Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

zondag 13 juli 2008

Het eigen ware verhaal

Tussen de Vrije Hogeschool in Driebergen en de universiteit van Witten Herdecke in Duitsland bleek gisteren op dit weblog een verrassende samenhang te bestaan. Witten Herdecke is sinds kort in the picture, omdat Jan Willem Nienhuys tamboereert op de slechte kwaliteit van het professoraat dat Jan Keppel Hesselink daar al dan niet heeft verkregen. Waarmee Keppel Hesselink wordt gedesavoueerd om ook maar enige geldende uitspraak over niet-reguliere behandelwijzen te kunnen en mogen doen.

Tussen twee haakjes, om deze aantijgingen te pareren heeft de mans biografie op zijn Iocob-website sinds kort enkele aanvullingen en preciseringen gekregen. Heette het eerst meer amicaal: ‘Jan is arts, bioloog, farmacoloog en hypnotherapeut/acupuncturist en volgde een opleiding voor ziekenhuisdirecteur bij het Nederlands Ziekenhuisinstituut. Hij werkte enkele jaren als arts in de academische kliniek voor neurologie in Utrecht. In die tijd promoveerde hij op een neurologisch onderwerp (de ziekte van Parkinson) en deed onderzoek naar het ontstaan van vele neurologische en neuromusculaire ziektebeelden.’ Tegenwoordig staat er, meer feitelijk, compleet met titels en jaartallen:

‘In 1980 studeerde Jan cum laude af als bioloog aan de Universiteit van Utrecht, en hij ronde zijn medische opleiding af in 1985. Jan is BIG geregistreerd arts, en geregistreerd hypnotherapeut/acupuncturist. Hij ronde in 1992 een opleiding voor ziekenhuisdirecteur af, bij het Nederlands Ziekenhuisinstituut. Hij werkte enkele jaren als arts in de academische kliniek voor neurologie in Utrecht. In 1986 promoveerde hij aan de Universiteit van Nijmegen op een neurologisch onderwerp (de ziekte van Parkinson) en deed onderzoek naar het ontstaan van vele neurologische en neuromusculaire ziektebeelden.’

Over Witten Herdecke meldden de biografische gegevens tot voor kort: ‘Hij werd in 1996 benoemd als hoogleraar moleculaire farmacologie aan de Universiteit van Witten/Herdecke in Duitsland. Zijn benoeming werd o.a. vermeld in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (NTvG).’ Deze tekst is nu behoorlijk uitgebreid, met een directe link naar de min of meer externe leerstoel voor klinische farmacologie aan de universiteit, waarbij Keppel Hesselink deel uitmaakt van het team dat rondom deze leerstoel blijkt te bestaan, wat mikpunt werd van Nienhuys’ commentaar bij het artikel van Frits van Dam.

‘Hij werd in 1996 benoemd als buitengewoon hoogleraar moleculaire farmacologie, binnen de faculteit voor natuurwetenschappen, met het recht om promovendi te begeleiden (“ius promovendi”), aan de Universiteit van Witten/Herdecke in Duitsland. Hij geeft o.a. les in moleculaire farmacologie en geneesmiddelen ontwikkeling. Zijn benoeming werd o.a. vermeld in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (NTvG). Sinds 2007 is hij verbonden aan het instituut voor klinische farmacologie van dezelfde universiteit. De universiteit van Witten Herdecke is de eerste privé universiteit in Duitsland en staat bekend om zijn innovatieve karakter. Deze universiteit is in Duitsland een van de beste op het gebied van o.a. geneeskunde en economie volgens het academische scoringssysteem en onderzoeken door Zeit, Stern en Spiegel.’

En dan de relatie die Jan Willem Nienhuys constateerde tussen deze universiteit en Robert Gorter. Ook daar is wat mee, maar dan nog veel ingewikkelder. Wat wil je, Gorter is antroposoof. In februari 2003 werd hij uitgebreid geïnterviewd door Petra Weeda in het maandblad Jonas Magazine, nr. 66. Dit Jonas Magazine was de voortzetting van het aloude antroposofische tijdschrift Jonas (dus nog zonder Magazine, in een ander verband schreef ik hier al eerder kort over), dat sinds september 1997 werd gemaakt door Ad van der Neut en Eugène Jacobs en dat op zijn beurt in november 2006 overging in Zens. Tegenwoordig bestaat het helemaal niet meer, in geen enkele vorm. Trouwens, als u wilt lezen hoe het in die aloude tijd toeging bij Jonas, leest u dan ‘Om gegronde redenen’ van Jelle van der Meulen, die van dit tijdschrift langere tijd hoofdredacteur was.

In het interview uit 2003 krijgt Robert Gorter alle ruimte om zijn verhaal te doen, waarbij hij ook uitvoerig ingaat op zijn relatie met de universiteit van Witten Herdecke. Dit is op zo’n manier vervlochten in de context van zijn hele leven, dat het moeilijk is om dit gedeelte eruit te lichten. Hij vertelt bijzonder openhartig vanuit zijn eigen optiek over lukken en mislukken in zijn leven, wat een goed inzicht geeft in ’s mans drijfveren. Omdat er op internet zo bijzonder veel over hem als omstreden persoon te vinden is, maar niet dit interview opgetekend uit zijn eigen mond met zijn hele levensverhaal tot dan toe, en omdat het blad waarin het stond inmiddels toch ter ziele is, denk ik dat ik het wel kan maken om het hele interview hier op te nemen. Het is interessant genoeg om dit te kunnen rechtvaardigen. Het is heel lang, dus gaat u er maar eens goed voor zitten.

Robert Gorter: ‘Ik doe wat ik vind dat ik moet doen, ook als de hele wereld tegen me is’

Door: Petra Weeda

Antroposofisch arts Robert Gorter (56) is oprichter en stuwende kracht van ene groot aantal baanbrekende en daardoor spraakmakende (medische) initiatieven. Zijn gedrevenheid, onuitputtelijke energie en passie voor vernieuwing en experiment – gecombineerd met zijn in alle openheid beleden homoseksualiteit – wekken zowel bewondering als aversie en tegenwerking. Zijn nieuwste project: Medical Centre Cologne.

Het grote kantoorblok ligt in hartje Keulen. Op de begane grond een drukke supermarkt, op de eerste etage een fitnesscentrum. De lift naar de vijfde brengt een totale sfeermetamorfose: sereen, sober maar stijlvol, deftig haast. Een lange gang, lichte kamers, witte wanden, grijze vloeren, strakke ronde vormen en veel kersenhout. Hier vestigde de antroposofische arts Robert Gorter ongeveer een jaar geleden zijn Medical Centre Cologne (MCC), een dagkliniek waar traditionele geneeskundige inzichten worden gecombineerd met nieuwe therapieën, met name bij de behandeling van kankerpatiënten. Het is niet het eerste spraakmakende initiatief waarmee Gorter vriend en vijand in de medische wereld verrast. Toewijding aan patiënten, fascinatie voor onderzoek en bovenal een passie voor beweging en vernieuwing voerden hem naar de plekken waar hij die kwaliteiten kon inzetten, waar ter wereld dat ook was.

We hebben een paar uur uitgetrokken voor het gesprek. Het blijkt nauwelijks genoeg. Veel gebeurtenissen uit zijn leven worden slechts aangestipt. Zoals bijvoorbeeld het eerste methadonproject in Europa dat hij in 1971 in Amsterdam opzette en dat resulteerde in het eerste dagopvangcentrum voor junks. Of het gebruik van cannabis bij gewichtsverlies en pijnbestrijding waar hij al in de jaren zeventig mee experimenteerde. Hij had gemerkt dat blowende huisgenoten iedere nacht eieren stonden te bakken omdat het roken van joints hongerig maakt. Hij dacht aan patiënten die leden onder voortdurend gebrek aan eetlust en combineerde de fenomenen. (“We verbouwden de cannabis in het Vondelpark en daarvan maakte ik een tinctuur. Veel patiënten bleken bij gebruik daarvan minder last van pijn te hebben.”) En – het meest recent – het Long Distance Learning Program (LDLP), het via internet aan te bieden masters degree for anthroposophical health studies dat hij tussen neus en lippen door ontwikkelde als bijscholing voor mensen die werken in de medische wereld en in de zorg. (“Ik dacht: als je nou in Oeganda woont, in de bush van Zuid-Afrika of op de pampa in Argentinië – hoe kan je dan in godsnaam in contact komen met de antroposofische ideeën als je dat zou willen? Binnenkort kan iedereen die een telefoon heeft daartoe toegang krijgen.”) De virtuele colleges van het LDLP zullen worden aangeboden via de universiteiten van San Francisco en Johannesburg en – naar het zich laat aanzien – ook door de Leidse Hogeschool.

Cannabis en internet

Gorter: “Ik ben nu 56 jaar en oud genoeg om dingen te vertellen waar ik hiervoor nooit over sprak. Misschien kan het een inspiratiebron zijn voor anderen.” Zijn kraakheldere lichtblauwe ogen kijken me even heel direct aan, om het volgende ogenblik weer schuil te gaan achter nerveus knipperende oogleden. Toch is hij niet rusteloos. Wel haastig, gedreven, enthousiast. Eigenschappen die ik me herinner van decennia geleden, toen Jonas en hij buren waren in de drie panden die hij aan de Weteringschans in Amsterdam bezat en waarin onder meer zijn huisartsenpraktijk was gevestigd. En van mijn bezoek aan hem in de VS, jaren later, toen hij in het ziekenhuis van San Francisco volledig opging in onderzoek en behandeling van de nieuwe ziekte die daar onder homoseksuelen was uitgebroken en die kort daarna ook de rest van de wereld zou overspoelen: aids.

Zijn motief om naar de VS te vertrekken had overigens niets met aids te maken maar met antroposofie, de drijfveer voor alles wat hij onderneemt. Hoewel zijn huisartsenpraktijk in de jaren zeventig floreert door de toestroom van Amsterdammers die in Robert Gorter een arts vinden die antroposofie uit de mufheid van de wollen sokken en de stoffige leesgroepjes haalt, gaat hij toch in op de uitnodiging van de Amerikaanse Antroposofische Vereniging om de groei van de antroposofische beweging in Californië te ondersteunen en daar een artsenpraktijk op te zetten. Omdat hij “voelde dat het karma op zijn deur klopte”. Maar als men in Amerikaanse antroposofische kringen ontdekt dat hij homoseksueel is, ontvangt hij bericht dat hij niet meer welkom is. Gorter: “Toen wist ik zeker dat ik moest gaan”.

Het is zo’n moment van vastbesloten eigenzinnigheid dat meestal een keerpunt in zijn leven markeert. Zelf brengt hij die vastbeslotenheid in verband met een ervaring op school toen hij acht jaar was. “Voor het bord hing een schoolplaat van de Rijksdag in Worms met daarop aan de ene kant Luther in een kale, bruine pij en aan de andere Karel V en een aantal bisschoppen. Die mannen vragen Luther om zijn stellingen te herroepen. Luther weigert en zegt: ‘Ik sta hier en ik kan niet anders.’ Dat maakte diepe indruk op me. Het schoot door mij heen dat ik later ook zo zou willen zijn. Dat ik doe wat ik vind dat ik moet doen, ook als de hele wereld tegen me is.”

Tegenwerking

Gorter weet dat hij in Californië op behoorlijke tegenwerking moet rekenen. Maar het wordt erger dan hij had kunnen vermoeden. Ondanks smaad en boycot van de zijde van de Amerikaanse Antroposofische Vereniging in Californië, slaagt hij erin de antroposofische geneeskunde daar in de lift te krijgen. Op de universiteit van San Francisco schoolt hij zich bij tot internist. Als het aids-probleem die stad begint te teisteren, gaat hij in het ziekenhuis werken. Eerst als assistent, later als arts en HIV-onderzoeker. “Dat ik ook professor zou worden aan de universiteit van San Francisco, had ik niet voorzien. Maar zo gaan de dingen als je het leven omarmt.”

Veel gebeurtenissen in zijn leven heeft hij overigens wel voorzien. In zijn kindertijd krijgt hij verschillende keren een vooruitblik. Zoals rond zijn vierde als hij plotseling beseft dat je moet doden om vlees op je bord te krijgen. Hij begrijpt dat zijn lichaam een bijzonder geschenk is en besluit daar geen vlees meer in te stoppen. Uit achting voor dat lichaam zal hij ook nooit roken en drinken. Maar belangrijker is de ervaring die hij op zijn negende in het Volkenkundig Museum in Leiden heeft. Als hij een zachtverlichte ruimte met oude boeddhabeelden binnen loopt, valt hij flauw. Zijn ouders schrikken maar Robert heeft op dat moment een heel intense ervaring. “Ik zag dat ik al veel levens had gehad en de wereld van de boeddha’s goed kende. Ik kreeg ook een vooruitblik op dit leven en begreep dat ik vaak uitgetest zou worden. Ik zou kanker krijgen en alles zou afhangen van de manier waarop ik daarmee om zou gaan.” Deze ervaring leidt er toe dat hij zich in het boeddhisme en de theosofie gaat verdiepen. Gaandeweg merkt hij dat hij daarin iets mist. Als hij in zijn laatste studiejaar boeken van Rudolf Steiner in handen krijgt, realiseert hij zich dat de christelijke impuls waarover Steiner spreekt precies datgene is wat hij miste.

De kanker komt in 1973, veel eerder dan hij had gedacht. Hij is afgestudeerd en heeft net het eerste grote pand aan de Weteringschans in Amsterdam gekocht. Zonder ruchtbaarheid te geven aan zijn ziekte laat hij zich onder lokale verdoving opereren. De kanker blijkt in een ver stadium. Men geeft hem nog een maand of zes. Hij trekt het infuus uit zijn arm, verlaat het ziekenhuis en keert terug naar zijn praktijk op de Weteringschans. Hij wil werken, zeven dagen per week. Want het pand moet, zoals hij heeft beloofd, behouden blijven voor de inmiddels opgerichte patiëntenkring. “Ik keek de dood in de ogen en wist dat het van mijzelf afhing of ik zou blijven leven. Ik ging heileuritmie doen en behandelde mezelf met Iscador, het vanuit de antroposofie ontwikkelde maretakpreparaat tegen kanker. Dat was alles.” Hij geneest en dat vormt het fundament voor zijn blijvende verbondenheid met kankeronderzoek en de behandeling met maretak. Hij raakt ervan overtuigd dat maretak een wezenlijk onderdeel is van kankerbestrijding, maar alleen als het wordt ondersteund door de bereidheid “je biografie in eigen hand te nemen”.

Iscador

Tijdens zijn jaren in Californië krijgt hij van de zijde van de Amerikaanse regering een onderzoeksopdracht naar de behandeling van HIV met Iscador. Hij vraagt toestemming aan de Amerikaanse Food and Drugs Administration (FDA) om dat onderzoek op mensen te mogen doen zonder het middel eerst op dieren te hebben uitgetest. Intussen krijgt hij echter, na zeven jaar hoogleraarschap, een sabbatical jaar en overweegt naar de antroposofische universiteit Witten/Herdecke in Duitsland te gaan die hem heeft uitgenodigd om als vice-decaan te komen werken. Voordat hij beslist, geeft hij een proefcollege tijdens een workshop van Herdeckestudenten in Driebergen. Na afloop valt zijn oog op een groepje studenten dat buiten in de ondergaande zon staat te praten. “Een van die studenten herkende ik. Niet aan zijn gezicht, want dat zag ik niet eens, maar aan zijn bewegingen. Ter plekke wist ik dat ik voor hem naar Herdecke moest gaan. Weken later zag ik hem in Herdecke terug. We keken elkaar aan en ik wist dat het karmische dubbeltje was gevallen. Matthias Stoss en ik werden vrienden.”

Als Gorter van de FDA alsnog toestemming krijgt voor het Iscadoronderzoek op mensen met HIV en hij zich daar een dag per week in het Herdeckeziekenhuis aan wil wijden, wordt hem daar de toegang geweigerd. Net als in de VS blijkt hij ook hier op de ‘zwarte lijst’ te zijn beland vanwege zijn homoseksualiteit. Het onderzoek gaat niet door. Wel blijft hij als docent aan de univer­siteit Herdecke verbonden.

Dan dient zich een onverwachte en unieke uitdaging aan. Tijdens een etentje vertelt de eerste secretaris van de Nederlandse ambassade in Duitsland hem dat hij een goede buur zoekt voor de nieuw te bouwen Nederlandse ambassade in hartje Berlijn. Gorter aarzelt geen moment en zegt: “Die buurman ben ik”. Hij vat het plan op om er een antroposofisch medisch onderzoekscentrum vestigen. Van daaruit zou de antroposofie een duidelijke en zichtbare bijdrage kunnen leveren aan de samenleving op een manier zoals organisaties als Greenpeace en Amnesty International, die ook een appèl doen op het bewustzijn van mensen, dat vanuit hun hoofdkwartieren in praktijk brengen.

Hij splitst de gerenommeerde architect Rem Koolhaas een paar boeken van Rudolf Steiner over architectuur in de maag en vindt hem bereid het ontwerp te maken voor een ‘beweeglijk’ gebouw dat tegen het postmoderne onderkomen van Nederlandse ambassade zal worden aangebouwd. Er wordt een stichting opgericht, er is enthousiasme en er komen substantiële donaties. Maar ook problemen. Na een verschil van mening met de leiding van het antroposofisch kankeronderzoeksinstituut in Zwitserland over de onderbouwing van hun onderzoeken en een conflict met de fabrikant van Iscador over de kwaliteit daarvan, is zijn positie in Berlijn niet meer te houden. Het stichtingsbestuur vraagt hem op te stappen om het initiatief te redden. Hij weigert het geld dat hem wordt geboden omdat hij het als zwijggeld beschouwt maar trekt zich wel terug.

Uit frustratie over de problemen heeft Matthias Stoss Berlijn al eerder dan Robert verlaten. Gorter, die als gastdocent aan de universiteit van Johannesburg de ontwikkelingen daar op de voet volgt, raadt hem aan naar Zuid-Afrika te gaan om daar als jonge arts de net ontluikende antroposofische geneeskunde een duwtje te geven. Robert zelf blijft in Berlijn achter. Op 3 april 2002 wordt Matthias, 36 jaar oud, op weg van zijn werk naar huis vermoord. Gorter: “Net als de kanker kwam ook het sterven van Matthias veel eerder dan ik had verwacht.”

Nieuwe therapieën

Gorter krijgt van de GGD Düsseldorf een nieuwe kans om samen met acht artsen uit de regio, het FDA-onderzoek dat Herdecke dwarsboomde alsnog uit te voeren. Diezelfde artsen, die een grote interesse voor antroposofie en natuurlijke geneeswijzen met elkaar delen, nodigen hem uit naar Keulen te komen om gezamenlijk een kliniek op te zetten voor de behandeling van kanker waarbij traditionele methoden worden vervangen door of gecombineerd met nieuwe therapieën. Hij reist direct af naar Keulen en een half jaar later is het Medical Centre Cologne (MCC) een feit.

Kern van de nieuwe benadering van het MCC zijn de behandelingen met de zogeheten dendritische cellen, met maretak en met hyperthermie. Gorter: “Het onderzoek naar HIV heeft ons enorm veel geleerd over het immuunsysteem, ook bij kanker. Nu weten we dat de dendritische cellen iedere cel in je lichaam aftasten om te weten te komen of hij abnormaal is. Wanneer dat het geval is worden er hulptroepen ingeschakeld in de vorm van de natural killer cellen uit de lymfeklieren die de cel lokaliseren en doden. Kankerpatiënten hebben te weinig dendritische cellen of ze functioneren niet goed. Voor de therapie wordt bloed van de patiënt naar een eigen laboratorium gestuurd dat wordt beheerd door een consortium waarvan universiteiten van Göttingen en Wenen – en binnenkort waarschijnlijk ook Amsterdam – deel uit maken. Uit dat bloed worden nog ongevormde bloedlichaampjes geïsoleerd en uitgerijpt tot dendritische cellen. Die worden teruggegeven aan de patiënt. Net als de hyperthermie – waarbij de patiënt in een soort tentje ligt waarin de lichaamstemperatuur langzaam wordt verhoogd naar het koortsniveau – heeft de behandeling geen bijwerkingen en past hij daardoor ook goed in de opzet van een dagkliniek. Essentieel onderdeel van de therapie van het MCC is de life style change, of, zoals Gorter dat eerder noemde: het “ter hand nemen van je eigen biografie.” “Daar valt alles onder wat zinvol is in te bedden in de therapie en het leven van een patiënt die weet dat hij aan een levensbedreigende ziekte lijdt. Dat kan variëren van aandacht voor fitness en voeding tot therapeu­tische gesprekken en van schildertherapie en heileuritmie tot gewoon lekker fietsen. Maar het allerbelangrijkste is dat we hier een cultuur scheppen waarin mensen zich gehoord, gezien en begrepen voelen.”

Naast kanker worden in het MCC ook multiple sclerose, HIV en het volgens Gorter sterk onderschatte chronische vermoeidheidssyndroom behandeld. Binnenkort zal het dertienkoppige artsenteam worden aangevuld met twee oogartsen. Van over de hele wereld komen de patiënten aanreizen. Niet zelden zijn het bekende namen. Hij zoekt ze niet, zegt Gorter, maar ze weten hem te vinden. En hij maakt er geen geheim van dat hij daar plezier aan beleeft. Maar dat de behandeling uitsluitend bereikbaar is voor mensen met een dikke portemonnee, wijst hij zeer beslist van de hand. “Het zijn vooral de laboratoriumkosten die de basisprijs op € 3000 per behandeling brengen. Na drie behandelingen van enkele dagen per maand kun je merken of het helpt en voor verdere behandeling beslissen.”

Chemotherapie en operatieve ingrepen, zeker als die onder plaatselijke verdoving kunnen worden uitgevoerd, worden door de artsen van het MCC niet categorisch van de hand gewezen. Wanneer een tumor goed te opereren is, raadt Gorter zelfs aan dat eerst te doen omdat een tumor toch een belasting voor het lichaam vormt.

Sinds januari 2002 draait de kliniek nu en Gorter is tevreden over de groeiende erkenning. Ook al komt die niet uit de antroposofische hoek. Gorter: “Als je professioneel werkt, krijg je altijd erkenning. Ik ben professor aan vijf universiteiten verspreid over de wereld en dat ik antroposoof ben is daarbij niet relevant. Maar binnen de antroposofie word ik altijd “vergruisd”. Ik pas niet in het antroposofische kader en ben daarom onwelkom. Dat snap ik niet. Maar het leven is kort, de tijd dringt en ik heb geen zin om tegen truttigheid te vechten. Ik vecht liever vóór iets.”

Medical Centre Cologne (das Gesundheitszentrum), Hohenstaufenring 30-32, 50674 Keulen (0), www.koelner-modell.de

Het artikel in Jonas Magazine nr. 66 van februari 2003 eindigt op deze plek met de genoemde link. Wanneer je die op internet volgt, kom je uit bij het IOKZ, het Immunologisches und Onkologisches Zentrum Köln. Hier is echter geen Robert Gorter te vinden. Voor hem moet je ergens anders op internet wezen, namelijk het Medical Centre Cologne (MCC). Hoe zit dit dan?

De Belgische evenknie van Skepter en de Vereniging tegen de Kwakzalverij, SKEPP (Studiekring voor Kritische Evaluatie van Pseudo-wetenschap en het Paranormale), heeft destijds aandacht aan het Kölner Modell besteed (waarschijnlijk was dat in voorjaar 2005). Uiteraard negatieve aandacht. De twee auteurs van het stuk kregen echter op 27 september 2005 een verrassende reactie uit Keulen, van de bedrijfsleider van de instelling. Deze schreef in zijn beste Nederlands:

‘(...) door talrijke gebeurtenissen zagen wij ons verplicht van Robert Gorter per 01.07.2005 uit onze maatschappij te ontslaan. Tot onze grote verbazing moesten wij nochtans vaststellen dat hij zijn aktiviteiten wel onder een nieuwe homepage (www.cologne-model.com) voortzet maar onder hetzelfde adres. (Hohenstaufenring 30-32 – 50674 Köln)
Wij stellen zeer op prijs U uitdrukkelijk te informeren dat wij ons helemaal distantieren van het geneeskundig optreden en te werk gaan van Robert Gorter.
Daarom zouden wij U willen vragen om in uw artikel de link naar „Koelner Modell van Dr. Robert Gorter“ door http://www.cologne-model.com.html/home/team.htm te vervangen. Dat maakt het voor de geinteresseerde gemakkelijker verder informaties over Robert Gorter te krijgen.’

Zoals hier in het eerdere bericht over Robert Gorter gemeld, verscheen in september 2006 een artikel over hem in Ode. Daarbij werd aangekondigd dat hij op 4 oktober een door Ode georganiseerde lezing in Nederland zou komen houden. Op de dag daarvoor publiceerde de site van het Algemeen Dagblad een artikel met de titel: ‘Wonderdokter of kwakzalver?’ Hierin schrijft Martine Boelsma:

‘Gorter, tot voor kort werkzaam bij het Immunologisch Oncologisch Centrum IOZK in Keulen, noemt zich professor en oncoloog. De ziektes die hij zegt te kunnen behandelen: kanker, aids en chronische vermoeidheid. Maar ook voor frivoler zaken als verjongingskuren kunt u bij Gorter terecht. Een telefoontje naar het IOZK leert dat Gorter daar is ontslagen. Wilfred Stücker, heilpraktiker en oud-medewerker: “Hij zit nog wel in dit gebouw. Als het aan ons had gelegen, was hij al vertrokken. Maar hij huurt drie kamers in onze praktijk, waarvan het huurcontract pas eind dit jaar afloopt. We kunnen hem er niet eerder uitzetten.”
Stücker noemt Gorter ‘een koekoeksjong’. “Wij hebben hem in 2000 binnengehaald als woordvoerder. Al snel wilde hij de leiding van het centrum op zich nemen en zelf behandelingen uitvoeren. Daar is hij echter niet toe gekwalificeerd. Het conflict dat hierover onstond leidde uiteindelijk tot zijn ontslag.” Triest vindt Stücker het dat Gorter vervolgens op eigen houtje aan de slag is gegaan met een veelbelovende experimentele therapie tegen kanker.’

Nadat lezers veertig reacties hadden geplaatst die steeds heftiger werden, sloot de redactie de discussie. Maar meteen de volgende dag kwam de website van het AD al met een follow-up: ‘Gorter doet alleen maar loze beloften’, waarin negatieve patiëntenervaringen werden weergegeven. Om naar aanleiding van al deze publiciteit eveneens aan de verhalen van patiënten ruimte te bieden, werd op het lotgenotenforum van Stichting Diagnose Kanker zelfs een hele pagina hiervoor aangemaakt, met als titel: ‘Dr. Gorter, een dure kwakzalver?’ Met vraagteken, dat wel. Hoewel de moderatoren zelf van het forum al duidelijk hun mening hadden, kwamen de meeste reacties toch van mensen die overwegend positief waren. Merkwaardig genoeg verstomde dit forum echter kort daarop, ondanks dringende verzoeken om meer berichten en ervaringen.

Geen opmerkingen:

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Volgen op Facebook


Translate

Volgers

Herkomst actuele bezoeker(s)

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code

Gezamenlijke antroposofische agenda (in samenwerking met AntroVista)