Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

woensdag 3 februari 2010

Companheiros

Zoals Wilfried Nauta gisteravond op AntroVista al meldde, is het tij bij Casa de Santa Isabel gekeerd. De dreiging die ik ook hier noemde, op 28 januari in ‘Santa Isabel’, is geweken. Christane Gerretsen liet gisteren namelijk onder de titel ‘Goed nieuws voor Casa de Santa Isabel...!’ weten:

‘Vorige week bereikte ons het verontrustende nieuws dat de plaatselijke en regionale Portugese overheden verregaande plannen hadden om een nieuwe (hoofd) weg aan te leggen die het terrein van de Casa de Santa Isabel in tweeën zou delen en het voortbestaan van de (biologisch-dynamische) boerderij ernstig zou bedreigen. Medewerkers van “de Casa” kwamen daar “toevallig” achter door een artikel in dat in de plaatselijke krant stond...

Er werd direct actie ondernomen: d.m.v. gesprekken met de overheid en het opstellen van een petitie die zowel in binnen- en buitenland ondertekend werd (vandaag stond de teller op 3520). Ook een papieren versie circuleerde onder de plaatselijke bevolking.

Medio februari zou weer een volgende belangrijke vergadering plaatsvinden tussen gemeente en rijksoverheid. Gisteren bleek dat die vergadering inmiddels afgelopen vrijdag onaangekondigd had plaatsgevonden. ’s Middags kwam de districtambtenaar op bezoek, om zich persoonlijk op de hoogte te stellen van de situatie, en was erg onder de indruk van wat er in de afgelopen jaren tot stand is gebracht.

Vanmorgen kwam de burgemeester langs met het verlossende woord. De plannen zijn gewijzigd ten gunste van de Casa de Santa Isabel: er komt wel een weg, maar die zal niet over het terrein lopen! Hij bleek overigens niet bepaald gecharmeerd van de aandacht die zij voor hun “zaak” hadden gevraagd, mede door het opstellen van de petitie en daarmee het vragen van de publieke aandacht, en gaf aan dat dit toch allemaal niet nodig was geweest... Of dat echt zo is, zullen we nooit weten.

Feit is dat sinds het ruchtbaarheid geven aan deze zaak in binnen en buitenland, de ambtenarij versneld in beweging is gekomen. En dat mag toch wel gezien worden als een overwinning. Overigens waren ook de medewerkers en bewoners van de Casa de Santa Isabel onder de indruk van de vele steunbetuigingen die van over de hele wereld kwamen. Hartelijk dank!’

Ik schreef op 28 januari dat het moeilijk was om nadere informatie te vinden vanwege de taalbarrière: het Portugees lees ik niet zo makkelijk. Daarom is het bericht van Christane Gerretsen bijzonder welkom. Ondertussen heb ik meer kunnen vinden over Casa de Santa Isabel. Eerst maar het meest recente uit de Portugese regionale pers. ‘Jornal Nova Guarda’ meldde op 27 januari, bij monde van José Paiva, Casa Santa Isabel contra possível traçado da Variante a Seia. Petição na internet já reuniu perto de 2500 assinaturas’. De dag daarop kwam Sandra Invêncio in ‘Jornal O Interior’ met ‘Casa de Santa Isabel contesta traçado da variante de Seia. Instituição teme que a estrada venha a dividir a quinta terapêutica, acabando com o projecto social’. In deze twee artikelen zijn veel bijzonderheden te vinden. Maar voor de Nederlandse lezers heb ik nog een andere bron:De Verbinding nr. 63 van januari 2006’, met als thema: Casa de Santa Isabel! Deze periodieke uitgave van het toenmalige Heilpedagogisch Verbond is nog altijd te vinden op de website van het Edith Maryon College, helemaal onderaan de pagina met ‘Publicaties’. In dit themanummer onder meer een uitgebreid artikel door Bernard Heldt en Philipp Steinmetz, ‘25 Jaar Casa de Santa Isabel. Een bijzonder initiatief’:

‘In mei 2006 bestaat Casa de Santa Isabel in Portugal 25 jaar. Eind jaren ’70 en begin jaren ’80 van de vorige eeuw was de heilpedagogische beweging in Nederland zelf nog volop in ontwikkeling en besloeg 1/3 van wat het nu is. Het nemen van initiatieven was in die tijd cultuur en de daadwerkelijke betrokkenheid met ontwikkelingswerk was groot. Overal werden projecten opgezet of ondersteund met mensen en middelen; in vergaderingen van het Heilpedagogisch Verbond werd ook melding gemaakt van ontwikkelingen van dergelijke projecten in het buitenland.

Een belangrijk project waar Nederlanders zich mee verbonden hadden was Casa de Santa Isabel, waarvan de eerste financiële ondersteuning ook door de Nederlandse instellingen werd verzorgd. Inmiddels is “de Casa” uitgegroeid tot een mooie, moderne en gerespecteerde instelling waar we trots op mogen zijn. Nog steeds zijn er Nederlanders van het eerste uur met hart en ziel verbonden met “de Casa”.

Het initiatief

De geschiedenis van de Casa de Santa Isabel begint bij een echtpaar met een gehandicapt kind in Lissabon. De moeder was met haar zoon in de Camphillgemeenschap Brachenreuthe (Duitsland) geweest en zocht behandeling voor haar kind in Portugal. Ze werd in contact gebracht met Walter Junge, die een heilpedagogische gemeenschap in Portugal wilde oprichten. Een Portugese antroposofische vriend van Junge kende een echtpaar die 12 ha. van hun grondbezit aan een sociaal initiatief wilde schenken. In 1975 werd door hen de Vereniging Casa de Santa Isabel opgericht, met de toezegging van schenking van het grondstuk als het sociale werk daadwerkelijk zou beginnen.

Rondom Walter Junge ontstond in 1978 een uiteindelijke initiatiefgroep van 4 heilpedagogen, die in Nederland en in Zweden in instellingen en in Camphillgemeenschappen waren opgeleid. Het werk startte in mei 1981 met het gezin van de Nederlandse Anneke de Pagter en de Portugees Taciano Zuzarte (gestorven in september 2005) en 11 kinderen, jongeren en 1 volwassene. De andere initiatiefnemers, waaronder Philipp Steinmetz, volgden een maand later, na het beëindigen van het 4e en laatste jaar van hun opleiding.

Camphill cultuur

Omdat drie van de vier mensen uit de initiatiefgroep o.a. in Camphillgemeenschappen waren opgeleid, heeft het initiatief nog steeds culturele kenmerken van een Camphillgemeenschap. Men zou kunnen zeggen dat de spirituele overwegingen van Bernard Lievegoed over sociale vormgeving in de heilpedagogie én een deel van het erfgoed van Camphill tot een synthese zijn gebracht.

School en werkplaatsen hebben hun eigen weekopening. De jaarfeesten worden gezamenlijk gevierd. Iedere zondagochtend houdt de gemeenschap een eigen bescheiden viering, met muziek of zingen, het lezen van de (Camphill)perikopen en een medewerker/ster die een passend verhaal vertelt. Maandelijks komt er een antroposofisch arts uit Lissabon (de énige in het land) of uit Duitsland op bezoek en dan is er ook een kinderbespreking.

‘Warm geld’

Het eerste woonhuis werd gefinancierd met een lening van de Iona Stichting, die door alle bij het Heilpedagogisch Verbond in Nederland aangesloten instellingen werd terugbetaald. Het tweede huis werd vanuit Portugal en Duitsland gefinancierd.

Tot op heden heeft de vereniging steeds met succes gezocht naar ‘warm’ geld voor investeringen. De Casa de Santa Isabel is vrij van financiële lasten; zo werd een omringend gebied van 24 ha. aangekocht.

De eerste tijd was er nog niet voldoende geld, zodat bepaalde dingen slechts konden doordat de pioniers afzagen van enige luxe. Bij gebrek aan verwarming lagen de medewerkers en kinderen bijvoorbeeld ’s winters met truien aan in bed. Ook deelde men in het karige bestaan van de bewoners van de streek (zie kader).

Huidige situatie

Er zijn momenteel (2005) 6 huizen, een school en verschillende werkplaatsen.

Medewerkers, ook met hun eigen gezin, wonen onder één dak met 7 tot 8 (jong)volwassenen met een handicap. Er werken nu 50 in- en externe medewerkers. Daaronder zijn vrijwilligers die er een jaar of soms langer wonen en werken.

Er zijn momenteel 40 inwonende kinderen, jongeren en volwassen companheiros (Portugees voor metgezellen, zoals de bewoners met een handicap worden genoemd) en 29 dagbestedingplaatsen. Deze plaatsen worden vooral ingenomen door (jong)volwassenen met een handicap, die een opleiding in de werkplaatsen volgen.

Deze werkplaatsen zijn: een bakkerij, naaiatelier, keuken, wasserij, weverij, timmerwerkplaats, bouwwerkplaats, land- en bosbouw, papierwerkplaats en er zijn 2 klassen in de school. Op school loopt het aantal leerlingen terug, die blijven steeds vaker op de openbare school. Vooral gehandicapte mensen uit de regio worden opgenomen, en wel met een medische indicatie, vaak gecombineerd met een sociale indicatie. De medewerkers worden, naast het klassieke heilpedagogische en sociaaltherapeutische werk, vaak geconfronteerd met de gevolgen van armoede, alcohol, veel geweld en soms ook seksueel misbruik. Doorstroming is er niet tot nauwelijks. Er is dan ook behoefte aan nieuwe initiatieven.

Integratie in de samenleving

De Casa de Santa Isabel is goed in de Portugese samenleving geïntegreerd. De samenwerking met de regionale vertegenwoordigingen van het Ministerie Van Onderwijs en het Ministerie van Arbeidsvoorziening is goed. De gemeenschap maakt deel uit van de ‘Rede Social’, een samenwerkingsverband van soortgelijke instellingen, sociale werkers, scholen en de gemeente. Medewerkers nemen deel aan rondetafelgesprekken over opvoeding, geven euritmie en soms voordrachten over heilpedagogie en sociaaltherapie in instituten voor Voortgezet Onderwijs. Jaarlijks komen er een flink aantal werkbezoeken van studenten.

Waar komen de medewerkers vandaan en wat trekt ze?

Vanaf het begin werd er gestreefd naar een internationale gemeenschap. Toen het werk begon zijn er meteen 8 mensen uit het dorp komen werken omdat ze humanitair werk zochten. Ondanks de negatieve beeldvorming die zich had gevormd als zou het een spiritistische of een communistische sekte zijn. De meesten van de eerste externe medewerkers werken er nog. Van de 50 medewerkers is de helft Portugees en de helft buitenlander; er zijn nu 7 verschillende nationaliteiten. De kritische grens is bereikt dat medewerkers elkaar persoonlijk kennen. Veel van de vaste externe medewerkers kwamen niet direct om de antroposofie, maar ze komen het in ‘de Casa’ wel tegen.

Er is een groep interne medewerkers die dit erfgoed, samen met de collega’s probeert door te dragen. En dan komen er jaarlijks 8-10 vrijwilligers, vooral uit Duitsland en Brazilië. Die krijgen heel wat voor hun kiezen, zijn in een vreemde omgeving, maken lange dagen, moeten de taal leren en vragen keer op keer om weer uit te leggen waarom men de dingen doet, zoals men ze doet. Maar dat houdt de gemeenschap fris. Vaste medewerkers en vrijwilligers uit het buitenland komen vanwege het land, de taal, de ontevredenstellende institutionele ‘zorg’ in eigen land, de esoterische geschiedenis van Portugal, het klimaat en het (regelmatig met vrijwilligers) surfen. Daarbij blijken de grensverleggende ervaring, de sociale processen in horizontaal georganiseerde werkgebieden in ‘de Casa’, de mogelijkheid tot het nemen van initiatieven, de confrontatie met beperkingen in het dagelijkse heilpedagogische of sociaaltherapeutische werk en het actief bezig zijn met de eigen biografie, belangrijke motieven.

Andere initiatieven in Portugal en Spanje

Ten Zuiden van Coimbra en nabij Guarda, zijn nog 2 initiatieven. In de Quinta das Pontes werken Iris Haegeli en Michael Exner (ex Camphill), beide sociaaltherapeuten, met 4 mensen met een handicap, die allen uit psychiatrische inrichtingen komen. In een mooie omgeving wordt daar vooral land- en tuinbouw bedreven. Maria José Diniz (ex Camphill) richtte ASTA op, dat nu een sociaaltherapeutische gemeenschap met zo’n 20 companheiros en enkele werkplaatsen is. Het ligt bij de Spaanse grens, in een kale en arme landstreek, op anderhalf uur rijden van de Casa de Santa Isabel. Deze instellingen zijn geen formele Camphillgemeenschappen, maar dragen er wel culturele kenmerken van.

In Spanje zijn drie initiatieven: Taller Rafael en Casa Hogar Tobias (in Madrid) en de Asociación San Juan op Tenerife.

Er is een plan voor het oprichten van een Iberische Confederatie, waarin alle kleine initiatieven in Portugal, Spanje en op Tenerife zich zullen bundelen. De samenwerking tussen de vertegenwoordigers van de Spaanse instellingen is moeizaam. In 2001 was er in Madrid een eerste bijeenkomst met dit doel. In São Romão en op Tenerife waren er daarna nog drie bijeenkomsten. Er is grote interesse en wil tot samenwerking op het gebied van een opleiding. Er worden sinds 2 jaar door medewerkers van de instellingen over en weer cursussen gegeven. Maar ook het lidmaatschap van het ECCE (Europese NGO voor heilpedagogie en sociaaltherapie) wordt belangrijk gevonden.

Momenteel staat het proces even stil, in afwachting van het advies van een advocaat over wellicht noodzakelijke gelijkvormige statuten. Waar mag en kan het landen? Het is een proces dat tijd nodig heeft, maar het zal zeker lukken.

Als dit idealistische plan té lang duurt, zal er in Portugal waarschijnlijk een eigen federatie worden opgericht, die op een later tijdstip met die van de Spaanse instellingen wordt samengevoegd.’

In kaders bij het artikel worden nog bijzonderheden gegeven, zoals over ‘Ligging en achtergrond’:

‘In het midden van Portugal onderaan de hellingen van de Serra da Estrela (hoogste bergtop (1991 m) ligt Casa de Santa Isabel aan de rand van het dorp São Romão, gemeente Seia. Het hele gebied is nationaal park, waardoor er sprake is van een ongerepte en afwisselende natuur. Scherpe kale bergen worden afgewisseld met bossen en lieflijke groene dalen. In de zomer liggen de temperaturen rond de 24-34 graden. ’s Winters kan het wat vriezen en wordt er geskied. São Romão ligt in het district Guarda, en maakt deel uit van de Beira Alta. Soms zie je zelfs nog mensen blootsvoets lopen en voor velen is er weinig te eten. De mensen met een handicap werden soms in de samenleving geïntegreerd, maar vaak ook opgesloten en mishandeld; dat verbetert nu wel.

De regio heeft een rijke historie. Talrijk zijn de sporen van de invasies van Romeinen, Moren, Spanjaarden en Fransen en ook burchten van de Tempelieren, prachtige kapellen en kerken. Na de moord op de koning en de troonopvolger werd in 1910 de 1e republiek uitgeroepen. Een lange militaire dictatuur volgde en daarna was de dictator António de Oliveira Salazar van 1933-1968 aan de macht. Het was toen nog een land met grote koloniën waarvan alle rijkdom naar het moederland ging, een rijke centrale bank, een heel sterke munteenheid, een beperkt aantal schatrijke en invloedrijke handeldrijvende families, een machtige roomskatholieke kerk, een kleine middenstand, sinds 1945 een geheime politie, politieke gevangenen en een grote ,arme, ongeschoolde en veelal agrarische bevolking. Heel veel Portugezen emigreerden (b.v.: alléén in Frankrijk leven nu ong. 1 miljoen Portugezen als buitenlandse werknemer). Salazar stierf voordat op 25 april 1974 de Anjer Revolutie uitbrak.

Portugal is een mooi land met een jonge democratische geschiedenis. Het is nu het armste land van West Europa, met een groeiende “brain-drain” van universitair geschoolden en veel jonge mensen die betere levensvoorwaarden in het buitenland zoeken.’

Ook mooi is de tekst over ‘De naam Santa Isabel’:

‘De naam Santa Isabel staat in Portugal vooral voor wat je met een groot woord “naastenliefde”, of zorg voor de minder bedeelden zou kunnen noemen. Er zijn tal van katholieke instellingen en zelfs een religieuze boekwinkel in Coimbra die zo heten. De heilige Isabel (1271-1336) is ook een heel bekende figuur in de Portugese literatuur. Isabella van Aragón was een kleindochter van keizer Friedrich II uit het geslacht Hohenstaufen en van de koning van Silezië. Zij was een achternicht van Elisabeth van Thüringen (waarnaar ze genoemd is en waarvan het lot veel op de hare leek; Isabella is de Spaanse vorm van Elisabeth) en de dochter van Pedro III, koning van Aragón.

Op 12-jarige leeftijd werd ze uitgehuwelijkt aan Koning Dionysius van Portugal, waarvan zij ook de buitenechtelijke kinderen onder haar hoede nam. De ziekelijk wantrouwige koning, die bang was dat de vrome en in deemoed levende Isabella met zijn zoon Alfons IV tegen hem samenspande, liet haar verbannen en trok in 1323 tegen zijn zoon ten oorlog. Isabella vluchtte uit haar verbanning, reed onbewapend tussen de strijdende legers door en bewerkstelligde de verzoening.

Ze ging een steeds dieper religieus leven leiden, ondersteunde kloosters en richtte het Clarissenklooster in Coimbra en veel ziekenhuizen op en bekommerde zich om de armen en zieken. Vooral haar inzet tijdens een grote hongersnood heeft haar geliefd gemaakt. Toen er in 1336 een oorlog uitbrak tussen haar zoon Alfons IV en zijn schoonvader, de koning van Castilië, reed zij ondanks haar hoge leeftijd en zwakke gezondheid naar Estremoz, stelde zich tussen de beide legers op en verhinderde opnieuw een oorlog. Spoedig daarop stierf ze van uitputting en ziekte en werd in Coimbra bijgezet. Bij haar graf vonden al spoedig vele wonderen plaats. Haar sterfdag, op 4 juli, wordt in Portugal herdacht. Isabella werd in 1625 door Paus Urban VIII heilig verklaard. Zij is o.a. schutspatrones van Portugal en van de stad Coimbra.

Als kenmerk wordt de heilige Isabel afgebeeld met rozen, het symbool van de Portugese koningen.’

In dit nummer van De Verbinding is ook een interview door Alexandra Buijsman met Bert ten Brinke over heilpedagogie en sociaaltherapie in Portugal, onder de titel ‘Grootschaligheid, magische momenten en gelijkwaardigheid zijn bevrijdend in een leefgemeenschap!’ Als motto dient deze uitspraak van Bert ten Brinke: ‘Het is de geheime taak van de companheiros, dingen mogelijk te maken die hard nodig zijn en die anders niet gebeuren.’ Ter verklaring staat in een voetnoot:

‘Het Portugese woord Companheiro wordt gebruikt voor mensen met een ontwikkelingsstoornis die in een sociaaltherapeutisch werkgebied werken of in een instelling wonen. Het betekent metgezel. Het drukt volgens de redactie van de Verbinding goed uit dat begeleiders en companheiros een deel van hun leven samen optrekken, een uitgangspunt van de sociaaltherapie.’

De openingsvraag van Alexandra Buijsman aan Bert ten Brinke is:

‘Hoe ben je in Portugal terechtgekomen?

Ik had vanuit mijzelf geen affiniteit met de zuidelijke landen. Wel interesseerde ik mij in de geschiedenis en toen ik in 1982 over de revolutie in 1974 in Portugal las, vroeg ik mij af hoe het zou zijn in een land waar zo recent nog geschiedenis is geschreven? In Nederland werkte ik na vele omzwervingen op de Dijckhof in Driebergen. Daar vond ik het bevrijdend dat je niet goed zag, wie de begeleider of de persoon met de handicap was. En de grootsheid van de leefgemeenschap sprak mij aan, dat er geen 7 maar 70 kopjes in de kast staan.

Daar ik bosbouw gestudeerd had, wilde ik zorgverlening met bosbouw combineren. Om dit ideaal te verwezenlijken stapte ik in 1983 met mijn vrouw Maddie in de “Dennenburg initiatiefgroep” samen met Henk Jan en Anneke Meyer, Karel en Joy Gouwenberg, Ulrike en Paul Mackay, Jan en Greet Vervoort, Ton en Janny Ponten en mijn vriend Jan Waardenburg. Deze bijzondere groep mensen wilde op Dennenburg een therapeutische leefgemeenschap beginnen rond bos- en landbouw. Er kwam toenadering vanuit de Zonnehuizen. Zij wilden helpen het landgoed te verwerven en wij zouden er gaan werken. Maar we wilden liever een vrij en onafhankelijke initiatief. Via via hoorden we toen over Casa de Santa Isabel in Portugal en dat ze daar mensen zochten.

Maddie en ik zijn gaan kijken, maar ik had niets met de taal en de cultuur. Het terrein sprak wel aan, vooral de grond “beneden aan de overzijde”. Er waren daar mensen nodig voor de start van een kleine boerderij met jong volwassenen. Daar voelden we ons direct thuis, maar er waren nog twijfels over de grond, het zou wellicht aan de kerk toegewezen worden! Op de middag dat we een besluit over Dennenburg zouden nemen, heb ik impulsief naar Portugal gebeld en hoorde toen dat de notaris zojuist de grond had toegewezen aan de Casa! Toen is ons besluit genomen! Het was niet gemakkelijk vrienden en familie op 2000 km achter te laten. We vroegen ons wel af hoe het zou gaan, maar de drijfveer was sterker en in 1984 gingen we gewoon. Ik merkte dat ik meegroeide op de plaats waar ik leefde. Er werden drie kinderen geboren en het leven leefde zich.

Wat doe je voor werk?

Na lange tijd in de landbouw gewerkt te hebben, doe ik sinds 9 jaar de bosbouwgroep en het beheer van het terrein. Beheer en brandveiligheid zijn belangrijke taken in een gebied waar bosbranden ieder jaar weer tot aan ons terrein oprukken. Verder zorg ik met de bosbouwgroep voor brandhout en hout voor bouwmaterialen en de timmerwerkplaats. Verder zit ik al jaren in de directiegroep. De vergaderingen hiervoor zijn goed met mijn andere werkzaamheden te combineren.

Je kwam met een ideaal, heb je dat kunnen verwezenlijken?

Wat mij aansprak was het ideaal van de horizontale structuur. Dat er een medewerkersraad is en een sociaal fonds, op individuele behoeften gericht, waren belangrijke redenen hier te komen. Het sociale fonds is er overigens in gewijzigde vorm nog steeds. Mijn doel was om in de bosbouw met mensen te werken. Daar ben ik aan toe gekomen nadat wij eerst een verwaarloosde boerderij hadden opgeknapt.

Wat doen jullie voor projecten?

Sinds kort nemen we ook werk aan in de omgeving van de Casa. Dan gaan we erop uit om bijvoorbeeld een terrein schoon te maken of gevaarlijke bomen te verwijderen. Dit is een goede leerervaring voor de companheiros en zorgt voor enige inkomsten. Momenteel zijn we ook bezig in het aangrenzende natuurpark en planten we eikels en andere bomen op plekken waar de bosbranden gewoed hebben. We zijn een actie aan het voorbereiden in samenwerking met de gemeente en enkele scholen. Dat zijn bijzondere initiatieven van hier. Dan voel ik, dat we, zoals Ita Wegman het beschreef, “Kultur Inseln” kunnen zijn met een uitstraling naar de omgeving. Het is de geheime taak van companheiros, dingen mogelijk te maken die hard nodig zijn en anders niet gebeuren. Als zij in hun werk gezien worden door de buitenwereld geeft ze dat een enorme stimulans. Onze taak als begeleiders is dit goed te stroomlijnen. Zonder companheiros zou er hier geen BD landbouw en bosbouw zijn. Zij zijn zeer gemotiveerd de natuur te verzorgen en ze zijn enthousiast voor wat er hier gebeurt. Voor een bosbouwer is 35 hectare grond maar weinig, maar we proberen de dingen groots te zien. En zoals moeder Theresa al zei, kan iets een druppel in de oceaan lijken, maar zonder die ene druppel zou toch de hele oceaan anders zijn. Ik zie het als een kwestie van lange adem en willen zaaien, zonder dat je direct de oogst zal zien. We leven hier onder de continue dreiging van de bosbranden. Vorig jaar kwam de brand tot 150 meter van onze grond. Daar draaide de wind en toen doofde het vuur. Dankbaar en opgelucht haalden we adem. De mensen uit ons huis waren al geëvacueerd. Dan kun je je afvragen, heeft het zin? Maar voor de companheiros én voor de natuur hier heeft het zin. Wat je vandaag doet, dat is het en daar gaat het om. Het wezenlijke is in het nu te zijn en te leven en dat te doen wat goed is.

Hoe is het met de contacten in Nederland en je gezin?

Het is boven verwachting goed gegaan. In deze mobiele tijd is het natuurlijk veel gemakkelijker geworden. Vrienden bezoeken ons hier en omdat je je realiseert dat je niet veel tijd hebt, ga je in het contact direct de diepte in. Daarnaast gaan we eens in de twee jaar naar Nederland. Bij ziekte of sterfgevallen is het soms wel ingewikkeld. Het was jammer dat we voor de companheiros vrijeschool pedagogiek organiseerden, maar voor onze eigen kinderen niet. Het staatsonderwijs was vooral de eerste jaren hard en kaal in vergelijking, maar we hebben in het gezin een aanvulling gegeven met muziek, verhalen, toneelstukken en de jaarfeesten natuurlijk. In ons sabbatjaar in Nederland, bezochten de kinderen de vrijeschool, maar na enkele maanden kregen ze toch heimwee naar Portugal, ze zijn daar geboren en getogen. Hoewel tweetalig opgevoed, voelen ze zich hier in Portugal thuis. Voor studie gaan ze nu wel naar Nederland, omdat er daar meer mogelijkheden zijn. Sinds enige jaren woont ons gezin in een nieuw huis, Casa Uriël, samen met 7 companheiros, een vaste medewerker en 2 vrijwilligers. Als huisgemeenschap zijn we met ongeveer 15 mensen, maar regelmatig eten er ook anderen mee.

Heeft je vrouw Maddie haar plek gevonden op de Casa?

Maddie hield zich de eerste jaren vooral bezig met het opvoeden van de kinderen en het huishouden. Ze rolde het groepswerk in. Later is ze kruiden gaan verbouwen voor theemengsels voor dagelijks en medicinaal gebruik. Ook maakt ze oliën, zalven en oude medicijnrecepten. Ieder jaar komt er een nieuw product bij, in eerste instantie voor eigen gebruik op de Casa, maar de producten worden ook verkocht in onze winkel in het dorp. Maddie is vaak in de tuin te vinden met 4 à 5 companheiros die haar helpen. Dit is belangrijk, omdat zij aandacht meebrengen die belangrijk is voor de tuin. Mensen met een klompvoet of een zwak hart hebben ogenschijnlijk niet het profiel voor tuinwerk, maar juist zij blijken in staat met plezier de “eindeloze” werkjes te doen, zoals berkenblaadjes ritsen of tijm schonen. En iemand die geen verschil ziet tussen gewenste en ongewenste kiemplanten, kan kruiwagens vol stenen “oogsten”, werk dat anders niet gedaan zou worden, omdat wieden prioriteit heeft. In de wintermaanden geeft Maddie therapeutische baden, wikkels en inwrijvingen aan companheiros. Zo heeft zij haar eigen interessegebieden kunnen ontwikkelen, zoals ik dat in de bosbouw heb gevonden.

Wat spreekt je aan in de gemeenschap van Casa de Santa Isabel?

Op schaarse momenten, bijv. tijdens jaarfeesten, ervaar je dat je in een gemeenschap leeft. Op die dag komt iedereen van overal (werkplaats, buiten, huis of school) samen. We doen iets wat er anders niet geweest zou zijn. We zijn even anders, creëren sfeer op een ander niveau, zingen, bespelen instrumenten en luisteren naar verhalen met oerbeeldkarakter. Dit beleef ik als magische momenten, even uit de dagelijkse beslommeringen en bij elkaar zijn om een ritueel te volbrengen. Ook vieren we verjaardagen op bijzondere wijze. Met de volwassen companheiros blikken we terug op het afgelopen jaar en kijken vooruit naar het komende jaar. Ogenschijnlijk zijn zij de hulpvragers, maar dat is slechts de buitenkant. Als je daar als begeleider wakker voor bent, liggen er vele mogelijkheden om je te scholen. De confrontatie met bijvoorbeeld je irritatie over een tic van een companheiro biedt je kansen je los te weken uit je eigen patronen en je te schaven aan het gedrag van die ander. Dan is het geen werk meer, maar leven. Mensen die dit niet pakken, gaan binnen de kortste keren weg, omdat ze gefrustreerd raken. Je gaat bewust of onbewust die weg. Tijdens studiedagen of reflectiemomenten proberen we elkaar daarop te wijzen. Dat is wat de antroposofie als meerwaarde brengt.

Wat vind je van de oprichtingsimpuls terug in het 25 jarig bestaan van de Casa?

We hadden in 1990 een biografiecursus van Ursula Burkhardt. Daarin spraken we over de begintijd van de Casa. Er kwam ter sprake dat het initiatief vanuit een Michaëlimpuls ontstaan is, dat wil zeggen vanuit een dienende houding en het besef dat er een geestelijke wereld is, die de ontwikkeling van de mensheid en ieder individu wil steunen, maar daarin afhankelijk is van of de mensen dat ook willen en daaraan actief meewerken. Toen de eerste spade de grond inging, verdampte dit besef uit het bewustzijn. Bij het stilstaan bij onze eerste maanknoop, enkele jaren geleden, kwam dit weer ter sprake en zochten we naar een manier om onze gemeenschappelijke inspiratie vorm te geven. Sindsdien wordt er iedere zondagmorgen, door mensen die dat willen, een spreuk gezegd. Met dit spreukritueel proberen we het uitzicht, het bewustzijn voor de geestelijke wereld, te verruimen, dat door de beslommeringen van alledag versluierd raakt. Ik ga er niet altijd heen, maar zeg deze spreuk daar waar ik ben, omdat ik weet dat de kracht van het ritme werkt. Er is hierdoor een nieuwe gemeenschappelijkheid ontstaan, die de impuls opnieuw in het bewustzijn bracht.

Hoe zie je jouw toekomst?

Er liggen nog genoeg uitdagingen. Allereerst de bosbouw buiten de instelling verder ontwikkelen en verzorgen samen met de companheiros, als antwoord op die catastrofale branden. En daarnaast zet ik me in voor de gezamenlijke opleiding van Spaanse en Portugese instellingen. Voor dit laatste hebben we een bijeenkomst gehad met vertegenwoordigers uit 7 instellingen uit Spanje en Portugal en daar bleek dat we samen nog geen 10 opgeleide medewerkers hebben. Er is een enorme behoefte aan scholing. De meeste mensen rollen in het werk zonder diploma’s. Ik zie een soort rondreizende opleiding voor me, van een groepje ervaren medewerkers die de instellingen afgaan en overal een weekend les geven. Samen met mijn collega Barbara doe ik mee aan de traineropleiding van de internationale opleidingskring (Leonardo da Vinci programma). We hopen daar voldoende bagage mee te krijgen om onze eigen triale opleiding vorm te geven door kennis aan kunst en ervaring te koppelen. In Madrid is een vrije pedagogische academie en daar ligt het plan een aparte poot op te zetten voor het therapeutisch onderwijs aan kinderen met een handicap. Het zou fantastisch zijn als dat allemaal zou lukken.’

In een apart kader wordt ook nog verhaald over ‘Bosbeheer Casa de Santa Isabel’:

‘In de afgelopen jaren is er veel bosgrond rond de Casa bijgekocht om de druk van bebouwing tegen te gaan. De 35 hectare is heel bewerkelijk, omdat het een bergachtig terrein is wat niet met grote machines bewerkt kan worden. Het levert prachtig handwerk op met de companheiros. Dagelijks trekt een groep van 5-7 companheiros en 2 begeleiders het bos in met zagen, bijlen en sikkels. Hun taken zijn nieuwe bomen aanplanten, jonge bomen verzorgen, bomen water geven in de lange droge zomermaanden, vrijstellen van onkruid, uitdunnen of vellen. Nadat een boom geveld is, moeten de takken verwijderd worden, de stukken hout opgeladen op de aanhanger, getransporteerd, gekloofd, gedroogd en gestapeld. De companheiros kunnen daarbij hun talenten kwijt. De één begiet met liefde de bomen, de ander maakt een keurige kaarsrecht gestapelde houtvoorraad en een ander leert met een kleine machine te werken. Sinds enkele jaren is er een eigen boomkwekerij waar vooral loofbomen gekweekt worden om monotonie van de naaldbomen te doorbreken: berken, eiken, tamme kastanjes en esdoorns.’

Zo zijn we weer aardig bijgepraat over heilpedagogie en sociaaltherapie in Portugal.

Geen opmerkingen:

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Volgen op Facebook


Translate

Volgers

Herkomst actuele bezoeker(s)

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code

Gezamenlijke antroposofische agenda (in samenwerking met AntroVista)