Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

woensdag 23 juli 2008

Voor Barbara

Nogmaals de ochtendschemering op de Erasmusbrug over de Maas. Er rijden al wel een auto (links) en een tractor (rechts) in het opkomende licht. De camera richt zich op het zuiden; het tegenlicht van de hemel maakt dat het lijkt alsof de aardse zaken zich nog in het halfduister bevinden. Maar het is nog altijd zondagmorgen om tien voor acht.

In het commentaardeel van ‘Omtrekkende beweging’ is een uitwisseling op gang gekomen met Barbara. Een weblog is uitermate geschikte voor interactieve diensten. Die interactiviteit wil ik nu nog verder voeren. De dingen die daar ter sprake kwamen, laten vandaag een bijzondere bijdrage toe. Hij is van Daniël van Bemmelen en stamt uit 1962. Ik ben die op het spoor gekomen dankzij het boek van Frans Lutters (inderdaad, broer van Jeroen Lutters) over ‘Daniël Johan van Bemmelen 1899-1982. Opnieuw geboren aan het begin van het lichte tijdperk’, Vereniging voor Vrije Opvoedkunst, Driebergen 2005.

Dit is een uitermate interessant boek. Veel Nederlandse antroposofische pioniers komen erin aan bod (een aantal van hen hebben we in dit weblog al kunnen ontmoeten): Van Bemmelens schoolvriendin Ingeborg Droogleever Fortuyn, haar aanstaande man Willem Zeylmans van Emmichoven, Ingeborgs moeder Hélène Droogleever Fortuyn, haar huurder Max Stibbe, de studente kunstnijverheidsschool en Van Bemmelens latere echtgenote Emmy Smit. De laatste drie zijn samen met Daniël van Bemmelen degenen die de eerste vrijeschool in Nederland oprichten, in september 1923 in Den Haag. Maar ook Elisabeth Mulder, Henri Zagwijn en Jan van Wettum zijn mensen van het eerste uur.

Niet onbelangrijk is tevens dat Daniël van Bemmelen verbonden is met Bernard Lievegoed: in de twaalf jaar van 1933 tot 1945 werkt hij bij hem in Zeist: ‘De opleiding voor vrijeschoolleraren en de samenwerking met Bernard Lievegoed op het terrein van het Zonnehuis. Deze periode eindigt tegelijk met de Tweede Wereldoorlog.’ (blz. 146)
‘In de jaren dertig werd er op het terrein van het Zonnehuis in Zeist de kiem gelegd voor een lerarenopleiding. In 1974 zou het pas werkelijk zo ver zijn dat er een opleiding in Zeist, gevestigd aan de Choisyweg, van start ging. Het werd de “Vrije Pedagogische Academie” genoemd en vond veel erkenning. Er konden hier al na een paar jaar door de staat erkende examens worden afgenomen. Jonge mensen vonden hun weg als leraar op de vrijeschool.’ (blz. 136)

Het genoemde boek van Frans Lutters is gebaseerd op de herinneringen die Daniël van Bemmelen zelf tegen het einde van zijn leven op schrift heeft gesteld, die steeds door hem van commentaar worden voorzien. Op blz. 108 staat bijvoorbeeld: ‘Daan van Bemmelen beschrijft hoe hij tijdens deze Kerstbijeenkomst tot een nieuw bewustzijnsniveau kwam, waarbij zijn eigen lot in relatie tot het lot van de Antroposofische Vereniging in Nederland begon te beleven.’ Het gaat hier om de Kerstbijeenkomst van 1923, de ‘Weihnachtstagung’, waarop door Rudolf Steiner in Zwitserland de Algemene Antroposofische Vereniging werd (her)opgericht.
‘Hij zal deze hele Kerstbijeenkomst aan de zijde van de nieuwe Nederlandse voorzitter Willem Zeylmans meemaken. Dit zal voor zijn hele verdere leven van doorslaggevende betekenis zijn. De band met Willem Zeylmans krijgt tijdens deze bijeenkomst een ongekende diepte.’ (blz. 107)

Goed, na deze introductie kan ik overgaan tot de tekst van Daniël van Bemmelen, zoals deze verschenen is in de Mededelingen van de Anthroposofische Vereniging in Nederland, oktober 1962, blz. 175-186, en zoals die bij Frans Lutters is overgenomen op blz. 230-235. Lutters noemt zijn weergave daar een ‘verkorte samenvatting’. Hij memoreert dat Van Bemmelen het artikel heeft geschreven naar aanleiding van de dood van Willem Zeylmans van Emmichoven op 18 november 1961. Maar al op blz. 117 haalt hij ook een korte passage uit het artikel aan, daar heet het echter dan dat Van Bemmelen dit een jaar voor de dood van Zeylmans heeft geschreven. En het gekke is dat er inderdaad in die tekst enkele heel kleine varianten zijn. Hoe het precies zit, weet ik niet. Ik gebruik het boek uit 2005 als bron. De landelijke bibliotheek van de Antroposofische Vereniging in Den Haag is momenteel vanwege de zomervakantie gesloten, dus daar kan ik het origineel uit 1962 niet opvragen en gaan vergelijken. Ik heb de varianten in ieder geval ook maar aangegeven, tussen rechte haken.

Aanleiding voor mij om deze tekst hier zo volledig mogelijk weer te geven, is het feit dat Barbara over een week haar weblog weer kan bijhouden vanaf Palma de Mallorca. Op het moment doet zij verslag van een scholingsbijeenkomst met Georg Kühlewind. Erg interessant en bijzonder leerzaam. Nadat zij het lange verhaal van Daniël van Bemmelen heeft gelezen, hoop ik natuurlijk dat zij ook uit de eerste hand een en ander zal willen aanvullen van datgene wat Van Bemmelen beschrijft in zijn artikel over Mallorca, en wel vanuit de situatie ter plekke op dit moment. Ik hoop tenminste dat ik met het volgende haar interesse hiervoor zal kunnen wekken.

De hierin genoemde voordracht van Rudolf Steiner van 5 januari 1924 is trouwens in het Nederlands te vinden in ‘De opstanding van de geest’, net in maart uitgekomen bij Uitgeverij Pentagon. Nu het woord aan Daniël van Bemmelen in 1962:

Sinds de Weihnachtstagung hebben wij inzicht gekregen in de karmische samenhangen van de geschiedenis. De grote voordrachtenreeks ‘De wereldgeschiedenis in het licht van de antroposofie’ was het uitgangspunt en werd gevolgd door de voordrachten over ‘De mysteriescholen in de middeleeuwen’.

Door de in 1924 gehouden reeks van karmavoordrachten konden wij die gezichtspunten verdiepen. Welk een enorme hoeveelheid historische personen zijn door Rudolf Steiner behandeld! Veel personen zijn door latere studies van vrienden uitvoerig besproken in voordrachten en artikelen. Maar er blijven er nog verschillende over die een studie waard zijn. Onder deze is de persoon van Raimundus Lullus één van de belangrijkste. Hij werd door Rudolf Steiner op 5 januari 1924 besproken in verband met de middeleeuwse inwijding als voorloper op de Rozenkruisersinwijding. Deze voordracht, die ik gehoord heb, heeft mij altijd geboeid. Maar pas in de laatste tijd kon ik van de historische achtergron­den een studie maken. Deze werd door een bezoek aan Mallorca, de geboorteplaats van Lullus, concreter en aanschouwelijker.

Bij het bezoek aan het klooster Cura, dat op de berg Randa ter ere van Lullus werd gesticht, werd ik door een franciscaner monnik rondgeleid op een tentoonstelling over literatuur, die aan hem was gewijd. Daarbij trof mij, dat er sinds 40 jaar een hernieuwde belangstelling voor zijn persoon bestaat in katholieke en filosofische kringen. Er bestaat een grote internationale vereniging, die een tijdschrift uitgeeft en ook de herdruk van al zijn werken, die in de honderden lopen, verzorgt. Het is altijd merkwaardig te merken dat in dezelfde tijd waarop Rudolf Steiner over personen spreekt, er in bepaalde kringen een belangstelling ontstaat.

Troubadour

In 1929 heeft de Engelse professor E. Allison Peers een uitvoerige en boeiende biografie over Ramôn Lull (Raimundus Lullus is de verlatijnste naam) geschreven.
Ramôn Lull werd in 1235 op Mallorca geboren, nadat zijn vader als ridder in dienst van de koning van Aragon Jaime I (Jacobus), de veroveraar, zich op het eiland, in Palma, had gevestigd. De jonge Ramôn kwam al snel aan het hof in Palma en werd daar gouverneur van de twee prinsen. Hij was vroeg getrouwd en had ook twee kinderen. Tot zijn dertigste levensjaar leefde hij in de wereldlijke sfeer van ridders en hovelingen. Hij had menig galant avontuur met edelvrouwen, die hij als troubadour verheerlijkte in zijn verzen.

Toen kwam echter de grote ommekeer in zijn leven. Terwijl hij bezig was een gedicht voor de door hem aanbeden dame te schrijven, verscheen de gekruisigde voor hem. Hij was zo getroffen dat hij niet verder kon gaan. Toen hij zich later hersteld had en zijn gedicht wilde afmaken, kwam de verschijning opnieuw, zoals hijzelf in een later gedicht getuigde.
‘ ... Jezus Christus is mij, door zijn grote genade, vijf keer aan het kruis verschenen. Opdat ik Hem gedenken en beminnen zou. En zijn Naam en Daden zou verkondigen door heel de wereld ...’ Door dit beleven keerde hij zich af van het leven dat hij in zonde en ijdelheid had verdaan, om zich door boetedoening, meditatie en devotie geheel aan een geestelijke weg te wijden.

Franciscanen en dominicanen

Hij ging eerst een pelgrimstocht langs verschillende bedevaartplaatsen maken. Hij verliet zijn vrouw en kinderen, zijn plaats aan het hof en gaf zijn geld aan de armen. Hij werd door vroegere vrienden voor gek verklaard.
Deze bekering herinnert in veel opzichten, aan die van Franciscus van Assisi, daarom is het begrijpelijk dat hij zich steeds weer aangetrokken voelde tot de franciscaner orde. Op veel latere leeftijd zou hij pas intreden als Tertiariër, dat wil zeggen wereldlijk lid van de minderbroeders, de franciscanen.

Toch was zijn verhouding tot de dominicaner orde oorspronkelijk sterker, omdat na zijn bekering zijn leermeester en raadgever de dominicaner heilige Ramôn de Penafort was. Deze toen 90-jarige Generaal van de dominicaner orde was de biechtvader en raadgever van pausen en koningen. Ook was hij de vriend van Thomas van Aquino, die hem tot het schrijven van zijn Summa heeft aangezet.
Het is echter merkwaardig dat deze leermeester van Lullus zijn verzoek om in Parijs bij Thomas te studeren niet inwilligde, doch hem naar Mallorca verwees. Hij studeerde daar nu het Latijn, het Arabisch en de gehele filosofische literatuur gedurende zeven jaar.

Het lot heeft hem dus niet in de kringen van de grote scholastici in Parijs gevoerd. Toen hij in 1274 zijn studie had voleindigd, stierf Thomas van Aquino en een jaar later zijn leer­meester Ramôn de Penafort op 100-jarige leeftijd.
Vele malen sedertdien is Lullus in Parijs geweest, heeft aan de universiteit gedoceerd, werd ook magister en mengde zich in de grote geestesstrijd tussen nominalisten en realis­ten. Zijn plaats was echter een zelfstandige, die tussen de partijen stond en zijn eigen weg ging. Hij was een realist en aristotelisch denker, maar tegelijk een groot mysticus.

Arabieren

Zijn levenswerk zou vooral aan de bekering van de Arabieren gewijd zijn. Daarop had zijn leermeester hem voorbereid. Daarom moest hij in het half-Arabische Mallorca zijn studie doorlopen en het gehele wijsheidsgoed van de Arabieren in zich opnemen.
Maar voordat hij zijn grote levenstaak zou opnemen, had hij nog een belangrijk beleven, dat hem als een soort inwijding uit de geestelijke wereld werd geschonken.

Berg Randa

Om zich door geestelijke scholing innerlijk meer te verdiepen, trok hij zich terug op de berg Randa, die in het midden van het vlakke gedeelte van het eiland ligt. In één van de holen leefde hij enige tijd als kluizenaar en daar kwam hem de verlichting. Daardoor kreeg hij inzicht in de oorspronkelijke goddelijke openbaring zoals die voor mensen van zijn tijd mogelijk was. Als vrucht van zijn inspiratie schreef hij in korte tijd zijn hoofd­werk, dat hij Ars Magna, ‘de grote kunst’: of ook wel Ars Generale Ultima noemde. Het is ook nu nog de moeite waard om deze bijzonder gevormde berg Randa, die de zwaluw genoemd wordt, te bezoeken.

Inwijding

Wanneer men op de top staat waar nu het klooster Cura is gelegen en van het prachtige uitzicht geniet, of in een van de merkwaardige holen doordringt, dan kan men zich inle­ven in hetgeen Rudolf Steiner in zijn voordracht over Raimundus Lullus beschreef. Hij vertelt over een middeleeuwse ingewijde, die zijn leerling eerst op de hoge berg voerde om hem het openbaringslicht te schenken door de ontmoeting met de geest van zijn jeugd. Om daarna, in de holen der aarde, ook de geest van zijn ouderdom te ontmoeten, waar­door hij leert het boek van de natuur te lezen.

De berg Randa wordt niet direct bedoeld, want de leerling die deze inwijding beleefde, leefde rond 1200. Maar Lullus wordt door Rudolf Steiner wel gezien als opgeleid door deze leerling, die onder begeleiding van deze ingewijde de inwijding op de berg Randa heeft doorgemaakt.

Het is mogelijk om in Ramôn de Penafort deze leerling van de ingewijde uit 1200 te zien, want hij was in die tijd 25 jaar oud. In een oude volkslegende wordt mogelijk de ware ingewijde aangeduid. De legende vertelt dat op de berg Randa een eenvoudige herdersjongen tot Ramôn Lullus kwam. Deze openbaarde hem in enkele uren zoveel wijsheid over de geestelijke wereld, dat een geleerde er vele dagen over zou kunnen spreken.
De herder zegende hem vervolgens door het teken van het kruis en liet Ramôn in verba­zing achter. De herdersjongen werd nooit meer gezien.

De geheimen van de kosmische ruimte zoals deze door het goddelijke wereldwoord geschapen zijn kon Lullus enkel in figuren en begrippen samenvatten. En daardoor in het meditatieve denken de waarheid van deze openbaring leren kennen en tevens het boek der natuur leren lezen. Raimundus probeerde hiermee de aristotelische wijsheid zoals deze in de tien categorieën was neergelegd, in een christelijke wijsheid en natuurbeschou­wing verder te voeren.

Wanneer men deze figuren beschouwt en ook de boom der wijsheid en de trappen tot hogere kennis die in het klooster van Cura tentoongesteld waren, dan herkent men veel van wat later in de figuren van de Rozenkruisers voorkomt. Men kan daarom begrijpen dat men hem als de vader van de alchemie voorgesteld heeft.
We kunnen echter ook begrijpen hoe abstract en droog zulke figuren worden, wanneer hun geestelijke achtergrond niet meer gekend wordt. Dat is het tragische lot geworden van dit werk van Raimundus Lullus.
Hij probeerde met behulp van deze figuren de waarheden van het christendom aan Arabieren over te dragen, maar faalde hier steeds weer in! In steeds weer nieuwe boeken herhaalde en behandelde hij deze begrippen in andere vor­men om ze in redevoeringen en discussies te kunnen gebruiken.

Hij beschouwde zijn missie als een geestelijke veroveringstocht, daardoor werd naar zijn mening meer bereikt dan door wapengeweld. Hij moest echter tot zijn teleurstelling erva­ren dat hij geen metgezellen en helpers voor zijn tocht kon vinden. Daarom ging hij uit­eindelijk alleen. Met vurig enthousiasme sprak en preekte hij onder de mensen van Noord-Afrika, Palestina, Arabië, Syrië, Armenië en Perzië.
Hij trotseerde alle gevaren en weerstanden. Hij werd gevangen gezet, ter dood veroor­deeld en gemarteld, verbannen en vergiftigd. Maar steeds weer begon hij opnieuw tot hij op 80-jarige leeftijd in Boegia, bij Tunis, gestenigd werd.

[Variant hiervan: Raimundus Lullus beschouwde zijn missies als een geestelijke kruistocht, omdat naar zijn opvatting daardoor meer te bereiken viel dan door een kruistocht met wapengeweld. Hij moest echter in de tijd dat ook de gewone kruistochten ophielden de teleurstelling erva­ren, dat hij geen medestrijders en helpers kon krijgen voor deze geestelijke kruistocht. Daarom ging hij maar alleen en met vurig enthousiasme sprak en predikte hij onder de Arabieren van Afrika, Arabië, Palestina, Syrië, Armenië en Perzië. Hij trotseerde alle gevaren en weerstanden, hij werd gevangen gezet, ter dood veroordeeld, gemarteld, ver­bannen, vergiftigd, maar steeds begon hij weer opnieuw, hopend dat hij voor zijn geliefde Heer Jezus Christus eenmaal het martelaarschap zou ontvangen, wat ook werkelijk gebeurde toen hij op 80-jarige leeftijd in Boegia bij Tunis gestenigd werd. (Frans Lutters, blz. 117)]

Miramar

Niet alleen onder deze volkeren had zijn moedige streven hem gevoerd. Hij bezocht ook alle pausen van zijn tijd, alsook de koningen van Frankrijk, van Spanje en van Sicilië. Ook bezocht hij de grootmeester van de Tempeliers Jacques de Molay, die hem op Cyprus tijdens een zware ziekte verzorgde.
Veel hoogwaardigheidsbekleders in kerk en staat vroeg hij om begrip voor zijn doel en om geld en medewerking. Er waren velen die hem hoog vereerden, maar hij werd ook bespot en uitgelachen.

Zijn lievelingswens was een school te stichten voor zijn doelstellingen, waar Arabisch en Hebreeuws zou worden geleerd. Deze wens ging in vervulling door de hulp van zijn jeugdvriend en koning Jaime Il. Aan de noordkust van Mallorca begon hij de school van Miramar. Ramôn Lullus begon samen met 13 franciscaner monniken, 12 die zich om een meester gegroepeerd hadden.
Deze school van Miramar heeft ook na zijn dood een voortzetting gevonden.

[Variant hiervan: Maar niet alleen onder heidenen voerde hem zijn rusteloos streven. Hij bezocht alle pau­sen van zijn tijd, de koningen van Frankrijk zoals Philips de Schone, van Spanje, van Sicilië, de grootmeester van de Tempelieren, Jacques de Molay, en vele hoogwaardigheids­bekleders in staat en kerk om voor zijn doel begrip, geld en medewerking te krijgen. Hij werd bespot en uitgelachen, maar er waren ook velen die hem hoog vereerden. Zijn lieve­lingswens was een school voor zijn missie, waar Arabisch en Hebreeuws geleerd zouden worden, op te richten. Deze wens ging in vervulling door de hulp van zijn koning en jeugdvriend Jaime II. Aan de Noordkust van Mallorca in het prachtige bergland begon hij met 13 franciscaner monniken, dat wil zeggen 12 volgelingen om de meester, naar het voorbeeld van Christus Jezus, de school van ‘Miramar’. (Frans Lutters, blz. 117)]

Hoewel zijn streven naar buiten gericht was, zocht hij innerlijk een steeds intensievere verbinding met het Christusmysterie door een pad van meditatie en devotie te gaan.
In zijn kunstzinnige werken, zoals de grote roman ‘Blaquerna, De kunst van de contem­platie’, maar vooral ook in zijn ‘De liefde van de vriend tot zijn geliefde’ is hij een voorlo­per van de latere Spaanse en Duitse mystici.

Ook knoopt hij aan bij de meer platonisch gerichte mystiek van Hugo en Richard van St. Victor. Zij ontwikkelden in de twaalfde eeuw een oefenweg van meditatie, concentratie en contemplatie, die ook Thomas van Aquino gevolgd heeft.
Maar bovenal deed de navolging van Christus zoals Franciscus hem beoefende, hem besluiten om in te treden in de franciscaner orde, niettegenstaande de aandrang van de dominicanen om in die orde in te treden.

De veelomvattende kracht van zijn denken en kennis voerde hem wel midden in de strijd tussen de scholastici, en dan toonde hij zich gelijkwaardig aan de dominicanen en was hij een realistisch denkend aristoteliaan. Toen in Parijs de richting van de averroïsten, die door Thomas van Aquino en Albertus Magnus zo fel bestreden waren, opnieuw de kop op stak, bond hij de strijd aan in woord en geschrift. Op geheel zelfstandige wijze bestreed Raimundus Lullus de tweevoudige waarheid van de averroïsten. Deze tweevoudige waar­heid had als opvatting dat de waarheid van de oude natuurwijsheid en de oude mysteriën door het denken kon worden begrepen. Maar de religieuze openbaring kon men alleen geloven en niet door het denken in zijn waarheidsgehalte onderzoeken.

Raimundus Lullus ging er in zijn eigen filosofie vanuit dat er drie kenvermogens te onderscheiden zijn. Namelijk het zintuiglijke kenvermogen of Potentia Sensitiva, het voorstellende kenvermogen of Potentia Imaginativa en het denkende kenvermogen of Potentia Intellectiva.

Triniteit

Het was Raimundus Lullus’ kentheoretisch streven om de eenheid in de geestelijke wereld te vinden, van waaruit de uiterlijke verschijnselen als vanuit hun oerbron te voorschijn tre­den. Vanuit dit streven kwam hij tot een hoger begrip van de Triniteit.

In veel geschriften heeft hij over de Triniteit geschreven. En toen hij op zijn oude dag tegenover de nominalisten stond, die de consequenties van hun leer uit het averroïsme afleidden, kon hij de trinitaire eenheid van de geestelijke realiteit met kracht verdedigen. De geschiedenis vertelt hierover een aardige anekdote: de grote franciscaner nominalist Duns Scotus (1265-1308) hield in 1306 lezingen aan de universiteit van Parijs, toen de voor hem onbekende Ramôn Lull met zijn lange witte baard onder zijn jeugdige gehoor zat. Lullus gaf door gebaren, schijnbaar in gedachten afwezig, zijn toestemming of misnoegen op verschillende momenten van de lezing te kennen. Duns Scotus, die de gek met de oude grijsaard wilde steken – die waarschijnlijk, zo dacht hij, niet veel begreep van zijn lezing, richtte een eenvoudige vraag tot hem: ‘Dominus quae pars?’ – ‘Welk deel is de Heer?’ Waarop Ramôn zeer ad rem antwoordde: ‘Dominus non est pars, sed totum.’ – ‘De Heer is geen deel maar een geheel.’

Tijdens het uitspreken van deze woorden stond hij op en bracht zowel de lector als zijn gehoor tot zwijgen door een prachtige beschouwing over de goddelijke natuur en de een­heid van de Goddelijke Triniteit. Later schreef hij hetgeen hij hier uitsprak op in een boek met de titel ‘Dominus quae pars? Sive Disputatio Raymundi cum Scotus’, dat echter verlo­ren is gegaan.

Christus

Ondanks de grootse denkbeelden die Raimundus ontwikkelde, waren ze toch ontoerei­kend om de tegenstanders te overwinnen. In zijn streven moest hij zoveel teleurstellingen beleven, dat hij dikwijls de vertwijfeling en wanhoop nabij was. Doch steeds kon zijn lief­de tot Christus en zijn vurige wil het Evangelie aan de mensheid te verkondigen, hem er weer overheen helpen. Het is aangrijpend deze levensstrijd in zijn boeken, zoals ‘Desconort’ (‘de mistroosting’) te lezen. Hij beoefent daarin de zelfkritiek op humoristi­sche en soms ernstige of dichterlijke wijze. In de meeste van zijn werken neemt de kunst­zinnige vorm, in dialogen en gedichten, een grote plaats in. Ook dierfabels en dramatische beelden moesten zijn opvattingen verduidelijken.

Raimundus vertelde hoe hij eens, toen hij zeer treurig was en ontmoedigd, een kluizenaar ontmoette. Deze vroeg hem waarom hij weende. Raimundus sprak over zijn leed en waar­om zijn Ars Generalis, die hij uit de geestelijke wereld had ontvangen, zo weinig opgeno­men en begrepen was.
De kluizenaar antwoordde daarop: ‘Raimundus, wees niet vertwijfeld maar juist blij dat God je deze kunst geschonken heeft. Ook al proef je nu de bitterheid, eens zal er een bete­re tijd komen. Er zullen metgezellen en helers komen die het werk kunnen begrijpen en daardoor de dwalingen in de wereld kunnen overwinnen. Zij zullen dan veel goeds doen’.

In Raimundus leefde een groot verlangen dat er een tijd zou komen waarin het licht van de geest samen met de morele kracht van Christus een eenheid zou bewerkstelligen onder alle mensen, volkeren en geloofsovertuigingen op aarde.

4 opmerkingen:

barbara zei

ach wie nett;-)) nun habe ich versucht, wenigstens grössere teile zu verstehen. ob du wohl den trecker für mich fotografiert hast?
oder das buch über die ersten holländischen anthroposophen?
meine insel ist übrigen La Palma, eine der kanarischen inseln. nicht malle(mallorca). wenn du in meinem blog unter dem label standort guskt, müsstewst du ein paar googel earth bilder von standort finden.
ich bedanke mich für die widmung und die werbung und werde wohl ersteinmal mit den übungen im blog weiter machen, wenn dann auch ab nächsten mittwoch ein inselwetterbericht dazu kommen wird.

Michel Gastkemper zei

Liebe Barbara!
Ach so, ich war also völlig falsch mit meine Hypothese und Frage an Ihnen. Ich hätte auch dies wissen müssen... Sie sind nächste Woche ganz am anderen Seite von Spanien, nicht im Mittelmeer, sondern im Atlantischen Meer.
Aber jetzt hatte ich auch wohl gerade die Gelegenheit die ganze schöne Geschichte von Raimundus Lullus hochzuziehen. Und mit Spanien hat das ebenso viel zu tun. Ich kann von da aus in der Zukunft wieder mehr einbeziehen.
Herzliche Grüsse!

barbara zei

lieber michael,
also ein guter grund für diese geschichte! alles andere ist unwesentlich. es gibt noch einige andere, die mit palma nur mallorca verbinden zum glück, dann bleibt meine insel schön grün und frei von massentourismus.
hezrlich
barbara

R. van Dijk zei

Interessant artikel, zoals trouwens al uw blog belangwekkend zijn, maar ik ben vaak te moe om lange epistels in het Duits te lezen.

Daarom maar dit toepasselijke lied. Misschien is het uw smaak niet, maar ik ben er tamelijk dol op.

http://ridzerdvandijk.wordpress.com/2011/01/06/will-tura-vergeet-barbara/

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Volgen op Facebook


Translate

Volgers

Herkomst actuele bezoeker(s)

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code

Gezamenlijke antroposofische agenda (in samenwerking met AntroVista)