Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

vrijdag 22 april 2011

Meditatie

We verlaten nu toch echt de kerk en staan weer voor het portaal, waar we eerder ook al naar opkeken. Zie ‘Schrijfster’ op 7 maart.

Had ik drie dagen geleden ‘Gebed’, krijgen we vandaag ‘Meditatie’. Geen ‘kruiswegmeditatie’ op Goede Vrijdag, zoals in katholieke kring aan de hand van de kruiswegstaties. Maar twee ‘weekspreuken’ uit de ‘Seelenkalender’ van, hoe kan het hier ook anders, Rudolf Steiner. Het is 99 jaar geleden dat die ontstond, in april 1912. Met Pasen begint de serie van 52 spreuken, voor elke week van het jaar één. Met spreuk nummer 52 wordt het jaar afgesloten, en die afsluiting valt dus precies deze week (aangezien binnen drie dagen de Paaszondag is).

De zielenkalender is gespiegeld opgebouwd, er vinden trouwens meerdere spiegelingen gedurende het jaar plaats. Lees ook mijn bericht over het ‘Johannesfeest’ op 24 juni 2009 of ‘Vijfhonderd’ op 21 november 2009, daar vindt u er meer over. Die spiegeling is waarschijnlijk het sterkst beleefbaar bij de overgang van de laatste spreuk van het jaar naar de eerste van het nieuwe; het jaar gerekend vanaf Pasen dan. Er vindt een omkering plaats, die gemarkeerd wordt door het ingrijpende van de Paasgebeurtenis. Die omkering wordt al op verborgen wijze manifest op Goede Vrijdag, de dag van de kruisiging.

Volgens de waarnemingen van Rudolf Steiner veranderde het geestelijke aanzicht van de aarde op de historische Goede Vrijdag, bij het moment van sterven van Christus. Sindsdien ziet dat aanzicht er anders uit, en volgens hem is er elk jaar op Goede Vrijdag sprake van een hernieuwing van dat veranderingsproces. Dat is een onderwerp apart; mij gaat het nu om hoe dat zich uit in die twee weekspreuken, die begin en einde van hun reeks vormen en zo aan de ommekeer uitdrukking geven.

De spreuk van de Goede Week luidt als volgt:

Wanneer uit zielediepten
De geest zich wendt tot het wereldzijn
En schoonheid opwelt uit de wijde ruimte,
Dan trekt uit hemelverten levenskracht
Het mensenlichaam binnen
En bindt daar machtig werkend
Het geesteswezen aan het mensenzijn.

Vanuit de eigen ziel richt de geest zich op, gericht op de wijde wereld om hem heen. Wie of van wie deze geest is, staat er niet bij. Je mag aannemen dat je die zelf bent, als lezer of beoefenaar van de meditatietekst. Vanuit de aangeduide wijde wereld, een kosmische wereld als het ware, komt levenskracht de mens tegemoet en stroomt bij hem binnen – als hij de schoonheid van de wereld geniet, zou je er bijna bij denken. In de laatste regel is dan weer sprake van het geesteswezen, waarbij je je kunt afvragen of dat dezelfde geest is als in het begin, in de tweede regel. Of is dit een hoger geestwezen: het eigen hogere ik, of misschien zelfs een kosmisch ik-wezen, dan wel het Christuswezen zelf? In ieder geval vindt een integratie plaats tussen dit geesteswezen en het menselijk zijn: met machtige werkzaamheid worden die aan elkaar gebonden.

Goed, nu naar de Paasspreuk, voor de eerste week na Pasen:

Wanneer uit wereldwijdten
De zon spreekt tot het mensenhart
En vreugde zich uit zielediepten
Al schouwend met het licht verbindt,
Dan stijgen uit het eigen hulsel
Gedachten op in ruimteverten
En binden daar, verborgen werkend,
Het mensenwezen aan het geesteszijn.

Nu zijn de zaken omgedraaid. Vanuit de wijde wereld spreekt de zon tot de mens. Dat de zon niet alleen kan stralen, maar ook spreken, daarop duidde Goethe al met de dichtregel: ‘Die Sonne tönt nach alter Weise...’ De mens wordt niet gevraagd actief houding te tonen, zoals in de vorige spreuk: daar diende de mens zich tot het wereldzijn te wenden. Maar wel om, in reactie op het spreken van de zon tot het hart, met vreugde te reageren op wat er plaatsvindt, en zich met het stralende licht te verbinden.

Dan ontstaat er een proces, bijna onwillekeurig als je het zo leest, waarbij de gedachten een vrije loop nemen, maar wel naar een hoger niveau stijgen. En zonder dat iemand het duidelijk in de gaten heeft, ‘verborgen werkend’ staat er (wie weet ook hoe gedachten werken?), wordt hierdoor het menselijke wezen met het geestelijke zijn verbonden. Weer vindt er integratie plaats, maar nu in omgekeerde richting (in vergelijking met de vorige spreuk); van de mens uit ontstaat er verbondenheid met het geestelijke in de wereld.

De bewegingen in beide spreuken zijn weer heel verschillend. In de laatste spreuk van het zielenjaar begint het van binnen en gaat het naar buiten, en komt er van buiten (van boven mag je denken) vervolgens een antwoord dat verbindend werkt voor geest en stof. In de spreuk van Pasen begint het buiten en komt er van binnen een reactie op wat daar gebeurt, een verreikende reactie die de mens naar grote hoogten voert en daar stof en geest verbindt. Bijzonder interessant is ook, en dat lijkt mij heel wezenlijk te zijn bij deze sluitspreuk en de daarop weer volgende openingsspreuk, dat er eerst levenskracht uit hemelverten in het menselijk lichaam binnentrekt, om hem te sterken en nieuwe krachten toe te voeren. Zoals het kind vol levenslust en levenskracht bezit van zijn lichaam neemt, dit van binnenuit opbouwt, zodat het later compleet dienst kan doen aan de intenties die hij wil verwerkelijken.

In de Paasspreuk heet het dan dat gedachten opstijgen en hun werking hebben, bindend en verbindend in velerlei opzicht. De levenskracht van het kind, aanvankelijk nodig om zijn lichaam tot groei en bloei te brengen, komt voor een gedeelte vrij om in alle vrijheid gedachten over de wereld te kunnen vormen en met die gedachten verder vorm en richting te geven aan de wereld.

Genoeg stof om over na te denken, of nog beter: om het van binnen te overwegen en te bewegen, om niet te zeggen: ermee te mediteren.
.

1 opmerking:

Joep Eikenboom zei

Dag Michel,

Mooi dat je aandacht besteedt aan de Weekspreuken. Op onze school wordt iedere werkdag door de leraren geopend met het lezen van deze weekspreuken, gevolgd door een klein gebed voor leerkrachten. Het gebruik schijnt jammer genoeg af te nemen in vrijescholen, maar voor mij is het al meer dan 30 jaar volgen van de beweging der seizoenen en de daarmee meebewegende innerlijke zielebeweging van de mens een blijvende inspiratiebron.
Vele jaren geleden las ik in het weekblad Das Goetheanum een artikel, waarin de auteur -wie het was, weet ik niet meer- aanraadde om de spreuken rond de Pasen ieder jaar zo te lezen, door vanaf de 44e spreuk zich aan te passen aan de paasdatum, d.w.z. dat men zich vanaf de zondag Septuagesima (9 zondagen voor Pasen) niet meer aan de kalenderdatum houdt, maar de te leen spreuken aanpast. Men leest dan spreuk 44 t/m 9 rond de schuivende paasdatum, daarna past men zich weer aan aan de kalenderdatum. Op die manier krijgt niet alleen de spreuk voor Pasen, maar ook de spreuken voor de Lijdensweek, Hemelvaart, Pinksteren en Trinitatis (zondag na Pinksteren) veel meer inhoud. Men vindt op die manier dat zelfs de 46e weekspreuk inhoud geeft aan Carnaval. Dit jaar redden we het niet eens zonder flink wat spreuken overslaan om met Sint-Jan in de juiste stemming te zijn. Volgens het genoemde systeem lezen we de 9e spreuk pas in week van 19 juni. We moeten dit keer dus flink wat spreuken overslaan om met Sint Jan in de juiste stemming te zijn. Dan zullen we dit jaar op 19 juni maar de 12e spreuk doen.
Als leraar heb ik jarenlang ook het gedrag van kleine kinderen kunnen observeren en het is verbluffend hoe de kleintjes, die nog zo sterk verbonden zijn met de krachten die in de natuur of etheromgeving van de aarde werkzaam zijn, laten zien welk een diepe waarheden schuilgaan achter de teksten die Rudolf Steiner destijds gegeven heeft. De groei van de kinderen in de tijd van de lente tot de zomer, is zo anders dan hun innerlijke rijping in de tijd van Kerst tot Driekoningen. Na die winternachten zijn de kinderen op een ander terrein groter geworden. Het gaat hier te ver om er uitgebreid op in te gaan. De serie weekspreuken is opnieuw zo’n waardevolle schat, die Rudolf Steiner als erfenis heeft achtergelaten.

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Volgen op Facebook


Translate

Volgers

Herkomst actuele bezoeker(s)

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code

Gezamenlijke antroposofische agenda (in samenwerking met AntroVista)