Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

donderdag 24 september 2009

Schakel

Alexis van Erp weer door de bocht. Dan weet je dat je goede informatie krijgt. Gisteren schreef hij op de website van Biologica over ‘Honingbijen’:

‘U had er misschien nog niet bij stilgestaan, maar de honingbij is een landbouwdier. Ze worden gehouden voor honing, bijenwas, en voor de bestuiving van fruitbomen en vele groentesoorten.

Honingbijen vervullen een essentiële schakel in de voedselvoorziening. Naar schatting 1/3 van al het eten op aarde is afhankelijk van de bestuiving door bijen. Einstein zou gezegd hebben: “Als de bij van het aardoppervlak verdwijnt, heeft de mens nog maar vier jaar te leven.”

Het gaat de laatste jaren erg slecht met de honingbijen: ze sterven bij bosjes. Dit komt waarschijnlijk door een combinatie van drie oorzaken: grootschalig gebruik van insecticiden in de landbouw, afgenomen biodiversiteit, en de verspreiding van bijenziektes t.g.v. de globalisering. Ook de manier waarop bijen worden gehouden, speelt waarschijnlijk een belangrijke rol. Honingbijen komen in Nederland sinds de jaren ’80 niet meer in het wild voor.

Met biologische landbouw worden twee van de drie oorzaken van bijensterfte aangepakt: biologische landbouw zorgt voor grotere biodiversiteit, en er worden geen chemische middelen gebruikt. Biologische maar met name biologisch-dynamische imkers gaan bovendien op een andere manier met hun bijen om: ze laten de bijen (deels) overwinteren op hun eigen honing. Overigens is er in Nederland geen gecertificeerde biologische bijenhouderij; het is moeilijk om te voldoen aan de eis dat 3 km in de omtrek alleen biologische landbouw of natuurgebied aanwezig is.

De meest doordachte vorm van imkerij is waarschijnlijk de biologisch-dynamische imkerij. De grondlegger ervan, Rudolf Steiner, waarschuwde in het begin van de 20e eeuw al voor de gevolgen van het ontstaan van de kunstmatige imkerij (rond 1910), en voorspelde dat het enthousiasme hierover geen 100 jaar zou duren. Zie www.bdimkers.nl. Biologica moedigt imkers aan om over te stappen op duurzamere methoden. Vraag hiervoor de omschakelbrochure aan bij info@bdimkers.nl.’

Dat is een interessante link. Ik wist niet dat er een club van bd-imkers bestond, die was ik nog niet tegengekomen. Dus gauw naar die website, kijken wat die inhoudt. ‘Verwondering voor de imme’ staat er raadselachtig op de homepage. Klikken maar, en je komt uit bij de vraag ‘Interesse in bijenvriendelijk imkeren?’ Met daaronder als antwoord:

‘Noteer dan vast de dag waarop de landelijke bijeenkomst in Driebergen plaatsvindt: zaterdag 13 maart 2010. Om de uitnodiging en het programma te ontvangen, kunt u zich vervolgens aanmelden via info@bdimkers.nl. Ook kunt u zich als belangstellende opgeven bij de regiogroepen die sinds dit voorjaar actief zijn. Als u iets wilt doen om ons te ondersteunen kijk dan onder het kopje “Wat kan ik doen”.’

In plaats van daarheen te gaan, kies ik in het menu links eerst voor ‘Uitgangspunten’. En zie daar dit staan:

‘Imkeren naar het wezen van de bij: bijenwaardig
een korte omschrijving van de uitgangspunten van BD-imkeren

Dat is mooi, nu dus weer daarheen. Aha, nu komen we echt wat te weten:

‘In 1979 is de BD-imkerwerkgroep gevormd door Sieb Fontein (1914-1993). Hij was zich bewust van de grote bedreiging die de moderne, kunstmatige bijenteelt voor de imme is. Het werk van Rudolf Steiner (1861-1925), grondlegger van de anthroposophia, was zijn inspiratiebron. In de voordrachtcyclus “De Bijen” gaf Steiner in 1923 al aan dat de vreugde omtrent de kunstmatige bijenteelt, die sinds 1908-1912 begon, geen 100 jaar zou duren. Inmiddels is het zover.

In de lezingencyclus “De Bijen” spreekt Rudolf Steiner tot de arbeiders aan het eerste Goetheanum over de taak van de bijen in de aarde- en mensheidsontwikkeling, die al zichtbaar is in oude cultuurperioden. Als imkerwerkgroep zien wij het als onze taak deze impuls en haar achtergronden te onderzoeken en naar de praktijk van het imkeren te vertalen, waardoor de vitaliteit van het bijenorganisme versterkt wordt.

Hieruit zijn bijvoorbeeld onderstaande inzichten voor het houden van bijen voortgekomen die verschillen met de reguliere bijenteelt:

– het laten afkomen van zwermen is de meest optimale basis voor de geboorte van de nieuwe imme. Dit in plaats van kunstmatige zwermen, KI of anderszins, waarbij de imker ingrijpt in het bijenorganisme.

– de raten door de bijen zelf laten bouwen in plaats van kunstraat te geven: natuurbouw. Als natuurbouw goed bekeken wordt is te zien dat er vele onregelmatigheden in zitten. Ieder bijenvolk bouwt op een eigen manier zijn raten. Met kunstraat wordt het bijenorganisme in een vorm gedrongen die niet de hare is.

– de bij-eigen natuurlijke afstand tussen de raten (35 mm - hart tot hart) wordt daardoor in acht genomen. Optimaal komen we dan tot 11, liefst 9 raams kasten. Regulier is de onderlinge afstand in de 10-raams standaardkasten 38,5 mm. Dit is een grotere afstand die op honingwinning gericht is en niet op de bevordering van een optimaal en krachtig broednest. Bovendien zitten in kunstraat (gesmolten en in een vorm geperste raat uit alle hoeken van de wereld) residuen van chemicaliën waarmee de laatste 20 jaar vrijwel iedere imker zijn bijen behandelt tegen allerlei parasieten en ziekten

– in een kast met hoge ramen (bijvoorbeeld combiramen) ontwikkelt het broednest zich als een gesloten bolvormig geheel. Deze bolvorm wordt in standaardkasten onderbroken waardoor er een koude-brug in het broednest ontstaat die de bijen maar hebben op te lossen en dat kost energie die ten koste gaat van de vitaliteit van het bijenvolk

– iedere imme mag zoveel darren hebben als ze zelf voortbrengt, gezien de bijzondere functie die de dar heeft. De kennis omtrent de functie en betekenis van de dar is regulier vrijwel onbekend en een van de grootste geheimen van de imme

– Als er bijgevoerd moet worden om de bijen de winter door te helpen, geniet het inwinteren op eigen honing de voorkeur. Het bijvoederen met een suikeroplossing kan verrijkt worden met eigen honing en/of kruidenthee (o.a. kamille) met eventueel wat zout. Door dit verrijken van de suikeroplossing wordt het de bijen makkelijker gemaakt de suiker om te zetten tot “honing”

– de bijenwoning is van stro(rogge- of bunt) en/of van ongelijmd hout. Geen of zo min mogelijk metalen delen in de kast: afstandsreepjes, ijzerdraad in kunstraat. Ook geen gelijmde multiplex kasten

– er is een respectvol contact van imker tot imme. Een imker die niet overgevoelig is voor bijensteken werkt met blote handen in de bijen. De bijen kunnen de imker dan laten merken als deze te grof werkt. Bijen steken niet zomaar, de bij verliest daarmee zijn leven, dus er moet wel een goede reden zijn. Het is aan de imker te begrijpen waarom er in individuele situaties gestoken wordt.

Vragen naar “het wezen van de bij”

Het “Imkeren uitgaande van het wezen van de bij” is iets wat voortdurend in ontwikkeling is. De BD-imkerwerkgroep stelt geen algemene richtlijnen, maar bevordert individueel imkerschap vanuit dit uitgangspunt. Er is geen recept, geen kwaliteitskeurmerk, geen commercieel uitgangspunt, geen BD-imkermethode met voorschriften. We stellen steeds vragen naar de oorsprong en het wezen van de bij en haar betekenis voor de toekomst opdat we de bijen optimaal door deze tijd kunnen loodsen en behoeden.

Literatuur:
Steiner, Rudolf, De Bijen (heruitgave bij Christofoor, voorjaar 2010)
Lorenzen, Iwer Thor, Natuur en Wezen van de Honingbij (heruitgave, juli 2009)’

Maar wie zijn nu de mensen die dit allemaal doen? Dat is niet helemaal duidelijk. Maar er zijn in ieder geval ‘Regiogroepen’:

‘U kunt zich via e-mail aanmelden bij een regiogroep en krijgt dan informatie over de regiogroep en wanneer de eerstvolgende bijeenkomst is. Ook als u (nog) geen bijen heeft bent u welkom. Iedere regiogroep heeft een eigen karakter afhankelijk van de deelnemers. Er wordt hetzij gestudeerd of onderzocht, of het zijn sociale bijeenkomsten en weer andere gaan praktisch aan de gang.’

Hoe dan ook, als ze al sinds 1979 bestaan, is deze club inmiddels dertig jaar oud. Dat is een respectabele leeftijd. En mooi dat Biologica vandaag hiernaar verwijst.

Geen opmerkingen:

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Translate

Volgers

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code

Gezamenlijke antroposofische agenda (in samenwerking met AntroVista)