaar het geneesmiddel Citrus/Cydonia comp. als subcutane injectie of neusspray voorgeschreven. De antroposofische behandeling richt zich op het bevorderen, herstellen en/of verbeteren van de balans in het immuunsysteem. Naar aanleiding van recent effectonderzoek zijn de eerste positieve effecten van Citrus/Cydonia comp. inmiddels gepubliceerd.’

Wat is dit dan weer? Is Citrus/Cydonia comp. hetzelfde als Gencydo of niet? En welk recent effectonderzoek is dat? Ik ben nog niet veel wijzer geworden. Mooi, zo’n ‘hooikoortsproject’, maar waarom wordt men nou toch niet concreet?

Gelukkig is er ook nog de Iocob, de ‘Stichting voor Innovatief Onderzoek en onderwijs van Complementaire Behandelvormen’. Die zijn we in dit weblog al een paar keer eerder tegengekomen, in de persoon van Jan Keppel Hesselink. Op deze website is ook een afdeling antroposofie aanwezig en daar bevindt zich een bijdrage met de titel ‘Gencydo bij hooikoorts’. Dit artikel heeft de vorm van een review, een wetenschappelijke bespreking, helaas niet ondertekend en niet gedateerd. Maar ik mag aannemen dat het de voorzitter Keppel Hesselink is die de pen heeft gehanteerd, zoals hij bijna alles op deze website heeft geschreven.

Er zijn mensen, vooral bij de Vereniging tegen de Kwakzalverij, die zijn wetenschappelijke opleiding bijzonder laag inschatten, zelfs onbetrouwbaar vinden. (By the way, nog altijd geen enkele reactie op de website van deze vereniging over de laatste uitzending van ‘Uitgedokterd?!’ twee weken geleden. Zijn ze nog steeds hun wonden aan het likken, of beraden ze zich op effectievere aanvalstactieken en -strategieën?) Het moet gezegd, Keppel Hesselink schrijft nogal slordig (waarschijnlijk te snel); om de haverklap kom ik bijvoorbeeld gewoon schrijffouten tegen. Maar goed, daar gaat het hier niet om.

En ja, hier worden de namen Citrus/Cydonia comp. en Gencydo zomaar door elkaar heen gebruikt, zonder enige verklaring. Niettemin denk ik hieruit wel de conclusie te mogen trekken dat dit dan hetzelfde middel moet zijn. In ‘Pilot studie resultaten’ en de daarop volgende ‘Beoordeling’ wordt het onderzoek kort genoemd, en tevens wordt er een waardering aan gegeven. Het houdt niet over: een effectonderzoek onder dertien patiënten met hooikoorts is in 2005 gepubliceerd en geeft een positief beeld. Dan is er nog sprake van een enquête onder huisartsen, een klein vervolgonderzoek en een kleine positieve studie onder patiënten. Het eindoordeel van iemand die bijzonder welwillend tegenover complementaire gezondheidszorg staat, luidt:

‘Op basis van 2 nog niet gepubliceerde studies, die in Nederland uitgevoerd zijn, lijkt het erop dat de klinische ervaring die de huisartsen door de jaren heen opgebouwd hebben met Gencydo door die studies bevestigd is. Werking en mechanisme eisen wel nog verder onderzoek (...). Gencydo therapie lijkt zinvol, maar laat het dan door een antroposofische arts met ervaring toedienen.’

Hierna volgen de referenties, dus de literatuur waar dit allemaal in staat. Ik tel zes literatuuropgaven, met Erik Baars in alle gevallen als auteur of mede-auteur. Hoe objectief is dit dan allemaal, vraag ik me vervolgens onwillekeurig af, of dat nu terecht of onterecht is. – Hoe dan ook, u mag verwachten dat dit thema op een later moment weer verder vervolgd zal worden.

Geen opmerkingen:

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Volgen op Facebook


Translate

Volgers

Herkomst actuele bezoeker(s)

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code

Gezamenlijke antroposofische agenda (in samenwerking met AntroVista)