Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

dinsdag 15 december 2009

Zorgbouw

Zat ik me net af te vragen wat mijn onderwerp voor vandaag zou worden. En dan wordt het me zomaar in de schoot geworpen. Op de website van NRC Handelsblad is vanmiddag namelijk het bericht gepubliceerd van redacteur Wubby Luyendijk over ‘Rapport: toezicht zorgbouw onvoldoende’:

‘Het toezicht op bouwplannen van ziekenhuizen, verpleeg- en verzorgingshuizen, psychiatrische klinieken en instellingen voor gehandicaptenzorg is “onvoldoende”. Evenmin is vastgelegd aan welke kwaliteit nieuwbouw moet voldoen. Voor vitale zorgvoorzieningen, zoals luchtbehandeling in operatiekamers, ontbreken eisen.

Dat schrijven hoogleraren gezondheidsrecht Joep Hubben en Jaap Sijmons vandaag in het advies Zorgbouw (z)onder toezicht? Minister Klink (Volksgezondheid, CDA) zou het rapport vanmiddag in ontvangst nemen.’

Jaap Sijmons! Wie kent hem niet, deze man die van alle markten thuis is? Mag ik hem even voorstellen, via dit ‘officieel persbericht’ van 2 november 2006 van ‘Nysingh advocaten – notarissen N.V.’, met de titel ‘Verbod op winstoogmerk kan uit Wet Toelating Zorginstellingen’:

‘Zwolle – De Wet Toelating Zorginstellingen (WTZi) is als dereguleringsoperatie niet geslaagd. Het winstverbod voor zorginstellingen moet vervallen. Dat geldt ook voor de saneringsregeling en de daaruit voortvloeiende functies van het College sanering zorginstellingen. Er blijft wel een rol weggelegd voor een sterk afgezwakt capaciteitsbeleid als laatste correctie voor marktfalen.

Dat zijn de belangrijkste conclusies en aanbevelingen in het proefschrift ‘Aanbodregulering en de Wet Toelating Zorginstellingen’ van Jaap Sijmons, advocaat bij Nysingh advocaten –notarissen. Sijmons onderzocht de beleidsvisie achter en de rol van de WTZi in de planning van het zorgaanbod.

De WTZi is op 1 januari 2006 in werking getreden. De wet bevat de voorwaarden waaraan zorginstellingen moeten voldoen om met verzekeraars overeenkomsten aan te gaan voor het leveren van zorg. De zogeheten health care governance is in deze voorwaarden verankerd. De WTZi bevat verder het vergunningenstelsel van het bouwregime van zorginstellingen. Dit zijn twee van de pijlers van het nieuwe zorgstelsel. De WTZi is met de Zorgverzekeringswet en de Wet marktordening gezondheidszorg verantwoordelijk voor de structuur van het nieuwe zorgstelsel. Een gedegen onderzoek naar de inhoud van de wet, doel en strekking en de implicaties voor de praktijk ontbrak tot op heden.

Mr. J.G. Sijmons (Baarn, 1959) studeerde rechten aan de Universiteit Utrecht. Sijmons is compagnon bij Nysingh advocaten – notarissen.

Nysingh is een full service advocaten- en notarissenkantoor dat regionaal en landelijk opereert. Er zijn ruim 325 medewerkers. Nysingh behoort tot de Top 20 kantoren van Nederland. ’

Eronder staat ‘Noot voor de redactie, niet voor publicatie’, maar die noot biedt te veel interessante gegevens om hem te negeren:

‘Jaap Sijmons zal zijn proefschrift verdedigen op maandag 6 november 2006 om 16.00 uur in de Aula van het Academiegebouw van de Rijksuniversiteit Groningen.

De promotores zijn prof. Joep Hubben (hoogleraar te Groningen en advocaat bij Nysingh) en prof. J.K.M. Gevers van de Universiteit van Amsterdam. In de leescommissie zat onder anderen prof. H.D.C. Roscam Abbing. Karin Breuker en Anouk Heinen, beiden advocaat bij de sectie Gezondheidsrecht van Nysingh, zullen Jaap Sijmons als paranimf ondersteunen.’

Elders hier op de website van dit kantoor staat:

‘Prof.mr. Jaap Sijmons (1959) studeerde aan de Universiteit Utrecht Nederlands recht (mr.) en filosofie (dr.). Hij is advocaat sedert 1988 en vanaf 1995 partner bij Nysingh advocaten-notarissen N.V. te Zwolle.

Mr. Sijmons is lid van de Sectie Gezondheidszorg van Nysingh advocaten-notarissen N.V. en treedt met name op voor zorgaanbieders in geschillen met de overheid en haar bestuursorganen of met de zorgverzekeraars en adviseert o.a. over de inrichting van de zorg, concernvorming in de zorg, samenwerking tussen instellingen en fusies.

Hij publiceerde over gezondheidsrechtelijke en andere juridische onderwerpen ondermeer in het Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Nederlands Juristenblad, het Advocatenblad en ZM Magazine. Voorts verschenen diverse annotaties van zijn hand in het Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, RZA en Gezondheidszorg Jurisprudentie.

In november 2006 promoveerde mr. Sijmons aan de Rijksuniversiteit Groningen op het onderwerp Aanbodregulering en de Wet toelating zorginstellingen (waarvan inmiddels een handelseditie is verschenen bij Sdu).

Vanaf 1 januari 2007 is mr. Sijmons naast zijn praktijk als advocaat verbonden als bijzonder hoogleraar gezondheidsrecht aan het Molengraaff Instituut van de Universiteit Utrecht.’

Op 2 juni van dit jaar nam hij nog deel aan het ‘Nationaal Ziekenhuis Congres’ in Soestduinen. ‘Prof. mr. Jaap Sijmons, bijzonder hoogleraar gezondheidsrecht, Universiteit van Utrecht, advocaat, Nysingh advocaten’ sprak tussen 14.05 en 14.35 uur over

‘Bestuurdersaansprakelijkheid:
– Private zorg betaald met publieke middelen
– Overheidssteun bij “falend management”?
– Normen bestuurdersaansprakelijkheid
– Goed bestuur en bijzondere normstelling voor de zorg?
– Aansprakelijkheid toezichthouder’

Er was ook nog sprake van een ‘Masterclass’ over ‘Bestuurdersaansprakelijkheid’:

‘Toezichthouders en bestuurders van zorginstellingen die door wanbeleid in de problemen raken, kunnen in de toekomst voor de rechter worden gedaagd. Het kabinet bereidt een wet voor waarin de aansprakelijkheid van toezichthouders en bestuurders van zorginstellingen geregeld wordt. Zorg ervoor dat u optimaal voorbereid bent!’

Tussen 10.00 en 11.00 uur trad Jaap Sijmons weer op, nu met deze punten:

‘– Aansprakelijkheid bestuurder en toezichthouder volgens de wet
– Welke fouten mag een bestuurder/ toezichthouder maken?
– Processuele fouten versus materiële beslissingen’

Om later, tussen 13.30 en 14.30 uur, samen met Mr. Tessa van den Ende, advocaat, Nysingh advocaten, over te gaan tot de ‘Behandelingen van drie casussen: IJsselmeerziekenhuizen, De Bruggen en Hestia’.

Als je dit allemaal weet, is het niet vreemd wat Wubby Luyendijk vandaag verder in NRC Handelsblad schrijft:

‘Tot afgelopen januari moesten zorginstellingen van de overheid voor een bouwvergunning aankloppen bij het College bouw zorginstellingen. Sinds begin van dit jaar hoeft dat niet meer, omdat zorginstellingen verbouwingen voortaan zelf betalen. Nu toetst de inspectie achteraf of het nieuwe zorggebouw voldoet. Maar hoe de inspectie dat moet controleren en waar ze precies op moet letten, is niet vastgelegd.

Beide hoogleraren vinden deze gang van zaken onverantwoord. Ze spreken van „een lacune in toezicht en kwaliteitseisen” en schrijven dat een “samenhangend beleid ontbreekt”. Ze adviseren de Tweede Kamer en minister Klink kwaliteitseisen van het College bouw over te nemen en wettelijk vast te leggen. Anders dreigt er “mogelijk onomkeerbaar kwaliteitsverlies”. Per 1 januari aanstaande wordt het College bouw dat de afgelopen veertig jaar ook functioneerde onder de naam College voor ziekenhuisvoorzieningen, opgeheven.’

Het is wel duidelijk, dit onderwerp is dagelijks werk voor Jaap Sijmons. Maar waarom staat hij nu hier, in ‘Antroposofie in de pers’, zult u zich afvragen. Ik schreef al, hij is van alle markten thuis. Hij is trouwens op deze weblog al aan bod geweest. Indirect op 11 juli 2008 in ‘Antroposofisch wetenschappelijk onderzoek’, waar het gaat over de Stichting Prof. Dr. Bernard Lievegoed Fonds. Op de website van dit fonds was een verslag geplaatst, zoals ik schreef, van de eerste bijeenkomst van de netwerkuniversiteit op 30 mei in Driebergen. Ga je daarheen, dan vind je een heleboel bekenden. Ik noem alleen even Karin Wuertz en Hans Reinders, die onlangs een boek hebben gepubliceerd. Maar Jaap Sijmons zit er ook tussen. Naar aanleiding van de vraag ‘wat is antroposofisch wetenschappelijk onderzoek?’ staat onder meer het volgende genoteerd:

‘Jaap Sijmons brengt in dat Rudolf Steiner spreekt over 12 wereldbeschouwingen waar je op 7 manieren naar kunt kijken, dus 84 manieren om tegen de wereld aan te kijken. Elke benadering heeft consistentie. Dat geeft dan 84 antwoorden op “wat is wetenschappelijk onderzoek?”

Het gaat hierbij niet om willekeurige interpretatiekaders die je jezelf al dan niet kunt aanmeten. Imaginatie, inspiratie, intuïtie is wie ik ben; dat kan ik niet aanmeten. De antroposofische begrippen zijn dus geen metaforen, maar verschillende wijzen van kijken naar de wereld die niet het resultaat zijn van een willekeurige keuze. Wel zijn ze sterk gecontextualiseerd. Wat antroposofisch onderzoek is ligt aan het vakgebied. Ook ieder vakgebied vraag om zijn eigen methodologieën.

Cees Leijenhorst: methodologie is vaak rechtvaardiging achteraf en niet de stap hoe er te komen. Is antroposofische wetenschap meer dan een reactief instrument?

Jaap Sijmons: Noemt een voorbeeld uit het recht waar raadsheren proberen tot een uitspraak te komen.’

En ga ik naar de weblog ‘Middernachtszon’ van Hugo Verbrugh, naar de datum van dinsdag 20 oktober 2009 en het onderwerp ‘Reïncarnatie, het ik-probleem: leven volgens ritmen als seculiere variant van “bedelaars om geest”’, dan vind ik daar 52 reacties, waartussen ook een van Hugo Verbrugh zelf om 21.10 uur, waarin hij schrijft:

‘In dit verband is hoogst relevant wat Jaap Sijmons schrijft in zijn magistrale opus magnum Phänomenologie und Idealismus – Struktur und Methode der Philosophie Rudolf Steiners:

Steiner moet tot de in vergelijking met anderen veel gelezen filosofen van de 19e eeuw gerekend worden:

Die vorliegende Arbeit hat sich das Ziel gesteckt, eine historisch-philosophische Auseinandersetzung mit der Philosophie Rudolf Steiners darzubieten and zu versuchen, diese innerhalb der geschichtlichen Entwicklung der Philosophie zu verstehen. Sie will aber vor allem auch eine Sicht auf Steiners Methodik erarbeiten, die jenseits von Apologetik oder unhistorischer Kritik angesiedelt sein soll, allein schon deshalb, weil Steiner zu den vergleichsweise viel gelesenen philosophischen Autoren des 19. Jahrhunderts gerechnet werden muss. Für die Historiografie stellen die Werke Steiners eine Herausforderung dar, da sie sich nicht einfach einer der damaligen Philosophenschulen (Warburger Schule, Badener Kantianismus oder Brentanoschule) zuordnen lassen. In augenscheinlich schlichter Sprache geschrieben, treiben sie ihre Wurzeln doch tief in den geschichtlichen Boden. Es soll versucht werden, diese Schriften im biografischen Zusammenhang eines Menschen zu verstehen, der sich seine philosophische Bildung gegen Ende des 19. Jahrhunderts anzueignen hatte. Wer diesen Versuch unternimmt, wird entdecken, dass Steiners Philosophie teilhat an der geschichtlichen Dynamik und dazu ober eine einheitliche Systematikverfügt, die zeitgemäss war and meines Erachtens auch heute noch Interesse zu wecken vermag.’

Dat is razend interessant. Bij zijn profiel bij Nysingh stond onder Publicaties al ‘2005 - Phänomenologie und Idealismus, Quaestiones Infinitae, publ. depart. of phil. Utrecht University, vol. L, Utrecht 2005, 462 p. (dissertatie)’ vermeld. Ik zoek de ‘Produkt-Beschreibung zu: Phänomenologie und Idealismus’ op, en vind daar dit:

‘“Das wichtigste Problem alles menschlichen Denkens ist das: den Menschen als auf sich selbst gegründete, freie Persönlichkeit zu begreifen.” Dieser Schlussatz von Rudolf Steiners Dissertation Wahrheit und Wissenschaft (1892) enthält lapidar die Grundfrage seiner ganzen Philosophie. Steiner stellte sich diese Frage, als er zum ersten Mal Kant und dann als junger Student Fichte las. Diesem Problem widmete er sein erkenntnistheoretisches Hauptwerk Die Philosophie der Freiheit (1894). Seine Freiheitsphilosophie erklärt auch sein Eintreten für Nietzsche gegen die damalige herrschende Richtung der Philosophie und liess ihn schließlich, im Unterschied zur Theosophie, in die er sich nach der Jahrhundertwende involvierte, eine entwickeln, das heißt eine spirituelle Menschen- und Weltanschauung, die das Freiheitsmoment des menschlichen Geistes in den Mittelpunkt stellt. Diese Problemstellung bringt Steiner schon unmittelbar in die Nähe Fichtes, Schellings und Hegels. Steiner betrachtete sich als einen Erneuerer des Idealismus, der nicht einfach aus den Schriften dieser Denker schöpft, sondern der sich den Idealismus neu auf phänomenologischen Grundlagen und namentlich anknüpfend an Goethes naturwissenschaftliche Arbeit aufbaut. Der Autor untersucht in seiner historisch-kritischen Arbeit die Methode und die Strukturaspekte von Steiners Philosophie und unternimmt im Abschluss eine Würdigung, die Steiner jenseits von Apologetik und Polemik eine gebührende Stelle in der Geschichte der Philosophie zu geben versucht. Die Hauptfragen von Sijmons’ Untersuchung sind: Wie hat Rudolf Steiner einen um die Freiheit zentrierten Idealismusauf phänomenologischer Grundlage schaffen wollen? Was ist seine philosophische Methode gewesen? Wie verhalten sich dabei die objektive Idee und das subjektive Erlebnis derselben (Bewusstsein) oder Wissen und Handeln (Freiheit) zueinander?’

Ja, dat is Jaap Sijmons dus ook. En nog even terug naar ‘Antroposofie in de pers’, naar ‘Digestie’ op 10 mei van dit jaar:

‘Op 23 april 2009 ontving Weleda het lang verwachte antwoord van de Inspectie van Volksgezondheid. Het verzoek van Weleda was erop gericht het antroposofisch geneesmiddel Digestodoron volgens de zogenaamde “Named Patiënt” regeling voor Nederlandse patiënten weer beschikbaar te krijgen.’

En wie wordt daar genoemd als ‘Weleda advocaat’? Inderdaad, Jaap Sijmons. Niet vreemd, gezien zijn achtergrond. Maar we komen hem ook tegen bij de ‘Sectie voor sociale wetenschappen’, blijkens het jaarverslag 2008 van de Antroposofische Vereniging in Nederland (op bladzijde 35):

‘Het werk aan het jaarthema van 2006 en 2007 “Beproeving in het sociale” werd voortgezet en in de loop van het jaar afgerond. In de januaribijeenkomst sprak Jaap Sijmons in dit opzicht over de vraag van de maatschappelijke presentie van de antroposofie en haar werkgebieden onder de titel “De tijd vooruit of aan vernieuwing toe?”’

Maar ook in zijn functie van advocaat heeft hij de Antroposofische Vereniging bijgestaan. Zo maakt een artikel van Robert Jan Kelder op Antrovista duidelijk, waarin hij schrijft over de jaarvergadering op 12 mei 2001, naar aanleiding van de publicatie in april 2000 van het eindrapport van de ‘Commissie Antroposofie en het vraagstuk van de rassen’ onder leiding van Ted van Baarda. Daarover zijn ook op de website van de Antroposofische Vereniging enkele artikelen uit Motief opgenomen. Maar Robert Jan Kelder had een andere opvatting dan het bestuur van de Antroposofische Vereniging, en daarmee dus ook een andere dan Jaap Sijmons (zie ook het artikel ‘Onderzoek “Antroposofie en het vraagstuk van de rassen”’ door Gerard Kerkvliet):

‘Op 12 mei heeft Robert Jan Kelder namens een aantal leden en oud-leden van de Anthroposofische Vereniging in Nederland een verzoek aan de algemene ledenvergadering in Driebergen ingediend om de eer van de Vereniging en Rudolf Steiner te herstellen door middel van een vervolgstudie op het eindrapport van de Van Baarda Commissie Antroposofie en het vraagstuk van de rassen.

Tot een besluit van de ledenvergadering hierover kwam het niet doordat het bestuur een motie stelde om niet op dit verzoek in te gaan.

In zijn noodgedwongen kort betoog stelde Kelder, die op de ledenvergadering ter informatie van de leden Rondbrief III van zijn Willehalm Instituut uitgedeeld had, dat discriminatie niet kan bestaan in het uiten van geesteswetenschappelijke wetmatigheden. Deze vallen onder het recht van vrije meningsuiting. Artikel 1 van de Nederlandse grondwet spreekt immers niet van gelijkheid in beschouwing, maar van gelijke behandeling. Uitlatingen kunnen hoogstens een aanzet tot discriminatie geven.

In plaats van Rudolf Steiner in die zin geheel vrij te pleiten heeft de Commissie antroposofie en Rudolf Steiner in een kwaad daglicht gesteld door een deel van zijn anthroposofie onder de huidige anti-discriminatiewetgeving als discriminerend te beoordelen. Want, zo redeneerde hij, Rudolf Steiner heeft ervoor gewaarschuwd om zijn naam niet van zijn werk te scheiden. Wordt ook maar een klein deel van zijn anthroposofie veroordeeld, treft dit dus ook haar grondlegger. Om te onderbouwen dat men in deze hooggevoelige zaken niet vooruit mag lopen op het concrete geval door juridische luchtfietserij citeerde Kelder een uitspraak van Twee kamerlid Dittrich inzake de recente controverse uitlating van een Rotterdamse Iman: “De kracht van ons stelsel is juist dat we het aan de rechter overlaten om te bepalen hoe de verhouding tussen het discriminatieverbod en de vrijheid van meningsuiting en die van godsdienst in een concreet geval ligt.”

Mede omdat de Commissie desondanks op de stoel van de rechter is gaan zitten en de vrijheid van meningsuiting beperkt heeft, kan, aldus Kelder, de Anthroposofische Vereniging, die immers zo graag als pleitbezorger van het vrije geestesleven gezien wil worden, dit eindrapport niet zonder aanvulling en bijstelling als haar eigen uitgave beschouwen. Hij riep de ledenvergadering als hoogste orgaan van de Vereniging op om haar eindverantwoordelijkheid voor alles wat zich in en om de Vereniging het verleden jaar afgespeeld heeft waar te nemen.

De voorzitter van de Vereniging, Ron Dunselman, raadde met klem aan het verzoek niet in behandeling te nemen. Het bestuur was immers, zo redeneerde hij, door de ledenvergadering in het verleden inzake de voortzetting van het interim-rapport al gedechargeerd. Voor de inhoud van dit rapport tekent, ook na de presentatie en verspreiding door het bestuur, naar zijn mening, uitsluitend de Commissie zelf en is het common sense dat niet eenieder het met de inhoud daarvan eens is. Anthroposofie is bovendien geen leer of dogma, maar een weg. Stemmen of dit rapport nu wel of niet de ware anthroposofie is, zou een inmenging van het rechtsleven in het vrije geestesleven betekenen en een gevaarlijk precedent opleveren.

Daarna kreeg Mees Meeussen het woord die er op wees dat het hier niet om de waarheidsvraag ging, maar of the Commissie de uitspraken van Rudolf Steiner werkelijk aan de huidige anti-discriminatiewetgeving heeft getoetst. Hier kan over gestemd worden.

De raadsman van de Anthroposofische Vereniging, advocaat Jaap Sijmons, stelde vervolgens dat de indienaars van het verzoek zich niet konden beroepen op het vonnis van de president van de Amsterdamse rechtbank mr. R. Orobio de Castro. Deze had in het kort geding dat het bestuur van de Anthroposofische Vereniging in mei vorig jaar had aangespannen tegen De Groene Amsterdammer, wegens het publiceren van een artikel 16 keer Rudolf Steiner van René Zwaap, o.m. als volgt geoordeeld: “Weliswaar is de eer en goede naam van de vereniging hier in het geding, maar de aantasting daarvan is in wezen gelegen in de diverse passages uit het werk van Steiner zelf en niet in de eerste plaats in de publicatie van Zwaap. De eer en goede naam van de vereniging is nu juist omstreden geraakt vanwege de inhoud van die passages ... passages, die ook de commissie in haar rapport als discriminerend heeft aangemerkt.”

Sijmons, die namens het bestuur het kort geding tegen De Groene had bepleit, gaf weliswaar toe dat de eer en de goede naam van de Vereniging in het geding was, maar dat dit volledig de aan bewuste 16 citaten van Rudolf Steiner te wijten was en niets te maken had met de beoordeling van de Commissie dat deze uitspraken onder de huidige anti-discriminatiewetgeving discriminerend zijn.

Als laatste sprak de jurist Ted van Baarda die Kelder op vier fouten betichtte. Een uitlating kan wel degelijk, ook onbedoeld, discriminatoir zijn door de gevolgen die het heeft. Niet de Commissie heeft de anthroposofie gecriminaliseerd, maar de beschuldigingen dienaangaande van de critici gepareerd. Dat de beoordeling van een klein deel van de anthroposofie als discriminerend een dodelijke injectie voor deze zou betekenen, is volgens hem onbewezen onzin. Door citaten te willen vasthouden verhindert men het kritische denken. Bovendien kan de hele anthroposofie wel tegen een kleine stootje. Het eindrapport wijzigen middels het meerderheidsbeginsel is in strijd met de vrijheid van meningsuiting. Niet doen dus.

Met 85 stemmen vóór, 15 stemmen tegen en 1 onthouding werd de motie van het bestuur aangenomen om een serieus verzoek van 18 leden niet te behandelen; een unicum in de geschiedenis van de Anthroposofische Vereniging in Nederland.’

Robert Jan Kelder staat bekend als bijzonder actief op dit gebied. Wie er niet genoeg van kan krijgen, kan bijvoorbeeld bij zijn ‘Willehalm Instituut Nieuws’ nr. 5 van 25 mei 1996 terecht voor meer (onder de titel ‘Schoon schip maken’). De genoemde zaak ‘Antroposofische Vereniging vs. De Groene Amsterdammer’ plus uitspraak is trouwens als nr. 50 (van 31 mei 2000 te Amsterdam) hier op internet te vinden. – Tot slot van dit opnieuw lang geworden bericht terug naar Jaap Sijmons zelf. We komen hem namelijk ook tegen in het jaarverslag 2008 van de Iona Stichting. Op bladzijde 14 staat er zelfs een foto van hem met voorzitter Michiel ter Horst en directeur Ignaz Anderson, met als bijschrift: ‘Eerste exemplaar handelseditie proefschrift Jaap Sijmons’. En op bladzijde 32 staat onder

‘Initiatieven
Wij zullen weer met enkele honderden projecten en stipendiaten in gesprek zijn. Van onze eigen initiatieven noemen we de volgende’,

en daaruit pik alleen deze:

‘een symposium over het filosofische werk van Rudolf Steiner naar aanleiding van het proefschrift van Jaap Sijmons, zo mogelijk in samenwerking met het Bernard Lievegoedfonds’.

Dat gaat dan dus duidelijk niet over zijn proefschrift ‘Aanbodregulering en de Wet Toelating Zorginstellingen’ voor zijn titel ‘Nederlands recht (mr.)’, maar om Phänomenologie und Idealismus – Struktur und Methode der Philosophie Rudolf Steiners, waarmee hij zijn titel ‘filosofie (dr.)’ behaalde. Ik ben benieuwd wanneer dat symposium dan zal plaatsvinden.

1 opmerking:

Floris Schreve zei

Beste Michel,

Misschien had je het al gezien, maar ik heb toch besloten om een groot deel van mijn lappen tekst, waarin ik een aantal werken van Steiner bespreek en het commentaar van de Commissie van Baarda kritisch doorlicht. Een groot gedeelte was al verschenen op de site van Ramon (in losse pdf's), maar ik heb er nu een geheel van gemaakt. Het is te lezen op http://florisschreve.blog-s.nl/2010/02/13/antroposofie-v-het-van-baarda-rapport-legt-uit/
Ik denk dat dit wel mijn conclusie is, samen met mijn Engelse artikel op Egoisten.de
En misschien draagt het nog wat bij aan verdere discussie,

verder veel groeten,
Floris

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Volgen op Facebook


Translate

Volgers

Herkomst actuele bezoeker(s)

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code

Gezamenlijke antroposofische agenda (in samenwerking met AntroVista)