Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

zaterdag 19 december 2009

Geluksvogel

We keken gisteren bovenop de brug over de ‘Enkele Wiericke’ naar het zuiden. Vandaag draaien we ons weer om en zien de afgelegde weg vanuit het noorden.

Wat een geluksvogel is Willem Jan Otten! Hij schrijft vandaag in een groot stuk in ‘Letter & Geest’ van dagblad Trouw:

‘Vorige week heb ik, als sluitstuk van een Tarkovski-retrospectief in het Filmhuis Bussum, voor het eerst sinds twaalf jaar “Stalker” op een groot scherm gezien.’

Die film is hier al een keer eerder ter sprake geweest, bijna exact een jaar geleden. Op zondag 14 december 2008 haalde ik in ‘Leesgroep’ Gijs Frieling, directeur van kunstenaarscollectief W139 te Amsterdam aan:

‘“W139 is als de zone en de kamer uit Stalker. Het is de kamer, omdat het kunstenaars uitnodigt om hun verlangen tot werkelijkheid te maken. Het is de zone, omdat tijdens het maken van kunst zowel doel als weg veranderen.”

Die “de zone en de kamer uit Stalker” slaan op een fascinerende film van Andrei Tarkovski, “Stalker” geheten. Hij was een Russische antroposoof over wie ik zeker ook eens een keer zou moeten schrijven, maar niet nu.’

Daar is het het afgelopen jaar nog helemaal niet van gekomen. Trouwens, over Gijs Frieling heb ik het ook niet meer gehad. Terwijl ik op die dag al voor de derde keer in korte tijd over hem schreef. Misschien is het daarom gepast nu eerst de weblog ‘Jacko Kijkt Kunst’ aan te halen (geen idee wie dat is, er staat verder niets bij). Deze Jacko schreef op 29 november, dus een kleine drie weken geleden, dit over ‘Gijs Frieling in het Cobramuseum’ (kijk vooral daar op de weblog naar de foto’s):

‘Laatst riep ik nog tegen iemand dat hetgeen ik op mijn blog zet aan een aantal voorwaarden moet voldoen. Zo moet ik het zelf hebben gezien, zelf de foto’s gemaakt hebben, het liefst heb ik er ook een positief gevoel bij en het moet actueel zijn, zodat anderen er nog heen kunnen.

De show van Gijs Frielng in het Cobramuseum in Amstelveen voldoet hier niet aan!

Ik heb het weliswaar zelf gezien en heb zelf de foto’s gemaakt.

Ik heb er een bijzonder positief gevoel bij (in tegenstelling tot andere kunstpausen), maar...

... het is niet meer actueel. Jullie kunnen er niet meer heen!

En dat is bijzonder jammer voor jullie. Ik vond het “installatieschilderij” prachtig. Je loopt in de heerlijke kitscherige droomwereld van Gijs, bij wie de liefde voor het schilderen er van afdruipt. Ik ben een fan.

Dat zeg ik natuurlijk ook omdat Gijs afgelopen vrijdag zo’n leuk feestje gaf.

Gijs Frieling is directeur van W139 dat 30 jaar bestaat en dat luid en duidelijk vierde. Nog bedankt daaarvoor.

Binnenkort zit de termijn van Gijs als directeur er op. Ik denk zo maar dat hij dat helemaal niet zo erg vindt, kan hij tenminste nog meer schilderen.’

Goed, maar nu naar Willem Jan Otten. In zijn prachtige essay van vandaag, getiteld ‘Woeste vragen’, begint hij met T.S. Eliot, maar al gauw komt hij op Tarkovski te spreken. Ik mag het natuurlijk helemaal niet overnemen, zeker niet met deze lengte, maar ik doe het toch, omdat het zo’n goed beeld van de film en van Tarkovski geeft. Of de film momenteel nog ergens in de bioscoop te zien is, weet ik niet. Het is in ieder geval makkelijk om aan de dvd te komen.

Oja, er is ook nog dit – er wás dit, bij de antroposofische ledengroep in Apeldoorn:

‘Lezing door Gert Siebes over de cineast Andrei Tarkovski

Op donderdag 12 november om 20.00 uur in de zaal van de Vrijeschool aan de Texandrilaan houdt Gert Siebes een lezing over Andrei Tarkovski (1932-1986) die gerekend kan worden tot de grootste cineasten van de vorige eeuw.

Hij was bekend met het werk van o.a. mevr. Blavatsky en Rudolf Steiner en hij heeft films gemaakt over het wezenlijke en het eeuwige dat in ieder mens verankerd is.

Hij zegt over zijn films dat hij het als een plicht ziet om mensen bewust te maken van de behoefte om lief te hebben en liefde te geven en om ze bewust te maken van de schoonheid die in ze leeft.

Gert Siebes zal ingaan op de biografie van deze kunstenaar en aandacht besteden aan de laatste film van Tarkovski, getiteld: Het Offer.

In deze film, die kort voor zijn dood pas af was en die nauwelijks een verhaallijn heeft, staan de grote vragen over de mens, zijn afkomst en bestemming centraal.

Herhaalt de geschiedenis zich of is er sprake van ontwikkeling?

De hoofdpersoon in de film offert alles wat hem lief is om een ramp af te kunnen wenden.

Wat blijft er dan nog over van een mens als hij alles heeft geofferd?

En... welke plaats neemt de medemens, de naaste hierbij in?

Over de zin en de betekenis van een Offer zullen we deze avond met elkaar in gesprek gaan, aansluitend op de voordracht.’

Om dan toch een tipje van de sluier over Tarkovski op te lichten: ik heb gelezen (maar kan het nu niet zo gauw terugvinden) dat Tarkovski een film over Rudolf Steiner aan het plannen was... – En dan nu echt naar Willem Jan Otten. Na het gedeelte dat ik hier weergeef, volgt er nog meer over Tarkovski en de film, maar dat moet u maar op de website van Trouw verder lezen. Of de krant vandaag kopen, natuurlijk.

‘In alle culturen en tijden zijn er sprookjes, mythen, verhalen gebaseerd op een tocht naar een onbekend gebied, een soort tweede werkelijkheid, waar de hoofdpersoon een beproeving wacht. (...)

Er bestaat een film die dit zelfscheppende “ergens” probeert te verbeelden. Hij is van Andrej Tarkovski (1932-1987) en heet “Stalker”. Hij is precies dertig jaar geleden gemaakt, en nog altijd een mysterieus unicum in de filmgeschiedenis. Ongelukkige titel, inmiddels, die een ergerniswekkende, liefdesrancuneuze hoofdpersoon in het vooruitzicht stelt. Maar de hoofdpersoon van deze film is een soort gids, iemand juist die mensen wil helpen. Tarkovski hield zich aan de oorspronkelijke betekenis van “stalker”: een verkenner, een eenzame jager die wild besluipt. Stalker loodst mensen door een woest en vooral: onveilig gebied naar een huis. In dat huis, zo gaat het verhaal, is een kamer. Wie die kamer betreedt zal “krijgen wat hij het diepst verlangt”.

Het gebied heet in de film de Zone. Of er een meteoriet is ingeslagen, of aliens zijn geland en weer verdwenen, of een nucleaire bom ontploft, of een kolossale milieuramp heeft plaatsgegrepen, wordt niet opgehelderd. Wat Tarkovski met zijn Zone bedoelde wordt zorgvuldig in het midden gelaten. Voor de Sovjetrussen die in 1979 de film te zien kregen kon zij symbool staan voor de Goelag Archipel, maar ook voor het Westen, waar ze soms heen konden, maar zelden uit terugkeerden.

Tarkovski heeft zelf nooit iets anders gemompeld dan dat de Zone “het leven” was.

Hem fascineerde het idee dat er ergens aan het eind van de levenstocht (die hij, meer dan welke naoorlogse kunstenaar dan ook, als een pelgrimage heeft opgevat) een ruimte, een kamer zou kunnen zijn waar mensen, als ze haar betraden, kregen wat zij het diepst verlangden.

Of het wel verstandig is om zoiets te geloven? Tarkovski laat zijn personages zich dat terdege afvragen. Na een tocht vol beproevingen bereiken de drie reizigers met de allegorische namen Stalker, Schrijver en Professor het beloofde huis, en staan ze voor de drempel van de kamer.

Die krijgen we gedurende de scena madre, het gesprek voorafgaande aan het binnentreden, niet te zien. De mannen kijken elk op hun beurt gefascineerd naar binnen. Op een of andere manier krijg je de indruk dat er niets te zien valt, niets anders dan wat je al ziet.

Tarkovski is een meester in het filmen van fascinatie, awe, van vrees en beven. Hij doet dat steevast zónder het begoochelende voorwerp te tonen, net als T.S. Eliot in zijn gedicht. Misschien is dit ook het Grieks-orthodoxe aan Tarkovski’s wijze van kijken – hij blijft om zo te zeggen aan deze zijde van de iconostase, de voorhang waarachter in de oosters-orthodoxe dienst het heiligste zich afspeelt.

Vorige week heb ik, als sluitstuk van een Tarkovski-retrospectief in het Filmhuis Bussum, voor het eerst sinds twaalf jaar “Stalker” op een groot scherm gezien. De film is een en al landschap, het was heerlijk er je hele blik mee te vullen. Ook als we in de film binnen zijn, in het laatste huis, bevinden we ons buiten – zoals dat alleen in een droom kan, of in een kathedraal. En zelfs als we in close-up naar de gezichten van de drie tochtgenoten kijken is het alsof we landschappen zien.

Dit landschap is de eigenlijke hoofdpersoon, méér dan de drie tegenspartelende, vaak ruziënde, en niet zelden agressieve tochtgenoten. Al vroeg in de film wordt gezegd dat de Zone kan denken. Dat hij zich aanpast aan degene die er doorheen reist. Dat hij, zo nodig, ombrengt wie zich, op zijn beurt, niet aanpast. De afstand die hemelsbreed afgelegd moet worden naar het Huis is, zo blijkt uit een vroeg shot, nog geen halve kilometer. Maar zoiets als “recht op je doel afgaan” bestaat in de Tweede Werkelijkheid niet.

Wat is de logica van dit denkende landschap dat zich overduidelijk als een persoon gedraagt?

Op het eerste gezicht lijkt het een soort christelijke parabel, een neefje van Bunyans Pilgrim’s Progress, waarin de reiziger, die naar de hemel wil, langs een aantal scènes met gepersonifieerde deugden en ondeugden wordt geleid.

Maar in “Stalker” gaat het, zo blijkt, niet zozeer om goedheid, zondebesef, deugdzaamheid, als wel om vertwijfeling. Het is, zegt Stalker op gegeven moment, alsof de Zone alleen hén, die ongelukkig zijn, doorlaat en bij de Kamer laat komen. Alsof het criterium wanhoop is. Of althans: het verliezen van alle hoop op een oplossing van de problemen in termen van rijkdom, macht en faam. Het verteerd worden door schuldgevoel, zonder nog te weten hoe die menselijkerwijs kan worden gedelgd. Of nog duisterder: alsof je diepste wens je grootste vijand is. Alsof je eigenlijke, zeg maar natuurlijke, “biologische” verlangen de verlossing het meest in de weg zit. Het verlangen naar een vrijwaring van alle zorgen, bijvoorbeeld.

Over zo’n leven zonder zorgen zegt Stalkers vrouw op het eind van de film iets roerends: “Zonder zorgen zou het leven niet beter zijn. Het zou slechter zijn. We zouden niet weten wat geluk is.”’

Geen opmerkingen:

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Volgen op Facebook


Translate

Volgers

Herkomst actuele bezoeker(s)

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code

Gezamenlijke antroposofische agenda (in samenwerking met AntroVista)