Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

zaterdag 27 februari 2010

Bijzaak

Ik ga het vandaag eens over een bijzaak hebben. Maar misschien is het ergens toch een hoofdzaak... Hoe dan ook, ik kan teruggrijpen naar wat ik een jaar geleden schreef. Maar niet helemaal op dezelfde datum, hoewel het wel om een datumgevoelig onderwerp gaat: de geboortedag van Rudolf Steiner. Op vrijdag 27 februari 2009 schreef ik in ‘Perceptie’ namelijk alleen maar dit erover:

‘NRC Handelsblad houdt een traditie in ere. Op de verjaardag van Rudolf Steiner (hij werd vandaag 148 jaar geleden geboren) een artikel over het vrijeschoolonderwijs prominent op de voorpagina.’

En voor de rest Schluss. Op zijn sterfdag maandag 30 maart 2009, dus een maand later, kon ik er in ‘Oostenrijks antroposoof’ uitgebreider op terugkomen:

‘Ga je naar “Vandaag de dag. Almanak van mensen, feesten & gebeurtenissen”, vind je meer (met als kop “Heel de mens”):

“Rudolf Steiner (25 februari 1861 – 30 maart 1925) was een Oostenrijkse filosoof, schrijver, architect, pedagoog en landbouwdeskundige die het meest bekend is geworden als grondlegger van de antroposofie en haar praktische toepassingen o.a. de vrije school, de antroposofische geneeskunst, de heilpedagogie en de biologisch-dynamische landbouw.”’

Maar hierbij moet een kanttekening geplaatst worden. Dat deed ik bij een eerdere gelegenheid die maand, op woensdag 4 maart 2009 in ‘Sterfdag’, slechts in een bijzin:

‘In het artikel van Selg wordt overigens verwezen naar een ander artikel, over de juiste geboortedatum van Rudolf Steiner (niet 25, zoals sommigen menen, maar 27 februari), “den Beitrag von Günter Aschoff in diesem Heft”. Dat artikel is hier te vinden.

Vandaag biedt dus een mooie gelegenheid om dit eens preciezer uit te spitten. Het zijn niet de minsten, die zich geuit hebben over 25 februari 1861 als de geboortedatum van Rudolf Steiner. Om te beginnen wil ik Christof Lindenberg aanvoeren, die in zijn nawoord bij Steiners ‘Mijn levensweg’ (in 1993 verschenen) op bladzijde 397 schrijft:

‘Op een klein aantal problemen en feitelijke onjuistheden, die gezien het voorgaande niet verbazingwekkend zijn, wil ik de lezer hier wijzen.

Het eerste probleem is Steiners geboortedatum. In een ongedateerde biografische notitie schrijft Steiner: “Mijn geboorte valt op de 25e februari 1861. Twee dagen later werd ik gedoopt.” Kennelijk wist Steiner uit de familietraditie, dat men bij de registratie van de geboorte de doopdag als geboortedag had opgegeven. Vandaar dat Steiner zich bij alle officiële gelegenheden (en ook in zijn autobiografie) aan de officiële “geboortedatum” 27 februari beeft gehouden, hoewel de werkelijke geboortedatum hoogst waarschijnlijk de vijfentwintigste februari is geweest.’

Meer hierover valt te lezen in het in juni 2008 in het Nederlands verschenen boek van Sergej Prokofieff, ‘De verbondenheid met Rudolf Steiner. Het mysterie van de grondsteenlegging’:

‘In deze studie onderzoekt de auteur hoe wij in onze tijd een relatie kunnen krijgen tot de antroposofie en de initiator hiervan, Rudolf Steiner. Uit de inhoud: Drie wegen die leiden tot de antroposofie; Het mysteriegeheim rond de geboorteplek van Rudolf Steiner; Een weg die leidt naar Rudolf Steiner; Rudolf Steiner en het oprichtingsbestuur; De grondsteenlegging van 1923 als mysterie-openbaring; De nieuwe mensengemeenschap; De geest van het Goetheanum; De Kerstbijeenkomst als mysterie van opstanding; De esoterische achtergronden van de elektronische media.’

Het hoofdstuk over ‘Het mysteriegeheim rond de geboorteplek van Rudolf Steiner’ kent op de bladzijden 44-46 nog deze aanvulling:

‘De geboortedatum van Rudolf Steiner

Na het verschijnen van het eerste deel van mijn artikel werd ik van verschillende zijden naar de juiste geboortedatum van Rudolf Steiner gevraagd. Uit de ongedateerde, door Rudolf Steiner eigenhandig geschreven korte autobiografische tekst, die hijzelf hetzij nooit voltooid heeft, hetzij waarvan het vervolg niet bewaard is gebleven, volgt heel duidelijk dat Rudolf Steiner op 25 februari 1861 in Kraljevec is geboren: “Mijn geboorte valt op 25 februari 1861. Twee dagen later werd ik gedoopt.”

Deze facsimilietekst werd voor het eerst op Pasen 1975 ter gelegenheid van de 50e herdenkingsdag van de sterfdag van Rudolf Steiner gepubliceerd in de “bijdragen tot de Gesamtausgabe van Rudolf Steiner”. In deze brochure zijn bovendien twee brieven van Eugenie von Bredow afgedrukt, waaruit blijkt dat zij tussen februari 1920 en februari 1921 van Rudolf Steiner de juiste geboortedatum moet hebben gehoord en hem dienovereen­komstig schriftelijk feliciteert. Zo schrijft ze in haar brief van 25 fehruari 1921: “Vandaag, op de dag, die de eigenlijke dag van de geboorte in deze incarnatie van uw individualiteit is geweest terwijl wij tot nu toe steeds 27 februari daarvoor aanzagen...”

Het kwam in de 19e eeuw, vooral in afgelegen en landelijke katholieke streken, niet zelden voor dat in de kerkboeken respectievelijk de geboorte-oorkonden de doopdag als teken van de geestelijke geboorte werd ingeschreven, in plaats van de datum van de fysiek geboorte.

Waarom Rudolf Steiner deze onnauwkeurigheid later niet gerectificeerd heeft en zelfs een daardoor ontstane jarenlange “traditie” verder liet bestaan, bijvoorbeeld in zijn autobiografie Mijn levensweg (wv-b1, hoofddstuk I), blijft voorlopige een raad­sel, hoewel daarvoor verschillende redenen kunnen worden aangevoerd.

Omdat ook een fout in het invoeren van het kerkboek niet uit te sluiten is, zouden we ons kunnen voorstellen dat Rudolf Steiner later, toen hij deze onnauwkeurigheid had ontdekt, daarin een helder teken uit de geestelijke wereld zag. Want daardoor werd hij in het vervolg beschermd voor elk mogelijk misbruik dat van onzuivere occulte zijde van zijn ware geboortedatum gemaakt zou kunnen worden. Hij was de eerste ingewijde in de nieuwe tijd die geheel openlijk en publiekelijk werkte en dus konden de gevaren niet onderschat worden.

Ook zou dit ingrijpen van het lot, gezien vanuit een hoger gezichtspunt, zeker overeen kunnen komen met de waarheid. Want Rudolf Steiner werd, zoals hierboven al is gezegd, op 25 februari als een zeer zwak kind geboren en men was bang dat hij niet zou overleven. Na twee dagen was echter het grootste gevaar voorbij, zodat men erop kon rekenen dat het kind verder zou leven.

Geestelijk gezien betekent deze situatie, dat tot de doop op 27 februari de vraag nog open was of de entelechie van Rudolf Steiner in dit lichaam kon blijven, of zich in de geestelijke wereld zou terugtrekken. Pas twee dagen na de geboorte nam zijn entelechie het beslissende besluit tot haar incarnatie en was vanaf nu bereid het fysieke lichaam als haar toekomstige aarde-instrument op te nemen. Daarom kon Rudolf Steiner later met recht – ofschoon niet in fysieke zin – ook over 27 februari als de dag van zijn geboorte spreken.

Het keven van zo’n hoge ingewijde als Rudolf Steiner mag niet slechts beoordeeld worden naar algemeen menselijke, al te menselijke maatstaven, zoals dat bij een gemiddeld mens zeker gerechtvaardigd zou zijn. Het aardeleven van een ware ingewijde is een mysterie, dat zich in volle omvang waarschijnlijk alleen aan zijnsgelijken uit de kring van leidende ingewijden van de aarde kan openbaren.’

U leest het goed, hierin wordt een groot aantal aannames ten beste gegeven, waarvan ik me afvraag wat ervan overblijft als die niet op waarheid en juistheid berusten. Maar we gaan verder. Ik heb hier nog een boekje van Ernst Katz, de sympathieke Nederlandse antroposoof in de Verenigde Staten, die vorig jaar op 2 september overleed in de leeftijd van 96 jaar:

‘Professor emeritus Ernst Katz, 96, died at his home in Ann Arbor on September 2, 2009. Dr. Katz is survived by his son Johan Katz and daughter-in-law Anush Sarkissian Katz of Oxted, England, grandsons Leon Katz and Daniel Katz, and two great grandsons. He was predeceased by his wife Katherine Katz in 1998. He will be remembered for his contributions to solid-state physics at the University of Michigan, and his tireless work for the anthroposophical societies of North America and the Netherlands. Memorial donations may be made to the Mortgage Reduction Fund of the Rudolf Steiner High School of Ann Arbor, 2230 Pontiac Trail, Ann Arbor, MI 48105.’

Van hem stamt:

‘The Mission of Rudolf Steiner
by Dr. Ernst Katz
an essay derived from an address given at the American Anthroposophical Society’s Annual General Meeting, November, 2004.
Special thanks to Dr. Katz for allowing us to reprint this essay.

Dr. Ernst Katz is an emeritus professor of physics at the University of Michigan. He and his late wife, Katherine, have fostered the growth of anthroposophy in Ann Arbor and in America for almost sixty years. His contribution on The Mission of Rudolf Steiner brings the fruits of many years of work with anthroposophy; it was presented as the keynote address at the American Society’s Annual General Meeting in November, 2004. His talk was greeted with great enthusiasm, and Dr. Katz has been kind enough to share it here with our readers.’

Hiervan bestaat echter ook een Nederlandse vertaling, ‘De levenstaak van Rudolf Steiner’:

‘Ernst Katz geeft in dit essay een persoonlijke, eenvoudige beschrijving van de levenstaak van Rudolf Steiner. We bezitten geen formulering van Steiner zelf, hoe hij zijn levenstaak opvatte. Wel hebben we natuurlijk alles wat een uiterlijke uitdrukking van deze levenstaak is: al de praktische toepassingen van de antroposofie – op het gebied van de pedagogiek in de vrijescholen, op het gebied van de gezondheidszorg in de antroposofische klinieken en geneesmiddelen, in de biologischdynamische land- en tuinbouw, in diverse vorm van kunst, zoals in de architectuur van het Goetheanum en van talrijke andere gebouwen, maar ook in de filosofie, in de wegwijzing voor innerlijke scholing, en nog veel meer. Maar om te vinden wat zijn levenstaak werkelijk was, moeten we er van uitgaan dat het een geestelijke taak was, een esoterische taak, die men alleen kan vinden door de aandacht te vestigen op wat de auteur zijn “esoterische biografie” zou willen noemen. Dr. Ernst Katz is emeritus hoogleraar natuurkunde aan de Universiteit van Michigan. Hij en zijn inmiddels overleden echtgenote, Katharine, hebben de groei van de antroposofie in Ann Arbor en in Amerika bijna zestig jaar lang sterk bevorderd. Dit essay is gebaseerd op een voordracht die Ernst Katz in 2004 hield voor de jaarvergadering van de Antroposofische Vereniging in Amerika en die met groot enthousiasme werd ontvangen.’

Dit boekje van 55 pagina’s verscheen november 2006; Maarten Ploeger maakte voor de Bibliotheekdienst deze recensie:

‘De schrijver put uit een lang en rijk leven van intieme studie van en ervaring met de antroposofie. In deze voordracht voor antroposofisch georiënteerd publiek spreekt hij in opmerkelijk eenvoudige bewoordingen over twee met elkaar verbonden zaken. Eerst schetst Katz in enkele rake pennenstreken de mensheidsgeschiedenis van vroegere helderziendheid naar de huidige – ook terechte – materialistische afsnoering van de geestelijke werkelijkheid. Onder de inspiratie van de aartsengel Michaël gaat het er niet om het materialisme polariserend te bestrijden, maar om het respectvol van binnenuit om te vormen tot nieuw spiritueel elan. Daarnaast beschrijft Katz de biografie van Steiner (1861-1925) kernachtig vanuit het perspectief van de zich bij Steiner ontplooiende spiritualiteit. De twee thema's vloeien vervolgens zeer overtuigend samen. Katz besluit met het concreet uitwerken van enkele toekomstgerichte elementen, die organisch vanuit het voorgaande opbloeien. Een dierbaar en bevlogen document van een waardige vertegenwoordiger van de antroposofie. Met bronvermelding.’

Wat schreef Ernst Katz nu over de geboortedatum van Rudolf Steiner? Op bladzijde 10-11 lezen we:

‘Bij het begin van zijn leven wijzen wij op de volgende ongewone omstandigheden. Rudolf Steiner is op 25 februari 1861, waarschijnlijk in de late avond, geboren in het gehucht Kraljevec. Door onachtzaamheid van de vroedvrouw was het kind bijna doodgebloed. Het was maar de vraag hoe lang het zou kunnen leven. Daarom moest een snelle nooddoop worden gearrangeerd. Daarvoor was in het kerkje van Kraljevec echter geen gelegenheid en om die reden werd het kind ruim drie kilometer door winterse februarikou en sneeuw naar de kerk van het naburige dorp Draskovec gedragen. Daar werd het op 27 februari gedoopt en ontving het de naam

Rudolfus Josephus Laurentius Steiner
of, zoals wij zouden zeggen:
Rudolf Josef Laurens Steiner.

Het bijzondere is dat de kerk in Draskovec gewijd is aan St. Michaël. Het was een St. Michaëlskerk! Blijkbaar had het lot de omstandigheden zo gearrangeerd dat St. Michaël de wacht zou houden, als het ware als een peet, bij het intreden van dit menselijke wezen in het fysieke leven op aarde.’

Dit is dan het begin van een uitgebreide beschouwing door Ernst Katz waarin hij de relatie van Rudolf Steiner met de aartsengel Michaël bloot wil leggen. Ook hier weer zie je dat dingen als feit worden gebracht, terwijl het nog maar de vraag is of het feiten zijn. Maar eerst nog even dit, wat ik ook al in ‘Oostenrijks antroposoof’ weergaf, zonder er expliciet bij stil te staan. Namelijk zowel op de daar genoemde twee websites staan deze data:

‘Rudolf Steiner (25 februari 1861-30 maart 1925)’

als in Wikipedia:

‘Rudolf Joseph Lorenz Steiner (Donji Kraljevec, 25 februari 1861 - Dornach, 30 maart 1925)’

waaruit duidelijk wordt dat deze datum van 25 februari 1861 een algemene verbreiding heeft gekregen. Dat wordt nog eens bevestigd door Thomas Gandlau van het ‘Biographisch-Bibliographisches Kirchenlexikon’ van het Verlag Traugott Bautz, die in ‘Band X (1995) Spalten 1294-1300’ schrijft (met als ‘Letzte Änderung: 19.02.2010’, dus helemaal up-to-date):

‘STEINER, Rudolf, Begründer der Anthroposophie und Waldorfpädagogik, * 25.2. 1861 in Kraljevec (damals Ungarn) aus niederösterr. kath. Familie, † 30.3. 1925 in Dornach bei Basel.’

Dit kon natuurlijk niet langer zo blijven bestaan. In de Newsletter van februari 2008 van het Rudolf Steiner Archiv lezen we nog:

‘Ende Februar feiern wir Anthroposophen den Geburtstag Rudolf Steiners. Die einen am 25.2. die anderen am 27.2. Wer nicht ganz sicher ist ob er am okkulten oder am dokumentierten Tag, oder gar an beiden, seine Kerze entzünden will findet aufschlussreiches in dem Band

Rudolf Steiner – Selbstzeugnisse
Autobiographische Dokumente, Hrsg. und eingeleitet von Walter Kugler.
ISBN 978-3-7274-5393-9.

und weiteres auf unserer Homepage unter:
Häufig gestellte Fragen.
Mit herzlichen Grüssen
Die Mitarbeiter des Rudolf Steiner Archivs.’

Gaan we vervolgens naar die ‘Häufig gestellte Fragen’, vinden we dit:

‘Fragen zu Rudolf Steiners Biographie,
insbesondere seinen Geburtstag und Geburtsort,
werden thematisiert in dem Band:

Rudolf Steiner
Selbstzeugnisse
Autobiographische Dokumente
Hrsg. und eingeleitet von Walter Kugler
145 Seiten, 10 Abbildungen, kart. CHF 18.– / EUR 10,–
ISBN 978-3-7274-5393-9

Der autobiographische Vortrag Rudolf Steiners vom 4. Februar 1913 gehört zu den seltenen Äußerungen über sein eigenes Leben, das er hier von der Geburt 1861 bis zum Jahre 1893 nachzeichnet. Einige Notizbucheintragungen und weitere Dokumente ergänzen diesen Text, so dass mit dieser Ausgabe erstmals alle relevanten autobiographischen Zeugnisse Rudolf Steiners (außer seiner Autobiographie «Mein Lebensgang») zusammengetragen sind.

Siehe ausserdem “Wir haben doch nichts zuverbergen”.
Artikel von Walter Kugler.
Neue Forschungsergebnisse der Arbeitsgemeinschaft der Archive.
Februar 2009 Rudolf Steiners Geburtstag ist der 27.2.1861.
(Korrektur: in den Fussnoten muss es heissen: Johanni (statt Ostern))’

Die laatste link leidt naar hetzelfde artikel waarnaar ik ook al op 4 maart 2009 een link gaf. Alleen leidt die hier genoemde naar ergens op de eigen website van het Rudolf Steiner Archiv, terwijl die andere naar het weekblad Das Goetheanum wees, dat onder ‘Extra Themen’ dit bericht heeft over:

‘Rudolf Steiners Geburtstag am 27. Februar 1861

Durch verschiedene Quellenzeugnisse bzw. deren Interpretation war die Frage nach dem Geburtstermin Rudolf Steiners unklar geworden. Deshalb sammelte Günter Aschoff im Auftrag der Dornacher Arbeitsgemeinschaft Archiv und Geschichte alles, was er zum Geburtsdatum und -ort Steiners finden konnte. Diese Nachforschungen weisen nun darauf hin, dass der 27. und nicht der 25. Februar der Geburtstag Steiners sein müsste. Den Forschungsbericht lesen Sie im ‹Goetheanum› Nr. 9/2009 vom 27. Februar oder direkt hier.’

Dat artikel van Günter Aschoff is heel uitvoerig. En gedegen, want hij heeft ‘viele Archivdokumente’ doorgespit:

‘Dabei konnte er feststellen, dass die Frage nach der Geburt Rudolf Steiners durch verschiedene Publikationen unklar geworden war. Deshalb sammelte er im Auftrag der Dornacher Arbeitsgemeinschaft Archiv und Geschichte alles, was er zum Geburtsdatum und -ort Steiners finden konnte.Die Nachforschungen ergaben, dass der 27. Februar und nicht der 25. Februar 1861 Steiners Geburtstag ist.’

Hij gaat daarbij eerst uitgebreid in op de ouders van Steiner, hoe zij elkaar gevonden hadden en tot hun bruiloft kwamen. Zijn vader was in mei 1859 begonnen als spoorwegbeambte, omdat hij als jager van zijn toenmalige baas geen toestemming kreeg om met zijn aanstaande vrouw te trouwen. Die bruiloft vond mogelijk op 8 mei 1860 plaats; absolute zekerheid daarover bestaat er niet. Ook niet zeker is of het paar rond de jaarwisseling van 1860-1861 naar Kraljevec verhuisde. Dan beschrijft Aschoff Steiners geboorte in het stationsgebouw van Kraljevec:

‘Nun nahte die Ankunft des ersten Kindes. Die Geburt zog sich vom 26. bis zum 27. Februar 1861 hin. Man muss annehmen, dass der Vater Johann Baptist seine Frau Franziska damals aufforderte zu ihm in die Bahnstation zu kommen, damit sie bei der Geburt nicht allein zu Hause war. Im Bahnhof Kraljevec gab es ein kleines Schlafzimmer und ein Arbeitszimmer für den Dienst habenden Bahnbeamten sowie einen Wartesaal. So wurde Rudolf Steiner am 27. Februar, etwa um 23.15 Uhr, auf der Bahnstation Kraljevec geboren. Diese Uhrzeit nannte Rudolf Steiner später, entweder während des Münchner Kongresses 1907 oder während des Budapester Kongresses 1909, dem englischen Astrologen Alan Leo auf dessen Frage. Alan Leo hatte an beiden Kongressen einen Vortrag über Astrologie gehalten. So ist die Uhrzeit von Rudolf Steiners Geburt bekannt geworden.

Bei der Geburt waren neben der Mutter und dem Vater wohl auch der Stationschef Laurentius Diem und seine Frau Josefa Jakl, die Paten, und eine Hebamme anwesend. Die Hebamme verband das Kind nach der Geburt am Nabel. Der aus welchen Gründen auch immer schlecht verbundene Nabel führte zu einem großen Blutverlust, sodass die Eltern sich kurzerhand entschlossen, eine Nottaufe durchzuführen. Die bestand darin, dass ein getaufter Katholik einfach sagte: «Ich taufe dich im Namen des Vaters, des Sohnes und des Heiligen Geistes.» Denn es war schon Mitternacht oder kurz nach Mitternacht, und man wollte nicht, dass das Neugeborene vielleicht ungetauft stürbe.

Am nächsten oder übernächsten Tag wurde die kirchliche Taufe in der Kirche von Draskovec nachgeholt. Der amtierende Pfarrer Gabriel Mestritz trug unter dem 27. Februar 1861 die Geburt und die Taufe von «Adolphus Laurentius Josephus Steiner» ins Taufregister ein. Als Wohnort gab er «Kraljevec 24» an. Am Schluss schrieb er unter der Kategorie Namen und Amt des taufenden Priesters «Gabriel Mestritz» ein.

Warum der falsche Vorname im Taufregister eingetragen wurde, ist unbekannt. Aber im ersten Briefband, der 1948 erstmals erschien, ist in den Anmerkungen zu dem autobiografischen Vortrag vom 4. Februar 1913 extra vermerkt, dass die kirchliche Taufe auf den Namen Rudolf Joseph Lorenz stattgefunden habe. Die Anmerkungen zu diesem Vortrag stammen von Carlo Septimus Picht. Nach dem Tod Rudolf Steiners am 30. März 1925 hatte Picht Steiners Schwester Leopoldine Steiner in Horn aufgesucht und mit ihr Gespräche geführt. Aufgrund dieser Gespräche, die sicherlich auch die Geburt betrafen, kam es zu dem kurzen Satz: «Die Geburt Rudolf Steiners hatte sich vom 26. bis zum 27. Februar 1861 hingezogen, was zur Nottaufe führte. Die kirchliche Taufe erfolgte in der katholischen Pfarrei Draskovec, unweit von Kraljevec, auf den Namen Rudolf Joseph Lorenz.»

Die Grundsteinlegung für den Johannes-Bau in München war auch für den 27. Februar vorgesehen.’

Dan komt Günter Aschoff te spreken op een ‘Verwirrende Dokumentenlage’. Hoe is de verwarring ontstaan? Aschoff beargumenteert die zo:

‘Während der Dreigliederungszeit wurde Rudolf Steiner oft sehr heftig angegriffen und daraufhin bekannte er sich auch öfters in Vorträgen zu seiner katholischen Taufe, indem er selbst oder auch andere seinen Taufschein vorzeigten. Im Vortrag vom 8. Juni 1920 in Stuttgart sagte er zum Beispiel am Schluss, «dass ich als Kind christlicher gut katholischer Eltern am 27. Februar 1861 in Kraljevec getauft worden bin», was zumindest indirekt auch auf diese Nottaufe hinweist.

So ist der 27. Februar das einzig verbürgte, von seinen Eltern und von Rudolf Steiner stets benutzte Datum. Als Rudolf Steiner an die Oberrealschule in Wiener Neustadt ging, gaben er beziehungsweise seine Eltern den 27. Februar 1861 als sein Geburtsdatum an.

Nach Abschluss der Oberrealschule ging er nach Wien auf die Technische Hochschule. Dafür brauchte er einen Ausweis. Zur damaligen Zeit war das maßgebende Amt die Kirche, ein ziviles Amt im heutigen Sinne gab es noch nicht. Wie wichtig dieser kirchliche Taufschein war, kann man daraus ersehen, dass Steiners in Pottschach geborene Schwester Leopoldine einen Taufschein anforderte, aber nie erhielt, da der Pfarrer vergessen hatte, sie in das Taufregister einzutragen. So blieb sie ihr ganzes Leben, bis zu ihrem Tod am 1. November 1927, ohne Ausweispapiere.

Der Taufschein für Rudolf Steiner musste bei der Pfarrei Draskovec angefordert werden, die für Kraljevec zuständig war. Man kann verstehen, dass die Eltern entsetzt waren, als das Dokument in Neudörfl ankam und sie darin den falschen Vornamen und die falsche Ortsangabe entdeckten. Es stand dort «Kraljevec 24» statt «Bahnstation» sowie das Amt und der Name des taufenden Priesters «Gabriel Mestritz». Die Eltern gingen darauf zum Pfarrer Johann Widder von Neudörfl und erbaten von ihm eine Neuanfertigung des Taufscheines. Und dieser Taufschein ist erhalten geblieben.

Die zwei Fotografien des Taufscheins

Von diesem neu ausgestellten Taufschein existieren zwei Fotografien: Die eine stammt vom 1. Februar 1914, als Rudolf Steiner Max Benzinger bat, ihn zu fotografieren; die zweite stammt aus dem Jahre 1918 bis 1920, aus der sogenannten Dreigliederungszeit, in der Rudolf Steiner mit wüsten Verdächtigungen und Beschimpfungen konfrontiert wurde. Deswegen wurde der Taufschein vermutlich nochmals von Benzinger fotografiert. Von dieser Fotografie wurden dann sogar Abzüge an jene Mitglieder verteilt, die Dreigliederungsvorträge hielten. So hatten sie bei Bedarf das Beweismittel von Rudolf Steiners Herkunft und kirchlicher Erziehung zur Hand.

Auf der Fotografie vom 1. Februar 1914 gelang es fast, alles zu entziffern, außer ein paar Stellen mit kleinen, aber sinngemäßen Ergänzungen. Anhand dieser Fotografie ist deutlich zu ersehen, dass die Eltern beim Pfarrer in Neudörfl den Vornamen Adolphus in «Rudolf» und den Geburtsort in «Bahnstation Kraljevec» korrigieren ließen. Bei den Paten «Lorenz Diemund Josefa Jakl» ließen sie noch «Stationschef» ergänzen und beim Namen und Amt des taufenden Priesters ist nach den restlichen Buchstaben wohl zu schließen, dass dort steht: «Taufe jedes bezeugt», also jedes Elternteil bezeugt, dass eine Nottaufe stattgefunden hat.

Die zweite Fotografie von 1918/20 zeigt den Taufschein nun schon so unleserlich, dass an den entscheidenden Stellen von Geburt und Taufe nichts mehr zu lesen ist, wenn man nicht schon etwas weiß, von dem, was dort stehen könnte. Aber in der ersten Spalte sieht man deutlich eine «25». Wie man aus der Fotografie von 1914 entnehmen kann, bezieht sich diese laufende Zahl jedoch auf die Geburten im Jahre 1861. Da von der Fotografie von 1918/20 Abzüge verteilt wurden, konnte das Missverständnis entstehen, laut Taufschein habe die Geburt am 25. stattgefunden.

Es sind zudem noch zwei Briefe von Eugenie Bredow an Rudolf Steiner aus dem Jahre 1921 erhalten, in denen sie auf das Geburtsdatum vom 25. Februar 1861 zu sprechen kommt. Man muss davon ausgehen, dass diese Zahl 25 wohl damals von Mund zu Mund weitererzählt wurde.

Gewisse Unsicherheiten

Nun mag auch Rudolf Steiner selbst etwas unsicher geworden sein, weil er von seinen Eltern wusste, dass er eine kirchliche Taufe erhalten hatte – und diese konnte ja nicht am Tag seiner Geburt stattgefunden haben. Deshalb glaubte er wohl eine Zeitlang, seine Geburt müsse am 25. gewesen sein. Klärung gab es wohl spätestens am 3. Oktober 1923, als Steiner zum letzten Mal bei seiner Schwester Leopoldine in Horn war, auch um über seine Geburt zu sprechen und bestimmte Fragen zu klären. In dieser Zeit hatte Rudolf Steiner bereits angefangen, seinen ‹Lebensgang› aufzuschreiben. Folgender Entwurf für den Anfang seines ‹Lebensganges›, wohl vor Oktober 1923 entstanden, ist auf einem Blatt erhalten geblieben: «Meine Geburt fällt auf den 25. Februar 1861. Zwei Tage später wurde ich getauft.» Daraus kann man entnehmen, dass Rudolf Steiner wusste, dass er zwei Tage nach seiner Geburt getauft worden war. Dieses im Rudolf-Steiner-Archiv aufbewahrte Papier ist die einzige Stelle mit dem 25. Februar 1861 aus Steiners Hand. Dieses Papier ist später von Rudolf Steiner nie wieder irgendwo verwertet beziehungsweise veröffentlicht worden, stattdessen erschien am 9. Dezember 1923 im ‹Goetheanum› Nr. 18 der Anfang seines ‹Lebensganges› in der ersten Folge. Dort heißt es: «In Kraljevec bin ich am 27. Februar 1861 geboren» – fast gleichlautend wie im autobiografischen Vortrag vom 4. Februar 1913, wo er sich ja gegen Unwahrheiten zur Wehr setzen musste.’

Ook hier zijn vermoedens leidend, maar wel vermoedens met een hoge mate van waarschijnlijkheid. Behalve dan die passage waar Steiner opeens onzeker over zijn geboortedatum is geworden, waarbij deze onzekerheid eigenlijk nergens op gebaseerd is. Die is ook niet te rijmen met zijn zekere opstelling daarvoor. En Aschoff kan het niet laten om na al deze beschrijvingen toch ook weer verreikende gezichtspunten aan te halen om daarmee 27 februari voor ons, volgende generaties, nog eens extra logisch te maken. Maar dat maakt zijn verhaal niet sterker, zoals we eerder bij Prokofieff en Katz ook al zagen. Zullen we het eenvoudigheidshalve dan maar gewoon op 27 februari houden? Wat win je ermee om bij 25 februari te blijven?

1 opmerking:

Hendrik Woorts zei

Hallo Michel Gastkemper, aan het einde van jou uitvoerige en interessante verslag omtrendt de vraag naar de juiste geboortedatum van Rudolf Steiner sluit je met de vraag af "wat win je ermee om bij de 25. Februari te blijven? nadat je kort daarvoor vindt het "eenvoudigsheidshalve dan maar gewoon op de 27 Februari te houden". Daar zijn we het compleet over eens, maar niet omdat ik ook vindt het "eenvoudigheidshalve" maar zo te houden. Ik vindt dat er wel degelijk een verschil bestaat of iemand de 25e (in dit geval) of twee dagen later is geboren. In twee dagen tijd staat de maan in een volgend Dierenriemteken en de spirituele achtergronden van dit feit zijn nou net van cruciale betekenis om te zien welke datum de juiste kan zijn. In mijn astrologische onderzoekingen, wat de juiste geboortedatum van Rudolf Steiner betrefd,
ben ik er van overtuigd dat de 27e de juiste datum is. De maan stond op deze dag in de waag terwijl de maan op de 25e in het teken maagd stond. Het laatste past helemaal niet op Rudolf Steiner. Ik wil je graag op min website www.stella-anthroposophica.de attenderen waar ik dit vergelijk uitvoeriger heb aangetoond. Overigens heeft de 27. Februari duidelijk meer verband met zijn ziekte tijdens zijn laatste 2 levensjaren en zijn sterftedag op 30.03.1925, waar ik a.s. 21. maart 2014 in het rudolf steiner haus in Berlijn over ga spreken. Hartelijk bedankt voor jou Blog-Artikel, al heb ik het nu pas gezien,...

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Volgen op Facebook


Translate

Volgers

Herkomst actuele bezoeker(s)

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code

Gezamenlijke antroposofische agenda (in samenwerking met AntroVista)