Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

zondag 13 juli 2008

Het eigen ware verhaal

Tussen de Vrije Hogeschool in Driebergen en de universiteit van Witten Herdecke in Duitsland bleek gisteren op dit weblog een verrassende samenhang te bestaan. Witten Herdecke is sinds kort in the picture, omdat Jan Willem Nienhuys tamboereert op de slechte kwaliteit van het professoraat dat Jan Keppel Hesselink daar al dan niet heeft verkregen. Waarmee Keppel Hesselink wordt gedesavoueerd om ook maar enige geldende uitspraak over niet-reguliere behandelwijzen te kunnen en mogen doen.

Tussen twee haakjes, om deze aantijgingen te pareren heeft de mans biografie op zijn Iocob-website sinds kort enkele aanvullingen en preciseringen gekregen. Heette het eerst meer amicaal: ‘Jan is arts, bioloog, farmacoloog en hypnotherapeut/acupuncturist en volgde een opleiding voor ziekenhuisdirecteur bij het Nederlands Ziekenhuisinstituut. Hij werkte enkele jaren als arts in de academische kliniek voor neurologie in Utrecht. In die tijd promoveerde hij op een neurologisch onderwerp (de ziekte van Parkinson) en deed onderzoek naar het ontstaan van vele neurologische en neuromusculaire ziektebeelden.’ Tegenwoordig staat er, meer feitelijk, compleet met titels en jaartallen:

‘In 1980 studeerde Jan cum laude af als bioloog aan de Universiteit van Utrecht, en hij ronde zijn medische opleiding af in 1985. Jan is BIG geregistreerd arts, en geregistreerd hypnotherapeut/acupuncturist. Hij ronde in 1992 een opleiding voor ziekenhuisdirecteur af, bij het Nederlands Ziekenhuisinstituut. Hij werkte enkele jaren als arts in de academische kliniek voor neurologie in Utrecht. In 1986 promoveerde hij aan de Universiteit van Nijmegen op een neurologisch onderwerp (de ziekte van Parkinson) en deed onderzoek naar het ontstaan van vele neurologische en neuromusculaire ziektebeelden.’

Over Witten Herdecke meldden de biografische gegevens tot voor kort: ‘Hij werd in 1996 benoemd als hoogleraar moleculaire farmacologie aan de Universiteit van Witten/Herdecke in Duitsland. Zijn benoeming werd o.a. vermeld in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (NTvG).’ Deze tekst is nu behoorlijk uitgebreid, met een directe link naar de min of meer externe leerstoel voor klinische farmacologie aan de universiteit, waarbij Keppel Hesselink deel uitmaakt van het team dat rondom deze leerstoel blijkt te bestaan, wat mikpunt werd van Nienhuys’ commentaar bij het artikel van Frits van Dam.

‘Hij werd in 1996 benoemd als buitengewoon hoogleraar moleculaire farmacologie, binnen de faculteit voor natuurwetenschappen, met het recht om promovendi te begeleiden (“ius promovendi”), aan de Universiteit van Witten/Herdecke in Duitsland. Hij geeft o.a. les in moleculaire farmacologie en geneesmiddelen ontwikkeling. Zijn benoeming werd o.a. vermeld in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (NTvG). Sinds 2007 is hij verbonden aan het instituut voor klinische farmacologie van dezelfde universiteit. De universiteit van Witten Herdecke is de eerste privé universiteit in Duitsland en staat bekend om zijn innovatieve karakter. Deze universiteit is in Duitsland een van de beste op het gebied van o.a. geneeskunde en economie volgens het academische scoringssysteem en onderzoeken door Zeit, Stern en Spiegel.’

En dan de relatie die Jan Willem Nienhuys constateerde tussen deze universiteit en Robert Gorter. Ook daar is wat mee, maar dan nog veel ingewikkelder. Wat wil je, Gorter is antroposoof. In februari 2003 werd hij uitgebreid geïnterviewd door Petra Weeda in het maandblad Jonas Magazine, nr. 66. Dit Jonas Magazine was de voortzetting van het aloude antroposofische tijdschrift Jonas (dus nog zonder Magazine, in een ander verband schreef ik hier al eerder kort over), dat sinds september 1997 werd gemaakt door Ad van der Neut en Eugène Jacobs en dat op zijn beurt in november 2006 overging in Zens. Tegenwoordig bestaat het helemaal niet meer, in geen enkele vorm. Trouwens, als u wilt lezen hoe het in die aloude tijd toeging bij Jonas, leest u dan ‘Om gegronde redenen’ van Jelle van der Meulen, die van dit tijdschrift langere tijd hoofdredacteur was.

In het interview uit 2003 krijgt Robert Gorter alle ruimte om zijn verhaal te doen, waarbij hij ook uitvoerig ingaat op zijn relatie met de universiteit van Witten Herdecke. Dit is op zo’n manier vervlochten in de context van zijn hele leven, dat het moeilijk is om dit gedeelte eruit te lichten. Hij vertelt bijzonder openhartig vanuit zijn eigen optiek over lukken en mislukken in zijn leven, wat een goed inzicht geeft in ’s mans drijfveren. Omdat er op internet zo bijzonder veel over hem als omstreden persoon te vinden is, maar niet dit interview opgetekend uit zijn eigen mond met zijn hele levensverhaal tot dan toe, en omdat het blad waarin het stond inmiddels toch ter ziele is, denk ik dat ik het wel kan maken om het hele interview hier op te nemen. Het is interessant genoeg om dit te kunnen rechtvaardigen. Het is heel lang, dus gaat u er maar eens goed voor zitten.

Robert Gorter: ‘Ik doe wat ik vind dat ik moet doen, ook als de hele wereld tegen me is’

Door: Petra Weeda

Antroposofisch arts Robert Gorter (56) is oprichter en stuwende kracht van ene groot aantal baanbrekende en daardoor spraakmakende (medische) initiatieven. Zijn gedrevenheid, onuitputtelijke energie en passie voor vernieuwing en experiment – gecombineerd met zijn in alle openheid beleden homoseksualiteit – wekken zowel bewondering als aversie en tegenwerking. Zijn nieuwste project: Medical Centre Cologne.

Het grote kantoorblok ligt in hartje Keulen. Op de begane grond een drukke supermarkt, op de eerste etage een fitnesscentrum. De lift naar de vijfde brengt een totale sfeermetamorfose: sereen, sober maar stijlvol, deftig haast. Een lange gang, lichte kamers, witte wanden, grijze vloeren, strakke ronde vormen en veel kersenhout. Hier vestigde de antroposofische arts Robert Gorter ongeveer een jaar geleden zijn Medical Centre Cologne (MCC), een dagkliniek waar traditionele geneeskundige inzichten worden gecombineerd met nieuwe therapieën, met name bij de behandeling van kankerpatiënten. Het is niet het eerste spraakmakende initiatief waarmee Gorter vriend en vijand in de medische wereld verrast. Toewijding aan patiënten, fascinatie voor onderzoek en bovenal een passie voor beweging en vernieuwing voerden hem naar de plekken waar hij die kwaliteiten kon inzetten, waar ter wereld dat ook was.

We hebben een paar uur uitgetrokken voor het gesprek. Het blijkt nauwelijks genoeg. Veel gebeurtenissen uit zijn leven worden slechts aangestipt. Zoals bijvoorbeeld het eerste methadonproject in Europa dat hij in 1971 in Amsterdam opzette en dat resulteerde in het eerste dagopvangcentrum voor junks. Of het gebruik van cannabis bij gewichtsverlies en pijnbestrijding waar hij al in de jaren zeventig mee experimenteerde. Hij had gemerkt dat blowende huisgenoten iedere nacht eieren stonden te bakken omdat het roken van joints hongerig maakt. Hij dacht aan patiënten die leden onder voortdurend gebrek aan eetlust en combineerde de fenomenen. (“We verbouwden de cannabis in het Vondelpark en daarvan maakte ik een tinctuur. Veel patiënten bleken bij gebruik daarvan minder last van pijn te hebben.”) En – het meest recent – het Long Distance Learning Program (LDLP), het via internet aan te bieden masters degree for anthroposophical health studies dat hij tussen neus en lippen door ontwikkelde als bijscholing voor mensen die werken in de medische wereld en in de zorg. (“Ik dacht: als je nou in Oeganda woont, in de bush van Zuid-Afrika of op de pampa in Argentinië – hoe kan je dan in godsnaam in contact komen met de antroposofische ideeën als je dat zou willen? Binnenkort kan iedereen die een telefoon heeft daartoe toegang krijgen.”) De virtuele colleges van het LDLP zullen worden aangeboden via de universiteiten van San Francisco en Johannesburg en – naar het zich laat aanzien – ook door de Leidse Hogeschool.

Cannabis en internet

Gorter: “Ik ben nu 56 jaar en oud genoeg om dingen te vertellen waar ik hiervoor nooit over sprak. Misschien kan het een inspiratiebron zijn voor anderen.” Zijn kraakheldere lichtblauwe ogen kijken me even heel direct aan, om het volgende ogenblik weer schuil te gaan achter nerveus knipperende oogleden. Toch is hij niet rusteloos. Wel haastig, gedreven, enthousiast. Eigenschappen die ik me herinner van decennia geleden, toen Jonas en hij buren waren in de drie panden die hij aan de Weteringschans in Amsterdam bezat en waarin onder meer zijn huisartsenpraktijk was gevestigd. En van mijn bezoek aan hem in de VS, jaren later, toen hij in het ziekenhuis van San Francisco volledig opging in onderzoek en behandeling van de nieuwe ziekte die daar onder homoseksuelen was uitgebroken en die kort daarna ook de rest van de wereld zou overspoelen: aids.

Zijn motief om naar de VS te vertrekken had overigens niets met aids te maken maar met antroposofie, de drijfveer voor alles wat hij onderneemt. Hoewel zijn huisartsenpraktijk in de jaren zeventig floreert door de toestroom van Amsterdammers die in Robert Gorter een arts vinden die antroposofie uit de mufheid van de wollen sokken en de stoffige leesgroepjes haalt, gaat hij toch in op de uitnodiging van de Amerikaanse Antroposofische Vereniging om de groei van de antroposofische beweging in Californië te ondersteunen en daar een artsenpraktijk op te zetten. Omdat hij “voelde dat het karma op zijn deur klopte”. Maar als men in Amerikaanse antroposofische kringen ontdekt dat hij homoseksueel is, ontvangt hij bericht dat hij niet meer welkom is. Gorter: “Toen wist ik zeker dat ik moest gaan”.

Het is zo’n moment van vastbesloten eigenzinnigheid dat meestal een keerpunt in zijn leven markeert. Zelf brengt hij die vastbeslotenheid in verband met een ervaring op school toen hij acht jaar was. “Voor het bord hing een schoolplaat van de Rijksdag in Worms met daarop aan de ene kant Luther in een kale, bruine pij en aan de andere Karel V en een aantal bisschoppen. Die mannen vragen Luther om zijn stellingen te herroepen. Luther weigert en zegt: ‘Ik sta hier en ik kan niet anders.’ Dat maakte diepe indruk op me. Het schoot door mij heen dat ik later ook zo zou willen zijn. Dat ik doe wat ik vind dat ik moet doen, ook als de hele wereld tegen me is.”

Tegenwerking

Gorter weet dat hij in Californië op behoorlijke tegenwerking moet rekenen. Maar het wordt erger dan hij had kunnen vermoeden. Ondanks smaad en boycot van de zijde van de Amerikaanse Antroposofische Vereniging in Californië, slaagt hij erin de antroposofische geneeskunde daar in de lift te krijgen. Op de universiteit van San Francisco schoolt hij zich bij tot internist. Als het aids-probleem die stad begint te teisteren, gaat hij in het ziekenhuis werken. Eerst als assistent, later als arts en HIV-onderzoeker. “Dat ik ook professor zou worden aan de universiteit van San Francisco, had ik niet voorzien. Maar zo gaan de dingen als je het leven omarmt.”

Veel gebeurtenissen in zijn leven heeft hij overigens wel voorzien. In zijn kindertijd krijgt hij verschillende keren een vooruitblik. Zoals rond zijn vierde als hij plotseling beseft dat je moet doden om vlees op je bord te krijgen. Hij begrijpt dat zijn lichaam een bijzonder geschenk is en besluit daar geen vlees meer in te stoppen. Uit achting voor dat lichaam zal hij ook nooit roken en drinken. Maar belangrijker is de ervaring die hij op zijn negende in het Volkenkundig Museum in Leiden heeft. Als hij een zachtverlichte ruimte met oude boeddhabeelden binnen loopt, valt hij flauw. Zijn ouders schrikken maar Robert heeft op dat moment een heel intense ervaring. “Ik zag dat ik al veel levens had gehad en de wereld van de boeddha’s goed kende. Ik kreeg ook een vooruitblik op dit leven en begreep dat ik vaak uitgetest zou worden. Ik zou kanker krijgen en alles zou afhangen van de manier waarop ik daarmee om zou gaan.” Deze ervaring leidt er toe dat hij zich in het boeddhisme en de theosofie gaat verdiepen. Gaandeweg merkt hij dat hij daarin iets mist. Als hij in zijn laatste studiejaar boeken van Rudolf Steiner in handen krijgt, realiseert hij zich dat de christelijke impuls waarover Steiner spreekt precies datgene is wat hij miste.

De kanker komt in 1973, veel eerder dan hij had gedacht. Hij is afgestudeerd en heeft net het eerste grote pand aan de Weteringschans in Amsterdam gekocht. Zonder ruchtbaarheid te geven aan zijn ziekte laat hij zich onder lokale verdoving opereren. De kanker blijkt in een ver stadium. Men geeft hem nog een maand of zes. Hij trekt het infuus uit zijn arm, verlaat het ziekenhuis en keert terug naar zijn praktijk op de Weteringschans. Hij wil werken, zeven dagen per week. Want het pand moet, zoals hij heeft beloofd, behouden blijven voor de inmiddels opgerichte patiëntenkring. “Ik keek de dood in de ogen en wist dat het van mijzelf afhing of ik zou blijven leven. Ik ging heileuritmie doen en behandelde mezelf met Iscador, het vanuit de antroposofie ontwikkelde maretakpreparaat tegen kanker. Dat was alles.” Hij geneest en dat vormt het fundament voor zijn blijvende verbondenheid met kankeronderzoek en de behandeling met maretak. Hij raakt ervan overtuigd dat maretak een wezenlijk onderdeel is van kankerbestrijding, maar alleen als het wordt ondersteund door de bereidheid “je biografie in eigen hand te nemen”.

Iscador

Tijdens zijn jaren in Californië krijgt hij van de zijde van de Amerikaanse regering een onderzoeksopdracht naar de behandeling van HIV met Iscador. Hij vraagt toestemming aan de Amerikaanse Food and Drugs Administration (FDA) om dat onderzoek op mensen te mogen doen zonder het middel eerst op dieren te hebben uitgetest. Intussen krijgt hij echter, na zeven jaar hoogleraarschap, een sabbatical jaar en overweegt naar de antroposofische universiteit Witten/Herdecke in Duitsland te gaan die hem heeft uitgenodigd om als vice-decaan te komen werken. Voordat hij beslist, geeft hij een proefcollege tijdens een workshop van Herdeckestudenten in Driebergen. Na afloop valt zijn oog op een groepje studenten dat buiten in de ondergaande zon staat te praten. “Een van die studenten herkende ik. Niet aan zijn gezicht, want dat zag ik niet eens, maar aan zijn bewegingen. Ter plekke wist ik dat ik voor hem naar Herdecke moest gaan. Weken later zag ik hem in Herdecke terug. We keken elkaar aan en ik wist dat het karmische dubbeltje was gevallen. Matthias Stoss en ik werden vrienden.”

Als Gorter van de FDA alsnog toestemming krijgt voor het Iscadoronderzoek op mensen met HIV en hij zich daar een dag per week in het Herdeckeziekenhuis aan wil wijden, wordt hem daar de toegang geweigerd. Net als in de VS blijkt hij ook hier op de ‘zwarte lijst’ te zijn beland vanwege zijn homoseksualiteit. Het onderzoek gaat niet door. Wel blijft hij als docent aan de univer­siteit Herdecke verbonden.

Dan dient zich een onverwachte en unieke uitdaging aan. Tijdens een etentje vertelt de eerste secretaris van de Nederlandse ambassade in Duitsland hem dat hij een goede buur zoekt voor de nieuw te bouwen Nederlandse ambassade in hartje Berlijn. Gorter aarzelt geen moment en zegt: “Die buurman ben ik”. Hij vat het plan op om er een antroposofisch medisch onderzoekscentrum vestigen. Van daaruit zou de antroposofie een duidelijke en zichtbare bijdrage kunnen leveren aan de samenleving op een manier zoals organisaties als Greenpeace en Amnesty International, die ook een appèl doen op het bewustzijn van mensen, dat vanuit hun hoofdkwartieren in praktijk brengen.

Hij splitst de gerenommeerde architect Rem Koolhaas een paar boeken van Rudolf Steiner over architectuur in de maag en vindt hem bereid het ontwerp te maken voor een ‘beweeglijk’ gebouw dat tegen het postmoderne onderkomen van Nederlandse ambassade zal worden aangebouwd. Er wordt een stichting opgericht, er is enthousiasme en er komen substantiële donaties. Maar ook problemen. Na een verschil van mening met de leiding van het antroposofisch kankeronderzoeksinstituut in Zwitserland over de onderbouwing van hun onderzoeken en een conflict met de fabrikant van Iscador over de kwaliteit daarvan, is zijn positie in Berlijn niet meer te houden. Het stichtingsbestuur vraagt hem op te stappen om het initiatief te redden. Hij weigert het geld dat hem wordt geboden omdat hij het als zwijggeld beschouwt maar trekt zich wel terug.

Uit frustratie over de problemen heeft Matthias Stoss Berlijn al eerder dan Robert verlaten. Gorter, die als gastdocent aan de universiteit van Johannesburg de ontwikkelingen daar op de voet volgt, raadt hem aan naar Zuid-Afrika te gaan om daar als jonge arts de net ontluikende antroposofische geneeskunde een duwtje te geven. Robert zelf blijft in Berlijn achter. Op 3 april 2002 wordt Matthias, 36 jaar oud, op weg van zijn werk naar huis vermoord. Gorter: “Net als de kanker kwam ook het sterven van Matthias veel eerder dan ik had verwacht.”

Nieuwe therapieën

Gorter krijgt van de GGD Düsseldorf een nieuwe kans om samen met acht artsen uit de regio, het FDA-onderzoek dat Herdecke dwarsboomde alsnog uit te voeren. Diezelfde artsen, die een grote interesse voor antroposofie en natuurlijke geneeswijzen met elkaar delen, nodigen hem uit naar Keulen te komen om gezamenlijk een kliniek op te zetten voor de behandeling van kanker waarbij traditionele methoden worden vervangen door of gecombineerd met nieuwe therapieën. Hij reist direct af naar Keulen en een half jaar later is het Medical Centre Cologne (MCC) een feit.

Kern van de nieuwe benadering van het MCC zijn de behandelingen met de zogeheten dendritische cellen, met maretak en met hyperthermie. Gorter: “Het onderzoek naar HIV heeft ons enorm veel geleerd over het immuunsysteem, ook bij kanker. Nu weten we dat de dendritische cellen iedere cel in je lichaam aftasten om te weten te komen of hij abnormaal is. Wanneer dat het geval is worden er hulptroepen ingeschakeld in de vorm van de natural killer cellen uit de lymfeklieren die de cel lokaliseren en doden. Kankerpatiënten hebben te weinig dendritische cellen of ze functioneren niet goed. Voor de therapie wordt bloed van de patiënt naar een eigen laboratorium gestuurd dat wordt beheerd door een consortium waarvan universiteiten van Göttingen en Wenen – en binnenkort waarschijnlijk ook Amsterdam – deel uit maken. Uit dat bloed worden nog ongevormde bloedlichaampjes geïsoleerd en uitgerijpt tot dendritische cellen. Die worden teruggegeven aan de patiënt. Net als de hyperthermie – waarbij de patiënt in een soort tentje ligt waarin de lichaamstemperatuur langzaam wordt verhoogd naar het koortsniveau – heeft de behandeling geen bijwerkingen en past hij daardoor ook goed in de opzet van een dagkliniek. Essentieel onderdeel van de therapie van het MCC is de life style change, of, zoals Gorter dat eerder noemde: het “ter hand nemen van je eigen biografie.” “Daar valt alles onder wat zinvol is in te bedden in de therapie en het leven van een patiënt die weet dat hij aan een levensbedreigende ziekte lijdt. Dat kan variëren van aandacht voor fitness en voeding tot therapeu­tische gesprekken en van schildertherapie en heileuritmie tot gewoon lekker fietsen. Maar het allerbelangrijkste is dat we hier een cultuur scheppen waarin mensen zich gehoord, gezien en begrepen voelen.”

Naast kanker worden in het MCC ook multiple sclerose, HIV en het volgens Gorter sterk onderschatte chronische vermoeidheidssyndroom behandeld. Binnenkort zal het dertienkoppige artsenteam worden aangevuld met twee oogartsen. Van over de hele wereld komen de patiënten aanreizen. Niet zelden zijn het bekende namen. Hij zoekt ze niet, zegt Gorter, maar ze weten hem te vinden. En hij maakt er geen geheim van dat hij daar plezier aan beleeft. Maar dat de behandeling uitsluitend bereikbaar is voor mensen met een dikke portemonnee, wijst hij zeer beslist van de hand. “Het zijn vooral de laboratoriumkosten die de basisprijs op € 3000 per behandeling brengen. Na drie behandelingen van enkele dagen per maand kun je merken of het helpt en voor verdere behandeling beslissen.”

Chemotherapie en operatieve ingrepen, zeker als die onder plaatselijke verdoving kunnen worden uitgevoerd, worden door de artsen van het MCC niet categorisch van de hand gewezen. Wanneer een tumor goed te opereren is, raadt Gorter zelfs aan dat eerst te doen omdat een tumor toch een belasting voor het lichaam vormt.

Sinds januari 2002 draait de kliniek nu en Gorter is tevreden over de groeiende erkenning. Ook al komt die niet uit de antroposofische hoek. Gorter: “Als je professioneel werkt, krijg je altijd erkenning. Ik ben professor aan vijf universiteiten verspreid over de wereld en dat ik antroposoof ben is daarbij niet relevant. Maar binnen de antroposofie word ik altijd “vergruisd”. Ik pas niet in het antroposofische kader en ben daarom onwelkom. Dat snap ik niet. Maar het leven is kort, de tijd dringt en ik heb geen zin om tegen truttigheid te vechten. Ik vecht liever vóór iets.”

Medical Centre Cologne (das Gesundheitszentrum), Hohenstaufenring 30-32, 50674 Keulen (0), www.koelner-modell.de

Het artikel in Jonas Magazine nr. 66 van februari 2003 eindigt op deze plek met de genoemde link. Wanneer je die op internet volgt, kom je uit bij het IOKZ, het Immunologisches und Onkologisches Zentrum Köln. Hier is echter geen Robert Gorter te vinden. Voor hem moet je ergens anders op internet wezen, namelijk het Medical Centre Cologne (MCC). Hoe zit dit dan?

De Belgische evenknie van Skepter en de Vereniging tegen de Kwakzalverij, SKEPP (Studiekring voor Kritische Evaluatie van Pseudo-wetenschap en het Paranormale), heeft destijds aandacht aan het Kölner Modell besteed (waarschijnlijk was dat in voorjaar 2005). Uiteraard negatieve aandacht. De twee auteurs van het stuk kregen echter op 27 september 2005 een verrassende reactie uit Keulen, van de bedrijfsleider van de instelling. Deze schreef in zijn beste Nederlands:

‘(...) door talrijke gebeurtenissen zagen wij ons verplicht van Robert Gorter per 01.07.2005 uit onze maatschappij te ontslaan. Tot onze grote verbazing moesten wij nochtans vaststellen dat hij zijn aktiviteiten wel onder een nieuwe homepage (www.cologne-model.com) voortzet maar onder hetzelfde adres. (Hohenstaufenring 30-32 – 50674 Köln)
Wij stellen zeer op prijs U uitdrukkelijk te informeren dat wij ons helemaal distantieren van het geneeskundig optreden en te werk gaan van Robert Gorter.
Daarom zouden wij U willen vragen om in uw artikel de link naar „Koelner Modell van Dr. Robert Gorter“ door http://www.cologne-model.com.html/home/team.htm te vervangen. Dat maakt het voor de geinteresseerde gemakkelijker verder informaties over Robert Gorter te krijgen.’

Zoals hier in het eerdere bericht over Robert Gorter gemeld, verscheen in september 2006 een artikel over hem in Ode. Daarbij werd aangekondigd dat hij op 4 oktober een door Ode georganiseerde lezing in Nederland zou komen houden. Op de dag daarvoor publiceerde de site van het Algemeen Dagblad een artikel met de titel: ‘Wonderdokter of kwakzalver?’ Hierin schrijft Martine Boelsma:

‘Gorter, tot voor kort werkzaam bij het Immunologisch Oncologisch Centrum IOZK in Keulen, noemt zich professor en oncoloog. De ziektes die hij zegt te kunnen behandelen: kanker, aids en chronische vermoeidheid. Maar ook voor frivoler zaken als verjongingskuren kunt u bij Gorter terecht. Een telefoontje naar het IOZK leert dat Gorter daar is ontslagen. Wilfred Stücker, heilpraktiker en oud-medewerker: “Hij zit nog wel in dit gebouw. Als het aan ons had gelegen, was hij al vertrokken. Maar hij huurt drie kamers in onze praktijk, waarvan het huurcontract pas eind dit jaar afloopt. We kunnen hem er niet eerder uitzetten.”
Stücker noemt Gorter ‘een koekoeksjong’. “Wij hebben hem in 2000 binnengehaald als woordvoerder. Al snel wilde hij de leiding van het centrum op zich nemen en zelf behandelingen uitvoeren. Daar is hij echter niet toe gekwalificeerd. Het conflict dat hierover onstond leidde uiteindelijk tot zijn ontslag.” Triest vindt Stücker het dat Gorter vervolgens op eigen houtje aan de slag is gegaan met een veelbelovende experimentele therapie tegen kanker.’

Nadat lezers veertig reacties hadden geplaatst die steeds heftiger werden, sloot de redactie de discussie. Maar meteen de volgende dag kwam de website van het AD al met een follow-up: ‘Gorter doet alleen maar loze beloften’, waarin negatieve patiëntenervaringen werden weergegeven. Om naar aanleiding van al deze publiciteit eveneens aan de verhalen van patiënten ruimte te bieden, werd op het lotgenotenforum van Stichting Diagnose Kanker zelfs een hele pagina hiervoor aangemaakt, met als titel: ‘Dr. Gorter, een dure kwakzalver?’ Met vraagteken, dat wel. Hoewel de moderatoren zelf van het forum al duidelijk hun mening hadden, kwamen de meeste reacties toch van mensen die overwegend positief waren. Merkwaardig genoeg verstomde dit forum echter kort daarop, ondanks dringende verzoeken om meer berichten en ervaringen.

zaterdag 12 juli 2008

Academies, hogescholen, universiteiten

Academies, hogescholen, universiteiten, het lijkt ondertussen of dit weblog met antroposofie in de pers alleen nog maar hierover gaat. Ik zou eigenlijk moeten resumeren wat er allemaal op dit gebied al voorbij is gekomen in de korte tijd dat dit weblog bestaat. Ik doe dat nu even voor de vuist weg uit mijn herinnering: Academie De Wervel, Hogeschool Leiden, Hogeschool Helicon, maar ook de Vrije Hogeschool voor Geesteswetenschap van de Antroposofische Vereniging. (Het lukt me natuurlijk niet om dit half te doen, ik heb toch maar even precies nagekeken waar wat voorkomt, en dat heb ik hieronder op een rijtje gezet.) Wat universiteiten aangaat, is het heel wat minder eenduidig; hier en daar wordt er even een bestaande universiteit(sstad) genoemd. Inzake antroposofie zijn er heel recent wel twee voorbijgekomen, maar die zijn allebei enigszins apart: een netwerkuniversiteit is geen echte universiteit, en de tweede universiteit in deze kolommen doet alleen voor spek en bonen mee.

U vraagt zich misschien af: waar is de Vrije Hogeschool in Driebergen in dit rijtje? Nou, dat komt goed uit, want daar wilde ik net naartoe. Daar is best het nodige over te melden, al langere tijd trouwens. Waar ik vandaag aandacht aan wil besteden, is de volgende interessante coïncidentie. U herinnert zich misschien nog wel dat Jan Willem Nienhuys afgelopen maandag een belangrijke vingerwijzing zag in het feit dat bepaalde mensen, die voor hem een richting vertegenwoordigen die hem bijzonder onaangenaam treft, verbonden zijn of waren aan de Universiteit van Witten Herdecke. Deze universiteit kwam ook al ter sprake in het opinieartikel van Frits van Dam, maar dan impliciet, terwijl in de reacties dezelfde Nienhuys dit heel expliciet maakt, volledig toegespitst op Jan Keppel Hesselink en zijn professoraat aldaar.

Wat heeft dit met de Vrije Hogeschool te maken? Er is een artikel van Michiel ter Horst uit 2002, met de titel ‘Vrije Hogeschool: snoeien, spitten, schoffelen en vooral zaaien’, waarin hij even een tipje van de sluier oplicht en daarmee een interessante verbinding zichtbaar maakt. Hij schrijft namelijk naar aanleiding van het dertigjarig bestaan van de Vrije Hogeschool (VH) in dat jaar, onder het kopje ‘Driedubbele rol’:

‘Met Pasen 1972 verhuisde de Vrije Hogeschool (VH) onder leiding van Bernard Lievegoed en Ernst Amons van haar overbruggingslocatie, het vroegere huis van het NPI Instituut voor Organisatieontwikkeling in Zeist, naar De Reehorst in Driebergen. Dit is in feite ook het moment dat De Reehorst voor de antroposofische beweging in Nederland beschikbaar kwam, althans gedurende avonden, weekenden en vakantieperiodes. Daarmee begon de VH haar door Lievegoed bewust beoogde driedubbele rol: ontwikkelingsimpuls voor de jeugd, poging tot vernieuwing van het tertiaire onderwijs en tevens cultuurcentrum voor de antroposofische beweging.

Inmiddels treft men op De Reehorst een groot aantal initiatieven, met elk een eigen bestuur, elk een eigen koers en elk op zijn vakgebied een eigen invloed in de maatschappij. Gezamenlijkheid tussen deze instellingen op De Reehorst is er alleen in de antroposofische verworteling en in de goede nabuurschap op dit uniek fraaie landgoed. In de toekomst zou kunnen worden samengewerkt aan een gezamenlijke uitstraling als cultuurcentrum.

De poging tot vernieuwing van het onderwijs is geen werkelijkheid geworden op de wijze die Lievegoed voor ogen stond. Hij wilde het tertiaire onderwijs vernieuwen en concipieerde de VH als bijzondere instelling van hoger onderwijs. De VH was volgens de oorspronkelijke statuten zelfs ingedeeld in een aantal faculteiten. Lievegoed slaagde erin om uit heel Europa ongeveer zeventig hoogleraren met antroposofische achtergronden bijeen te brengen in de zogenaamde “Vrije Europese Academie van Wetenschappen”. Daaruit is later de Universität Witten-Herdecke voortgekomen, nadat grote Duitse industriëlen en bankiers hun schouders eronder gezet hadden. Voor een dergelijk ambitieus plan ontbraken in Nederland ten enenmale de financiële en spirituele reserves. Achtereenvolgens hebben Bernard Lievegoed, Cees Zwart en Jeroen Lutters als leiding van de Vrije Hogeschool dit moeten ervaren bij hun pogingen in deze richting.

Wel degelijk succesvol was de VH bij het vernieuwen van de individuele studietrajecten van de studenten die de VH bezochten.’

Michiel ter Horst schrijft nog meer behartenswaardige zaken in zijn artikel. Morgen meer, is de bedoeling. En behalve over de Vrije Hogeschool valt er ook over Witten Herdecke nog heel wat te zeggen.

In dit weblog vindt u over, in chronologische volgorde:

Academie De Wervel
Weemoed

Spoorloos

Hogeschool Leiden
Niet volgen maar leiden
Disclaimer
Weemoed
Spoorloos
Veroudering
Het vervolg
Vervolgens
Bernard Lievegoed leerstoel

Hogeschool Helicon
Smakelijk en vermakelijk
Weemoed
Spoorloos

Vrije Hogeschool voor Geesteswetenschap
Smakelijk en vermakelijk
Duurzaamheid
Melding

(Antroposofische) universiteit
Bernard Lievegoed leerstoel
Tegenaanval
Antroposofisch wetenschappelijk onderzoek

vrijdag 11 juli 2008

Antroposofisch wetenschappelijk onderzoek

Ruim anderhalf jaar geleden ‘is de Stichting Prof. Dr. Bernard Lievegoed Fonds, fonds voor antroposofisch wetenschappelijk onderzoek opgericht: het “Lievegoed Fonds”.’ Zo begint de vernieuwde en verbeterde website van dit Lievegoed Fonds. Ted van den Bergh van Stichting Triodos Foundation, in wiens handen directie en financieel beheer van het Lievegoed Fonds zijn gelegd, vraagt de bezoeker vanaf 4 juli: ‘We zijn benieuwd hoe de site ervaren wordt en u kunt hier uw reactie geven als u dat wilt. Ook vragen zijn welkom.’

Het Lievegoed Fonds wil volgens de website een ontmoetingspunt zijn voor antroposofisch wetenschappelijk onderzoek. Zo is statutair onder meer bepaald: ‘De stichting heeft ten doel het bevorderen van antroposofisch wetenschappelijk onderzoek en de toepassing daarvan in maatschappelijke initiatieven, dit alles in de ruimste zin.’

Ja, dat antroposofisch wetenschappelijk onderzoek is hard nodig, dat is op dit weblog al verschillende keren duidelijk geworden. Het begint er zelfs al bijna op te lijken dat dit weblog alleen maar gaat over wetenschappelijke bewijzen en onderbouwing van regulier of alternatief, complementair, integratief, antroposofisch, op gezag van academische titels en navenante universitaire opleidingen. Hoewel al dit gewetenschap wel een beetje eenzijdig kan overkomen, is in dit kader zo’n Bernard Lievegoed Fonds lang niet slecht. Maar wat is het nu eigenlijk precies, antroposofisch wetenschappelijk onderzoek? Wordt dat ook duidelijk op deze website? We lezen verder, te beginnen onder ‘doelstellingen’:

‘De stichting wil haar doel bereiken, onder andere door te ondersteunen dat:
– methoden van antroposofisch wetenschappelijk onderzoek worden ontwikkeld en beschreven;
– nieuw antroposofisch wetenschappelijk onderzoek en vervolgonderzoek wordt gedaan;
– antroposofisch wetenschappelijk onderzoekers een adequaat netwerk onderhouden;
– antroposofisch wetenschappelijk onderzoek wordt gepubliceerd;
– onderwijs en trainingsactiviteiten op het gebied van antroposofisch wetenschappelijk onderzoek worden ondernomen;
– een brede toepassing van antroposofisch wetenschappelijke onderzoeksresultaten tot stand komt in initiatieven die inspelen op maatschappelijke vragen;
– archiefmateriaal, documentatie en producties van Prof. Dr. B.C.J. Lievegoed – en andere prominente Nederlandse denkers en wetenschappers die hebben bijgedragen of nog bijdragen aan antroposofisch wetenschappelijk onderzoek – bijeen wordt gebracht, beheerd en toegankelijk gemaakt voor studiedoeleinden en publicatie.’

Ook beslist niet slecht, zo’n initiatief waarbij allemaal van zulke doelen worden gesteld. Maar nogmaals de vraag wat dat veelgenoemde antroposofisch wetenschappelijk onderzoek nu op zichzelf inhoudt. Op de website zoeken we verder. We moeten echter helemaal naar ‘Aanvragen’, en dan het item ‘Voorwaarden’, om het volgende uit te vinden:

‘Het Lievegoed Fonds gaat daarbij uit van een zeer ruime definitie van antroposofisch wetenschappelijk onderzoek, namelijk: dat onderzoek dat op welke wijze dan ook voortbouwt op de antroposofisch-wetenschappelijke impuls van Rudolf Steiner. Gezien de veelheid aan benaderingen binnen het antroposofisch-wetenschappelijke veld committeert het Lievegoed Fonds zich niet aan één bepaalde visie op wat het object en de methode van dit onderzoek behelzen, maar laat het uitdrukkelijk aan de vrijheid van de onderzoek(st)er over om hier een eigen inhoud aan te geven.’

Nou goed, zo kun je het blijkbaar ook aanpakken. Als het goed werkt, ben ik er heus niet op tegen. Op deze plek worden opnieuw, in het kader van subsidieaanvragen bij het Lievegoed Fonds, doelstellingen geformuleerd. Openheid lijkt troef te zijn. Ik citeer daartoe in extenso:

‘Het Lievegoed Fonds richt zich op het stimuleren van bij voorkeur Nederlands antroposofisch wetenschappelijk onderzoek, zowel fundamenteel – de ontwikkeling van theorie, van methoden en technieken – als toegepast, binnen universiteiten en hogescholen en antroposofische onderzoeksinstellingen en overigens alles wat daartoe ondersteunend kan zijn.
Het Lievegoed Fonds stimuleert daarvan afgeleid de vorming van een netwerk-universiteit waarin (antroposofische) wetenschappers voor ideeënuitwisseling en ontmoeting (tweemaal per jaar) bijeenkomen. Het Fonds verzorgt daartoe de coördinatie en financiering.
Het Lievegoed Fonds streeft ernaar dat de door haar ondersteunde onderzoeksactiviteiten resultaten voortbrengen met aantoonbare maatschappelijke relevantie. Zij stelt als belangrijke randvoorwaarde een presentatie- c.q. publicatieverplichting, bij voorkeur via reguliere kanalen en media, alsmede op de bijeenkomsten van de netwerk-universiteit. Het Fonds streeft uitdrukkelijk na antroposofie als cultuurfactor meer zichtbaarheid te geven.’

Prachtig, zou ik denken. Wordt dit echter concreet, dan blijkt die netwerkuniversiteit een behoorlijk restrictief beleid te voeren, en gaat het open karakter al snel over in een besloten of zelfs gesloten toelatingsbeleid. Bij ‘Netwerk’ wordt namelijk vermeld:

‘Het netwerk zal bestaan uit leden van de netwerkuniversiteit en geïnteresseerden die door het bestuur als zodanig zijn aangemerkt. Leden worden door het bestuur gevraagd en daarvoor neemt het bestuur de volgende criteria als uitgangspunt:
– leden hebben minimaal een voltooide academische opleiding;
– leden zijn bij voorkeur gepromoveerd;
– leden hebben als wetenschapper publicaties op hun naam staan;
– leden zijn werkzaam bij of verbonden aan een wetenschappelijke instelling;
– leden passen een antroposofische onderzoeksmethode toe of zijn tenminste betrokken bij onderzoek binnen de antroposofische beweging.
Van geïnteresseerden zal een lijst met gegevens worden bijgehouden. Het bestuur kan geïnteresseerden betrekken bij of informeren over activiteiten binnen de Netwerkuniversiteit, afhankelijk van aard en inhoud van die activiteit.’

Je vraagt je of wie er aan al deze criteria kan voldoen, ik vrees bijna geen enkele antroposoof. Zo gek zijn ze op zichzelf echter weer niet, die criteria, als je bedenkt hoeveel onwetenschappelijk gehannes met antroposofie wordt bedreven of in verband gebracht. Het is echter wel jammer dat de uitwisseling hierdoor zeer beperkt zal blijven en tot slechts een klein clubje mensen wordt gereduceerd. Maar er gloort nog hoop: er wordt immers onderscheid gemaakt tussen leden van de netwerkuniversiteit en geïnteresseerden. Misschien ligt hier nog een kans. Maar dat blijkt ijdele hoop, als je vervolgens dit leest:

‘Voor leden van de Netwerkuniversiteit zal een blog worden gestart die niet op de site is te zien. Daarin kan de discussie worden voortgezet die begonnen is op 30 mei, de eerste bijeenkomst van de Netwerkuniversiteit. Leden van de Netwerkuniversiteit krijgen hiervoor een persoonlijke uitnodiging. Namen en adressen zullen in deze beschermde omgeving worden opgenomen tenzij daartegen bezwaar wordt aangetekend door de betrokkene. Uiteraard zullen waar mogelijk publicaties gaan komen van delen van deze blogdiscussie op de website zodat deze voor iedereen te lezen zijn.’

Start je, notabene gebruik makend van een nieuwe trend in informatie- en communicatietechnieken, een weblog, juist om aan de doelstelling van het Lievegoed Fonds gestalte te geven, namelijk door middel van ‘aantoonbare maatschappelijke relevantie’, ‘presentatie- c.q. publicatieverplichting, bij voorkeur via reguliere kanalen en media’ en ‘het stimuleren van bij voorkeur Nederlands antroposofisch wetenschappelijk onderzoek, zowel fundamenteel als toegepast, binnen universiteiten en hogescholen en antroposofische onderzoeksinstellingen en overigens alles wat daartoe ondersteunend kan zijn’, en dan ga je die discussie verbergen! Nou vraag ik je! We hebben dezer dagen juist gezien hoe ver- en ophelderend een publiek gevoerde, openbare discussie kan zijn, juist om eenzijdigheid, verkokering en tunnelvisie te voorkomen. Is hier nog discussie over mogelijk?

Verder is er op de vernieuwde en verbeterde website meteen ook een verslag geplaatst van de eerste bijeenkomst van de netwerkuniversiteit (ik schrijf het nu dan toch maar gewoon zonder hoofdletter of verbindingsstreepje, vormen die je allemaal op de website tegenkomt) op 30 mei in Driebergen. Wel van de discussie die volgde op de inleidingen, maar niet deze inleidingen zelf van Erik Baars, Guus van der Bie en Karin Wuertz. Is deze hier nu geïsoleerd weergegeven discussie volgens het Lievegoed Fonds dan wel een voorbeeld van het gewenste academische niveau van antroposofisch wetenschappelijk onderzoek? Overtuig uzelf. Maar ik zou liever hebben dat de drie genoemde personen hun inleidingen op schrift stelden, als eerste ‘presentatie- en publicatieverplichting’ in het kader van het antroposofisch wetenschappelijk onderzoek dat nu zo van node is.

Update 25 juli: ik heb alle tekstblokken met citaten laten inspringen.

donderdag 10 juli 2008

Tegenaanval

De Vereniging tegen de Kwakzalverij heeft de tegenaanval geopend. Afgelopen zondag meldde ik nog dat het vanuit die hoek al een maand lang verdacht stil bleef. Op de eigen website tenminste. Via allerlei ingewikkelde omwegen ontdekte ik dat er via een ander kanaal inmiddels toch iets was gebeurd. Secretaris Frits van Dam had namelijk actie ondernomen. Op de website van De Journalist was een opinieartikel van hem geplaatst. Dat nieuws beschreef ik dus zondag.

Nu blijkt maandag een nieuwe stap genomen te zijn. Nu eindelijk wel op de eigen website van de Vereniging tegen de Kwakzalverij. Het is een bijdrage van Jan Willem Nienhuys, redacteur van het kwartaalblad Skepter, en draagt de omineuze titel ‘Twee professoren. Robert Gorter en Jan Keppel Hesselink in de media’. Deze beide personen worden betiteld als twee bekende alternatieve arts-professors. De tekst wordt opgefleurd met een foto van, met tussen aanhalingstekens, ‘professor’ Robert Gorter. Het begint zo:

‘Het is alweer enige tijd geleden (NOVA, 21 maart 2008) maar voor een fraai portret van de Nederlandse basisarts Robert Gorter kunt u nog bij Uitzendinggemist terecht voor de reportage “Alternatieve kankerbehandeling gevaarlijk”. Gorter is professor aan de door hemzelf opgerichte University of Anthroposophic Studies in het bedrijvenpand Hohenstaufenring 30-32, Keulen, alwaar ook zijn kliniek gevestigd is. Naar eigen zeggen was Gorter in 1992 vice-decaan van de “Medische School van Witten Herdecke”. Voor heel veel geld biedt hij in Keulen “kankertherapieën” aan hopelozen aan.’

Het is even zoeken op de website van Nova, maar bij 21 maart verschijnt dan inderdaad de reportage ‘Alternatieve kankerbehandeling gevaarlijk’. Wanneer je klikt op ‘Bekijk item’, dan hoor je van 1:20 tot 1:30, dus meteen aan het begin, de voice-over in alle duidelijkheid zeggen: ‘De Nederlandse antroposofische arts Robert Gorter behandelt in Keulen patiënten uit de hele wereld. Hij heeft bijna geen Duitse patiënten, wel Nederlandse.’ Volgt een reportage waarin Gorter er niet best vanaf komt. En met hem trouwens ook de arts-bioloog Engelbert Valstar niet. Deze twee personen worden uitgebreid in beeld gebracht en met hun bepaalde aanpak stevig afgezet tegen de genormeerde behandeling, zoals gegeven door leden van de Nederlandse Vereniging voor Medische Oncologie. Een enquête onder oncologen waarin ze hun ongezouten mening over zulke praktijken geven, completeert het negatieve beeld.

Nu eerst terug naar de website van de Vereniging tegen de Kwakzalverij. Wanneer Jan Willem Nienhuys eenmaal de woorden ‘universiteit’ en ‘Witten Herdecke’ heeft laten vallen, kan hij vervolgens moeiteloos doorschakelen naar Jan Keppel Hesselink. Want ‘daar ontleent ook basisarts dr. Jan Marius Keppel Hesselink zijn professorstitel aan’. De suggestie wordt gewekt dat deze privé-universiteit weinig tot niets voorstelt. Om er dan al snel aan toe te voegen: ‘Keppel Hesselink wordt kritisch besproken in een opinieartikel van VtdK-secretaris Frits van Dam op De Journalist.’ Nienhuys prijst dit artikel aan en meldt tevens dat het ‘wordt gevolgd door een levendige discussie’. Waarna hij de uiterst kritische reacties van een zekere oud-rechter, die wij op zondag al hebben leren kennen, tracht te neutraliseren door deze in een heel verdachte hoek te plaatsen.

De vraag is of de beoogde neutralisatie werkelijk lukt, of dat ook dit enkel tot een schamele poging van ‘damage control’ is gedoemd. Waren er zondag 4 juli onder het opinieartikel al 38 reacties geplaatst, inmiddels zijn er weer tien bijgekomen. En ook die zijn niet misselijk, dat wil zeggen, vooral ten gunste van Jan Keppel Hesselink. Hij heeft een aantal medestanders die niet aflaten om hem met verve te verdedigen. Zelfs in die mate dat de tegenpartij zich hier, naar het zich laat aanzien, niet langer vertoont, in weerwil van wat Jan Willem Nienhuys maandag nog schreef. Dan blijkt het toch niet zo’n goed idee geweest te zijn dat secretaris Frits van Dam een platform vond bij De Journalist, want het openbare reactieforum kan niet door de Vereniging tegen de Kwakzalverij worden gecontroleerd en gemanipuleerd. Dus verschijnen hier krachtige tegengeluiden, op een prominente plaats.

Maar hoe zit het dan met Robert Gorter, met zijn professorentitel en met de door hemzelf opgerichte University of Anthroposophic Studies? Bij Nova wordt hij bestempeld als een antroposofisch arts. Tja, hier ligt dan toch wel een probleem. Gorter is een in verschillende opzichten controversiële persoon, met veel voor- en tegenstanders, die vooral zijn eigen gang gaat. Met veel plannen, die niet allemaal even realistisch of uitvoerbaar blijken.

Neem nu zijn ‘internationale universiteit voor antroposofische studierichtingen’, formeel opgericht op 4 april 2004 in Keulen. Deze wil, ‘in het begin via bestaande universiteiten, later helemaal zelfstandig, acht verschillende studierichtingen gaan aanbieden. Eén daarvan, een studie antroposofische gezondheidszorg (Long Distance Learning Program for Anthroposophic Health Studies: www.anthroposophic-health.com), functioneert reeds. Studenten over de hele wereld volgen sinds september 2003 het “lange-afstands studieprogramma” voor antroposofische gezondheidszorg, waarmee ze binnen twee jaar tijd een master’s graad kunnen halen (na een geschikte vooropleiding in de reguliere gezondheidszorg). (...) De studierichtingen die men in de toekomst, naast gezondheidszorg, wil gaan aanbieden, zijn: Vrije-School pedagogie, sociale ontwikkeling, psychotherapie en persoonlijke ontwikkeling, architectuur en vormgeving, kunst en kunstzinnige therapieën, biologisch-dynamische land- en tuinbouw en voeding, filosofie en wereldbeschouwingen. Het is de bedoeling, dat studenten zullen kunnen afstuderen als bachelor, master of doctor.’

En dit is nog niet alles, want de meest fantastische plannen buitelen zo over elkaar heen. U kunt het allemaal nalezen op de Nederlandse pagina ‘Universiteit voor Anthroposofische Studierichtingen’. Nienhuys heeft dit mooi gevonden, want ga je naar de hoofdpagina http://www.anthroposophic-university.org/index.html, dan staat er dat die ‘under construction’ is. Evenals die van www.anthroposophic-health.com trouwens. Dus zo kom je er niet. Maar daaronder zijn nog pagina’s zat te vinden, waar nog wel van alles op staat, tot najaar 2005 aan toe. Of er echter iets van terecht is gekomen, of dat dit alleen gebakken lucht is...

Hetzelfde probleem doet zich voor met Gorters Medical Centre Cologne (MCC). Je weet niet hoe serieus je dit moet nemen. Op internet zijn er de meest wilde verhalen over te vinden, het is nauwelijks te overzien. Ik noem dit artikel in Ode uit september 2006, twee artikelen op de website van de Vereniging tegen de Kwakzalverij van mei 2005 en mei 2007, en een uitgebreid, serieus en genuanceerd aandoend patiëntenverslag van september 2007. Maar ook Iocob heeft aandacht besteed aan Robert Gorter, en helemaal niet zo positief, wat opmerkelijk is, aangezien Jan Willem Nienhuys probeert Gorter en Keppel Hesselink met elkaar in verband te brengen en in één beweging zwart te maken. Meest recent is een bespreking van de Nova-uitzending van 21 maart, van oudere datum is een bespreking van het eerder genoemde artikel in Ode, alsmede een soortgelijk in Onkruid drie jaar daarvoor.

Maar geen antroposoof die zich roert, zeker niet recent na Nova. De enige die op dit moment publiekelijk voor Robert Gorter in het krijt treedt, is Kees Braam, webmaster van de website kanker-actueel (in het menu links verder doorklikken naar ‘verslag van ons bezoek aan Robert Gorter in Keulen (...) geactualiseerd per 17 maart 2008’). Hij is met zijn persoonlijke mening ook te vinden op verschillende patiëntenforums, meestal van oudere datum. Op zijn eigen website geeft hij ruimte aan arts-bioloog Engelbert Valstar om diens bezwaren tegen de documentairemakers van Nova uiteen te zetten. En te laten zien dat de twee in het programma optredende oncologen de wijsheid zeker niet in pacht hebben. Valstar verdedigt zelfs impliciet ook Gorter. En hoe zit dat dan toch met antroposofen? Omarmen ze Gorter of distantiëren ze zich van hem, of geen van beide? Het laatste blijkbaar.

woensdag 9 juli 2008

Bernard Lievegoed leerstoel

Het verbinden van antroposofie met actuele maatschappelijke vraagstukken. Dat was de intentie van Bernard Lievegoed (1905-1992). In navolging van deze intentie werd in september 2005 door het toenmalige Heilpedagogisch Verbond (HPV) de Bernard Lievegoed leerstoel aan de Vrije Universiteit voor een periode van vijf jaar ingesteld. ‘De leerstoel stelt het HPV in staat om zorg en hulpverlening vanuit antroposofische instellingen te ondersteunen met wetenschappelijk onderzoek en onderwijs. Naar verwachting heeft dit ook een vruchtbare werking op sociaalpedagogische studies in het hoger beroepsonderwijs.’

In de nieuwste Raat-uitgave nr. 15 (in mei uitgekomen), met een verslag van de Herfstconferentie voor heilpedagogen en sociaaltherapeuten van 25 tot en met 27 oktober 2007, wordt op blz. 43-45 ook een ‘Stand van zaken Bernard Lievegoed leerstoel’ gegeven. Wij zijn daar uiteraard zeer benieuwd naar. Maar ter verduidelijking eerst het volgende uit het voorwoord:

‘Sinds 1979 organiseerde het Heilpedagogisch Verbond (HPV) regelmatig themadagen en iede­re twee jaar een herfstconferentie voor mede­werkers, ouders en belangstellenden. Van verschillende conferenties en themadagen van het HPV zijn verslagen verschenen in de serie Raat. De activiteiten van het HPV zijn inmid­dels overgenomen door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) en het Edith Maryon College (EMC), onder wiens verantwoording deze Raat is uitgekomen.’

De vraag is: hoe staat het er nu, na bijna drie jaar (op het moment van de conferentie zelf twee jaar), voor met deze Bernard Lievegoed leerstoel? Vanwege het informatieve gehalte ervan laat ik de genoemde tekst hier integraal volgen, zonder blikken of blozen, ik heb namelijk geen toestemming gevraagd om deze over te mogen nemen (de tekst is helaas niet op internet te vinden, terwijl het toch goed en belangrijk is om hiervan te weten, vandaar). Er staat niet bij wie dit verslag heeft geschreven, ik vermoed dat Alexandra Buijsman (zij heeft de eindredactie over deze uitgave, samen met Bernard Heldt) hiervoor verantwoordelijk is.

‘Prof. Dr. J.S. Reinders is sinds 1 september 2005 hoogleraar Ethiek aan de leerstoel “Ethische aspecten van zorg en hulpverlening vanuit de antroposofie”, gevestigd aan de Faculteit der Godgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Hij is met onderzoek begonnen en is docent aan de opleidingen van het Edith Maryon College. De vraag die hem in het bijzonder bezighoudt luidt: “Hoe kunnen zorginstellingen met een bijzondere identiteit in een sterk veranderende maatschappelijke omgeving toch hun eigen zienswijzen in praktijk brengen?” Een toelichting en gesprek over de stand van zaken.

In de samenleving worden de laatste jaren veel processen rond professionalisering ontwikkeld waardoor de regelgeving en standaardisering toeneemt. Door deze ontwikkeling verschijnen er steeds meer protocollen en technische opvattingen over de zorg. Ze hebben het resultaat dat ieder in de zorgverlening hetzelfde moet gaan doen, zowel in Texel, Appelscha als Zutphen.

“Deze gestandaardiseerde zorg lijkt mij een slechte ontwikkeling”, aldus Hans Reinders. “Denk maar aan de HKZ [Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de Zorgsector]. Kwaliteitszorg is tot geschreven papier verworden. Dit kan niet, in de antroposofische zorg al helemaal niet.” Kwaliteit is een eigenschap van mensen, die kun je niet door controlesystemen vervangen. Veel hangt dus af van de vraag wie de zorgverleners zijn, wat hen beweegt en wat ze willen en kunnen realiseren in hun werk. Daarom onderzoekt hij de professionals met de volgende vraagstelling: Wie bent u? Hoe krijgt de antroposofische zorg, professionaliteit en identiteit gestalte in uw werk? Met hulp van anderen werkt hij aan de drie onderdelen van het onderzoek:

1. Pim Blomaard, filosoof en bestuurder van de Raphaëlstichting, werkt aan een proefschrift over vrijheid in de filosofie van Rudolf Steiner. Hij begint vanuit de waarneming dat in het denken over verhoudingen tussen zorgverleners en zorgvragers steeds meer in termen van rechtsverhoudingen worden gedacht. Daarmee domineert in feite het gezichtspunt van zeggenschap en macht. Echter de kern van het werk, zo zegt ook de antroposofische zorg, is de verbinding tussen die twee. Pim gaat uit van de veronderstelling dat het onderliggende probleem met het vrijheids­begrip te maken heeft. Hoe zit dat begrip in elkaar?

2. Karen Wuertz, cultureel antropoloog, zal samen met anderen de komende twee jaar onderzoeken wat antroposofie betekent voor de professional, de antroposofisch geschoolde managers, behandelaars, begeleiders. Ze zullen interviews houden met kwantitatieve en kwalitatieve vragen. Wat doen ze? Waarom doen ze het zo? In welke elementen komt de antroposofie tot uitdrukking? En dan zullen ze woongroepen van binnenuit beschrijven, vanuit de waarneming. Wat is volgens bewoners en begeleiders antroposofische zorg? Wat betekent dat bijvoorbeeld voor de maaltijd, het werk en de vrije tijd? Wordt er gewerkt vanuit de constitutiebeelden en de opvatting dat het bestaan van cliënten een doel heeft? Truida de Raaf zal met enkele studenten van de SPH-opleiding aan Hogeschool Leiden assisteren bij dit onderzoek.

3. Hans Reinders, theoloog, onderzoekt de volgende vraagstelling: Heeft tegenwoordigheid van geest te maken met de geestelijke wereld? En kunnen we uitleggen wat dat is? Het is een manier van aanwezig zijn. De euritmiegroep Zilt verwoordde het doel van de euritmie als: presentie van de geestelijke wereld. Presentie is echter niet hetzelfde als representatie. Representatie vindt plaats door middel van ideeën (theorieën), maar ook door symbolen, rituelen. Bijvoorbeeld de jaarfeesten, handelingen en spreuken vertegenwoordigen iets. Net als de verhalen die vertellen over hoe de wereld in elkaar zit. Daarmee leef je deze realiteit nog niet, ben je nog niet present.

Hoe wezenlijk is het voor de antroposofische zorg dat er uiterlijke dingen, zoals spreuken en jaarfeesten zijn? Dat is een intrigerende vraag. Is het nodig deze inhoudelijke kennis en uiterlijke vormen te handhaven of zouden ze ook afgeschaft kunnen worden? Dit is een spanningsveld waar alle religieuze stromingen mee te maken hebben. Wat is er voor nodig om de volgende generatie met de boodschap te bereiken? Hans wil met een spiegel gaan rondlopen, om te laten zien: “dit zijn jullie”. De resultaten van het onderzoek moeten in beleidsinstrumenten uitmonden. Daar ideeën voor aan te dragen is de taak van Hans Reinders en Pim Blomaard.’

dinsdag 8 juli 2008

It’s the economy

It’s the economy, stupid! Deze gevleugelde woorden (van welke Amerikaanse president ook alweer?) gelden voor alle lagen van de maatschappij: de onder-, midden- en bovenbouw, geheel naar goed marxistische traditie. Dus gelden ze ook voor de antroposofische laag of bouw. Het heeft allemaal veel met geld en met kapitaal te maken. Hoe wordt daarmee in een antroposofische economie omgegaan, behalve dan bij Triodos Bank?

Sinds kort is er een website op internet te vinden die een boekje opendoet over nieuwe mogelijkheden op economisch gebied. En dat niet theoretisch, nee, maar beschreven vanuit de praktijk. De kern waar het allemaal om draait, draagt een merkwaardige naam: Stichting Sleipnir. Onder ‘Activiteiten’ op de pagina met ‘Achtergronden’ staat te lezen:

‘Het neutraliseren van bedrijfskapitaal is voor Stichting Sleipnir de hoofdactiviteit. Met neutraliseren van bedrijfskapitaal wordt bedoeld, dat het vermogen van een onderneming geen persoonlijk eigendom blijft, maar gemeenschappelijk eigendom wordt. Hierdoor wordt voorkomen dat ondernemers een bedrijf teveel als hun persoonlijk eigendom gaan beschouwen en hun besluiten teveel door egoïsme worden geleid.
Zo wordt het ook beter mogelijk om als ondernemer in en uit te treden, zonder onhaalbare financiële consequenties. Het in- en uittreden van mensen wordt hierdoor meer een ontwikkelingsvraag van mens en organisatie en minder een financiële, namelijk of iemand voldoende vermogen heeft om het bedrijf te kunnen kopen. Menselijke vermogens (ondernemerscapaciteiten!) kunnen zwaarder wegen dan financiële vermogens – waarmee de continuïteit van een onderneming gediend is.’

Op de homepage vind ik:

‘Met de Stichting Sleipnir als gemeenschappelijke stille vennoot, werken ondernemers uit zes bedrijven samen zonder dat zij privévermogen opbouwen. Het bedrijfsvermogen wordt ingebracht door de Stichting Sleipnir en dient als voertuig voor de ondernemerscapaciteiten van de betrokken ondernemers.’
Deze zes bedrijven (allemaal terug te vinden met een kort portret onder ‘Deelnemers’) zijn: Buys & Ko met biologische levensmiddelen, de Beeldhouwwinkel met beeldhouwmaterialen en een webwinkel, kaarsenmakerij Dipam, de Estafette Associatie met de aloude Odin abonnementen, maar ook met de Estafette winkels, een groep van elf professionele winkels in biologische en biologisch-dynamische voeding gevestigd in Amsterdam Westerpark, Amsterdam Zeeburg, Maastricht, Nijmegen, Ede, Breda, Utrecht, Dordrecht, Driebergen, Arnhem en Zutphen, verder uitgeverij Nearchus met webwinkel en tijdschrift Driegonaal, en als vijfde, en op de website laatst genoemde, de uitvaartverzorging Vanadis. Dan zal de zesde onderneming waarschijnlijk Stichting Sleipnir zelf zijn, of is bedoeld dat de Estafette Associatie uiteenvalt in enerzijds de Odin groente- en fruitabonnementen en Odin webwinkel en anderzijds de Estafette winkels?

De pagina met ‘Achtergronden’ meldt het volgende:

‘De Stichting kent geen winstoogmerk en werkt samen met een ieder die zich in de doelstelling kan vinden. De Stichting werkt met deelnames, leningen en schenkingen om haar doelstelling te verwerkelijken.’ Het bestuur blijkt even verderop te bestaan uit Jan Saal, Clemens van Bemmelen en Roel Izaaks. (Ik kan helaas geen directe links geven, want dit is weer zo’n website die waarschijnlijk is vormgegeven door Wilfried Nauta Webdesign, die van AntroVista, en die maakt vaker gebruik van een constructie waarbij het internetadres hetzelfde blijft, waar je je ook op de desbetreffende website bevindt. En geen sitemap, alleen een staand menu aan de zijkant. Best lastig als je het spoor van je weg heen en terug wilt vinden en daar ook vanaf elders naar wilt kunnen verwijzen.)
Op deze plek bij ‘Achtergronden’ wordt ook de doelstelling genoemd: ‘De Stichting Sleipnir heeft als doelstelling: de antroposofische-sociale impuls toe te passen en te bevorderen. Hierbij staan de sociale hoofdwet, zoals geformuleerd door Rudolf Steiner, en het door hem aangegeven ordeningsprincipe der driegeleding centraal.’

Achtereenvolgens passeren in aparte hoofdstukjes de sociologische basiswet, de sociale hoofdwet en de sociale driegeleding de revue, alle drie afkomstig van Rudolf Steiner uit het begin van de twintigste eeuw, maar dan vertaald naar de huidige praktijk van de bij Sleipnir aangesloten bedrijven.

‘Op dit moment (medio 2008) zijn er zes ondernemingen bij de Stichting Sleipnir aangesloten. Gezamenlijk hebben zij een jaaromzet van ca 22 miljoen euro en bieden ze werk aan ruim 200 mensen. 28 van hen zijn vennoot, dat wil zeggen dat ze beherend vennoot zijn in één van de Sleipnir-ondernemingen.’

Heel eenvoudig is dit allemaal niet, zo staat onder ‘In de praktijk’ bij ‘De sociologische basiswet’, wanneer je gaat naar ‘Meer info, klik hier....’:

‘Idealiter zouden bij de Sleipnirbedrijven geen mensen in loondienst, maar uitsluitend mede-ondernemers (vennoten) werken. Natuurlijk blijkt in de praktijk dat veel mensen de stap naar het mede-ondernemerschap nog niet willen of kunnen zetten. In de meeste Sleipnirbedrijven werken dan ook (ook) mensen in loondienst.
Onder andere door scholing en overlegvormen wordt geprobeerd alle medewerkers de mogelijkheid te bieden hun betrokkenheid met het bedrijf en de achtergronden van waaruit het bedrijf is vormgegeven, te verdiepen.’

Bij het soortgelijke ‘Meer info, klik hier....’ onder ‘De sociale hoofdwet’ wordt hier nader op ingegaan:

‘Het loskoppelen van arbeid en inkomen is een stap die in overeenstemming is met de werking van de sociale hoofdwet: de mens verricht zijn werk om bij te dragen aan het sociale verband waarvan hij deel uitmaakt en doordat anderen dat ook doen kan ieder op menswaardige wijze bestaan.
Het werken in loondienst verhindert het zicht op deze realiteit en daarom streven de Sleipnirbedrijven ernaar zoveel mogelijk met mede-ondernemers (vennoten) te werken.
Over de verdeling van het bedrijfsresultaat bestaan afspraken tussen de vennoten (inclusief Stichting Sleipnir als stille vennoot). Daarbij spelen de hier beschreven achtergronden, persoonlijke omstandigheden en behoeften, de mogelijkheden van de onderneming en onderlinge solidariteit tussen de Sleipnirbedrijven een rol.’

Ik geef dit alles hier zo uitvoerig weer, omdat het mij heel belangrijk lijkt dat de wens om sociale driegeleding in de praktijk te brengen hier al een 25-jarige geschiedenis kent, en dus niet zo maar uit de lucht komt vallen. Welke ervaringen heeft men hierbij opgedaan? Het item ‘Geschiedenis’ vertelt hier meer over:

‘Stichting Sleipnir is in het leven geroepen door de vennoten van groothandel Odin CV (nu deel van Estafette Associatie), bij de oprichting van het bedrijf in 1983. Zij waren van mening dat hun economische initiatief een goede verbinding moest hebben met het culturele leven, omdat dat de bron is van de door hen gebruikte inzichten en achtergronden. Bovendien wilde men een goede bestemming geven aan “overwinsten” die in het economische leven ontstaan en wilde men het bedrijfskapitaal neutraliseren.
Uitgangspunt daarvoor was dat medewerkers bij Odin geen werknemers, maar mede-ondernemers zouden moeten kunnen zijn, om vol in het leven en het werk te kunnen staan. Deze gedachten en uitgangspunten werden door enkele andere ondernemers herkend, waardoor tot nu toe een zestal bedrijven zich bij Sleipnir heeft aangesloten.
De samenwerking van Stichting Sleipnir en deze bedrijven is juridisch vormgegeven in verschillende commanditaire vennootschappen, waarbij de stichting de stille vennoot is. Hierdoor is tot in de vorm duidelijk gemaakt, dat de stichting werkelijk gesprekspartner is en dat tevens een juridisch recht op een winstaandeel is vastgelegd.’

Tot slot laat ik Frank Dekker, oprichter en enige vennoot van Vanadis CV, uitvaartonderneming in Winterswijk, als een van deze ervaringsdeskundigen aan het woord:

‘Eind september 1983 zijn Koos Bakker, Jan Brilleman en ik gaan samenwerken als vrije ondernemers in Biologisch Dynamische handel. Wij wilden geen mensen in loondienst en zochten een samenwerkingsvorm. Uiteindelijk resulteerde dat in de oprichting van Odin. Gekozen is toen voor een commanditaire vennootschap met Stichting Sleipnir als stille vennoot.
Die constructie was goed: alle medewerkers konden als vennoot in- en uittreden en er werd geen individueel kapitaal binnen het bedrijf opgebouwd. Je kunt echt te werk gaan als een ondernemer zonder dat je de druk of last hebt die verbonden is met het eigenaar zijn. Dat vond ik destijds een mooi uitgangspunt, en zo is dat voor mij nog steeds.’

Update 9 juli 2008: De links naar de zes ondernemingen klopten niet, die heb ik verbeterd. Ze werken nu wel.

Updtae 25 juli: ik heb nu eindelijk de mogelijkheid ontdekt om tekstblokken met citaten te laten inspringen. Dat maakt de tekst een stuk duidelijker.

maandag 7 juli 2008

Ouderschap

‘Op woensdag 25 juni 2008 is het in Amsterdam zonnig en er staat een flinke bries. De Iona Stichting heeft voor vandaag een congres georganiseerd met de titel: “Ruimte voor ouderschap”. De ondertitel is: “Kinderen en ouders in de knel”. Dit onderwerp lokt een kleine 500 mensen uit heel Nederland naar het muziekgebouw aan het IJ. (...) Er zijn veel vrouwen tussen de dertig en de zestig aanwezig en een substantieel aandeel grootouders; van beide seksen. De grote afwezige is vader. Is hij aan het werk en kon hij geen vrij krijgen? Wil hij niet komen? Of past hij wellicht op de kinderen, nu moeder een dagje weg is?’

Zo begint het verslag op de website van het congres ‘Ruimte voor ouderschap’. In drie panels discussieerden een 25-tal deskundigen met elkaar, onder leiding van dagvoorzitter Yoeri Albrecht, over de vragen:
• Wat heeft het kind nodig?
• Wat heeft de ouder nodig?
• Wat hebben kind en ouder van de samenleving nodig?

Het publiek mocht toekijkend meedoen. Enkele stemmen uit het verslag:

‘Wat ik miste in het debat is wat het kind nodig heeft. We weten het allemaal, omdat we allemaal kind zijn geweest. Maar niemand durft daar in te stappen om dat weer te gaan voelen. Alleen in het cabaret van Hester Macrander kwam het er gekscherend uit. Ik ben een beetje teleurgesteld. Moederschap raakt mij zo diep. (...) Bij de titel van het congres dacht ik dat hier te vinden. Niet zoals op het consultatiebureau, dat zegt je moet het zus of zo moet doen. Als er iemand zou zijn waar je groeiruimte zou ontmoeten, zoals bij een coach, kom je veel verder. Dit congres ging teveel over de wet en de politiek. Een kind heeft recht op een invoelende ouder die zich voor kan stellen hoe het is om kind te zijn.’

‘Dit congres is een heel goed begin van het begin. Het moet groeien en maatschappelijk concreet worden. Om echt ruimte voor kinderen te maken moet er nog veel gebeuren. Maar hoe? Ik geloof in debatten zoals we die vandaag gevoerd hebben, maar de bedrijfsmannen hadden natuurlijk ook in de ochtend aanwezig moeten zijn, toen besproken werd wat de kinderbehoeften zijn.’

‘Ik ben heel blij met dit congres, het is weer leuk om moeder te zijn! Ik geniet van al die bekende Nederlanders hier, van de maatschappelijke erkenning, de diversiteit, de fantastische verzorging van het congres. De kunstzinnige bijdragen zijn ook heel belangrijk, het haalt mensen uit hun hoofd en brengt ze naar hun hart. Ik denk en hoop dat deze dag gevolgen gaat hebben, dat het niet bij praten blijft.’

In zijn samenvatting op het einde van het congres haalde dagvoorzitter Yoeri Albrecht enkele markante punten aan:

‘Twee taboes zijn besproken: deeltijd is prima en verschil tussen de seksen bestaat en mag er wezen.
Onbegrensde tijd is voor kinderen van levensbelang.
Er is wel een partij voor dieren, waarom niet voor ouders?
Het gaat met tien tot dertig procent van de kinderen niet goed.
Parkeerruimte ja, speelruimte nee; willen we dat?
Maatschappelijke verandering moeten we afdwingen met burgerlijke ongehoorzaamheid.’

De website staat open voor reacties. De eerste drie zijn al binnengekomen.

Update 25 juli: tekstblokken met citaten heb ik nu laten inspringen.

zondag 6 juli 2008

Journalistiek

De Vereniging tegen de Kwakzalverij roert zich nu al een maand lang niet meer op haar website, schreef ik gisteren. Dat wil zeggen, na de laatste uitzending van het NCRV-programma Uitgedokterd?! op 4 juni. Deze grande finale is, volledig tegen de gewoonte van genoemde vereniging in, op haar website nog steeds niet becommentarieerd. We kunnen wel vermoeden waarom niet: de drie daar frontaal optredende leden van de Vereniging tegen de Kwakzalverij, Frits van Dam, Rob Koenen en Rien Vermeulen, lieten bij de onbevooroordeelde kijker zo’n slechte indruk achter, dat zij ernstig aan populariteit en wat erger is, aan geloofwaardigheid hebben moeten inboeten. Hoe win je dat verloren vertrouwen nu weer terug, zal de strategische vraag zijn die deze Vereniging tegen de Kwakzalverij sindsdien in besloten en emotionele sessies indringend moet hebben besproken.

Jan Keppel Hesselink, de onvermoeibare strijder tegen medisch onrecht ten aanzien van alle, niet volledig op de bekende manier werkende gezondheidszorg (om het ter afwisseling maar eens zo te noemen), die ook op dit weblog al verschillende malen heeft gefigureerd, brak op zijn Iocob-website de laatste tijd meermaals de staf over de onverkwikkelijke praktijken van deze Vereniging tegen de Kwakzalverij (door hem steevast afgekort tot VtdK). Begin juli wist hij te melden dat er in mei een bewuste mediastrategie door de VtdK onder wetenschapsjournalisten werd uitgevent, die zijn uitwerking niet miste. Waarschijnlijk moest er preventief worden opgetreden tegen het programma Uitgedokterd?! De stelling waarmee men de discussie inging, luidde namelijk dat wetenschapsjournalisten alternatieve geneeskunde moeten verwerpen. Keppel Hesselink was dit gegeven op het spoor gekomen dankzij de informatie van een wetenschapsjournalist.

Vrijwel dezelfde dag kwam hij met twee nieuwe verhalen, waarin hij gewag maakt van de secretaris van de Vereniging tegen de Kwakzalverij Frits van Dam, die uithaalt naar journalisten (dus geen wetenschapsjournalisten): ‘het zijn medische analfabeten en een programma maken over alternatieve geneeskunde kan je ze niet toevertrouwen...’ Hierdoor kan de strategie duidelijk beginnen te worden die men blijkbaar nu wenst te volgen. Keppel Hesselink citeert Van Dam vrij uitvoerig en geeft ook een reactie hierop weer van een oud-rechter, De Vries geheten. Dit stuk draagt dienovereenkomstig de titel ‘Journalisten medische analfabeten’. Het tweede bericht is eigenlijk hetzelfde als het eerste, het zet alleen wat later in. Het pakt namelijk deze reactie van oud-rechter De Vries opnieuw op, maar eindigt wel op precies hetzelfde punt. De titel is hier ‘Oud Rechter wast secretaris anti-kwak van Dam de oren’ (inclusief al deze schrijffouten, ik constateerde zulke al eerder bij Keppel Hesselink). Het is toch wel gek dat je hetzelfde stuk tweemaal op je website zet, met verschillende titels. Ook een andere tekortkoming van Keppel Hesselink komt hier bovendrijven. Het gaat blijkbaar om een of ander artikel van Frits van Dam, maar waar, o waar is dit toch gepubliceerd, en wanneer? Geen enkele bronvermelding, dat is toch uiterst zwak.

Het eigenlijke strijdpunt waar het hier allemaal om draaide was in ieder geval de academische titel en daarmee betrouwbaarheid die Van Dam betwistte bij Keppel Hesselink, waarna op zijn beurt de titel van Van Dam zelf werd betwist door de genoemde De Vries. De pijlen werden door de laatste gericht op de zeer onacademische relatie die er bestaat tussen emeritus hoogleraar Frits van Dam, secretaris van de Vereniging tegen de Kwakzalverij, die in 2004 als co-promotor optrad bij de promotie van gynaecoloog Cees Renckens, voorzitter van diezelfde Vereniging tegen de Kwakzalverij, en deze op die manier meehielp een ‘doctoraat in de medische wetenschappen’ te verlenen op het onderwerp ‘Dwaalwegen in de geneeskunde’, zoals de titel van diens proefschrift luidde. Driemaal raden waar dat proefschrift over ging. Volgens De Vries, die de praktijk van academische promoties van binnen en van buiten heel goed kent, heeft dit proefschrift ‘geen enkele wetenschappelijke betekenis en houdbaarheid’. De promotie zelf ‘is naar mijn oordeel een uiterst betreurenswaardig incident dat aan het wetenschappelijke prestige van de Amsterdamse Universiteit ernstige schade heeft toegebracht.’

Het roept bij mij een boekbespreking in herinnering van de handelseditie van dit proefschrift door Hugo Verbrugh, gepubliceerd in december 2004 in Motief nr. 80. Hier wordt dezelfde conclusie getrokken, alleen op een uiterst nette wijze. Te netjes, zou ik zeggen vanuit huidig oogpunt.

Maar de vraag blijft waar Frits van Dam al zijn boude beweringen heeft kunnen uiten en hoe een en ander er in het origineel uitziet. Want met citaten kun je nog altijd alle kanten op, afhankelijk van de insteek die diegene hanteert die het citaat heeft uitgekozen. Tegenwoordig voegt Jan Keppel Hesselink regelmatig een videootje toe aan zijn berichten, waarin hij niet alleen zijn verontwaardiging live kan tonen, maar de lezer ook tot kijker en luisteraar kan omtoveren en op een vrij knullige manier direct op hem kan inspreken. Zo ook bij zijn bericht ‘Journalisten medische analfabeten’. Goed luisterend (het is allemaal niet bijster geweldig opgenomen) ontwaar ik dat het de website van ‘De Journalist’ op 26 juni is, die als bron dient. Ha kijk, daar hebben we nu wat aan.

Gauw de webeditie van het gelijknamige vaktijdschrift voor journalistiek en communicatie opgezocht, en ja hoor, daar verschijnt het opiniestuk van Frits van Dam in vol ornaat. Ik lees dat toch liever in het origineel. Het draagt hier de mooie titel: ‘De gemiddelde journalist is een medisch analfabeet’. Interessant om de gedachtegang van deze man te volgen, die heeft ook een bepaalde logica. Nog interessanter zijn de reacties met voors en tegens die hierop zijn binnengekomen. Alles wat Keppel Hesselink aanhaalde vind ik hier terug, maar dan beter, namelijk in zijn oorspronkelijke vorm. Het wordt beslist niet voor zoete koek geslikt wat Van Dam allemaal te berde brengt. Het is klassiek om bij onwelgevallige boodschappen de boodschapper verantwoordelijk te stellen (en liefst te onthoofden), zoals Van Dam hier probeert te doen, maar het ziet er niet naar uit dat hij werkelijk in zijn opzet slaagt.

Zijn we hier dus werkelijk getuige van een kentering in de publieke opinie, ondanks alle moeite die de Vereniging tegen de Kwakzalverij doet om dit te voorkomen? Zodat zij in haar uiterste poging tot ‘damage control’ bij journalisten de schade (vanuit haar optiek) juist niet beperkt, maar door haar onverbeterlijke opstelling en dus voor haar des te betreurenswaardiger, alleen maar groter maakt?

zaterdag 5 juli 2008

Strategiewijziging

De Vereniging tegen de Kwakzalverij houdt zich op haar website nu al ruim een maand ijzig stil. Wat zouden ze in hun schild voeren, vroeg ik mij enige tijd geleden al af. Die stilte is nu doorbroken, meldt Jan Keppel Hesselink op de website van Iocob. Op de website van de Vereniging tegen de Kwakzalverij is dat nog steeds niet terug te zien (of ik kijk niet goed?), maar wel in haar verenigingsblad. Iocob-voorzitter Keppel Hesselink citeert namelijk uit het laatste nummer voorzitter Cees Renckens van deze vereniging:

‘(...) er valt in onze tak van sport – de bestrijding van alles wat vies en voos is in de gezondheidszorg – niet te ontkomen aan het noemen van namen, en daarbij af en toe een persoonlijke noot toe te voegen (...)’

Onder die namen zitten er een paar die hier ook al gevallen zijn: Ines von Rosenstiel, Arine Vlieger en Guus van der Bie. Ook antroposofisch huisarts Guus van der Bie? Inderdaad, hij ook. Keppel Hesselink vindt het ‘misselijk makend’. ‘Het is afgunstig, onder de gordel en te min voor woorden.’ Hij wil een nieuwe opstelling kiezen tegen deze vuilspuiterij en zich niet langer passief tonen.

‘Sommigen van onze Iocob-lezers en vrienden zeggen: zwijg ze dood, het is de energie niet waard. Ze lasteren toch maar door. In de laatste uitzending van “Uitgedokterd?!” heeft heel Nederland gezien hoe verzuurd, belerend en negatief hun stellingname was. Daar is wat voor te zeggen. Die strategie had Iocob enkele jaren geleden. Maar inmiddels is duidelijk geworden dat de Nederlandse ontwikkeling rond de patiënt door de infiltratie van de VtdK [Vereniging tegen de Kwakzalverij] in de media, de journalistenwereld, de KNMG en het kabinet steeds verder afglijdt naar sektarisme en fundamentalisme. Zo komt de nieuwe, Geïntegreerde Geneeskunde, die onafhankelijk van uitgangspunten het beste selecteert voor de patiënt uit beide werelden (alternatief en regulier) niet tot ontwikkeling.’

Update 25 juli: de tekstblokken met citaten heb ik nu laten inspringen.

vrijdag 4 juli 2008

Architectuur

Daniëlle Gallas heeft een prachtig artikel geschreven, waarin zij de genese van de organische architectuur in Nederland aan de hand van één voorbeeld weergeeft: de Rudolf Steinerkliniek, het gebouw uit 1928 in Den Haag, dat later, in de jaren vijftig, werd omgevormd tot het huidige Rudolf Steiner Verpleeghuis. Zij weet een groot aantal historische bijzonderheden te noemen, die mij in die mate nog niet bekend waren. Als niet-antroposoof weet zij ook een prettige afstand tot haar onderwerp te bewaren.

Er staat helaas niet bij wanneer het artikel is geschreven. Het staat op een website die helemaal aan het Wittebrugpark en zijn historie is gewijd: ‘Geschreven door en voor buurtbewoners.’ De tekst is opgenomen op de pagina met bijlagen en wordt aangekondigd met:

‘De enigszins mysterieuze Rudolf Steinerkliniek (nu een verpleeghuis dat probeert de oude antroposofische uitgangspunten en idealen hoog te houden) heeft een interessante geschiedenis.’

We lezen dat het gebouw werd ontworpen door een bouwkundestudent in Delft, Jan Buijs. De opening vond plaats op 17 juli 1928. Dat is over twee weken precies tachtig jaar geleden. Jan Buijs was in het tweede decennium van de twintigste eeuw bevriend geraakt met een student medicijnen in Leiden, Willem Zeylmans van Emmichoven. Deze Zeylmans van Emmichoven zou later psychiater worden en voorzitter van de Antroposofische Vereniging in Nederland (van 1923 tot zijn dood in 1961).

Daniëlle Gallas schetst de onderlinge vriendschap van deze twee mannen met de twee kunstlievende dames Jacoba van Heemskerk en Marie Tak van Poortvliet, twee antroposofen avant la lettre. Een zus van de laatste, Johanna Elisabeth, was psychiatrisch patiënt, reden om Zeylmans te stimuleren antroposofisch arts en psychiater te worden en daarvoor ook haar ruime financiële middelen in te zetten. Dat geschiedt, Zeylmans maakt in 1920 kennis met Rudolf Steiner, die in 1923 naar Den Haag komt om de officiële opening van Zeylmans’ provisorische kliniek te verrichten.

We lezen vervolgens dat de schoonvader van Zeylmans, Pieter Droogleever Fortuyn, wethouder van Openbare Werken in Den Haag was en hem hielp voor de nieuwbouw die prachtige plek op een duin in Scheveningen te vinden. Daniëlle Gallas schrijft verder:

‘Willems vriend Jan Buijs werd als architect gevraagd en hij kreeg de opdracht de kliniek zo te ontwerpen dat de Steineriaanse vormgeving erin herkenbaar zou zijn. Buijs had echter een grote voorliefde voor de hypermoderne stijl van de Nieuwe Zakelijkheid die aansloot bij zijn socialistische ideeën en had geen affiniteit met de antroposofische bouwkunst. Om zich de organische architectuur eigen te maken, reisde Buijs naar Dornach. Het kostte hem echter heel wat tijd en moeite om een organisch ontwerp voor de kliniek te maken, dat aansloot bij de ideeën van Willem Zeylmans. Later distantieerde Buijs zich van zijn ontwerp nadat collega’s zich ongunstig hadden uitgelaten over het gebouw.’

Maar Zeylmans zelf was er erg blij mee. De organische architectuur in Nederland was geboren. (Het artikel beschrijft hierna de rest van de geschiedenis, tot nu toe. Ook heel interessant, maar dat laat ik nu even voor wat het is.)

Update 25 juli: de tekstblokken met citaten heb ik nu laten inspringen.

donderdag 3 juli 2008

Zien

Na de zorg en de pedagogie, is het nu de buurt aan de landbouw om eens goed in beeld te komen. Nu valt dat niet echt mee, terwijl de biologisch-dynamische landbouw toch iets heel fotogenieks moet kunnen zijn. Het gaat niet alleen om mensen, zoals bij die eerste twee gebieden, maar ook om dieren, land, planten en bomen. Zeer tastbaar allemaal.

Ga ik naar ‘Lekker naar de boer!’ en bezoek ik ‘Uw foto’s en verslagen’, dan is de oogst zeer mager. Is dat een teken aan de wand? (Wel is er in de tekst veel enthousiasme voor de Naoberhoeve in Drenthe. Leuk. Die kwam ik ook al tegen in de Verbreding nr. 8 van mei 2008, waar op pagina 2 een verhaal staat dat zich juist hier op deze boerderij afspeelt.)

Maar ook bij Stichting Demeter en de Vereniging voor Biologisch-Dynamische Landbouw en Voeding houdt het niet echt over, met die kleine fotootjes. Verder is er nog Stichting Warmonderhof. Die heeft een fotoboek op zijn website, dat lijkt tenminste ergens op. Maar die foto’s zijn al bijna een jaar oud.

Als we dan toch naar ouder materiaal aan het kijken zijn, dan weet ik nog wel wat. En dat is dan echt speciaal. We schrijven het begin van het jaar 2005, of eigenlijk, de winter van 2004. Iwan Baan heeft destijds een fotoreportage gemaakt voor een speciale uitgave van Motief over biologisch-dynamische landbouw. Dat weet ik nog heel goed, want daar was ik nauw bij betrokken. Hij kwam me toch met mooie foto’s aanzetten! Maar dat wist ik eigenlijk wel, want hij is wat je noemt een topfotograaf. Kijk maar eens op zijn website, wat hij allemaal doet en voor wie hij werkt.

Gelukkig heeft hij een groot aantal van die foto’s voor Motief ook op zijn website gezet. En daarmee is de bd-landbouw prachtig in beeld gebracht. Je kunt er naar blijven kijken. Ik zal er verder niet veel over zeggen. Alleen dat dit nog maar in de winter was. Kun je nagaan hoe het er in de andere seizoenen uit kan zien.

En wat niet-antroposofische onderwerpen betreft: een kijkje in de bibliotheken met 3D is ook niet te versmaden (zet de cursor op de foto en dan rondbewegen). Maar eigenlijk loont het altijd om een tijdje op de website van Iwan Baan rond te neuzen.

woensdag 2 juli 2008

Beelden

Via via vond ik onlangs een link naar beelden waaraan ik weer herinnerd werd toen ik mijn bijdrage van gisteren op dit weblog had gepost. Ze spreken voor zichzelf, lijkt mij. Een vrijeschool in wat een indianenreservaat moet zijn, in South Dakota. Bijzonder karakteristiek zijn de kleuren en materialen, uit duizenden herkenbaar zou ik zeggen. Of noemt u dit een eenheidsworst?

Dit maakt dat mijn bijdrage aan vandaag weer lekker kort blijft. Beelden zeggen nog steeds meer dan woorden.

dinsdag 1 juli 2008

Esthetiek

Het is 1 juli vandaag. Twee maanden zijn volgemaakt. Tijd voor iets nieuws.

‘Wat mooi is, kan niet slecht zijn.’ Het lijkt mij dat de basis van deze uitspraak gevonden kan worden in de Duitse romantiek, bij Goethe bijvoorbeeld. Maar dat weet ik niet zeker.

Soms zeggen beelden meer dan woorden. Op dit weblog speelt het beeld geen enkele rol. Dat is bewust gedaan en zal voorlopig nog wel even blijven gelden. Meerdere redenen zijn hiervoor aan te voeren, maar die laat ik nu achterwege.

Een illustratie van de uitspraak is te vinden op de website van de Raphaëlstichting. Waarmee we de ethiek van de afgelopen dagen op dit weblog verlaten en overschakelen op de esthetiek. Ga naar deze webpagina en download de brochure Raphaëlstichting 2007 met als titel ‘Kunst’.

Overtuig uzelf of mooi tegelijk ook waar is, of u niets voorgespiegeld krijgt. Misschien beantwoordt het niet aan uw smaak en vindt u het niet mooi. Dat is ook nog mogelijk. Dan blijft de esthetiek een persoonlijke categorie. En dient dit slechts als spiegel waarin men zich van zijn eigen opvattingen en overtuigingen bewust kan worden.

Maar ik vermoed dat dit toch een schoolvoorbeeld is van wat in de antroposofische zorg mogelijk is aan te behalen resultaat. Kleurrijk is het in ieder geval. Een staalkaart aan individuele mogelijkheden ter ontplooiing.

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Translate

Volgers

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code