Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

dinsdag 9 september 2008

Pijlen

Dit is de laatste keer in de serie dat we de Erasmusbrug zo van dichtbij zien. De brug zijn we namelijk gepasseerd en nu gaan we aan de zuidoever langs de Maas, in oostelijke richting (het zonlicht tegemoet; het is immers nog altijd een uur of acht op zondagmorgen), om straks verderop opnieuw de Maas over te steken. Maar dat zal wel even tijd vragen, net zoals het hier alles bij elkaar 55 foto’s en bijna even zovele dagen geduurd heeft voordat we de Erasmusbrug overgestoken zijn.

‘Alternatieve kankerbehandelingen zijn bijzonder kwalijk. Ernstig zieke en wanhopige mensen worden in de waan gebracht dat buiten het reguliere circuit genezing of ten minste een aanzienlijke verbetering van hun toestand mogelijk is. Meestal betreft het absurde therapieën, maar op het eerste gezicht zijn kankerremmende geneesmiddelen of kruiden niet zo raar. Waarom zou maretak niet kunnen werken? De middelen uit een bepaald soort taxus en vincristine (uit de roze maagdenpalm) kunnen dat toch ook? Als er dan ook nog wetenschappelijk onderzoek naar gedaan is en er echte dokters zijn die het aanbevelen, dan is het voor leken en zelfs voor veel praktiserende medici moeilijk om een oordeel te vellen.

In geval van maretakprepararen is het oordeel nu niet zo moeilijk: niet alleen is het idee gebaseerd op uit de lucht gegrepen magische voorstellingen, maar het verzamelde onderzoek laat overduidelijk zien dat er van maretak niets te verwachten is.’

Dit is de conclusie van een artikel van C.P. van der Smagt dat zondag geplaatst is op de website van de Vereniging tegen de Kwakzalverij. Deze vereniging hebben we op dit weblog reeds een flink aantal malen voorbij zien komen. Nieuw voor hier is nu dat de pijlen van deze vereniging direct gericht zijn op de maretak. In het bijzonder op het middel Iscador van producent Weleda, in het bijzonder op Rudolf Steiner als grondlegger van de antroposofie, en vervolgens in het bijzonder op de antroposofie zelf. In deze volgorde, met deze opbouw. Ik zal hier laten zien op welke manier en met welke bewoordingen, en begin daarvoor met de laatste twee genoemde.

‘In het bovenstaande werd al duidelijk dat de maretak vooral door antroposofen wordt aanbevolen. De antroposofie is in 1913 bedacht door de helderziende filosoof Rudolf Steiner (1861-1925), toen die ontevreden werd over de theosofie. Antroposofie is een soort religie of, met een modern woord, een spirituele beweging. De aanhangers noemen het een geesteswetenschap. De antroposofische geneeskunde is door Steiner rond rond 1921 ontwikkeld in samenwerking met de Nederlandse vrouwenarts Ita Wegman (1876-1943), die ook het bedrijf Weleda oprichtte. Zij bedachten eveneens de naam Iscador, geïnspireerd op het Grieks ixia of ixos voor maretak. Antroposofische medicijnen worden niet ontwikkeld op grond van de farmacologische eigenschappen van een stof, maar op grond van vermeende magische verbanden die er in de natuur zouden bestaan tussen mensen, planten, dieren, mineralen en hemellichamen. Bij het zoeken naar geneesmiddelen past de antroposofie oeroude begrippen toe uit de alchemie, homeopathie, mythologie en astrologie. In het bijzonder heeft Wegman op aanwijzing van Steiner het middel Iscador ontwikkeld. Maretak is een parasitaire plant die leeft op diverse soorten bomen, die daardoor langzaam doodgaan. Dat was voor Steiner misschien voldoende reden om te denken dat ze tegen kanker zou helpen. Misschien begreep hij niet het verschil tussen een parasiet en een gezwel. Overigens was er al lang voor Steiner allerlei Duits volksgeloof over de geneeskracht van maretak. Een andere mogelijkheid is dat Steiner dacht aan de rol van de maretak bij de druïden. De ideeën van Steiner over maretak passen heel goed in de antroposofie, waarin vage gelijkenissen en symbolische betekenissen als betrouwbare aanwijzingen worden opgevat.’

In het begin van het artikel komen de eerste twee onderwerpen, Iscador en Weleda, meteen aan bod. Ze worden er direct met de haren bijgesleept. Dat gaat zo:

‘Wanhopige kankerpatiënten laten zich soms overhalen om het middel Iscador te proberen. Dit is gemaakt van gefermenteerde maretak, ook wel vogellijm of mistel genoemd. (...) Mistletoe is giftig en het idee is dat het een soort “boomkanker” is en daarom geschikt als geneesmiddel tegen kanker bij mensen. Dat is een wonderlijke gedachte, maar het gaat er natuurlijk om of het werkt.

Iscador bestaat al sinds 1926 en is vooral in Duitsland ook bekend onder andere merknamen: Abnobaviscum, Cefalektin, Eurixor, Helixor, Iscucin, Isorel, Lektinol, Plenosol, Viscumin. Alle preparaten zijn gebaseerd op maretak (Viscum album L.), maar er zijn verschillen in wat er nog bijgemengd wordt (verschillende zware metalen). Ook is de boom waarop de maretak groeit van belang: maretak van eiken zou voor mannen beter zijn, terwijl vrouwen naar verluidt maretak van appelbomen moeten gebruiken. Iscador is het bekendst, zeker in Nederland. Het wordt geproduceerd door de Zwitserse fabriek van antroposofische middelen Weleda.’

Direct hierop volgend wordt in algemeen begrijpelijk Nederlands uitgelegd hoe er wetenschappelijk onderzoek wordt gedaan, in grote lijnen uiteraard. Ook wordt beschreven welke problemen bij een onderzoek kunnen optreden, waardoor dit niet meer geldig is en daarom niet meetelt bij de wetenschappelijke beoordeling.

‘Er is naar de werkzaamheid van deze middelen vrij veel wetenschappelijk onderzoek gedaan. Helaas deugt dat onderzoek doorgaans niet. Aan onderzoek kunnen alleen harde conclusies verbonden worden als het volgens de regels van erkend wetenschappelijk onderzoek is uitgevoerd.

Men kan tamelijk objectief nagaan hoe goed een onderzoek is. Een basisregel voor onderzoek is bijvoorbeeld dat er met twee of meer groepen gewerkt wordt: een groep die het onderzochte middel krijgt, en een groep die het niet krijgt, maar wel iets dat er zoveel op lijkt dat niemand, ook de behandelende artsen niet, kan raden wie in welke groep zit. Dit heet blindering. Wie er in welke groep terecht komt, moet helemaal van het toeval afhangen. Met andere woorden, er moet op een correcte manier verloting zijn toegepast.

Een en ander is niet altijd eenvoudig te organiseren, en dus hoort het onderzoekverslag nauwkeurig uit te leggen hoe men het heeft aangepakt. Als we dus in zo’n verslag lezen dat 732 vrouwen in de ene groep na de operatie de gebruikelijke bestraling en chemotherapie ondergingen, maar dat 710 andere vrouwen bovendien nog injecties kregen met maretakextract, dan weten we zeker dat de onderzoekers dachten dat serieuze blindering niet hoefde. Zo’n studie kan dus ongelezen in de prullenbak.

Een andere veel voorkomende fout is dat er veel uitvallers zijn. Speciaal als er in de groep die “het middel” krijgt veel patiënten weglopen of door de onderzoekers worden weggelaten, is dat een aanwijzing dat er iets heel erg is misgegaan. Een bekende manier om onderzoeksverslagen te beoordelen is de Jadad-score. Die kijkt naar blindering, verloting en uitvallers.’

Na deze meer algemene uitleg, waar ook al waardeoordelen in verscholen liggen (‘Helaas deugt dat onderzoek doorgaans niet’, ‘Zo’n studie kan dus ongelezen in de prullenbak’, ‘is dat een aanwijzing dat er iets heel erg is misgegaan’), kan de maretak weer expliciet onder het mes gelegd worden. Hiervoor wordt de hoogste huidige wetenschappelijke standaard van stal gehaald, de Cochrane review. Deze Cochrane reviewmethode kwamen we op 24 juli ook al tegen, in het bericht ‘Nieuws van het front’. Wat zegt C.P. van der Smagt hier nu over? Let vooral ook op zijn eigen ‘tussenwerpingen’, die de zaak steeds weer relativeren, met het doel om de mogelijke werking van de maretak teniet te doen.

‘Er is aangetoond dat maretak of het gif daaruit in het laboratorium de groei van geïsoleerde kankercellen kan remmen. Veel planten doen dat ook en ook een scheut zwavelzuur doet wonderen tegen kankercellen. Maar alleen een enkele keer kan uit een dergelijke plant inderdaad een werkzaam geneesmiddel worden bereid. Sommige soorten kanker schijnen trouwens juist harder te gaan groeien onder invloed van maretakextract.

Bij de studies naar het effect van maretak op kanker is slechte kwaliteit schering en inslag. Dat was al 15 jaar geleden zo, toen kritische artsen naar de onderzoeksgegevens keken, en dat is nog steeds zo. Hoe beter de kwaliteit van het onderzoek, hoe minder effect er van het middel wordt gezien. Er zijn nogal eens ernstige bijwerkingen beschreven.

Tegenwoordig wordt voor het bewijs van effect van een medische behandeling de meeste waarde gehecht aan zogenoemde “systematic reviews” en “meta-analyses” van de tot nu toe verrichte studies. Een van de belangrijkste bronnen voor dergelijke overzichten is de Cochrane database of reviews van de Cochrane Collaboration, een internationale organisatie van deskundigen op het gebied van wetenschappelijk medisch onderzoek. In april 2008 zijn die tot de conclusie gekomen dat er geen behoorlijk bewijs is dat maretakpreparaten iets doen tegen kanker. Heel misschien zijn met maretak de bijwerkingen van chemotherapie bij borstkanker beter te verdragen. Als echter na nauwkeurige bestudering van duizenden gevallen de onderzoekers het nog steeds niet weten, dan kan men in afzonderlijke gevallen geen wonderen verwachten.’

Na deze aanloop kan de auteur dan heel expliciet over Iscador worden. Niet alleen richt hij nu zijn pijlen op deze merknaam, maar ook op het producerend bedrijf, zelfs de directeur wordt aangehaald, en op de onderzoekers die er wel positief over zijn, maar die geen knip voor hun neus waard zouden zijn.

‘De Vereniging tegen de Kwakzalverij raadt daarom kankerpatiënten af om Iscador of welk ander preparaat dan ook van maretak te gebruiken. Vooral de toepassing als enige therapie, zoals door antroposofische artsen wel eens wordt aangeraden bij beginnende kanker, is levensgevaarlijk! Dit advies van de VtdK is niet alleen gebaseerd op de uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek, maar ook op de bijgelovige redenen waarom er met maretak al bijna een eeuw geleden begonnen is.

De fabrikant van Iscador maakte zich boos over het standpunt van de VtdK, toen dat door de secretaris werd opgeschreven. Geen wonder, want er gaat in Europa jaarlijks zo'n 45 miljoen euro om in de medische maretakhandel. De directeur van Weleda Nederland wijst ons erop dat een heel andere conclusie wordt getrokken door het Institut für angewandte Erkenntnistheorie und medizinische Methodologie (zie onder Kommentare op die website). Dat is wel begrijpelijk want dat instituut bestaat uit een viertal vurige pleitbezorgers van de antroposofische geneeskunde die graag alle alternatieve genezerij wettelijk erkend willen zien.

Gunver Kienle en Helmut Kiene van dat instituut klagen onder meer dat je maretaktherapie gewoonweg niet goed kúnt blinderen, en dat ze daarom altijd zo laag op kwaliteit scoort. Immers, zo schrijven zij, de onderhuidse injecties leiden tot pijnlijke zwellingen en rood worden van de huid. Dat lijkt mij geen groot probleem voor een competente onderzoeker. Ik heb trouwens wel eens patiënten op hun verzoek zulke injecties gegeven, en ik heb niets gemerkt van pijnlijke toestanden.’

C.P. van der Smagt geeft keurig zijn bronnen aan. In het vorige citaat deed hij dat al met de Cochrane analyse (de abstract ervan), en nu met het artikel van secretaris Frits van Dam in De Telegraaf op 29 juli 2008 op de pagina ‘Gezond en Wel’ en de herkomst van de heel andere conclusie door een specialistisch Duits onderzoeksinstituut. Van dat Telegraaf-artikel is een versie op de website van de vereniging opgenomen. Dat is een brisante publicatie, met als titel ‘Neppers tegen kanker. 125 kwakzalversmiddelen tegen kanker aan de kaak gesteld’:

‘De FDA [in Amerika, MG] is in tegenstelling tot onze eigen Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) niet benauwd om zich krachtig uit te spreken. Zij waarschuwt in niet mis te verstane woorden tegen frauduleuze claims van met naam en toenaam genoemde firma’s die veelal via het internet opereren. (...)

Ook in Nederland zijn er veel nepbehandelingen voor kanker op de markt zoals chloorazijn, Iscador-injecties (maretak), dendritische celtherapie in de variant van Gorter, lichttherapie, kruidenmixen, hoge doses vitaminen en mineralen (orthomoleculaire middelen), ayurveda-therapieën en niet te vergeten een reeks aan diëten (Moerman, Houtsmuller, Gerson, Servan-Schreiber).

(...) Aankaarten van kwakzalverij bij de IGZ heeft weinig zin, want die doet er vrijwel nooit iets mee. Hoewel de organisatie van de gezondheidszorg in de VS bepaald geen voorbeeld is dat tot navolging strekt, worden kankerpatiënten daar beter beschermd tegen kwakzalvers dan in Nederland.

Ik zie de IGZ in ons land nog niet zo gauw een zwarte lijst met 125 neppers tegen kanker publiceren. KWF Kankerbestrijding en de Vereniging tegen de Kwakzalverij (VtdK) doen dat wel. Deze organisaties zullen nog dit jaar met een lijst van nepbehandelingen tegen kanker komen.’

Dus is het geen wonder dat de directeur van Weleda zich dit niet zomaar wilde laten gezeggen en zich hierom boos maakte.

Maar nu weer terug naar C.P. van der Smagt. Ik heb hier bijna zijn volledige artikel geciteerd. Dat heb ik gedaan omdat het er allemaal heel redelijk uitziet, de aangehaalde zaken ook niet echt onwaar zijn, de enkele feiten kloppen. Maar ontstaat er zo een juiste totaalindruk? Gaat iemand nog de bronnen na, hoe het daar geformuleerd is, en vergelijkt die wat hier beweerd wordt ook met deze bronnen? Want de indruk die hier ontstaat, is toch dat de maretak in het algemeen, en Iscador en Weleda in het bijzonder, en daaruit volgend Rudolf Steiner en antroposofie in het bijzonder, niks waard zijn.

Ik heb al eerder gememoreerd dat er in heel antroposofisch gezondheidszorgland voor dit soort zaken tot nu toe maar één ridder is, en dat is een niet-antroposoof die steeds in de bres springt en de kastanjes voor de anderen uit het vuur haalt. Ik bedoel Jan Keppel Hesselink; hij is namelijk degene die weer onmiddellijk ten strijde is getrokken, op zijn website biedt hij vandaag zijn weerwoord. Hij zet een heel andere toon, in zijn Cochrane (2008) en mistletoe (Iscador) bij kanker’, en dat vanuit dezelfde gegevens. Dat gaat zo:

‘Er zijn enorm veel studies gedaan naar de effectiviteit en de werkzaamheid van mistletoe preparaten bij kanker. Iscador is een van de bekendste maretak preparaten. Een en ander was weer aanleiding voor de Cochrane groep om een grote meta-analyse te doen. Deze meta-analyse is vrij mild, en laat ruimte voor de individuele ervaring van de artsen die mistletoe preparaten inzetten bij de behandeling van kanker. Natuurlijk wel weer de bekende Cochrane toverspreuk dat meer en objectieve studies nodig zijn. Dat lezen we vaker. Maar belangrijk is de laatste zin van de samenvatting, waarin de Cochrane groep namelijk het volgende stelt:’

Hier is in de tekst dit citaat weggevallen. Dit luidt: ‘Patients receiving mistletoe therapy should be encouraged to take part in future trails.’ Dan gaat hij verder:

‘Er werden 80 (!) klinische studies gevonden, en die werden onderworpen aan de Cochrane zeef. Dan blijft er niet zo heel veel over, dat hebben we ook vaker gezien. We citeren het zeefproces in zijn totaliteit’.

En dan komt bijna de hele tekst in het Engels. Daarna beoordeelt hij de waarde van de bespreking bij de Vereniging tegen de Kwakzalverij door iemand die een huisarts in ruste blijkt te zijn:

‘Van de Smagt, die in 1955 geneeskunde studeerde, gaf zijn eigen visie, en weefde daarin meteen zijn eigen vooroordelen. Hij schreef bijvoorbeeld:
“Vooral de toepassing als enige therapie, zoals door antroposofische artsen wel eens wordt aangeraden bij beginnende kanker, is levensgevaarlijk!”
De leugen regeert...
IOCOB kent vele antroposofische artsen, maar geen enkele die als eerste lijnstherapie Iscador zou inzetten. Iscador wordt altijd ondersteunend gegeven of palliatief! Het zijn precies dit soort verdachtmakingen van de vereniging tegen de kwakzalverij, die gespeend van harde feiten, de complementaire behandelvormen op basis van leugens in een kwaad daglicht stellen. Hier weer een duidelijk voorbeeld van hun strategie. Het is maar dat u het weet.’

Geen opmerkingen:

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Volgen op Facebook


Translate

Volgers

Herkomst actuele bezoeker(s)

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code

Gezamenlijke antroposofische agenda (in samenwerking met AntroVista)