Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

vrijdag 5 februari 2010

Praktijkervaringen

Gisteren was gewijd aan afgelaste bijeenkomsten, vandaag gaat het over wat wél doorgaat. Morgen is er, behalve alle vrijescholen die een Open Dag houden, ook een presentatie in Antropia van twee nieuwe boeken van Christofoor. Het ene heeft hier al aandacht gehad, op 4 november 2009 in ‘Huismiddelen’, het andere is tot nu toe buiten de boot gevallen. En dat is zonde. Dus ga ik het eerst daarover hebben. Op de website van de NVAZ staat de bijeenkomst zo aangekondigd:

‘Boekpresentaties Dementie en Uitwendige therapieën op zaterdag 6 februari

Op 6 februari 2010, 13.30-14.45 uur, vindt in Antropia te Driebergen de presentatie plaats van het boek Dementie, Achtergronden en praktijkervaringen. Dit boek is door sociaal geriater Jan-Pieter van der Steen en drie co-auteurs geschreven. Van der Steen zal ter plekke een lezing geven over dementie, de antroposofische achtergronden (nieuwe visie op het ouder worden) en de mogelijke therapeutische benaderingen.

Vervolgens zal vanaf 14.45 tot 16.30 het boek Uitwendige therapieën gepresenteerd worden, geschreven door Ina Emous-van der Kooij, Sonja van Hees, Katie Willink-Maendel en Mirjam Zonneveld. Zie ook de Agenda.

Ook de website van Uitgeverij Christofoor meldt uiteraard deze boekpresentatie.

‘Jan Pieter van der Steen, Dementie
Achtergronden en praktijkervaringen
Dit boek behandelt de belangrijkste vormen van dementie. Het gaat in op de diagnostiek, begeleiding en omgang van mensen met dementie en beschrijft de oorzaken die tot dementie leiden.

Ina Emous-van der Kooij e.a., Uitwendige therapieën
Wikkels, kompressen en baden
Dit boek geeft concrete richtlijnen voor het uitvoeren van de verschillende uitwendige therapieën in de vorm van wikkels, kompressen en baden. Uitwendige therapieën hebben tot doel de eigen herstelkrachten van de patiënt te ondersteunen en te versterken. Door de grote toegankelijkheid kan iedereen met de inhoud van dit praktische boek aan de slag.

Programma
13.30 – Ontvangst en welkom in de Iona-zaal van Antropia
14.00 – Lezing Dementie door Jan Pieter van der Steen
14.45 – Introductie Uitwendige therapieën
15.00 – Indeling workshops / pauze met koffie/thee / boekverkoop
15.30 – Workshops
16.30 – Afsluiting
Gelieve uw komst vóór 3 februari te melden’

Dit laatste kan nu natuurlijk niet meer. Maar hopelijk is er ook plaats voor onaangekondigde bezoekers. – Ga ik naar de link van ‘Dementie’, dan lees ik:

‘Dit boek behandelt de belangrijkste vormen van dementie: de ziekte van Alzheimer, Vasculaire dementie, Frontotemporale dementie (ziekte van Pick) en de Lewy Body dementie. Het gaat in op de diagnostiek, begeleiding en omgang van mensen met dementie en beschrijft de oorzaken die tot dementie leiden. Bij dementie is verlies van het geheugen een kernsymptoom. Met het verlies van het geheugen verdwijnen de herinneringen, de biografie en daarmee de basis van het ik. Voor sommigen wordt dit verlies van het “zelf” als een ondraaglijk geestelijk lijden gezien. De vraag om euthanasie klinkt dan ook steeds vaker. Om dementie beter te kunnen begrijpen wordt in het boek de lichamelijke ontwikkeling van het geheugen beschreven. Het wordt duidelijk dat het geheugen eerder een lichaamsgebonden en kosmisch geheugen is dan een hersengeheugen. Door ons niet alleen te fixeren op het ouder wordende fysieke lichaam maar ook te kijken naar de ontwikkeling van de vrijkomende levenskrachten in de ouderdom kan er op een andere manier naar dementie gekeken worden en ontstaat er een nieuw perspectief voor degenen die lijden aan dementie.’

Zoals gebruikelijk bij Christofoor, staat eronder een link naar Bol.com om het boek online te bestellen. Die link leert dat het boek al november 2009 uitgekomen moet zijn. Maar nog interessanter is het advies ‘Klik hier om het boek in te kijken’. Vervolgens kun je de inhoudsopgave inzien, maar ook de inleiding. En die laatste is interessant. Ik laat hem hier volgen:

‘In het begin van mijn loopbaan als sociaal geriater ontmoet ik mevrouw De Jong. Zij is een 72-jarige alleenstaande vrouw die vanwege angstklachten en verwardheid bij de GGZ aangemeld wordt. Ze woont in een aanleunwoning. Door de verzorgsters van het be­lendende verzorgingshuis wordt gerapporteerd dat zij vaak belt en claimend is. Als ik mevrouw bezoek zie ik een zeer net verzorgde mevrouw, zittend in een woonkamer waar alles precies op zijn plaats ligt en waar van de vloer kan worden gegeten. Mevrouw vertelt dat ze angstig is, geheugenproblemen heeft en soms niet meer weet waar ze is. Het lopen gaat moeizaam en ze wordt steeds afhankelijker van anderen. Huilend vertelt ze dat ze geen lichamelijk en geestelijke wrak wil worden en of ik tegemoet wil komen aan haar wens tot euthanasie.

Bij haar wordt de diagnose vasculaire dementie met een aan­passingsstoornis en depressie gesteld. Op de ingestelde medicatie reageert ze matig. Het claimende gedrag neemt wel iets af, maar de stijfheid in de benen neemt toe. Het ziekte-inzicht en ziektebesef zijn wisselend aanwezig en juist op die momenten dat het inzicht in haar situatie helder is, is ze volhardend in haar wens tot euthanasie. Tijdens deze heldere momenten is mevrouw absoluut wils- en oordee1sbekwaam.

Het verdriet van mevrouw De Jong is goed invoelbaar. Ze voelt dat ze de controle en regie over haar geordende leven verliest en dat zorgt voor angst.

ln de gesprekken met de familie, de huisarts en mevrouw De Jong wordt vastgesteld dat zij niet consequent in haar wens tot euthanasie is. Er zijn momenten dat ze helemaal niet dood wil en andere momenten waarop ze weer heel duidelijk is in haar doods­wens. Lastig is het dat ze op bepaalde momenten ook niet meer weet dat ze de euthanasie wil.

Een half jaar later verhuist mevrouw De Jong naar het verzor­gingshuis. Door de afleiding en regelmatige gesprekjes met de verzorging is ze niet meer alleen met haar angst. Ze doet mee met de verschillende activiteiten en tijdens deze momenten lijkt ze ook te kunnen genieten. De angst is niet weg, maar wel meer beheersbaar geworden.

We leven in een tijd waarin gezondheid, autonomie, onafhanke­lijk zijn van de hulp van anderen en intacte geestelijke functies de kostbaarste goederen van de huidige westerse mens zijn. De agrarische cultuur van burenhulp en families die elkaar generaties lang kennen is ingeruild voor een cultuur van individualisme: het op zichzelf zijn, eigen keuzes willen maken, de ander niet lastig willen vallen en niet leunen op een autoriteit van buiten.

Dementie is in alles een tegenbeeld van de huidige westerse mens. De dementerende verliest op den duur zijn geheugen, oriëntatie, herkenning van mensen en voorwerpen, het kunnen benoemen en het praktisch handelen. Hij is niet meer die autonome mens die van niemand afhankelijk is. De instrumenten van het denken functioneren niet meer, waardoor de dementerende hulp moet vragen. Voor veel mensen ligt de waardigheid van het mens zijn besloten in het zelfstandig kunnen sturen van het eigen leven.

Geen wonder dat mevrouw De Jong euthanasie wil. Zij vindt zichzelf geen volledig mens meer en heeft besloten dat ze het laatste stuk van haar leven – waarin ze afhankelijk wordt van ande­ren, haar waardigheid verliest en haar autonomie moet inleveren – niet door wil maken.

Dementie betekent dat de instrumenten van het denken de mens langzaam in de steek laten. Wat er over blijft is een mens die “te­ruggeworpen” wordt in andere delen van de ziel zoals het gemoed, het voelen en het willen. Juist deze delen lenen zich goed voor een kunstzinnige ontwikkeling. Dementie betekent op deze wijze dat de ontwikkeling van de mens zich voorzet in andere delen van de ziel.

Het doel van dit boek is de oudere mens weer moed te geven om juist wél de laatste levensfase met dementie te willen doorma­ken. Daarbij wordt gekeken naar de betekenis van het ouder worden, naar de plaats waar onze herinneringen opgeslagen worden en naar de zin van de ziekte dementie.

Ik maak mij zorgen over feit dat dementie gezien wordt als een geestelijke dood, waardoor de dementerende zijn situatie als een “uitzichtloos psychisch lijden” ziel. De vraag naar euthanasie ligt dan voor de hand. Dit is de reden dat het boek start met een hoofdstuk over dementie en euthanasie.’

Dat is boeiend en nodigt uit om meer te gaan lezen. – Dezelfde exercitie kunnen we ook uitvoeren bij het andere boek, ‘Uitwendige therapieën’. Een en ander had ik al op 4 november weergegeven. Maar ga ik naar Bol.com, vind ik ook daar bijzonderheden die ik nog niet kende. Allereerst valt op dat als maand van verschijning augustus 2009 wordt opgegeven, en dat er hier een totaal andere omslag wordt getoond. Dan is er een ‘NBD|Biblion recensie’ door Dr. H.S. Verbrugh:

‘De eerste editie van dit boek kwam in 2005 tot stand door de inspanningen van de vier auteurs en hun achterban, de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Verpleegkundigen, en werd mede mogelijk gemaakt door financiële ondersteuning door enkele sponsors. Deze tweede editie is aanzienlijk uitgebreid en is nu door een erkende uitgever gepubliceerd. Het is een waardevol boek over een aspect van de verpleegkunde dat enerzijds bij uitstek binnen de zogeheten antroposofische gezondheidszorg actueel is, maar anderzijds documenteert dat de “aura” van alternativiteit of zelfs vreemdheid die voor sommigen nog om “antroposofie” en “antroposofische verpleegkunde” heen hangt, niet (meer) terecht is. Dit is een rechttoe-rechtaan boek dat in bewoordingen die iedereen kan volgen en begrijpen theorie en praktijk geeft van wikkels, kompressen, baden en aanverwante manieren om via uitwendige (be)handelingen therapie te geven. Met foto’s en tekeningen in zwart-wit, literatuurverwijzingen, adressen en register.’

Ook hier een link ‘Klik hier om het boek in te kijken’, die, naast de uitgebreide inhoudsopgave, de twee voorwoorden zichtbaar maakt. Aan het ‘Voorwoord bij de eerste druk’ ontleen ik het volgende:

‘Het ontbreken van richtlijnen voor uitwendige therapieën in het Nederlandse taalgebied was voor enkele leden van de Nederlandse Vereniging voor Antroposofisch Verpleegkundigen (NVAV), die ook de belangen van verzorgenden behartigt, aanleiding om dit boek te schrijven.

Uiteindelijk ontstond er een werkgroep van vijf personen. We bestudeerden literatuur, deden onderzoek en stelden conceptrichtlijnen op. Deze concepten zijn door een groep collega’s van commentaar voorzien. Hun reacties hebben wij dankbaar verwerkt.

We hebben ernaar gestreefd een toegankelijk boek te schrijven voor zowel verpleegkundigen als verzorgenden die onbekend zijn met uitwendige therapieën en hiervan kennis willen nemen, als voor ervaren collega’s die zich op dit vakgebied verder willen verdiepen. Het is een werkboek geworden: een praktisch boek met richtlijnen voor de applicaties, én met relevante achtergrondinformatie om de werkzaamheid van deze therapieën beter te kunnen begrijpen en verder uit te diepen.

Ook is het boek interessant voor artsen en therapeuten die vanuit de antroposofie werken, zij hebben immers te maken met patiënten die deze behandelingen ondergaan.

Woord van dank

De vele mensen die aan dit boek hebben bijgedragen, willen wij op deze plaats graag van harte bedanken.

In de eerste plaats geldt dit onze collega’s van de NVAV die de conceptrichtlijnen hebben gelezen en van commentaar hebben voorzien:

Joke Barends, Cokkie Barth, Marja van Boeschoten, José Boksebeld, Anne Riek Coppelmans, Petra Cost Budde, José Davina, Pauli van Engelen, Mieke Horsman, Arieanne van Kalsbeek, Trudie Koenis, Edith Minnaar, Neeltje Neeft, Petra van Rooyen, Doris Tobias en Toke Bezuijen.

Verder gaat onze dank uit naar twee collega’s van de NVAV die in Deel vier een onderwerp voor hun rekening hebben genomen: Ermengarde de la Houssaye-Lievegoed en Arieanne van Kalsbeek.

Joop van Dam, antroposofisch arts, stond ons met zijn adviezen ter zijde over indicaties, contra-indicaties en ritme, aspecten die in de richtlijnen beschreven staan. Joop heeft ook in Deel vier een deel van de inhoud verzorgd.

Diet van Beek heeft pro deo de prachtige illustraties bij de richtlijnen verzorgd.

De plantenillustraties zijn gedeeltelijk door Wala Nederland BV en Weleda Nederland NV ter beschikking gesteld.

Guusje Chabot-Slavenburg, Jan van Delft, Aart Eliens, Karin Vlug en Maurits in ’t Veld zijn mensen die we tijdens het wordingsproces leerden kennen, en die ons richting hebben gegeven.

Tijdens de laatste fase van het maken van dit boek geldt dit ook voor Nard Besseling en Tineke Croese, die de teksten redigeerden, en voor Kjeld de Ruijter, die het boek heeft vormgegeven.

Onze dank gaat natuurlijk ook uit naar de mensen en organisaties die dit boek financieel mogelijk hebben gemaakt: het Johan Borgmanfonds, Iona Stichting, Stichting Vrienden van het Rudolf Steiner Verpleeghuis, Stichting Vrienden van het Leendert Meeshuis, Stichting Plegan, Nederlandse Vereniging voor Antroposofisch Verpleegkundigen, Wala Nederland BV en Firma Indruk.

lente 2005
Ina Emous-van der Kooij, Sonja van Hees, Gonnie van den Hurk-Wels, Katie Willink-Maendel en Mirjam Zonneveld’

Zoiets kent een hele ontstaangeschiedenis, die laat zien hoe bijzonder dit boek eigenlijk is. Daarvan getuigt ook het volgende gedeelte uit het ‘Voorwoord bij de tweede druk’:

‘Voor je ligt de tweede uitgave van dit boek: een herziene uitgave, uitgebreid met de baden, een uitwendige therapiemogelijkheid die we nog niet uitwerkten in de eerste druk. Deze waardevolle behandeling voor veel patiënten, zeker ook in de thuissituatie, hebben we dan ook graag uitgewerkt. Diet van Beek heeft dit weer met tekeningen ondersteund.

Van enkele substanties hebben we beschrijvingen toegevoegd in het hoofdstuk “Overige substanties” (blz. 230). En uiteraard hebben we de opmerkingen van onze collega’s verwerkt. Zo zijn bijvoorbeeld aan het register de planten, metalen en inhoudelijke begrippen toegevoegd, om het gebruiksgemak van het boek te vergroten.

Wij zijn verpleegkundigen en ervaren de uitwendige therapieën als een verrijking van ons beroep in alle sectoren van de gezondheidszorg. Dit doordat ze een bijdrage leveren aan de activering van de zelfgenezende krachten die in ieder mens aanwezig zijn. Stichting Plegan opleidingen biedt opleidingsmogelijkheden voor de professionele vaardigheden van de verschillende therapiemogelijkheden aan verpleegkundigen en verzorgenden ig (individuele gezondheidszorg). Het adres staat achterin het boek. Zo kunnen steeds meer collega’s deze bijzonder waardevolle mogelijkheden toepassen en in specifieke situaties aan mantelzorgers en zelfzorgers aanreiken. Via de V&VN afdeling Antroposofische Zorg, een afdeling van de overkoepelende landelijke organisatie Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland, kun je vragen naar een antroposofisch verpleegkundige in de regio die je kan ondersteunen bij het toepassen van deze uitwendige therapieën. Ook dit adres vind je achterin het boek.

Zomer 2009
Ina Emous-van der Kooij, Sonja van Hees, Katie Willink-Maendel en Mirjam Zonneveld’

‘V&VN afdeling Antroposofische Zorg, een afdeling van de overkoepelende landelijke organisatie Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland’: ja, zo en niet anders hoort het eigenlijk!

Geen opmerkingen:

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Translate

Volgers

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code

Gezamenlijke antroposofische agenda (in samenwerking met AntroVista)