Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

zondag 9 mei 2010

Enscenering

Vandaag weer eens met een schuin oog gekeken naar het Goetheanum. Naar de website die je bij entree ‘Herzlich Wilkommen beim Goetheanum’ toeroept. De laatste keer dat ik over het Goetheanum als zetel van de Algemene Antroposofische Vereniging berichtte – dat was op 17 april in ‘Druk’ – ging het vooral om de centjes. Een nare geschiedenis die je liever zou vergeten. Dat hebben ze daar in Dornach erg letterlijk opgevat, want je vindt er niets over terug. Des te meer echter over een ander spektakel, en dat wordt je op de homepage meteen ingepeperd, namelijk ‘Die Mysteriendramen’:

‘Mit der Premiere von “Der Hüter der Schwelle” an Ostern 2010 schloss sich die vierte und letzte Etappe in der Neuinszenierung von Rudolf Steiners Mysteriendramen. Nach zwei Jahren Entwicklungszeit lädt das Goetheanum ein, das grosse Bühnenwerk von Rudolf Steiner auf der Bühne zu erleben.

Vergangene Erdzustände und Kulturepochen – Perspektiven der Evolution: Die Anthroposophie zeichnet grosse Bilder der Vergangenheit und öffnet Fenster in die Zukunft. Die Gegenwart der Anthroposophie als Ort, in den alle Vergangenheit mündet, aus dem Zukunft entspringt, findet sich überall dort wo sie in Schulen, Kliniken, anthroposophischen Arbeitskreisen und Höfen zur Praxis wird – und sie findet sich auf der Bühne. Dort wird die Gegenwart zum Fest und dieses Fest gewinnt in den Mysteriendramen seine spirituelle Tiefe.

Die Mysteriendramen sind Dramen der Ermutigung, denn keine der Krisen von Maria, Johannes, Strader oder Capesius wird umschifft und dennoch bleibt die spirituelle Zuversicht greifbar. Immer ist die Entwicklung des einzelnen, an die Entwicklung des anderen geknüpft. Das macht das Werk zugleich zu einem Drama des einzelnen Menschen wie zu einem Drama der Gemeinschaft.

Herzlich willkommen am Goetheanum – um die Mysteriendramen zu entdecken oder wiederzusehen. Informationen zu den Mysteriendramen

In het menu links zien we onderaan als vierde een link naar het bericht ‘Ein Bogen schliesst sich’ van 7 april staan:

‘Mit der Premiere von “Der Hüter der Schwelle” am 1. April sind nun alle vier Mysteriendramen neuinzeniert.

Nach etwas mehr als zwei Jahren künstlerischer Entwicklungszeit ist die Goetheanum-Bühne an einem wichtigen Ziel angekommen. Ab jetzt wird – beginnend im Mai und voraussichtlich endend im Februar 2011 – alle vier Dramen von Rudolf Steiner jeweils in einem Zyklus aufgeführt werden. Erfreulich ist dabei, dass das ursprüngliche Konzept, die Euryhtmie mit ihren besonderen Ausdrucksmöglichkeiten in die Mitte der Inszenierung zu stellen, zu einem guten Ergebnis geführt hat. Dabei wurde das Schauspiel nicht an die Seite gedrängt, sondern konnte sich im zurückhaltenden Bühnenbild ebenfalls seine Geltung finden.

In den kommenden Wochen wird es nun darauf ankommen, vor allem diejenigen Menschen für einen Besuch der Dramen zu gewinnen, die nicht zu ausgewiesenen Kennern der Dramen gehören. Die neue Inszenierung, in der die Textarbeit und das Verständnis der einzelnen Rollen viel Gewicht bekam, kommt solchen “Neueinsteigern” entgegen, denn sie hilft, in das Schicksalsfeld der einzelnen Personen mit Verständnis eintauchen zu können.

Ausserdem ist es erfreulich, dass mit dem Redaktionsteam der Projekt.Zeitung eine Kooperation möglich wurde. Im Mai, spätestens im Juni, erscheint ihr besonderes Heft über die Mysteriendramen. Es eröffnet eine Reihe neuer Zugänge zu dem grossen Bühnenwerk Rudolf Steiners.’

Dan is er dus ook nog een speciale website over deze nieuwe enscenering, waar je via de eerdergenoemde ‘Informationen zu den Mysteriendramen’ komt. Daar vind je onder de titel ‘Die Mysteriendramen 2010’ om te beginnen deze tekst:

‘Die vier Mysteriendramen sind Rudolf Steiners grosser Wurf, den Kernthemen der Anthroposophie eine künstlerische Form zu geben – Reinkarnation und Karma, spirituelle Persönlichkeitsentwicklung, Gemeinschaftsbildung und der Umgang mit dem Bösen. Sie schildern die Krisen und Fortschritte des geistigen und seelischen Entwicklungsweges einer Gruppe von Menschen. Dass die geistige Entwicklung jedes Einzelnen das Schicksal der Gruppe prägt und dass eine Gemeinschaft sich erst dann eine Gemeinschaft nennen kann, wenn sie die Krisen und Irrwege des Einzelnen zu halten vermag, gehört zum Sozial-Visionären der Dramen. Es werden die Schicksalswege der Hauptfiguren so entfaltet, dass sie in vergangene Verkörperungen ins Mittelalter und in die spätägyptische Zeit führen. In gross angelegten Bildern zeigen die Mysteriendramen die Schauplätze dieser früheren Inkarnationen, wie sie sich in Meditation und Traum dieser Personen widerspiegeln. Jeder Schritt in der geistigen Entwicklung setzt die Figuren neuen Einflüssen und Verblendungen des Bösen aus. Dass dabei Luzifer und Ahriman auf einzelnen Etappen auch notwendige Wegbegleiter werden, gehört zum komplexen Verständnis des Bösen, wie es bereits in Goethes Faust angedeutet und in den Mysteriendramen ausgeführt ist. 100 Jahre nach der Uraufführung des ersten Dramas in München und im Vorjahr zum 150. Geburtstag Rudolf Steiners werden die Mysteriendramen von der Goetheanum-Bühne in einer neuen Inszenierung gespielt.’

Je blijkt zelfs korting te kunnen krijgen, als lid van de Antroposofische Vereniging, maar ook als niet-lid:

‘30% Ermässigung für Mitglieder der Anthroposophischen Gesellschaft, Frühbucherrabatt 25% für Nichtmitglieder und die Möglichkeit Mysteriendramen zu verschenken’

Een boek over 100 jaar mysteriedrama’s is al enige tijd in het Nederlands uit, zoals ik op 24 maart in ‘Koopje’ beschreef. Dit mede naar aanleiding van het 21-jarig bestaan van het Drempeltheater, die dit jaar hetzelfde vierde drama ‘Het ontwaken van de zielen’ voor het tweede achtereenvolgende jaar integraal in het Nederlands opvoerde. Op de website van het Drempeltheater is de inhoudsopgave van dit boek geplaatst, evenals het voorwoord:

‘In december 2009 is een project binnen ons project ontstaan. Een aantal jaren eerder was het idee om een boek samen te stellen niet van de grond gekomen; maar het bleef in de lucht hangen. Door contact met mensen in België voor een opvoering aldaar, is er een samenwerking tot stand gekomen met Marc Nauwelaerts die zich ook 21 jaar met de Mysteriedrama’s heeft verbonden. Hij schrijft artikelen en houdt voordrachten.

Op een bepaald moment “kondigde” het boek zich aan met twee hoofdzaken: 1e de afsluiting van het 21 jarige project van het Drempeltheater om de Mysteriedrama’s in het Nederlands op te voeren en 100 jaar Mysteriedrama’s van Rudolf Steiner. En 2e om een boek voor het Nederlandstalige gebied te maken wat de Mysteriedrama’s inhoudelijk toegankelijk maakt voor een breed publiek.

Er ontstonden achterelkaar ideeën, contacten kwamen tot stand, foto’s werden geselecteerd, interviews gehouden; één bruisend gebeuren.

Aanvankelijk dachten we dat het “een boekje” zou worden van 90-100 pagina’s maar het werden 232 pagina’s. We hebben prachtige inhoudelijke bijdragen gekregen, naast die van Marc Nauwelaerts, van Jana Loose en 36 medewerkers, oud-medewerkers en toeschouwers! De inhouden worden omlijst door veel foto’s en illustraties. Als streefdatum werden de opvoeringen op 13 en 27 maart 2010 gesteld omdat die de gelegenheid boden om het boek te kunnen verkopen.

Nadat wij direct bij aanvang van de uitvoering van al die ideeën, aanvragen voor garantstellingen/subsidies hadden gedaan bij verschillende instanties en slecht één reactie ontvingen, begon de financiering enigszins zorgwekkend te worden toen de kosten per pagina begonnen op te lopen... Twee leden van het Drempeltheater hebben toen het initiatief genomen om een campagne te starten waarbij alle leden van het Drempeltheater en onze Vrienden gevraagd werd om ongezien een of meerdere boeken te kopen, en/of een schenking of renteloze lening te doen. De reacties waren overweldigend en binnen de kortste tijd was de financiering geen zorg meer. De helft van het bedrag was als renteloze lening ontvangen en wanneer we nog 100 boeken verkopen zullen we de leningen terug kunnen betalen. We hopen dit jaar alle 1000 boeken verkocht te hebben. Het boek is te bestellen via ons email adres: info@drempeltheater.nl onder vermelding van naam en adres en door overmaking van €29,95 (excl. portokosten €3,00) op rekeningnr. 78.49.53.902 van Drempeltheater te De Lier.

Het is wederom een prachtige samenwerking tussen het Drempeltheater en het publiek geweest om ook dit project uit te kunnen voeren.

Op 3 december 2009 zijn we begonnen en op 13 maart 2010 werden de eerste 100 exemplaren in de Warande in Turnhout afgeleverd. Het is een razend spannend proces geweest. Wij zijn iedereen die dit mogelijk gemaakt heeft, enorm dankbaar voor de bijdragen. Het is een waar “gezamenlijk kunstwerk”; een eerbetoon aan de Mysteriedrama’s.’

Het is een omvattend boekwerk geworden. Toch had het nog dikker kunnen zijn. Want ik vond onlangs in oude afleveringen van het maandblad Motief materiaal dat niet had misstaan in deze uitgave. Maar daarom niet getreurd, want ik kan het hier altijd nog weergeven. Tenslotte heb ik eerdere keren al over het Drempeltheater en de inhoud van dit boek geschreven: op 21 februari in ‘Mysteriedramaboek’, op 30 december 2009 in ‘Vriendenkring’, op 26 maart 2009 in ‘Marathon’, 3 maart 2009 in ‘Drempel’ en 8 augustus 2008 in ‘Drama’. Het eerste en oudste dat ik tegenkwam is een ingezonden brief in Motief nr. 6 van maart 1998, met als opschrift ‘Mysteriedrama – Een hachelijke onderneming’:

‘In Motief nummer 3 geeft Ineke van der Duijn Schouten een mooi beeld van de opvoering, in ’t Spant in Bussum, van het vierde mysteriedrama Der Seelen Erwachen. Ze verwoordt heel treffend wat wij als toeschouwers ook hebben beleefd en ervaren. Wij waren echter wel verbaasd te lezen dat de opvoering in het Nederlands “niet is doorgegaan”, zonder dat schrijfster daar verder iets aan toevoegt. Immers, op 9 februari 1997 hebben wij, amateurspelers van het Drempeltheater onder leiding van Corrie Hendriks, in de nieuwe theaterzaal van het RudoIf Steiner College te Rotterdam, een deel van het eerste mysteriedrama De poort van de inwijding opgevoerd. Wij speelden het voorspel, de eerste zeven taferelen, en het tussenspel in de Nederlandse vertaling van Wijnand Mees en Cornelia Rens-Portielje.

Mevrouw Rens was ook een van de ongeveer tweehonderd toeschouwers, en dit was de eerste keer dat zij haar vertaalde tekst hoorde. Haar reactie op ons spel omschrijft zij in een ingezonden brief voor Das Goetheanum: “...Door de onvermoeibare concentratie van de spelers was het publiek, zonder zich te vermoeien, voortdurend intensief meebetrokken. Dat vind ik een zeer grote prestatie.” We kregen veel dankbare reacties waaruit bleek dat de toeschouwers echt in hun hart geraakt waren. Rudolf Mees verwoordde dit in de Mededelingen van april 1997 als volgt: “...Wat zichtbaar en beleefbaar werd, was juist door alle eenvoud een sprekend gebeuren: van hart tot hart, van toneelspeler tot toeschouwer. Zeker geen toneelvoorstelling in de professionele zin van het woord. Maar er gebeurde iets veel belangrijkers: het drama werd met voelbare aandacht opgenomen en beluisterd, ook meebeleefd door mensen die nog nooit in hun leven iets van de mysteriedrama’s van Rudolf Steiner hadden gezien. De opvoering was een momentopname van hard, enthousiast en lang werken.”

De meeste van onze spelers zijn nu ongeveer zeven jaar gezamenlijk bezig met de mysteriedrama’s. We lezen en spreken de tekst, zoveel mogelijk volgens de aanwijzingen van Rudolf Steiner en Marie Steiner uit Sprachgestaltung und Dramatische Kunst. Zo proberen we tot inleving en verdieping te komen.

Rond Michaël 1993 hebben wij het voorspel als eerste opgevoerd, een jaar later het voorspel en het eerste tafereel en zo stapje voor stapje verder tot de komende opvoering van het gehele eerste drama, een week na Pasen op 19 april 1998 in de theaterzaal van het Rudolf Steiner College te Rotterdam.

De moeilijk toegankelijke tekst van de mysteriedrama’s, waar Ineke van der Duijn Schouten over schrijft, komt hiermee dichterbij. U bent van harte welkom.

Ton Eland en Brenda Gerritsen, Delft’

Het tweede is een recensie door Wijnand Mees in Motief nr. 10 van juli-augustus 1998, getiteld ‘Opvoering van het eerste mysteriedrama van Rudolf Steiner De poort van de inwijding, een impressie’:

‘We zitten voor een klein toneel van de zaal van het Rudolf Steiner College in Rotterdam, het Drempeltheater. Er is geen toneeldoek. Bij de decoropbouw worden uiterst eenvoudige hulpmiddelen gebruikt. Rollen ribkarton worden wolken waarachter, wat verhoogd, wezens van de geestelijke wereld verschijnen. De spelers zijn allemaal leken, die de eerste beginselen van het acteren amper onder de knie hebben. En dan toch die zeggingskracht! De tekst wordt duidelijk en vrij de zaal in gesproken. Moeilijk te begrijpen passages, en dat zijn er vele, worden met een vanzelfsprekendheid gebracht of de spelers in het gewone leven niet anders doen. In dit opzicht is een speciaal compliment op zijn plaats voor Brenda Gerritsen als Maria en Ton Eland als Benedictus. Deze personen hebben in zekere zin de leiding in het drama en kunnen er gemakkelijk, door de diepe en moeilijk te begrijpen inhouden die ze voortdurend te berde brengen, een drukkend karakter aan geven. In deze opvoering waren ze echter zonder meer acceptabel en overtuigend.

Echter ook anderen wil ik noemen. Het acteerpeil was weliswaar niet hoog, maar Leo van Driel als Strader in het achtste tafereel was daar een uitzondering op. De wijze waarop hij de innerlijke crisis gestalte gaf, waar hij bij het zien van Johannes’ schilderwerk doorheen gaat, was opmerkelijk. Ook Johannes zelf werd door het spel van Cor Tietema een mens wiens innerlijke ontwikkeling voor de toeschouwer aanvoelbaar werd. In dit drama is hij degene om wie zich de hele handeling concentreert. In de laatste taferelen speelde hem helaas te geringe rolvastheid parten. Ton Eland zag echter kans om naast zijn rol als Benedictus ook de rol van Capesius van een ziek geworden collega over te nemen en, naast die van Benedictus een alleszins geloofwaardig eigen karakter te geven. Van de andere rollen zijn met name Anneke Maissan als Felicia Balde en Rudolf van Lierop als Theodosius opgevallen. De rollen leken hen op het lijf geschreven. Een bijzonder compliment verdient ook Henny Jacobsen Jensen als Ahriman. Deze geest van het materialisme, altijd door een man gespeeld, werd door haar uitstekende combinatie van goed stemgebruik en zeer karakteristieke wijze van bewegen tot een boeiende verschijning.

Het voor- en tussenspel werd door het wat stijve woordgebruik van de vertalers, tot stukjes blijspel, die het goed deden in dit verder zo serieuze drama. Het geheel liet een zeer goede indruk achter. Voor de toeschouwers kwam dit drama, dat zich zowel op aarde als in de geestelijke wereld afspeelt, juist door de onpretentieuze setting dichtbij. Een voor Nederlanders juiste wijze om een mysteriedrama te brengen. Een groot compliment is daarom op zijn plaats voor Corrie Hendriks als regisseur. De boog van dit drama, dat met twee onderbrekingen van 14.00 uur tot 21.00 uur duurde, wist zij zeer goed te spannen. De groep spelers vormde een goede eenheid, de rolbezetting was over het algemeen sterk, de aankleding was verzorgd, maar ook de organisatie om het drama heen was prima. Wat met name aanstekelijk werkte was het enthousiasme, dat iedereen, ook de toneelknechten die je gewoon aan het werk zag, bezielde.

Hardmoed Grefe schreef voor dit drama boeiende muzikale motieven en gebruikte daarvoor zeer verschillende instrumentale middelen. Je kon horen dat deze fragmenten mee kunnen “groeien” met de verdere ontwikkeling van dit geweldige project.

Dit was de eerste keer dat een geheel mysteriedrama in het Nederlands werd opgevoerd. De belangstelling was enorm: de geplande opvoering was meteen geheel uitverkocht en de ingelaste tweede voorstelling grotendeels. Een feit van de eerste orde. In 1996 leed een dergelijk project onder andere leiding schipbreuk. Corrie Hendriks en haar groep hebben jaar na jaar doorgewerkt, steeds nieuwe taferelen aangepakt en het resultaat is dat het eerste mysteriedrama De poort van de inwijding in de Nederlandse taal is opgenomen. Een wezenlijke verrijking van de Nederlandse cultuur!’

Het derde is ook een recensie, ditmaal door Ineke van der Duijn Schouten, maar nu van het tweede drama, of tenminste een deel daarvan, in Motief nr. 31 van juni 2000, onder de titel ‘De mysteriedrama’s en de werking van het karma’:

‘Steeds meer Nederlanders vinden het aannemelijk dat er zoiets bestaat als reïncarnatie, zo bleek enige tijd geleden uit een onderzoek. Een opmerkelijk uitkomst, want in de jaren zestig en zeventig was dat percentage vele malen kleiner. Wat je in het dagelijks leven aankunt met je ideeën over reïncarnatie is echter vooralsnog een probleem. Hoe merk je dat je met een gegeven uit een ander leven te maken hebt? Publicaties op dit gebied, bijvoorbeeld die van de Zweedse Barbro Karlén over haar vorige leven als Anne Frank, komen al snel ongeloofwaardig op ons over. We geloven in reïncarnatie, maar we hebben de instrumenten nog niet in handen om er op een adequate manier mee om te gaan, kort gezegd lijkt dat de situatie waarin we ons als 21e-eeuwers bevinden.

Des te bijzonderder is het feit dat Rudolf Steiner reeds negentig jaar geleden, toen het begrip reïncarnatie bij veel Europeanen nog nauwelijks bekend was, vier grote toneelstukken schreef op basis van geesteswetenschappelijk onderzoek, waar dit thema een hoofdrol speelt. Men kon op het toneel met eigen ogen personages “van vlees en bloed” zien worstelen met de consequenties uit vorige levens: een aanpak die getuigt van buitengewoon veel lef. Steiner achtte de opvoering van deze vier mysteriedrama’s zo belangrijk dat dit zelfs de aanleiding werd voor de bouw van het eerste Goetheanum.

Gezien het feit dat Steiner zijn tijd ver vooruit was met het thema karma en reïncarnatie zou je verwachten dat de mysteriedrama’s de highlights vormen binnen de antroposofische beweging. Voor kleine groepen mensen geldt dat ongetwijfeld: er zijn in de loop der tijd diverse studiegroepjes over gevormd en sporadisch werden door amateur-spelers enkele scènes opgevoerd. Echt voet aan de grond kregen de drama’s, althans in Nederland, echter niet. Toen een belangrijk struikelblok, de Duitse taal, begin jaren negentig was opgelost door de professionele vertaling van Cornelia Rens en Wijnand Mees, beiden zeer grondige kenners van de drama’s, leek het tij te keren. Er werd een grote, professionele opvoering voorbereid, onder regie van Christopher Marcus, voor een algemeen publiek. De opvattingen over de speelbaarheid van het stuk liepen echter dusdanig uiteen dat het initiatief schipbreuk leed. Dat is meer dan jammer, want het had juist, nu het thema reïncarnatie ook algemeen gemeengoed begint te worden, een machtig middel kunnen zijn om enigszins greep te krijgen op dit mysterie.

Dat we daar onlangs toch iets van konden proeven is te danken aan het Drempeltheater, een groep die grotendeels bestaat uit amateur-toneelspelers, onderregie van spraakdocente Corrie Hendriks. In voorgaande jaren had deze groep het eerste drama, eerst in gedeeltes en later in zijn geheel, laten zien. Nu speelde men op 8 en 9 april in de zaal van een Rotterdamse Vrije school een deel van De beproeving van de ziel, het tweede mysteriedrama.

Ik heb er geboeid naar zitten kijken. Zodra de lichten in de zaal uitgingen bevonden we ons in de Middeleeuwen. Ingewijden weten dan dat het hier een terugblik betreft van Capesius, een professor in de cultuurgeschiedenis die ineens beelden krijgt van zijn vorige leven. We zien een bos met op de voorgrond boeren en boerinnen, op de achtergrond een grote burcht die behoort tot de orde van de Tempelieren waarin de individualiteit van Capesius vele jaren eerder is toegetreden. De situatie ziet er voor de Tempelieren slecht uit. In een korte, uiterst scherp neergezette, geladen dialoog tussen de abt van het naburige klooster en een ridder van de orde zien we hoe het er om spant: een op het eerste gezicht zakelijk gesprek over het eigendom van een stuk grond luidt in werkelijkheid de ondergang in van de Tempelorde.

Biografisch gezien gebeurt er met degenen die hierbij betrokken zijn heel veel in korte tijd. Het is dus ook niet zo verwonderlijk dat Capesius juist dit gedeelte uit zijn vorige leven voor zich ziet. Achteraf herkent hij dezelfde mensen die in zijn huidige leven een belangrijke rol spelen. Overigens komt Capesius niet helemaal goed terug uit deze terugblik. Het zal jaren duren voor hij weer een beetje aanspreekbaar is. De vraag waarom dat zo is zou stof kunnen bieden voor een uitvoerig gesprek binnen de vereniging.

Er was veel werk gemaakt van de spraak en de kleding en het spel was dikwijls intensief en doorleefd. Uit eigen ervaring met een eerder werkende studie- en speelgroep over de mysteriedrama’s weet ik dat je vaak al oefenend bepaalde samenhangen ontdekt. Als je vervolgens wat je verwerkt hebt, laat zien door middel van je spel, ziet het publiek ook ineens nieuwe verbanden. Dat zijn de momenten dat je iets van de werking van het karma denkt te snappen!

Volgend jaar wordt het tweede drama in zijn geheel gespeeld, las ik in het programma. Wie dat mee wil maken kan de data: zaterdag 31 maart en zondag 1 april, nu al in zijn jaaroverzicht van 2001 aankruisen.’

Het vierde en laatste is een recensie van het derde drama, dit keer wel in zijn geheel, toepasselijk ‘De wachter aan de drempel’ geheten, in Motief nr. 74 van mei 2004, van mijn eigen hand:

‘Rotterdam, zondag 28 maart. Een besloten spiritueel genootschap haalt een debuterend schrijver in, een kunstenaar die luistert naar de naam Thomasius. Hij is de eerste die woorden heeft gegeven aan een spirituele wetenschap. Nu zijn boek is verschenen, kan het genootschap in de openbaarheid treden. De leden ervan willen de kunstenaar zelfs tot hun nieuwe leider benoemen. Dat gaat hem te ver, hij voelt zich niet waardig die functie op zich te nemen. In de toekomst zal zijn werk zelfs negatieve gevolgen hebben. Tenminste, dat inzicht is hem geestelijk ingegeven. Maar door wie en met welke bedoeling?

Met deze scene begint De wachter aan de drempel, het derde mysteriedrama van Rudolf Steiner. In twee weekenden eind maart en begin april werd dit toneelstuk in de Nederlandse vertaling van Wijnand Mees en Cor Rens-Portielje door het Drempeltheater opgevoerd. Vier keer stond een gezelschap van meer dan veertig mensen op het toneel, met 25 mensen voor de organisatie er omheen.

Het is een echt drama. Halverwege overlijdt onverwachts een van de hoofdrolspelers, Theodora. Ze laat haar echtgenoot Strader alleen achter. Thomasius blijkt eerder verliefd op de vrouw van Strader te zijn geworden, wat in haar tragische lot een rol heeft gespeeld. Zijn eigen vriendin, Maria, blijft echter ondanks dat in hem geloven.

Thomasius streeft er onophoudelijk naar de geestelijke wereld te betreden, hij hoopt daar Theodora te vinden. De wachter voor de geestelijke wereld wil Thomasius niet doorlaten, omdat deze hiervoor nog niet rijp is. Maria stelt zich echter voor hem garant, zodat hij toch de drempel mag overschrijden. Als hij de geestelijke wereld betreedt, ontmoet hij niet Theodora, maar zijn eigen dubbelganger. Zijn liefde blijkt een illusie, door Lucifer ingegeven. Op het toneel verschijnen de geestelijke extremen Lucifer en Ahriman, die de mens van zijn stuk proberen te brengen, de ene door hem de hoogte in te trekken, de andere door hem de diepte in te drukken.

De eerste twee mysteriedrama’s werden in het Nederlands opgevoerd in respectievelijk 1998 en in 2001. De afgelopen drie jaar heeft het Drempeltheater onder leiding van Corrie Hendriks hard gewerkt aan het derde drama. Het resultaat was ernaar: muziek, decor, licht, kleding, euritmie, alles was even áf. De amateurspelers waren goed verstaanbaar, ze toonden een professionele inzet. Het zien van dit drama was een bijzondere ervaring. Mij gingen dingen op die eerder aan me voorbijgegaan waren. De rol van Capesius bijvoorbeeld was veel minder passief dan ik me voorstelde. Een mooie vertolking trouwens door Hans Lauer. Johannes Thomasius werd overtuigend gespeeld door Jean-Luc Pylyser. Verrassend was het optreden van euritmist Wijand Mees als wachter aan de drempel. Het succes van deze opvoering werd mede krachtig bepaald door de euritmie. Ik zie reikhalzend uit naar het vierde drama!’

Verder ben ik nog niet gekomen, met oude stukken terugvinden in de archieven. Die zijn er waarschijnlijk nog wel meer. Maar dit geeft al een aardig beeld van hoe het destijds was en hoe het beleefd werd.

Geen opmerkingen:

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Volgen op Facebook


Translate

Volgers

Herkomst actuele bezoeker(s)

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code

Gezamenlijke antroposofische agenda (in samenwerking met AntroVista)