Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

maandag 9 maart 2009

Blauwe Bloem

Daar duikt links van het midden de Erasmusbrug weer op, na een lange afwezigheid in deze rij van foto’s. Hij staat er nog steeds, fier, als een ‘Zwaan’ (de liefkozende bijnaam van deze brug).

We gaan de grens weer eens over. Dat komt door het commentaar van Frans Wuijts vanochtend bij mijn bericht van gisteren. Hij memoreert Chiel Labruyère, als een van de mensen van een conferentie van de Werkgroep Sociale Driegeleding in de jaren tachtig in Soest. Deze ‘vertelde over de Korenmaat in Zeist’, schrijft Frans.

Ik ben meteen op zoek gegaan of ik hem daar kon vinden. Dat lukte niet zo gauw op deze nette website. Maar ik vond hem dus wel over de grens met onze zuiderburen, in België. Ook alweer lang geleden trouwens. Maar wel met een beeld. Laat ik echter de zaken netjes achter elkaar vertellen. Het gaat over De Blauwe Bloem in Gent. De tekst op de website is zo mooi en duidelijk, dat ik hem rustig in zijn geheel kan overnemen. De schrijfwijze is wel hier en daar wat archaïsch voor onze begrippen van nu, maar alla. Die grammatica is natuurlijk ook cultuurbepaald, en aangezien dat eveneens een beeld geeft, laat ik die gewoon staan. Ik begin hier:

‘De Blauwe Bloem is een winkel in het centrum van Gent, waar al sinds 1976 levensmiddelen van biologisch (-dynamisch)e kwaliteit verkocht worden. Sinds 1988 funktioneert deze winkel als oefenveld voor de associatieve ekonomie.

In zijn essentie heeft handel niets te maken met “geld verdienen”, maar met het verdelen en verzorgen van produkten of diensten die anderen nodig hebben. Als winkeliers van De Blauwe Bloem hebben wij dan ook het werken omwille van het eigen profijt als een niet ter zake doend motief aan de kant gezet. Wat is ons motief om handel te drijven dan wèl?

Als winkeliers weten wij hoe wij aan levensmiddelen van goede kwaliteit kunnen komen en deze op een doelmatige manier in de winkel kunnen krijgen. Er is echter iets wat wij niet weten en wat geen enkele winkelier ooit kàn weten, nl. wat de klanten nodig hebben, wanneer ze het nodig hebben en hoeveel ze ervan nodig hebben. Dat hangt immers van Uw eigen behoeften als klant af; die hangen samen met Uw voedingsgewoonten en zijn aan veranderingen onderhevig.

Daarom hebben we de winkel zo gestruktureerd dat de klanten er zich op een eenvoudige, maar doeltreffende manier als aktieve en bewuste konsumenten op kunnen stellen. Zij maken aan de winkeliers hun specifieke vragen kenbaar door telkens van te voren aan te geven welke produkten ze over enkele dagen nodig zullen hebben. Dat heeft een tweeledig doel:

– enerzijds krijgen de klanten door vooruit te bestellen al oefenend zicht op hun eigen werkelijke behoeften,
– anderzijds kunnen de winkeliers hun bekwaamheden gericht inzetten om voor de gevraagde boodschappen van de klanten te zorgen.

Daarnaast heeft De Blauwe Bloem ook een bijzondere struktuur ontwikkeld voor de prijsvorming van de produkten. Uitgaande van de afname-inschattingen door de klanten enerzijds en van de inkomensbehoefte van de winkeliers anderzijds, worden in de winkel tweemaal per jaar prijsafspraken gemaakt voor het komende tijdvak van zes maanden. Door op deze manier juiste prijzen te betalen stellen de klanten gezamenlijk zich garant voor het inkomen van de winkeliers. Die zijn dus bevrijd van de zorg “of ze er wel genoeg aan zullen verdienen” en ze kunnen zich door het echte, zakelijke motief laten leiden: zorgen voor de produkten waar de klanten om gevraagd hebben.’

Dit is tegelijk ook een manier om de huidige economische crisis te analyseren. In deze winkel wordt het oerbeeld van echte, eerlijke handel elke keer zichtbaar gemaakt en in praktijk gebracht. Of het ook altijd precies op deze manier moet, is voor mij wel de vraag. Maar dat doet er niet zo veel toe. Eerst maar eens kijken hoe het hier in de praktijk van alledag toegaat.

‘Na bijna achttien jaar praktijk is gebleken dat de werkwijze van De Blauwe Bloem inderdaad op een aantal punten heel wat efficiënter is dan het gangbare anonieme “vraag- en aanbod”-mechanisme, dat in de vrije markt zo geroemd wordt, maar dat in werkelijkheid tot grote verspillingen leidt, zeker als het om verse levensmiddelen gaat.

In de eerste plaats hoeven in de winkel doordat de klanten hun boodschappen vooruit bestellen, maar heel weinig produkten te worden weggegooid. De verliezen daarvan zouden anders in de prijzen van de wel verkochte produkten verrekend moeten zijn.

Voorts worden de boodschappen van elke klant vóór openingstijd van de winkel klaargemaakt door de winkeliers. Dat werkt prettiger en sneller en dus veel efficiënter dan wanneer we eerst alles in de winkelrekken zouden zetten, waaruit de klanten hun produkten dan weer bij elkaar moeten zoeken.

Het vooruitbestellen biedt trouwens ook voor de klanten veel voordelen. Zo staan immers de boodschappen per klant op naam gereserveerd; de klant kan ze dus ook kort vóór sluitingstijd af komen halen zonder het risiko te lopen dat ze al aan iemand anders zijn verkocht. Bovendien spaart het boodschappen doen op deze manier ook veel tijd: door vooruit te bestellen raakt de boodschappenstroom veel minder versnipperd.

De openingstijden van de winkel zijn beperkter dan gebruikelijk. Ze worden in overleg met de klanten vastgesteld om zo goed mogelijk aan ieders behoefte tegemoet te komen. Daar vloeit dan weer een geringer energieverbruik uit voort, waarvan de kosten anders in de produktprijzen verwerkt zouden moeten zijn.

Tenslotte hebben de vooruitbestellingen het ons als winkeliers ook mogelijk gemaakt om met enkele producenten (een fruitteler, een tuinbouwbedrijf, twee boerderijen, een kaarsenfabrikant, een imkerij...) al maanden vooruit afspraken te maken inzake afnames en prijzen van de produkten.

Ook hier geldt weer dat we niet streven naar lage, maar naar juiste prijzen. Eenieder die betrokken is geweest bij de produktie en de verhandeling van een produkt (boer of tuinder, bakker, waar nodig tussenhandelaar, winkelier) dient namelijk voldoende inkomen te kunnen ontvangen om zijn of haar werk op een zinvolle manier te blijven doen! Op die manier kunnen we als klanten, winkeliers en producenten gezamenlijk de kwaliteit van die produkten blijven garanderen.’

Dit is zo nieuw en anders, dat er ook een educatieve loot aan de stam is:

‘Voor groepen die nader kennis willen maken met de associatieve ekonomie, waarop de werkwijze van de winkel De Blauwe Bloem is gestoeld, verzorgen wij in de winkel dag- of dagdeelprogramma’s, afgestemd op de mogelijkheden en specifieke belangstelling van de groep.

Een standaard Dagprogramma Associatieve Ekonomie ziet er inhoudelijk als volgt uit:

10:00 u. Aankomst in Gent. Rondleiding in de historische binnenstad van Gent met als thema: “De Ontwikkeling van Handel en Ekonomie door de Eeuwen heen”.
11:30 u. Onderbreking van de rondleiding met koffie/thee in de winkel.
12:30 u. Tijd voor lunch.
14:00 u. Presentatie De Blauwe Bloem (eerste deel): opmaat over associatieve ekonomie en inleiding tot de praktische werkwijze van de winkel, inklusief rondleiding en demonstratie. Aansluitend ruimte voor vragen en gesprek.
15:30 u. Pauze met koffie/thee in de winkel.
15:45 u. Presentatie De Blauwe Bloem (tweede deel): uiteenzetting over de werkwijze van de winkel en samenvatting. Aansluitend ruimte voor vragen en gesprek.
17:00 u. Afsluiting dagprogramma.’

Zo was het in 2008; ik weet niet of het dit jaar nog precies zo is. Hier worden ook de namen onthuld van de eigenaren:

‘Presentaties verzorgd door Mia Stockman en Luuk Humblet, initiatiefnemers en winkeliers van De Blauwe Bloem.’

Bijzondere bijkomstigheid is dat Luuk Humblet ‘tevens als stadsgids van Gent werkzaam’ is. En hoe zit het nu met Chiel Labruyère? Hem komen we tegen bij de uitgebreide fotogalerij naar aanleiding van dertig jaar De Blauwe Bloem, nu drie jaar geleden. Die begint met een foto van het ‘pand Hooiaard 5’, ‘in 1976 het eerste verblijf van De Blauwe Bloem’. Een eind verder zien we: ‘Feb. 1988: De Blauwe Bloem verhuist.’ En vlak daarna: ‘Chiel Labruyère, pionier van De Korenmaat in Zeist, begeleidde ons bij de omvorming.’ Er volgen nog veel foto’s daarna.

In een interview ter ere van het jubileum in het tijdschrift van de Antroposofische Vereniging in België, dat ook op de website van deze vereniging is geplaatst, zijn meer bijzonderheden te vinden.

‘Wij vonden het de moeite waard om deze feestelijke verjaardag in de aandacht te brengen omdat De Blauwe Bloem al achttien jaar een oefenterrein is voor associatieve economie, het door Rudolf Steiner aangebrachte, passende antwoord op de wantoestanden in onze huidige economie. Sonia Jansen en Marianne Coessens spraken met de winkeliers Mia Stockman en Luuk Humblet naar aanleiding van het dertigjarig bestaan van hun onderneming.’

Het interview begint met waar en hoe de twee ondernemers de antroposofie (en elkaar) hebben leren kennen:

‘Mia: In het begin van de jaren zeventig had mijn zus Bea in Ronse een natuurvoedingswinkel; zij was voorstander van gezonde voeding. Tijdens kruidenwandelingen overtuigde Marcel Neyrinck uit Kortrijk haar van het belang van de steinerpedagogie. Samen maakten wij plannen en droomden ervan een klasje op te richten. Zodra ik klaar was met mijn studie in Leuven, trok ik naar Den Haag voor een opleiding waldorfpedagogie. Daar ontmoette ik Hélène Steyaert die speciaal uit Gent was gekomen om in de kerk van De Christengemeenschap naar een voordracht te luisteren van Friedrich Benesch over het thema: “Kinderen, waar komen ze vandaan en waar gaan ze naartoe?” Ik ging mee en dat was mijn geluk: ik werd helemaal warm van binnen door wat ik allemaal te horen kreeg en ook door de verhalen van Hélène over een klein groepje mensen die in Gent samen met haar een tentoonstelling en een reeks voordrachten over antroposofie op stapel aan het zetten waren. In Gent leerde ik eind 1975 het initiatiefgroepje kennen dat een pand wilde huren op de Hooiaard. Twee maanden lang hielp ik daar met vernieuwen en verbouwen, totdat op 14 februari 1976 het huis feestelijk geopend werd. Toen ik door het groepje gevraagd werd als winkelier, stond ik af en toe wel achter de toonbank, maar met nog steeds het kleuterklasje in mijn achterhoofd. Twee maanden later echter verongelukte Bea, waardoor onze gemeenschappelijke plannen in rook opgingen. Na een “stille” periode van enkele maanden engageerde ik mij daadwerkelijk als winkelier in De Blauwe Bloem.

Luuk: Ik was nog student in die tijd en heb het ontstaan van het informatiecentrum niet meegemaakt. Op zoek naar eieren van biologische kwaliteit werd ik door een kennis verwezen naar “het winkeltje van de antroposofen” op de Hooiaard. Toen bleek dat er ook een soort eetcafeetje aan verbonden was, besloot ik daar één keer per week de lunch te gebruiken. Ik had nog nooit iets over antroposofie gehoord, maar de lectuur die in de winkel ook verkocht werd, intrigeerde me. Tijdens een weekend volgde ik in het cursuscentrum boven de winkel twee voordrachten van Jan la Poutré, bedoeld als kennismaking met het werk van Rudolf Steiner. Vanaf dat moment was ik verkocht aan de geesteswetenschap; er ging een nieuwe wereld voor me open. In meer dan één opzicht zelfs, want enige tijd later werd ik verliefd op de winkelier en in 1984 ben ik met haar getrouwd...

Jullie hadden een goed draaiende natuurvoedingswinkel op de Hooiaard. Waarom zijn jullie dan na twaalf jaar toch overgeschakeld naar een ander economisch bestel?

Mia: Inderdaad was De Blauwe Bloem na tien jaar uitgegroeid tot wat je kon noemen een volwaardige natuurvoedingswinkel. Dagelijks bedienden wij op de Hooiaard vele klanten die wij een mooi assortiment Demeter-produkten konden aanbieden. En als ik bestellingen plaatste bij de groothandel, ging dat in die tijd eigenlijk min of meer vanzelf: met de telefoon in de hand liet ik in gedachten de klanten die de volgende dagen zouden komen, de revue passeren en op die manier wist ik precies wat ik voor hen nodig had. Veel klanten kwamen met zo’n regelmaat naar de winkel dat ik vaak heb herhaald: “Als de deur van de winkel openging, dan kon ik aan de klant die binnenkwam, zien hoe laat en welke dag het was!”

Midden de jaren tachtig kwam daar een drastische verandering in. Enerzijds kwamen er meer winkels bij in de stad want er waren meer en meer klanten die deze producten wilden, anderzijds werden er ook meer en meer producten aangeboden door de handel. Daardoor hadden klanten meer keuze waar ze de goederen konden halen, maar tegelijk verzwakte de trouwe band. De Blauwe Bloem bleef wel bloeien, maar toch veranderde er iets in mijzelf. Mijn intentie om “klanten te helpen” werd noodgedwongen veranderd in “omzet draaien”. Ik wist niet meer “voor wie” ik werkte, de contacten werden anoniemer, ook aan de kant van de groothandel en vaak voelde ik mij het verlengstuk van de toonbank.

Luuk: Ons enthousiasme kreeg een flinke deuk. We konden de klanten met wie we samen iets wilden opbouwen, in wezen niet meer bereiken en Mia dacht erover de fakkel door te geven na het feest van “De Blauwe Bloem Tien Jaar” in 1986.

Mia: Heel veel kaartjes vol gelukwensen overspoelden ons en ik herinner me nog goed dat iemand schreef: “Gefeliciteerd met dit Jubileum en... op naar de volgende Tien Jaar!” Eerlijk gezegd kon ik mij daar op dat moment niets bij voorstellen. Vrij snel na dat feest kwamen wij door werkzaamheden in de stad die vijftien maanden zouden duren, in een nogal geïsoleerde situatie terecht; de klanten konden ons nog nauwelijks bereiken. Eigenlijk zagen we toen veruiterlijkt wat er binnen in ons leefde: het was een tijd van afzondering en bezinning en een zoektocht naar vernieuwing. Vanuit deze chaos zochten wij naar alternatieven en lieten ons inspireren om ons ideaal weer vorm te geven.

Hoe zijn jullie dan op de huidige werkwijze gekomen?

Luuk: Ik volgde toen in Amsterdam de “Opleiding voor Sociale Driegeleding” en ontmoette op een bijeenkomst in Nijmegen Chiel Labruyère die pionier was geweest van De Korenmaat in Zeist. Hij vertelde mij hoe die winkel praktisch werkte op grond van de associatieve economie. Toen wij in november 1986 De Korenmaat bezochten, sprongen de vonken snel over omdat wij ontdekten dat hier een manier zichtbaar werd, waarin wij onze idealen weer konden beleven. Wij hebben toen in De Blauwe Bloem een avond georganiseerd voor onze klanten waarop Chiel het concept van de winkel in Zeist voorstelde. Een klant die ons enthousiasme voelde, stelde hardop de vraag hoe we dit in Gent konden aanpakken. Vijftien maanden lang hebben we toen wekelijks gestudeerd over de achtergronden van de associatieve economie met de exploitatiegroep van de winkel en een paar klanten. Toen we tenslotte een min of meer afgerond concept klaar hadden, hebben we dat op twee avonden aan al onze klanten voorgelegd met de vraag wie daarin met ons mee wilde gaan. De lijst liep sneller vol dan we verwacht hadden en we hebben de sprong gewaagd.

Jullie betogen dat het “Overleg” één van de basisprincipes uit de associatieve economie is.

Mia: Ja, gangbaar wordt de economie ervaren als een strijdveld, vaak ook met geweld. Niet voor niets wordt daar gesproken over strategieën, over het veroveren van markten enz., dus in militaire termen. Als we in de wereld aan de vrede willen werken, is overleg een alternatief. Dan kan je met je medemensen in contact komen op een gelijkwaardige manier.’

En hoe dat gebeurt, leggen zij verder in het artikel uit. En zo staat het ook op hun eigen website. De kring is weer rond. We hebben Chiel Labruyère gevonden en zijn veel te weten gekomen over een bepaald principe van de sociale driegeleding. En ondertussen hebben we een mooie tocht naar België kunnen maken en daarbij een stuk historie leren kennen. Wat wil je nog meer!

2 opmerkingen:

René zei

Even kort: Jan la Poutré was mijn leraar op de Rotterdamse Vrije School. Hij deed daar zijn eerste 'rondje' (jaren '50/'60). Wow wat kon die man vertellen ... heerlijk ... de verhalen zingen nog steeds rond in mijn ziel. Ik ben hem daarvoor 'eeuwig' dankbaar!

Frans Wuijts zei

De Blauwe bloem''beoefent een manier van prijsvorming om tot 'juiste prijzen' te komen. Rudolf Steiner zegt daarover onder andere: 'Der richtige Preis für irgendein Erzeugnis im sozialen Leben, also für eine Ware, ist der, der dem Menschen die Möglichkeit gibt, für sich und seine Familie den Lebensunterhalt und alle seine Bedürfnisse zu besorgen, bis er wiederum ein gleiches Produkt hervorgebracht hat'. Het is wat lastig om je daar een concrete voorstelling van te maken als je in een supermarkt rondloopt of alle folders in je brievenbus binnenkrijgt van Karwei, AH, Hema, Dixons, Praxis etc. Met grotendeels prijzen die eindigen op .99. Ook in vele andere branches maakt men gebruik van deze zogenaamde 'psychologische prijzen': in de autohandel, de woningmarkt, zelfs de KLM stunt ermee. Mijn primaire reactie is dan dat dat nooit 'juiste prijzen' kunnen zijn. We worden erdoor misleid. In de VS is dat helemaal erg. Op commerciële radio- en tv-zenders knalt het 'ninety-nine' je daar continu om de oren. Het wordt zo lanzamerhand tijd dat aanbieders openheid van zaken gaan geven over de wijze waarop zij hun prijzen vaststellen. Het zou één van de nieuwe positieve opbrengsten kunnen worden van de financiële en economische crisis. Kritische consumenten zouden daar werk van kunnen gaan maken.

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Volgen op Facebook


Translate

Volgers

Herkomst actuele bezoeker(s)

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code

Gezamenlijke antroposofische agenda (in samenwerking met AntroVista)