Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

zondag 28 november 2010

Foppen

Wat ik nou toch weer gevonden heb! Je kunt werkelijk de gekste dingen meemaken. Ik wilde mijn bericht vandaag zo beginnen: schreef ik eergisteren al over iets wat ik was misgelopen, confronteert de Vereniging van vrijescholen me op haar nieuwspagina met een andere omissie mijnerzijds. ‘Euritmie helpt tegen vallen’ heet het bericht:
‘Eenmaal per week een uur euritmie halveert het aantal keren dat een bejaarde valt. Onderzoek heeft dit uitgewezen. Lees meer...
De link leidt naar een aparte pagina met dezelfde titel en deze tekst:
‘Voor het artikel uit NRC Handelsblad hierover klikt u hier.’
Ik heb blijkbaar iets gemist in NRC Handelsblad de afgelopen week... Want door te klikken komt er een pdf-document van een bericht van de wetenschapspagina op dinsdag 23 november tevoorschijn, getiteld ‘“Euritmie” beschermt 65-plusser. Bewegen op muziek helpt tegen vallen’, ‘Door onze redactie wetenschap’, met deze inhoud:
‘Eenmaal per week een uur euritmie halveert het aantal keren dat een bejaarde valt. Euritmie is een soort “bewegen op muziek”, bekend in de antroposofie.

De euritmie is begin vorige eeuw ontwikkeld door de Zwitserse componist Emile Jaques-Dalcroze. Het zijn ook Zwitserse onderzoekers, van de universiteiten van Bazel en Genève, die aantonen dat euritmie werkt als valpreventie bij 65-plussers. Hun onderzoeksverslag verscheen gisteren online in de Archives of Internal Medicine.

Een val van een bejaarde is vaak het begin van veel ellende, vooral als ze hun heup breken. Eén op de vijf bejaarden overlijdt binnen een jaar na een heupbreuk. Naar schatting één op de drie 65-plussers valt ieder jaar een keer. Eén op de tien keer gaat daarbij een bot kapot.

Er zijn al veel manieren van valpreventie onderzocht. Vorig jaar verscheen een overzichtsstudie waarin 111 bekende onderzoeken op systematische wijze zijn samengevat. Vrijwel alle oefenprogramma’s werken, als ze gericht zijn op verbeteren van kracht, balans, flexibiliteit en uithoudingsvermogen. Acties waarbij gevaarlijke kleedjes en andere hindernissen uit huis verdwijnen, helpen meestal niet, behalve in zeer gevaarlijke omgevingen en als de oudere slechtziend is. Staaroperaties zijn ook prima om vallen voor te zijn. Extra vitamine D helpt niet, behalve als iemand daar duidelijk een tekort aan heeft.

De euritmieonderzoekers beredeneren dat ouderen extra gevaar lopen als ze tijdens het lopen ook iets anders doen: praten, kijken of iets doen. En “twee dingen tegelijk doen” kan bij euritmie goed worden geoefend. Zoals lopen of dansen op de maat van de muziek en daarbij op een trommeltje slaan. Of het instuderen van een bewegingspatroon. De halvering van het aantal valongelukken is een goed resultaat vergeleken met andere onderzoeken. De onderzoekers stellen zelfs – zonder bewijs – dat euritmie beter werkt dan de ook voor valpreventie populaire tai chi, een oosterse gymnastiek.

Na een euritmiecursus van een half jaar vielen de gemiddeld 75-jarigen niet alleen minder, ze hadden ook een regelmatiger “gang” en een betere balans.’
Eén ding begrijp ik niet, waarom schrijft de wetenschapsredactie: ‘De euritmie is begin vorige eeuw ontwikkeld door de Zwitserse componist Emile Jaques-Dalcroze’? Wat is dat voor flauwekul? Temeer men meteen de zin ervoor schrijft: ‘Euritmie is een soort “bewegen op muziek”, bekend in de antroposofie.’ Hier klopt iets niet, maar wat? Lees vooral verder wat ik ontdekt heb!

Ik ben eerst op zoek gegaan naar die Emile Jaques-Dalcroze. In Wikipedia vond ik hem vermeld staan bij notabene Jelle Troelstra. Dat is een interessante verwijzing:
‘Jelle Troelstra (Leeuwarden, 17 januari 1891 - Amersfoort, 16 januari 1979) was een Nederlands graficus, kunstschilder en tekenaar. Zijn vader was de bekende socialist Pieter Jelles Troelstra en zijn moeder was de schrijfster Sjoukje Troelstra-Bokma de Boer, die bekend werd onder het pseudoniem Nienke van Hichtum.

Jelle ging als twaalfjarige naar een Duitse kostschool: het Landerziehungensheim in Ilsenburg, en zou daar tot 1906 blijven.

Na de scheiding van zijn ouders in 1907, begon zijn artistieke loopbaan in Genève, waar hij in contact kwam met de Zwitserse pedagoog en componist Emile Jaques-Dalcroze (1865-1950). Terug in Nederland ging hij op de school van Cor Bruijn in Laren (NH) euritmielessen geven.

Later in Laren volgde hij lessen bij schilder en tekenleraar Willy van Schoonhoven van Beurden. Na allerlei reizen in verschillende landen van Europa vertrok Jelle in 1922 naar Frankrijk en ontmoette daar schilders die in Bergen (NH) woonden. Het jaar daarna ging hij ook naar Bergen en maakte daar deel uit van de schilders die de Bergense School vormden.

Jelle trad in 1928 in het huwelijk met Tjac Romein, zangeres en danseres. Tjac zong liederen, waarbij Jelle haar begeleidde.

Troelstra was lid van de kunstenaarsverenigingen De Onafhankelijken, St. Lucas en Arti et Amicitiae te Amsterdam, de Bergense Schildersvereniging in Bergen en het Amersfoorts Kunstenaarsgenootschap in Amersfoort.

Na gewoond en gewerkt te hebben in Leeuwarden, Laren, Blaricum, Kopenhagen, Bergen (NH), Hilversum en Amsterdam – van 1951 tot 1954 in de Zomerdijkstraat – ging Troelstra vanaf 1954 in Amersfoort wonen.’
Meer directs over Emile Jaques-Dalcroze vond ik bij de Kunstbus:
‘Émile Jaques-Dalcroze geboren Wenen 6-7-1865, gestorven Genève 1-7-1950

Jaques-Dalcroze studeerde in Wenen bij Robert Fuchs en Anton Bruckner en in Parijs bij Léo Delibes. In 1892 werd hij harmonieleraar aan het conservatorium in Genève.

Jaques Dalcroze had een bijzondere belangstelling voor ritmiek en beweging en de mogelijkheden van het menselijk lichaam daarin. Hij ontwikkelde een methode, waarvan het voornaamste doel is, het ritmisch gevoel tot een fysieke belevenis te maken en een snelle wisselwerking tussen hoofd en lichaam te ontwikkelen.

Van 1910-14 stichtte en leidde Dalcroze in Hellerau bij Dresden een instituut voor ritmische bewegingsleer, waarop hij in 1915 het Institut Jaques-Dalcroze stichtte in Genève, waar de Dalcroze-ritmiek onderwezen werd en wordt. Zie: www.dalcroze.ch

Zijn methode vond ruime verbreiding in vele steden in Europa alsook in New York en er werden Dalcroze-instituten opgericht. Zijn ideeën hadden ook grote invloed op de ritmische gymnastiek en de kunstdans. Hij schreef ook publicaties hierover.

Jaques Dalcroze werd ook bekend door zijn liederen, die in Frans-Zwitserland zeer populair werden.

Werk: pianomuziek; orkestmuziek; 5 opera’s, waaronder Sancho; koorwerken; Fête de la jeunesse et de la joie (1923); liederen: Chansons populaires, Chanson du coeur qui vole, Chansons d’Alpe, Chansons de route, Chansons rustiques, Chansons religieuses, Chansons de geste, Rondes enfantines; geschriften: Der Rhytmus als Erziehungsmittel für die Kunst (1906), Méthode Jacques-Dalcroze, (5 delen, 1906-07), Rhytmus, Musik und Erziehung (1922, ook in Frans en Engels), La musique et nous (1945), Souvenirs (1942), Notes bariolées (1948).’
De meest wonderlijke verwijzing, die tegelijk het dichtst bij antroposofie en euritmie komt, vond ik echter in deze tekst, ‘Zagwijn in de contekst van zijn tijd’. Dat staat
‘(...) op de website van Jan Pieter Baan, oud-leraar Klassieke Talen en muziekfanaat. Deze site is gewijd aan Res Antiquae, oftewel “zaken van vroeger”.’
Even verderop wordt vermeld:
‘De muzikale activiteiten die in de Onze Lieve Vrouwe Kerk van Geervliet  plaats vinden komen aan de orde bij Geervlietse Muziekmiddagen. U vindt daar de voorlopige programmering voor dit kalenderjaar en artikelen die als programmatoelichting kunnen dienen.’
En hier begint dan de toelichting op Henri Zagwijn, die van een andere orde is dan die in het rijtje met biografieën op de website van de Antroposofische Vereniging in Nederland. Deze toelichting gaat zo:
‘Tijdens de Muziekmiddag van zondag 9 mei hield Lyda Van Baak een inleiding over Henri Zagwijn.
Henri Zagwijn in de contekst van zijn tijd

In het volgende onderdeel van ons programma hoort u een aantal liederen gecomponeerd door Henri Zagwijn. Ik denk dat velen onder u nog nooit van deze componist hebben gehoord en daarom zal ik u wat over hem vertellen.

Henri Zagwijn werd geboren in het toenmalige Nieuwer Amstel (momenteel een deel van de gemeente Amsterdam) op 17 juli van het jaar 1878 als zoon van Adrianus Zagwijn en Betje van Kollum. Zijn vader was souffleur. Spoedig na de geboorte van Henri verhuisde het gezin naar Rotterdam en daar bracht Henri zijn jeugd door. Hij werd opgeleid tot onderwijzer; in 1898 behaalde hij zijn diploma en tot aan zijn 40e was hij onderwijzer aan een lagere school. Zijn beste vriend was Chris van Abcoude, de schrijver van de overbekende boeken van Pietje Bell. Hij leerde zich zelf veel aan over muziek en hij was dan ook een echte autodidact te noemen. Zijn oudere broer, een in die dagen niet onbekend violist, bracht hem de beginselen van de compositieleer bij. Zelf bespeelde hij geen enkel instrument en hij kon alleen een beetje gebrekkig zich behelpen op een piano. Hij was van 1916 tot 1932 hoofdleraar aan de Toonkunst Muziekschool te Rotterdam. In 1931 werd hij benoemd tot leraar aan het Rotterdamse Conservatorium, niet slecht voor een autodidact.

Aanvankelijk was hij aanhanger van de Franse moderne school en vooral een enorme bewonderaar van Claude Debussy. In 1941 verscheen van zijn hand een boek over Debussy. Langzamerhand slaagde hij er echter in om een geheel eigen stijl te ontwikkelen, gevoelig van stemming en geconcentreerd van vorm. Zijn muziekstijl ontwikkelde zich dan ook van romantisch expressionisme naar een veel modernistischer schrijfwijze. Hij was erg actief in het Nederlandse muziekleven en samen met o.a. Marius Brandts Buys jr (1874-1944) en Alphons Diepenbrock (1862-1922) richtte hij in 1910 De nieuwe Muziekhandel op uit onvrede over de manier waarop Nederlandse muziekuitgeverijen op dat moment opereerden (selectief en autoritair).

In 1918 was hij samen met Sem Dresden en Daniel Ruineman oprichter van het Genootschap van Nederlandse Componisten (GeNeCo). Dit genootschap is een beroepsvereniging voor Nederlandse componisten en bestaat nog steeds en heeft als doel op te komen voor de directe en indirecte belangen van componisten die in Nederland wonen en werken. Het is de oudste op moderne leest geschoeide beroepsvereniging in Nederland en telt momenteel meer dan 200 leden. De Henriëtte Bosmansprijs, een aanmoedigingsprijs voor veelbelovende jonge componisten, wordt jaarlijks uitgereikt door dit genootschap. Deze prijs werd voor het eerst uitgereikt in 1994 en in 2009 waren de winnaars Hillary Jeffery en Lucas Wiegerink. Henriette Bosmans leefde van 1895 tot 1952. Zij was pianiste en muziekpedagoge, leerlinge van Cornelis Dopper en later van Willem Pijper. Zij heeft in haar tijd baanbrekend werk verricht op muziepedagogisch gebied.

Uit bovenstaande blijkt dat Zagwijn gedurende de tijd dat hij bij het onderwijs werkzaam was al enorm actief was op het gebied van de muziek en ook een aantal van zijn belangrijkste composities dateren uit die periode o.a. het oratorium “Zauberlehrling” uit 1914 op teksten van Goethe en een “Fantasie voor Orkest” uit 1903.

Reeds als kind had Zagwijn belangstelling voor occulte zaken. Hij kwam in aanraking met de antroposofische denkbeelden van Rudolf Steiner. (Antropos = mens en Sofia = wijsheid) en op 14 december 1915 werd hij lid van de Antroposofische vereniging. Rudolf Steiner had een spirituele en occulte wetenschap ontwikkeld waarin hij beweerde dat de geestelijke wereld toegankelijk kon worden gemaakt via innerlijke ontwikkeling. Er ontstonden in Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk zog. Vrije Scholen die gebaseerd waren op de denkbeelden van Steiner. Op die nog steeds bestaande scholen huldigt men het principe dat een kind moet worden gestimuleerd in die dingen die het graag doet. Dit betekent dus dat een kind dat graag muziek maakt of een voorliefde voor taal heeft daarin enorm gestimuleerd wordt. Aangezien het om een principe gaat en niet om resultaten kan dit betekenen dat andere zaken in sommige scholen niet of nauwelijks aan de orde komen met alle gevolgen van dien. Ook in ons land bestaan diverse vrije Scholen die over het algemeen zeergoed bekend staan. De scholen staan bekend als redelijk elitair en van de ouders wordt dan ook een behoorlijke financiële bijdrage gevraagd.

Om aan een dergelijk school les te mogen geven moet je aan een aantal voorwaarden voldoen. Niet roken en geen alcohol gebruiken zijn daarvan de meest in het oog springende. Ik was als idealistisch pas beginnend onderwijzeresje gegrepen door de denkbeelden van Steiner dus ik solliciteerde aan de Vrije School te Rotterdam. Helaas werd ik afgewezen want mij werd gevraagd of ik rookte en ik vatte dit op als een uitnodiging om een aangeboden sigaret te accepteren dus ik zei gretig “Ja graag”. Dit betekende het einde van mijn Vrije Schoolcarrière nog voor dat hij begonnen was.

Op Vrije Scholen wordt veel aandacht besteed aan diverse kunstvormen, o.a. Eurythmiek, dit is een unieke methode die uitgaat van het principe dat het menselijk lichaam de bron is van alle muzikale ideeën, kinetische energie is energie die je opwekt door te bewegen en het is één van onze krachtigste energieën, die we dagelijks gebruiken bij al onze bezigheden. In de eurythmiek maakt men gebruik van deze energie, eenvoudig gezegd; “Eurythmiek is een onderdeel van ons gehele leven en deze energie kun je aanwenden voor zowel de lichamelijke als de geestelijke ontwikkeling van kinderen”.

Vooral in Duitsland en Zwitserland werd deze methode gedurende een bepaalde tijd veel beoefend. Het lijkt op klassiek ballet maar het is minder artistiek en lichamelijk. De grondlegger van deze eurythmiek is Emile Jaques-Dalcroze, een Oostenrijks-Zwitsers componist die leefde van 1865 tot 1950. Gecombineerd met geneeskundige kennis wordt Eurythmie vooral therapeutisch beoefend en in de Vrije Scholen is het een vast onderdeel van het leerprogramma. Het kind leert bewegen op taal en muziek en deze vormkrachten moeten het kind leren om lichaam en geest beter op elkaar af te stemmen. Zagwijn heeft een “Musicalische Eurythmie, pedagogische muziek voor piano in zes delen” geschreven die voor zo ver mij bekend nog steeds gebruikt wordt. Rudolf Steiner was geen onverdienstelijke dichter en negen van zijn gedichten heeft Zagwijn op muziek gezet onder de titel “Vom Jahreslauf”. Het betreft een werk voor koor en orkest.

Momenteel is Zagwijn een vergeten componist en in diverse muziekencyclopedieën wordt hij zelfs niet eens vermeld. Toch is hij iemand die heel veel voor het muziekleven in Nederland heeft betekend en hij heeft vele nu nog zelden uitgevoerde composities op zijn naam staan, o.a. een aantal orkestwerken en pianoconcerten, een fluit- en een harpconcert, koorwerken en piano- en kamermuziek en een sextet voor strijkinstrumenten dat in 1932 het licht zag. Hij componeerde ook nog een tweetal orkestvoorspelen nl. “Wijdingsnacht”en “Opstanding”.Verder schreef hij een wereldbeschouwelijk werk op antroposofische grondslag “De muziek in het licht van de antroposofie” dat in 1925 werd uitgegeven. Op 23 oktober 1954 overleed hij in Den Haag.’
Aha, daar komt die zinsnede dus vandaan:
‘De grondlegger van deze eurythmiek is Emile Jaques-Dalcroze, een Oostenrijks-Zwitsers componist die leefde van 1865 tot 1950.’
De wetenschapsredactie van NRC Handelsblad heeft dus de klok wel horen luiden, maar weet niet waar de klepel hangt (en Lyda Van Baak helpt bepaald niet mee). Maar hoe zit het nu precies? Ging dat bovengenoemde onderzoek nu werkelijk om antroposofische euritmie, of toch om de ritmiek (euritmiek wellicht? daar begint de verwarring) van Jacques-Dalcroze? Het enige wat echt uitsluitsel kan geven, is het onderzoek zelf raadplegen. Maar hoe kom je daaraan? NRC Handelsblad schreef:
‘Het zijn ook Zwitserse onderzoekers, van de universiteiten van Bazel en Genève, die aantonen dat euritmie werkt als valpreventie bij 65-plussers. Hun onderzoeksverslag verscheen gisteren online in de Archives of Internal Medicine.’
Goed, dus daarheen gegaan. In ‘About Archives of Internal Medicine’ lees ik:
‘The Archives of Internal Medicine, with a print circulation of over 70 000 physicians in 77 countries, began publication in 1908. It is an international peer-reviewed journal published 22 times per year and reaches the majority of office- and hospital-based general internists and significant numbers of internal medicine subspecialists in the United States. The online version is published on the second and fourth Mondays of each month, except August and December, when it is published on the second Monday only. The Archives of Internal Medicine’s recent acceptance rate is about 13%. The average time from acceptance to publication is 4 months. The 2009 impact factor of the Archives of Internal Medicine is 9.81, ranking near the top among over 100 general and internal medicine titles. (The impact factor is a measure of citation rate per article, and is calculated by dividing 1 year’s worth of citations to a journal’s articles published in the previous 2 years by the number of major articles [eg, research papers, reviews] published by that journal in those 2 years.) The Editor of the Archives of Internal Medicine is Rita F. Redberg, MD, MSc, University of California San Francisco School of Medicine, San Francisco, California (see Archives Editorial Board).

Mission Statement: To promote the art and science of medicine and the betterment of human health by publishing manuscripts of interest and relevance to internists practicing as generalists or as medical subspecialists.’
Dan is het zoeken geblazen, welk artikel, welk onderzoek zal het zijn? Uiteindelijk vind ik dit:
‘Effect of Music-Based Multitask Training on Gait, Balance, and Fall Risk in Elderly People
A Randomized Controlled Trial

Andrea Trombetti, MD; Mélany Hars, PhD; François R. Herrmann, MD, MPH; Reto W. Kressig, MD; Serge Ferrari, MD; René Rizzoli, MD

Arch Intern Med. Published online November 22, 2010. doi:10.1001/archinternmed.2010.446

Background
Falls occur mainly while walking or performing concurrent tasks. We determined whether a music-based multitask exercise program improves gait and balance and reduces fall risk in elderly individuals.

Methods
We conducted a 12-month randomized controlled trial involving 134 community-dwelling individuals older than 65 years, who are at increased risk of falling. They were randomly assigned to an intervention group (n = 66) or a delayed intervention control group scheduled to start the program 6 months later (n = 68). The intervention was a 6-month multitask exercise program performed to the rhythm of piano music. Change in gait variability under dual-task condition from baseline to 6 months was the primary end point. Secondary outcomes included changes in balance, functional performances, and fall risk.

Results
At 6 months, there was a reduction in stride length variability (adjusted mean difference, –1.4%; P < .002) under dual-task condition in the intervention group, compared with the delayed intervention control group. Balance and functional tests improved compared with the control group. There were fewer falls in the intervention group (incidence rate ratio, 0.46; 95% confidence interval, 0.27-0.79) and a lower risk of falling (relative risk, 0.61; 95% confidence interval, 0.39-0.96). Similar changes occurred in the delayed intervention control group during the second 6-month period with intervention. The benefit of the intervention on gait variability persisted 6 months later.

Conclusion
In community-dwelling older people at increased risk of falling, a 6-month music-based multitask exercise program improved gait under dual-task condition, improved balance, and reduced both the rate of falls and the risk of falling.

Trial Registration
clinicaltrials.gov Identifier: NCT01107288

Author Affiliations:
Division of Bone Diseases, Department of Rehabilitation and Geriatrics, University Hospitals and Faculty of Medicine of Geneva, Geneva, Switzerland (Drs Trombetti, Hars, Herrmann, Ferrari, and Rizzoli); and Department of Acute Geriatrics, Basel University Hospital and Medical Faculty of Basel University, Basel, Switzerland (Dr Kressig).’
Dit moet het wel zijn, maar nu weet ik het nog niet precies. Er wordt niet gesproken over euritmie of over (eu)ritmiek van Jacques-Dalcroze. Dit is ook slechts de abstract, want ik kan niet bij de full text. Wat nog wel kan helpen, is de Trial Registration. Daar staat een link bij. En wat levert die op? Onder meer dit (het loont de moeite het in zijn geheel te lezen, maar voor ons doel volstaat dit):
‘Effects of a Music-Based Multitask Exercises Program on Gait, Balance and Fall Risk in the Elderly
This study is ongoing, but not recruiting participants.
First Received: April 19, 2010 Last Updated: May 6, 2010

Sponsor: University Hospital, Geneva
Collaborators: University Hospital, Basel, Switzerland
Jaques-Dalcroze Institute, Geneva, Switzerland
Information provided by: University Hospital, Geneva

Purpose
The aim of this study is to investigate the effectiveness of a 6-month music-based multitask exercises program (Jaques-Dalcroze eurhythmics) in improving gait and balance, and reducing fall risk in community-dwelling older adults with an increased risk of falling.’
En even verderop:
‘Official Title: A Randomized Controlled Trial of Music-Based Multitask Exercises (Jaques-Dalcroze Eurhythmics) on Gait, Balance and Fall Risk in the Elderly’
En dan onder ‘Arms’:
‘Intervention group: Experimental
Randomized to receive the intervention first
Intervention: Other: Music-based multitask exercises program’
En onder ‘Assigned Interventions’:
‘Other: Music-based multitask exercises program
Subjects are entered into a 6-month Jaques-Dalcroze eurhythmics program and are followed for an additional 6 months after the intervention period. They complete assessments at baseline, 6 and 12 months. The program consists of structured 1-hour group exercises classes, conducted weekly by an experimented instructor, that include varied multitask exercises performed to the rhythm of improvised piano music, sometimes with the manipulation of objects (e.g., instruments of percussion, balls), with gradually increasing difficulty over time. Basic exercises consist of walking following the music, responding directly to changes in music’s rhythmic patterns.
Other Name: Jaques-Dalcroze Eurhythmics’
En dan de andere onderzoeksgroep, ‘Arms’:
‘Delayed intervention control group
Randomized to wait-list control first
Intervention: Other: Music-based multitask exercises program’
Opnieuw ‘Assigned Interventions’:
‘Other: Music-based multitask exercises program
Subjects are wait-listed to receive, 6 months after randomization, the same 6-month Jaques-Dalcroze eurhythmics program as the Intervention group. They complete assessments at baseline, 6 and 12 months.
Other Name: Jaques-Dalcroze Eurhythmics’
Nu weten we het wel zeker: het gaat absoluut niet om antroposofische euritmie! We kunnen ook nog even bij de Franstalige website van Dalcroze in Zwitserland langsgaan, en vinden daar inderdaad dit onderzoek. De wetenschapsredactie van NRC Handelsblad heeft heel creatief een link gelegd, maar die is niet onderbouwd. En de Vereniging van vrijescholen heeft zich hierdoor laten foppen; dat vind ik nog wel de mooiste mop! Eens kijken wanneer ze het in de gaten krijgen...
.

5 opmerkingen:

Frans Wuijts zei

Mooi staaltje onderzoeksjournalistiek in het klein!

Joep Eikenboom zei

Knap uitgezocht en gevonden, Michel.
Wel jammer eigenlijk, toch.
Want eigenlijk geloof ik dat wat voor de Dalcroze-therapie geldt, ook wel met euritmie kan worden bereikt. Waarom doen de meeste 'sofen' nou nooit eens gedegen onderzoek. Bang van 'Ahri'?

Michel Gastkemper zei

Beste Joep,
Op het derde symposium op 12 november van het Lectoraat Antroposofische Gezondheidszorg aan Hogeschool Leiden was er zelfs een professor van de Alanus Hochschule in Duitsland die een onderzoek presenteerde (nog niet afgesloten) naar euritmietherapie: Annette Weisskircher, Professorin für Eurythmietherapie. Dus misschien wordt je bede binnenkort wel verhoord! Overigens had professor Max Moser van de universiteit in Graz (Oostenrijk) ook het nodige over euritmie-onderzoek te melden.

Michel Gastkemper zei

Ik kan hier ook melden dat het bericht over het NRC-artikel op de website van de Vereniging van vrijescholen meteen vandaag verdwenen is. Dat valt dan weer mee.

Martine Meursing zei

Beste Michel,
Hartelijk dank voor het uitpluizen van de nalatigheid van het NRC.
Ik ben het eens met het vermoeden dat eenzelfde onderzoek met euritmie ook positief zou uitvallen.
Ter aanvulling over Dalcroze:
Mijn cellodocente heeft zich geschoold in Dalcroze. Haar leerlingen zitten heel mooi en vrij te strijken en maken vlotter muziek van de noten dan ik verder zie.
Ik ben heel enthousiast iemand te hebben gevonden die mijn euritmische beweging en muziekale gehoor kan meenemen in de cellolessen vanuit haar ervaring met Dalcroze techniek. Er zijn meerdere musici die daar hun voordeel mee doen.
Als euritmie in de geschiedenis minder doel op zich en meer als middel zou zijn gebruikt,zouden de positieve effecten ook ervaarbaar kunnen zijn. Dan moet je de menskunde ombuigen: hoe vloeiend kan ik mijn armen bewegen op de melodie van een stuk zodat ik ruimte ervaar in armen en borstkas i.p.v. melos is tussen boven en onder en moet zus en zo gedaan worden. Ik ben blij in het onderzoekstijdperk beland te zijn.
Martine Meursing

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Volgen op Facebook


Translate

Volgers

Herkomst actuele bezoeker(s)

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code

Gezamenlijke antroposofische agenda (in samenwerking met AntroVista)