‘Een student is voor menigeen in de eerste plaats een deelnemer aan het hoger onderwijs. Hij is echter ook een (post)adolescent. Hij bevindt zich in een levensfase die zich vooral kenmerkt door de wens van het anders-zijn. Het onderwijs houdt daar onvoldoende rekening mee. De focus ligt te eenzijdig op een smalle “professional education”. Dat kan tot maatschappelijke ontploffingen leiden. Hoe kan “liberal education”, met belangstelling voor de uniciteit van ieder mens, helpen het evenwicht te herstellen? Hoe kan meer aandacht voor het bruto nationaal geluk een bijdrage leveren aan het bruto nationaal product?’
Nu was vanochtend op de opiniepagina van Trouw het artikel ‘Studeren doe je niet voor jezelf’ te lezen:
‘Dit is een ingekorte versie van een lezing die Jeroen Lutters 19 september in Antwerpen hield op het BoekenPodium, bijeenkomst over non-fictie boeken.’
Hij wordt geïntroduceerd als:
‘Jeroen Lutters, cultuurhistoricus, onderzoeker Hogeschool Utrecht en voorzitter Bernard Lievegoed College for Liberal Arts’.
De ondertitel van zijn opiniebijdrage luidt:
‘Hogescholen en universiteiten moeten niet alleen kennis overdragen, maar ook normbesef.’
Het is helaas niet op de website van Trouw geplaatst. Daarom laat ik het hier maar gewoon in zijn geheel volgen, dan bent u helemaal op de hoogte en kunt u meegenieten:
‘Studenten hebben volgens het bedrijfsleven te weinig normbesef, zo bleek gisteren uit een onderzoek van KPMG. Het hoger onderwijs besteedt inderdaad nog weinig aandacht aan de ethische vorming van studenten.
De overheid investeert volgend jaar 36 miljard in onderwijs, cultuur en wetenschap, zo blijkt uit de rijksbegroting 2010. Maar waartoe? Neemt de onwetendheid, de onverschilligheid van het individu merkbaar af? Zijn de huidige investeringen voldoende om het tij te keren?
Misschien is het tijd voor een fundamentele heroriëntatie op het hoger onderwijs. Daarbij moeten ook de universiteiten en hogescholen zelf hun verantwoording nemen.
De praktijk van het hoger onderwijs – de wereld waarin ik me dagelijks beweeg – is nu vooral gericht op de investering in economie. Menselijk geluk en welvaart worden als synoniem ervaren. Een teken aan de wand is de extreme gerichtheid op de professionele educatie. Ik wil het belang daarvan niet marginaliseren. Een groot deel van de wereld wil eerst kunnen leven “vrij van armoedde en gebrek”, zoals Louise Arbour, oud-hogecommissaris van de mensenrechten (VN) zaterdag in een interview met het Belgische dagblad De Standaard terecht opmerkte.
Een eenzijdige blik op welvaart is echter niet de uiteindelijke oplossing voor de “challenges of our time”. Het kan zelfs leiden tot een verdere verergering van de situatie. De mens kan verworden tot een instrument, geleid door niet-humane wetmatigheden, het individu wordt uitgekleed.
Het hoger onderwijs moet niet eenzijdig gericht zijn op de professionele educatie en “weten”, maar ook aandacht besteden aan “het geweten”. Het is zaak dat studenten niet alleen worden uitgedaagd om te denken in termen van bruto nationaal product, maar ook in termen van – zoals dat in Bhutan wordt omschreven – bruto nationaal geluk.
Dit alles vraagt om een concrete vernieuwing van het huidig curriculum op hogescholen en universiteiten. Binnen opleidingen is er ruimte nodig voor zingevingsvragen. Er moet een beroep worden gedaan op het domein van de humaniora.
Studenten moeten worden gevraagd een basisstrategie te ontwikkelen: “Hoe draagt mijn studie, werk en leven bij aan een betere wereld”. Zodat hun latere activiteiten ook maatschappelijk verankerd zijn. Wat geldt voor de studenten, geldt overigens net zo goed voor de docenten, de onderzoekers en de leidinggevenden van de instellingen.
Het herzien van het traditionele curriculum vraagt – wil het kans tot slagen hebben – om concreet hanteerbare vormen. Daar hoef je niet heel ver voor te zoeken. Een inspirerend voorbeeld is het new liberal arts-programma, zoals dat wordt gepropageerd door Elizabeth Coleman. Deze progressieve voorzitter van het prestigieuze Bennington Liberal Arts College in Vermont (VS) laat studenten in een bachelor, masters, major en minor, bezig zijn met fundamentele ethische vraagstukken. De studenten werken aan het ontwikkelen van een vorm van denken met aandacht voor de ethische implicaties van hun handelen.
Coleman heeft als motto dat “niemand de antwoorden heeft, maar iedereen wel verantwoordelijkheid draagt”. Het gaat er om dat jonge managers een persoonlijk ethisch principe ontwikkelen voor hun latere professionele activiteiten. Het gaat om de kunst van het ontwikkelen van een “persoonlijke kernstrategie”. Het gaat niet om het simpelweg adopteren van een nieuwe ideologie; wel om het verwerven van een authentieke levenshouding.
Mijn pleidooi is daarom eenvoudig: binnen opleidingen voor artsen, leraren, managers en technici moet er een aparte minor, bachelor-plusprogramma of een onderzoeksmaster komen die studenten de gelegenheid geeft een persoonlijke strategie te ontwikkelen.
Goethe waarschuwde al in zijn Faust tegen het gevaar slaaf te worden van de kennis. Het is de verantwoordelijkheid van het hoger onderwijs om de student bewust te leren omgaan met kennis. Het kunstje doen is niet meer genoeg. Het wordt tijd dat we leren professioneel handelen te verheffen tot een morele kunst.’
Geen opmerkingen:
Een reactie posten