Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

woensdag 5 januari 2011

Mening

Ik kan natuurlijk beginnen over Bernard Welten. Die is zo in het nieuws vandaag, je ziet het overal. Trouw schrijft bijvoorbeeld:
‘De Amsterdamse korpschef Bernard Welten gaat het in het regeerakkoord genoemde boerkaverbod niet handhaven als het door de Kamer komt. Sommige dingen in het regeerakkoord “sla ik over”, zei hij dinsdagavond in het NTR-programma 5 jaar later. Zijn uitlatingen kunnen volgens de Tweede Kamer niet door de beugel.’
Er zijn al meer dan tweehonderd reacties onder het artikel. Andere media laten zich evenmin onbetuigd. Hans van der Lugt op de website van NRC Handelsblad herinnert aan eerdere controversiële uitspraken van Welten in een interview met Marcel Haenen voor deze krant:
‘Anderhalf jaar geleden gaf Welten kritiek op de manier van leidinggeven van toenmalig burgemeester Job Cohen van Amsterdam. “Ik moet veel inslikken. Ik moet mijn ambities bijstellen. Het is niet de bedoeling dat ik veel agendeer”, zei Welten in NRC Handelsblad. Ook toenmalig politieminister Guusje ter Horst moest het ontgelden omdat ze niet genoeg interesse toonde in de Amsterdamse politie.’
Dat interview op 17 oktober 2009 zorgde eveneens voor veel beroering (het is helaas niet online voor niet-abonnees). Wat mij destijds opviel, was Weltens antwoord op de vraag:
‘Blijft u nog lang korpschef van Amsterdam?
Ik doe dit in principe nog twee jaar. Ik heb voor zeven jaar getekend. Ik heb gezegd dat ik geloof in fasen in het leven, zoals beschreven door Bernard Lievegoed (antroposoof, red.), een niet onbelangrijk iemand. Ik ben ook niet zo bijbels maar ik geloof wel in zeven rijke en zeven arme jaren.’
Welten is een rouwdouwer, blijkt uit dat interview:
‘Verreweg het grootste deel van zijn loopbaan werkte Welten bij de Amsterdamse politie. Hij geldt er van meet af aan als een “wout met branie”. Hij viel op door de uiterst zelfbewuste wijze waarop hij het in 1995, tijdens de parlementaire enquête naar de crisis in de opsporing (de zogeheten IRT-affaire, red.), opnam voor het bekritiseerde hoofdstedelijke politiekorps. Ik denk dat wij eerherstel verdienen, begon de toenmalige recherchechef Welten in zijn verhoor tegenover commissievoorzitter Maarten van Traa. Terugkijkend glimlacht hij om die houding. “Daar zat de Louis van Gaal van de Amsterdamse recherche”, stond een dag later in de Volkskrant. Ik herkende dat beeld wel.’
Maar hij heeft ook een andere kant, schreef Haenen verder:
‘Het eigen recente denkwerk van Welten is gebundeld in Politie in ontwikkeling. Onder zijn voorzitterschap heeft een projectgroep van de raad van hoofdcommissarissen in 2005 dit “visiedocument” gepubliceerd. In de wereld hebben zich zoveel veranderingen voorgedaan dat herijking van missie, visie en strategie noodzakelijk zijn, schrijft Welten in het voorwoord.’
Over zichzelf zei Welten:
‘Ik ben niet iemand van een rustig leven. Ik heb snel de behoefte onrust op te zoeken.’
Nou, dat is dus gelukt. – Ik heb nog een ander interessant interview voor u. Een interview van bijna negentig jaar geleden, met niemand minder dan Rudolf Steiner himself. U weet misschien van de website ‘Historische kranten’ van de Koninklijke Bibliotheek. Daar heb ik eens in zitten snuffelen en vond daar allerlei interessante zaken, die ik de komende tijd hier naar boven wil halen. Ik begin met een interview in ‘Het Vaderland: staat- en letterkundig nieuwsblad’ van 7 april 1922, slechts ondertekend met ‘Van een verslaggever’, met de titel ‘Een interview met dr. Rudolf Steiner’:
‘Eind Januari ongeveer is in de N.R.Ct. een brief verschenen van een correspondent uit München, over het leven en de persoon van dr. Steiner, die onder de Steinerianen heel wat verontwaardiging gewekt heeft.

Daarin werd o.m. gezegd dat de aanhangers van Steiner trachten zijn “bekeering” in het vergeetboek te doen geraken.

Wij hebben dr. Steiner vanmorgen opgezocht, om te vernemen hoe hij zelf tegenover deze meening stond.

Vraagt u nu maar, zei dr. Steiner, maar wij kwamen om te luisteren, en zoo vertelde dr. Steiner ons dan hoe hij eigenlijk in 1880 al van Goethe’s wereldbeschouwing was uitgegaan en zoo langs de kennistheorie tot de filosofie der vrijheid gekomen was. In 1890 ben ik me toen weer speciaal op natuurwetenschap toe gaan leggen, ging hij voort. Toen heb ik over Haeckel geschreven, en me hier zoowel als bij mijn studies over Nietzsche op het standpunt der schrijvers gesteld. Deze studies waren niet mijn meening over deze denkers – een meening van iemand is meestal iets van betwistbare beteekenis – het waren studies, en daarmede is alles gezegd.

De menschen hebben mij toen Nietzschiaan genoemd of een volgeling van Haeckel, en daar vandaan moet het komen dat men nu spreekt over mijn bekeering.

In 1901 schreef ik mijn Raadsels der filosofie. Ik werd uitgenoodigd door een vereeniging in Berlijn om over mystiek te spreken, en ik schreef mijn boek over mystiek. Daarop volgden lezingen over het Christendom en zo ontstond mijn boek: Het Christendom als een mystiek feit.

Ik verkondigde hierin geen dogmatische meeningen, ik gaf lezingen. In beginsel spreek ik overal: zoowel voor een vergadering van schoenmakers als voor een vergadering van theosofen.

Daarna kwam ook de uitnoodiging voor de Theosophical Society, en toen deze Society mij in 1912 verketterde, ben ik alleen door gegaan en heb mijn Anthroposophische Gesellschaft opgericht. Waarop weer de bouw volgde van de Hoogeschool voor geestelijke wetenschap, het Goetheanum te Dornach, dat geheel naar mijn ideeën is ontworpen.

Hoewel de anthroposofie zuiver wetenschappelijk is, is het niet alleen een wetenschap, het is iets dat leven geeft. Het geeft stijl en rhythme. Zoo wordt bijv. op de Waldorf-Schule in Stuttgart naar mijn methode onderwijs gegeven, maar voor de Katholieke kinderen komt een Katholiek geestelijke, en voor de Protestantse een dominee.

Ik sprak zoo even van rhythme. De anthroposofie heeft haar Eurythmie. En het is eigenaardig dat voorstellingen hiervan in Praag en Breslau een groot succes gehad hebben, terwijl men er in Holland veel koeler tegenover stond.

Maar – het liep tegen tienen. En daarbij brak de tijd aan voor de opening van den cursus, en zoo het einde van ons gesprek.’
Met ‘de cursus’ wordt bedoeld de voordrachten die Steiner in Den Haag van 7 tot en met 12 april 1922 hield, gebundeld in ‘Damit der Mensch ganz Mensch werde. Die Bedeutung der Anthroposophie im Geistesleben der Gegenwart’ (GA 82). Interessant is dat Steiner over zijn eerdere boek ‘Friedrich Nietzsche, Ein Kämpfer gegen seine Zeit’ uit 1895 (GA 5) en zijn geschrift ‘Haeckel und seine Gegner’ uit 1899 (in GA 30) zegt dat hij daarin niet zijn eigen mening gaf. Het zouden slechts studies naar het denken van deze spraakmakende personen zijn geweest, net als hij in zijn ‘Rätsel der Philosophie’ uit 1900 en 1901, herzien in 1914 (GA 18), had gedaan.

Tot slot heb ik een boekbespreking van Ruud Thelosen voor u, die hij eergisteren op zijn weblog ‘Solidaire Economie’ plaatste. Ik had het op 10 december 2010 in ‘Geïnspireerd’ nog over hem. Hij schrijft met grote regelmaat recensies van interessante boeken, die hij vervolgens op een van zijn dertien (!) weblogs zet, die ik 9 juni 2009 in ‘Trias Triodos’ opsomde (er zijn er sindsdien twee bijgekomen). Thelosen is een actief lid van de SP, en dat zie je ook in zijn onderwerpkeuze en beoordeling terug. Twee dagen geleden schreef hij dus over ‘Een menselijke economie’, een boek van Ad Broere:
‘Mijn ontmoeting met deze auteur en bedrijfsadviseur vond plaats op 16 november 2010 toen hij een lezing gaf op de Fontys Hogeschool Bedrijfsmanagement & Techniek, de school waar ik als docent werkzaam ben. De titel van die lezing was ook de titel van zijn nieuwste boek “Ending the global casino”. Voor docenten en studenten gaf hij een inkijkje in het huidige financiële systeem dat momenteel zo onder vuur ligt door de crises. Broere (geboren 1948) is econoom en oud-bankier en kan daardoor de ingewikkelde financiële begrippen helder uitleggen. Hij begon de aanwezigen eerst te testen met de vraag of ze ooit van de BIS of de WIR hadden gehoord. Weinigen durfden hun vinger op te steken, maar hun nieuwsgierigheid was gewekt. In zijn gastcollege noemde hij ook zijn in 2009 bij uitgeverij ASPEKt uitgegeven boek “Een menselijke economie”, dat ik meteen heb aangeschaft.

Ook in dat boek beschrijft Broere uitgebreid de omstreden rol van de bank der banken, de “Bank for International Settlements” (BIS). Deze in 1930 opgerichte bank is gevestigd in Bazel. Op deze bank berust de verdenking dat deze actief het Hitler en Stalin-regime zou hebben gefinancierd (ook te lezen in het boek van Anthony Sutton “Wall Street and the rise of Hitler”). Inmiddels is deze bank uitgegroeid tot het coördinerende centrum van de centrale banken wereldwijd en is het de spil in de internationale monetaire politiek. Bij de laatste G20-top heeft het meer bevoegdheden (o.a. 250 miljard SDR extra om opkomende economieën te kunnen steunen). De BIS dreigt uit te groeien tot een wereld centrale bank zonder dat landen, regeringen of de VN hier enkele controle over hebben.

Formeel zijn er 55 leden bij de BIS en dat zijn de centrale banken van landen. In het bestuur hebben 20 presidenten van de centrale banken zitting, zoals ook Nout Wellink. Door deze bank zijn ook de Basel akkoorden (I, II en III) opgesteld, die eisen stellen aan het hele internationale financiële banksysteem. Zoals ook Caroll Quigley in zijn boek “Tragedy and hope” al in 1966 beweerde, is het probleem dat Centrale banken geen overheids- of staatsbanken zijn, maar dat de meeste ervan – zoals de BIS en FED – eigenlijk private ondernemingen zijn. Wie de aandeelhouders zijn wordt niet bekend gemaakt?! Willem Middelkoop met zijn boek “Als de dollar valt” heeft hier ook over geschreven. Hij wordt door Broere genoemd als intellectuele financiële journalist. Als tegenvoorbeeld komt hij met de Zweedse JAK bank, die geen rente geeft op spaartegoeden maar ook geen rente vraagt op leningen. Je moet wel lid zijn en dat zijn er inmiddels al zo’n 36.000 (2008).

Een ander voorbeeld is de WIR, een in Zwitserland in 1934 door een aantal ondernemers opgerichte bank, die een eigen munt, de WIR (lettterlijk “wij =van ons”) introduceerde . De WIR is een gesloten systeem waarbij de girale munt niet inwisselbaar is voor andere valuta. Hij wordt als betaalmiddel geaccepteerd door de aangesloten bedrijven en er wordt geen rentevergoeding voor gegeven. Dat bevordert dat het geld een hoge omloopsnelheid heeft en vooral stimulerend werkt voor de lokale economie. Volgens Broere heeft het systeem in de 75 jaar nooit gefaald en is uitgegroeid tot 1,6 miljard WIR. Dit gebruikt hij als voorbeeld om het belang van lokale en regionale aanvullende geldsystemen te benadrukken, zoals ook door de Belgische oud-bankier Bernard Lietaer (boek “Het geld van de toekomst”) en Margrit Kennedy (met boek “Regional currencies”) worden bepleit.

Als belangrijkste voordelen noemt Broere:
1. loskoppeling van het officiële geldsysteem
2. stimulering van regionale economische bedrijvigheid
3. de gecreëerde toegevoegde waarde komt ten gunste van de regio
4. minder behoefte aan transport, energie en dus ook CO2-uitstoot.
5. vooral stimulering van het Midden- en Kleinbedrijf, de motor van de economie.
In Nederland kennen we ook een aantal regionale valuta en is vooral Stichting Stro (ook internationaal) hiermee actief. In de VS tijdens de grote depressie in de jaren 30 van de vorige eeuw bestonden er ook een groot aantal lokale valuta, zoals de plenty, Ithaca hours, Berk shares en de Detroit cheers.

Het leuke van het boek is dat Broere ook de striphelden Olivier B. Bommel (de Bovenbazen) en de steenrijke Dagobert Duck uit Donald Duck gebruikt om de werkelijkheid te analyseren. Het voorstellingsvermogen van Maarten Toonder en Walt Disney zat soms heel dicht bij de kern van bepaalde financiële processen.

Als oud-bankier is Broere uitstekend in staat om heel ingewikkelde financiële producten zoals derivaten als Collateralized Debt Obligations (CDO’s) en Credit Default Swaps (CDS’s) prima uit te leggen aan een doorsnee publiek. Dat is een belangrijke toegevoegde waarde van het boek. Hetzelfde geldt met de problemen van ons huidige financiële stelsel waar groei en ook rente de drijfveren zijn maar de werkelijke economie en samenleving grote schade toebrengen.

Hij is niet onder de indruk van de nieuwe trend van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen waarmee grote bedrijven en multinationals tegenwoordig graag pronken.

Als voorbeeld geeft Broere de vijf grote oliemaatschappijen (Exxon, Shell, BP, Texaco en Total) die samen over 3 jaar (2004 t/m 2006) ruim $ 200 miljard winst hebben gemaakt en daarvan bijna de helft uitgekeerd hebben als dividend aan de aandeelhouders en maar een fractie besteden aan de ontwikkeling van alternatieve duurzame energieopwekking.

Broere gelooft meer in de groeimotor van de economie, het Midden- en Kleinbedrijf. Hij haalt ook de econoom E.F. Schumacher nog eens aan die in zijn boek uit 1973, “Small is beautiful”, pleit voor de menselijke maat in bedrijven. Broere is ook gecharmeerd van Baumgarten en McDonough die met hun boek “Craddle tot Craddle” voor een ware duurzaamheidsrevolutie hebben gezorgd.

Zo goed als Broere in staat is om duidelijk te maken dat de banken ons niet kunnen helpen om uit de crisis te komen, zo mager zijn helaas zijn oplossingen. Al zijn de elementen van een menselijke maat, een sterke MKB-structuur, duurzaamheid en lokale munten, wel zinvolle aspecten. Hij komt echter niet met een samenvattende, overkoepelende visie voor een “menselijke economie”. Broere laat overduidelijk blijken dat hij een afkeer heeft van “-ismen”, waaronder het communisme, liberalisme en kapitalisme. Toch noemt hij als lichtend voorbeeld het succesvolle bedrijf van Scott Bader waar een vorm van arbeiderszelfbestuur heerst, omdat de oprichter Scott Bader alle aandelen heeft verdeeld onder de werknemers. Zij zijn dus ook eigenaar/aandeelhouder zijn.

Als definitie van een menselijke economie geeft Broere de omschrijving van “een economie waarin ruimte wordt gegeven aan de mens om zichzelf vrij te maken van alle conditioneringen en handelen”. Dat klinkt voor mij als een abstracte utopie, zeker wanneer je zijn hoofdstuk over consumentisme hebt gelezen. Voor mij zou een menselijke economie een economie zijn die voorziet in de werkelijke menselijke behoeften van alle mensen nu en in de toekomst en op een zodanige manier dat we de natuur, het milieu en de wereld geen blijvende schade berokkenen. Simpel gezegd zou een menselijke economie een economie moeten zijn die in dienst staat van de mensheid.

Broere heeft ook een afkeer van systemen en structuren, want de mens moet centraal staan! Ook dat lijkt me een ongewenst doel want zonder systemen of structuren vervalt de wereld in chaos. Dat kan zeker voor de economie, waar het gaat om schaarse goederen die efficiënt en effectief gebruikt moeten worden, niet de bedoeling zijn.’

4 opmerkingen:

Joep Eikenboom zei

Leuk, dat interview met Rudolf Steiner.
Aardig speurwerk. Bedankt

R. van Dijk zei

Inderdaad, knap speurwerk dat interview met Steiner. Jammer dat hij toen niet veel tijd had en daarom het interview maar vrij kort is.

Frans Wuijts zei

Hallo Michel,

Ik vermoed hier een vage invloed van Prof. C.J. Zwart die gedurende enige tijd de leiding van de Amsterdamse politie heeft geadviseerd.
Een boek van hem gaat daar ook over: 'Diender in Amsterdam. De beproevingen van een politiekorps, (1999), Amsterdam, Balans.

Frans Wuijts zei

Zie ook:

http://www.websitevoordepolitie.nl/archief/essenties-van-politiewerk-deel-1-een-samenleving-heeft-een-politie-die-bij-haar-past-314.html

http://www.websitevoordepolitie.nl/archief/essenties-van-politiewerk-deel-2-de-tijdloze-taak-van-de-politie-319.html

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Volgen op Facebook


Translate

Volgers

Herkomst actuele bezoeker(s)

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code

Gezamenlijke antroposofische agenda (in samenwerking met AntroVista)