Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

maandag 7 december 2009

Verleden

Het is niet dat er geen nieuws is. Maar soms dringt het verleden zich sterk op. Dat is al zo met de ‘Brief von Angelo Poliziano an Piero de Medici in 1493’ die Jelle van der Meulen afgelopen vrijdag op zijn weblog publiceerde. Die moet gezien worden in het licht van wat in het oktobernummer (een ‘Europanummer’) van Motief stond. Ik citeer:
‘Motief 133, oktober 2009
Thema: Europa

Wat is de mens?
Giovanni Pico stelde dat de mens het enige schepsel op aarde is dat zijn eigen bestemming moet vinden. Die opdracht maakt de waardigheid van de mens uit. Pico beïnvloedde niet alleen kunstenaars als Michelangelo en Rafaël, maar ook humanisten als Erasmus, Thomas More en Albrecht Dürer. Nard Besseling vertelt hoe het humanisme in dezelfde bedding stroomt als later de antroposofie, die ook op zoek is naar nieuwe antwoorden op de vraag: Wat is de mens?

Interview
De Europese eenwording is een proces waarvoor in de renaissance al een blauwdruk bestond en waarover de vijftiende-eeuwse humanisten Pico della Mirandola en Angelo Poliziano al filosofeerden. In een bijzonder interview spreken beiden openhartig over eenwording, verscheidenheid en vrijheid, maar ook over het kwaad en de liefde. De inhoud van het interview is gebaseerd op een briefwisseling tussen Christine Gruwez en Jelle van der Meulen, die in de gedaanten van beide humanisten van gedachten wisselden.’
Over deze ‘Bijzondere briefwisseling’ stond in dit nummer zelf op bladzijde 13 vermeld:
‘Dit interview is via een bijzondere weg tot stand gekomen. De inhoud is gebaseerd op een briefwisseling tussen Christine Gru­wez en Jelle van der Meulen, die in de gedaanten van Pico della Mirandola (Christine) en Angelo Poliziano (Jelle) ruim een jaar met elkaar over “Europa” van gedachten wisselden. Hun vermom­ming was niet zonder reden. Beide auteurs bemerkten dat bij hen dezelfde vragen leefden als bij deze twee humanisten en dat de woorden van deze vijftiende-eeuwers dicht op hun huid zaten. In het uitgebreide manuscript dat hun briefwisseling omvat, lopen heden en verleden daarom stelselmatig door elkaar. Beter gezegd: de tijden vallen samen. Pico en Angelo komen dankzij het inlevingsvermogen van beide auteurs heel authentiek in beeld. Hun briefwisseling laat zien dat historische personen en tijden in dit geval niet het verleden vertegenwoordigen maar het heden. Het verleden is namelijk datgene in het heden wat nog niet door mensen is verwerkt, en het thema eenwording, dat centraal staat in het denken van Pico, behoort immers tot het nog onverwerkte verleden van de Europese geschiedenis.

Uit de complete briefwisseling tussen “Pico” en “Poliziano” blijkt dat er een grote verwantschap bestaat tussen het vijftiende­-eeuwse humanisme en moderne stromingen als de antroposofie. Deze verwantschap is nog onvoldoende bekend en het is daarom te hopen dat deze briefwisseling snel in boekvorm verspreiding zal vinden. Iets meer over de relatie tussen het humanisme en de antroposofie kunt u lezen in het artikel over Pico elders in dit nummer.’

Dit doet me denken aan iets van precies tien jaar geleden. Weet u het nog, december 1999? Vlak voor de millenniumwisseling? Bijvoorbeeld de millenniumbug... Destijds verscheen Motief nummer 25 van december 1999. Dit maandblad voor antroposofie was gestart in oktober 1997, uitgegeven door de Antroposofische Vereniging in Nederland, met Jelle van der Meulen als hoofdredacteur (een maand eerder begon de nieuwe uitgave van Jonas, in de gedaante van ‘Jonas Magazine’, gemaakt door Eugène Jacobs en Ad van der Neut – dit magazine werd veel later overgenomen en tot ‘Zens’ gebombardeerd, die ook al weer lang ter ziele is). In de openingsrubriek ‘De Schrijver’ van Motief nummer 25 schreef Jelle van der Meulen het volgende:
‘Nog een paar donkere weken en dan nemen we definitief afscheid van het tweede millennium na de geboorte van Christus. Maar waarvan nemen we dan eigenlijk afscheid? Van een decimale tijdseenheid? Van een tijdvak? Van een wezen? Ja, wat is dat eigenlijk, een millennium? En wat is dan in het bijzonder het millennium dat loopt van 1000 naar 2000? Mij lijkt een millennium een verzameling geleefde lotgevallen in de tijd te zijn, zoals een continent dat in de ruimte is. En vanuit mijn bescheiden optiek vallen dan heel bepaalde mensen op wiens lotgevallen voorbeeldig kunnen worden genoemd. Petrarca bijvoorbeeld, die zijn liefde voor donna Laura persoonlijk opvatte en consequent leefde, ook toen zij gestorven was. Pico della Mirandola, die het waagde de mens een god te noemen en sprak van de ingeboren menselijke waardigheid. Leonardo da Vinci, die op zijn Laatste Avondmaal een raadselachtige en vervaarlijke dolk schilderde, waarover niemand het verder nog heeft. Jeanne d’Arc, die haar droom volgde en dus op de brandstapel eindigde. William Blake, die zijn visioenen zo trouw bleef, dat hij ze politiseerde. Rembrandt, die zichzelf genadeloos in de spiegel bekeek en even genadeloos schilderde. Samuel Taylor Coleridge, die zijn schitterende poëtische vermogen zag verdwijnen door het gebruik van laudanum en daarom filosoof werd. Goethe, die zijn oog op een roos liet vallen en werkelijk een roos zag. Novalis, die zijn liefde voor Sophie von Kuhn serieus nam als een beslissend lotgeval en er consequent naar leefde, ook toen zij gestorven was. Paul Cézanne, die steeds maar dezelfde berg schilderde en er het centrum van de wereld van maakte. Joseph Beuys, die altijd maar weer zijn hielen lichtte als hij het laatste woord had gesproken en niets dan begrippen achterliet. Bob Dylan, die nog steeds op zoek is naar wie hij eigenlijk is en zich afvraagt waarom de mensen toch zoveel van hem verwachten.’
U ziet het, de thematiek komt niet zomaar uit de lucht vallen. Nu maakt een gelukkig toeval (nou ja, wat heet) dat ik afgelopen vrijdag 5 december in het bezit ben gekomen van de ‘originele brief’ (om het ingewikkeld te maken...) die Jelle van der Meulen op diezelfde dag in het Duits op zijn weblog plaatste. Dit origineel is namelijk in het Nederlands en dat leest voor ons toch een stuk gemakkelijker. De datum van ontstaan voert ons terug naar het jaar 2000 (Piero is de zoon van de beroemde Lorenzo il Magnifico de’ Medici):

‘Van: Jelle van der Meulen
Aan: Christine Gruwez
Datum: woensdag 12 april 2000
Onderwerp: Piero

Aan Piero de Ongelukkige

Kleine, ik legde mijn hand op je huid en zag uit het bruin van je ogen de witste blik naar boven schieten, ver aan mij voorbij. Ik wist niet dat in een lichaam zich zoveel gekwetst bewustzijn kon hebben verscholen en zoveel verlangen. Kleine, wat is een kind? Ik liep vandaag weer door de smalle paden van mijn jeugd, tussen de boomgaarden van Montepulciano, op weg naar huis. Bij iedere stap werd mijn ziel donkerder, want in het donkere huis van mijn vader, zo weet ik nu dat ik voelde, leefde al de schaduw van zijn moordenaar. De dood was er reeds lang voor mijn vader stierf. Hij leefde in mijn vaders angst voor de eenzaamheid, in de angst ook voor de liefde die in hem was. Ik wist hoe het ook deze keer zou gaan: ik zou de grote deuren langzaam open trekken en de kilte voelen van het marmer in de hal, en mijn moeder zou roepen dat mijn vader op mij wachtte, al heel lang wachtte, en ik weet nu dat ik de vraag voelde: op wie wacht hij eigenlijk? Op mij, Angelo? Op zijn kind? Of op iets dat niet werkelijk bestond en alleen maar in zijn verwachtingen leefde? Ja, kleine, wat is een kind? Ik geloof dat jij het eerste kind was dat ik zag, toen ik mijn hand op jouw huid legde en die blik omhoog zag schieten, als een vis haast uit een donker waar ik geen leven vermoedde. Ik raakte je aan, meer niet. Maar het is waar: ik raakte je werkelijk aan. Ik voelde de huid tegen mijn huid, een verlangende huid tegen een verlangende huid, een hunkerende huid, een ongelukkige huid... Maar wat is huid? Huid is de buitenkant van een binnenkant, een gevoelige schil rond een nog gevoeliger vrucht. Huid is binnenkant die buitenkant is geworden zonder de relatie met de binnenkant te hebben verloren. De huid weet nog wat zij ooit was: sensibele samentrekking. Jij kleine, met jouw huiverende huid in de regen, met jouw ogen die altijd maar dwaalden om te zien of toevallig jouw vader, de geprezene, de tuin in kwam om eindelijk het paardje te brengen... Maar wist jouw vader wat een kind is? Nee, hij wist het niet. En juist doordat ik dat nu begrijp, want ik hield van je vader als van geen ander, verlang ik naar je, met een hart dat op breken staat. Ik verlang naar je huid, naar je blik, naar je ogen, en ik wilde dat ik met mijn hand opnieuw het kind kon wekken dat in je verscholen was. Ik moet hier vandaag aan denken, toen ik liep in de smalle paden van mijn jeugd, op weg naar het huis dat er niet meer is. Kleine ongelukkige, ik denk aan je en begrijp de wereld niet meer.

Je Angelo’
Maakt het u nieuwsgierig naar de andere brieven? Ja, dat kan ik me wel voorstellen. Maar daarvoor zal er eerst nog heel wat water door de Rijn moeten vloeien, vrees ik. – Ik had het over het verleden. Nu wil een gelukkig toeval (nou ja, wat heet) dat in datzelfde nummer 25 van Motief van december 1999 een interview stond, waarop ik stuitte bij het terugzoeken naar die oude tekst over Pico della Mirandola van tien jaar geleden. Dat is een interview door Frans Molhoek met Karel Post Uiterweer, die de geschiedenis van de Antroposofische Vereniging in Nederland onderzocht. De titel ervan luidde ‘Steeds weer nieuwe vormen’; ik laat het hier in zijn gehele lengte volgen. Een beetje lang, dat geef ik toe; maar om documentaire redenen doe ik dat toch.
Karel Post Uiterweer kreeg zijn opdracht in 1991 van het bestuur van de Antroposofische Vereniging in Nederland. In 1994 kwam een omvangrijke kroniek gereed. Maar dit materiaal is min of meer onaangeroerd in de kast blijven liggen. Enerzijds door gebrek aan belangstelling, anderzijds omdat het omvangrijke materiaal niet zo toegankelijk is: een duizelingwekkende hoeveelheid namen en gebeurtenissen in tijdsvolgorde beneemt je het overzicht op de ontwikkeling van aspecten van het verenigingsleven, zoals het zoeken naar bestuursvormen, de ontwikkeling in plaatselijke ledengroepen en werkgebieden, de Vrije Hogeschool voor Geesteswetenschap, enzovoort. Reden om Karel Post Uiterweer te bezoeken en met hem, aan de hand van de kroniek, te spreken over de ontstaansgeschiedenis van de vereniging in Nederland in de eerste helft van deze eeuw, met het accent op ontwikkelingsmotieven en -weerstanden. Welke lessen ziet hij voor de vereniging, als hij terugkijkt op het reilen en zeilen in die tijd?

De Antroposofische Vereniging ontstaat uit de theosofische beweging. Hoe verloopt dat in Nederland?
‘Rudolf Steiner houdt zijn eerste voordracht in Nederland in 1904, op het Europese Congres van de Theosofische Vereniging in Amsterdam. Daar zijn meer dan duizend theosofen bijeen. Zijn voordracht draagt de titel: Mathematik und Okkultismus. Naar mijn schatting bevinden zich onder de toehoorders tenminste veertien theosofen die later toetreden tot de Antroposofische Vereniging. Onder hen is de student wiskunde Elisabeth Vreede, tot wie Rudolf Steiner zich naar mijn smaak speciaal richt. Maar zij kan op dat moment juist weinig beginnen met de inhoud, zo vertelt zij later. Na de voordracht heeft zij een kort onderhoud met Steiner, waarin hij het belang van haar vakgebied voor de geestelijke scholing nog eens benadrukt.
Steiners visie op methoden tot geestelijk onderzoek en zijn inzichten over Christus botsen met opvattingen in de Theosofische Vereniging. Zo erg, dat eind 1912 de Duitse afdeling van de internationale Theosofische Vereniging wordt ontbonden. Dan wordt de Antroposofische Vereniging opgericht met als zetel Berlijn.
In Nederland ontstaat een reactie. Vierhonderd leden verlaten de Theosofische Vereniging. Ongeveer honderd leden melden zich aan als lid van de nieuwe Antroposofische Vereniging in Duitsland.
Door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog worden de contacten met de vereniging in Duitsland afgesneden. Daarom besluiten Haagse leden eind 1916 een aparte rechtspersoonlijkheid op te richten: de “Haagse Antroposofische Vereniging”. Dat is dus de voorloper van de Antroposofische Vereniging in Nederland. In deze vereniging vind je sterk de beweging naar binnen toe: het werken aan de eigen ontwikkeling, de eigen zielescholing.’

‘Rond Pasen 1913 bezoekt Steiner Nederland voor de derde keer, op uitnodiging. Hij houdt dan een reeks voordrachten in Den Haag. Ook twee openbare voordrachten over waarheden en vergissingen van de geesteswetenschap. Daarvan verschijnen uitvoerige verslagen in Het Vaderland en de NRC.
Ook in de naoorlogse pioniersjaren bezoekt Steiner Nederland enkele malen. Tijdens een gesprek, eind 1922 in Den Haag, lucht Steiner zijn hart over de ontwikkelingen in de vereniging. Hij wijst op het gevaar van sektarisme. Hij spreekt zijn zorgen uit over de spanning tussen de oudere leden en de sinds de wereldoorlog (1914-1918) sterk groeiende groep jongere leden. De ouderen willen zich primair richten op de eigen geestelijke ontwikkeling. De jongeren zoeken in de antroposofie vooral de inspiratie voor de initiatieven die zij willen nemen. Zij voelen zich sterk aangetrokken door de directe wijze waarop Steiner in de naoorlogse jaren vele maatschappelijke ontwikkelingen aan de orde stelt en zich persoonlijk verbindt met praktische voorstellen voor initiatieven, als daar om wordt gevraagd.
Steiner besluit in de loop van 1923 de vereniging opnieuw in te richten, allereerst door landelijke verenigingen op te richten. Daarbij benadrukt hij dat de leden ter plaatse zelf verantwoordelijkheid moeten dragen voor een organisatievorm die past bij de omstandigheden in hun land.
Zo ook bij zijn verblijf in Den Haag in november 1923. Steiner houdt daar een reeks voordrachten over de bovenzinnelijke mens, die hij afsluit met een krachtig pleidooi om de antroposofie niet alleen in plaatselijke afdelingen en de eigen binnenkamer te bestuderen, te realiseren, maar haar met leven bezield de wereld in te dragen: “Neemt u alstublieft de woorden die ik vandaag veelvuldig heb gebruikt – de woorden ‘man van de wereld zijn, vrouw van de wereld zijn’ – in alle ernst: probeert u met de wereld samen te groeien! Dat zal het beste, het belangrijkste programmapunt zijn. Dat kun je niet in statuten vastleggen, dat moeten we als een vlam in ons hart opnemen.”’ (Uit De bovenzinnelijke mens (WV-a5) Vrij Geestesleven, Zeist 1996.)

‘Steiner woont de gesprekken in Nederland bij, in de week voorafgaande aan de oprichting op zondag 18 november 1923, maar houdt zich nadrukkelijk afzijdig van de discussies. Wel benadrukt hij het belang van een heldere, zakelijke vertegenwoordiging van de vereniging naar buiten toe. De jonge arts Willem Zeylmans van Emmichoven is al eerder door enkele leden benaderd met de vraag of hij het voorzitterschap op zich wil nemen. Zij veronderstellen dat Steiner hem hiervoor op het oog heeft. In die week worden ook andere kandidaten naar voren geschoven, ook oudere leden. Steiner is teleurgesteld over dit gebrek aan eensgezindheid onder de leden, dat hiermee naar buiten komt. Zijn suggesties over de kwaliteiten die het nieuwe bestuur en met name de voorzitter moet hebben, worden niet gehoord. Tenslotte geeft hij onomwonden te kennen dat dr. Zeylmans toch de kwaliteiten heeft, die nodig zijn voor deze taak. Zo wordt besloten. Het is Steiner die het nieuw gevormde bestuur uitnodigt om op het podium plaats te nemen en die een hartelijk applaus inzet.
Op die vergadering neemt Steiner ook deel aan het gesprek over de statuten. Hij schetst een ontwerp voor de principes van de nieuwe vereniging in Nederland. Het bestuur zal dit later kunnen uitwerken. De nieuwe vereniging telt ruim 150 leden.
Dat is de uiterlijke inrichting, de innerlijke, de bezieling volgt bij de kerstviering, de bekende ‘Weihnachtstagung’ (1923) in Dornach. In aanwezigheid van bestuursleden van de eerder opgerichte landelijke verenigingen en van vele honderden leden, wordt de Algemene Antroposofische Vereniging heringericht en vindt de oprichting plaats van de Vrije Hogeschool voor Geesteswetenschap. Steiner verbindt zich ditmaal met het bestuur van de nieuwe vereniging, als voorzitter (hij hield zich afzijdig van het bestuur van de eerdere vereniging).
In de kerstnacht van 1923 legt Steiner de geestelijke impuls van de vereniging in de harten van de deelnemers: de grondsteen. En om deze te verzorgen, de wereld in te dragen, schenkt hij de leden de Grondsteenmeditatie.
Over deze indrukwekkende gebeurtenis zal Zeylmans bij vele gelegenheden benadrukken: het gaat om de geest van de Kerstbijeenkomst, om die op te nemen, om die uit te dragen. Als het een discussie wordt over de Kerstbijeenkomst, dan is de geest al dood.’

Wat ziet u als karakteristiek voor de dan volgende fase?
‘Zeylmans zoekt in de jaren daarna, met vele energieke medestanders, onvermoeibaar naar vormen waarbinnen de geest van de Kerstbijeenkomst voor veel mensen werkzaam zou kunnen worden: openbare voordrachten in binnen- en buitenland, werkconferenties, internationale conferenties, het Instituut voor Volkerenpsychologie, het Centrum voor Vrij Geestesleven. Hij was een ongelooflijk bevlogen en begaafd spreker. In de landelijke pers, ook bijvoorbeeld in de NRC, verschijnen bijna letterlijke verslagen van voordrachten en conferenties, stel je dat nu eens voor, ondenkbaar!
Neem bijvoorbeeld de eerste internationale conferentie op de Veluwe, het grote kamp op de Stakenberg, juli 1930. Twaalfhonderd mensen! Eén van de dingen waar je je op gewoon gespreksniveau over kan verbazen, is dat Zeylmans daar honderden mensen in vrij gesprek met elkaar bezig laat zijn. In drie talen vat hij de bijeenkomsten samen. Daar lukt het de geest van de Kerstbijeenkomst uit te dragen. Deze enorme bijeenkomst heeft bij de deelnemers een gevoel van waarachtige gemeenschap opgeroepen. Als ik daarover nu mensen spreek, dan gaan nog steeds de lichtjes in hun ogen twinkelen.
Maar er zijn ook mensen die tegen het optreden van Zeylmans oplopen, hij roept weerstanden op, hier, maar bovenal in Dornach: euritmie in de open lucht, mysteriespelen, publiciteit. Je kunt subtiele esoterische inhouden uit de antroposofie toch niet op reclame-achtige, wij zouden nu zeggen, publiciteitsgeile wijze gaan uitdragen aan mensen die niets van antroposofie weten? Zo maak je een karikatuur van datgene waar het eigenlijk om gaat in de antroposofie. Zaken die heel subtiel zijn, worden geweld aangedaan. Deze kritiek richt zich ook op gezichtsbepalende sprekers, die net als Zeylmans door hun enthousiasme ongelooflijk veel aandacht trokken, bijvoorbeeld Max Stibbe.
Karakteristiek is dus, bevlogenheid en verdeeldheid, zelfs tot in de pers: want een van de eerste verklaringen die wordt gegeven na de breuk in de vereniging omstreeks 1934, is dat Zeylmans met de zijnen niet de ware opvattingen van de antroposofie naar buiten brengt.’

De breuk, hoe ontstaat die?
‘Meteen na de dood van Rudolf Steiner, 1925, verscherpen zich allerlei reeds aanwezige tegenstellingen in de Antroposofische Vereniging. Tussen bestuursleden in Dornach, tussen leden, ook in Nederland.
Er zijn twee hoofdoorzaken. Ten eerste de controverse over de autonomie van de landelijke verenigingen. Daarbij hebben alle partijen natuurlijk hun eigen interpretatie van de statuten en principes van de Kerstbijeenkomst, en over wat Steiner beoogd heeft. In de Algemene Antroposofische Vereniging overheerst de tendens tot centralisatie. Ten tweede komt er rond 1933 in Dornach een discussie op gang over juiste en onjuiste werkwijzen bij het uitdragen van de antroposofie, niet in het minst opgeroepen door de aanpak in Nederland. Het is een uiting van al veel langer slepende ergernis, maar de aanzet komt merkwaardig genoeg helemaal uit het Noorden, uit Scandinavië. Dat hangt denk ik samen met het zoeken naar het absolute, het verlangen het absolute te kunnen pakken. Dat vind je ook sterk terug in de films van Ingmar Bergman, die in beelden waarin licht en donker zo sterk met elkaar in gesprek zijn, ook steeds weer de thematiek van het kwaad en het goed brengt.
Verdeeldheid in Dornach, en ook in Nederland, het slaat over. In 1934 wordt de Nederlandse Afdeling van de Algemene Antroposofische Vereniging opgericht, driehonderd leden verlaten de Antroposofische Vereniging in Nederland. Zeylmans en andere gezichtsbepalende Nederlandse leden worden ten slotte in 1935 uit de Algemene Antroposofische Vereniging gestoten, omdat zij in autonomie en in eigen verantwoordelijkheid blijven geloven.’

Wat deed Zeylmans daarmee?
‘Zeylmans heeft zeker gepoogd iedereen bij elkaar te houden, bijvoorbeeld door een bestuurlijke hervorming in 1930. Het bestuur wordt dan een brede stuurgroep met vertegenwoordigers van alle stromingen. De vereniging telt dan ongeveer 550 leden.
In september 1931 wordt het Zonnehuis in Zeist geopend, een heilpedagogisch initiatief van de arts Bernard Lievegoed. Ik wil maar zeggen, het werk en de initiatieven gingen door, ook het verenigingsleven, ook het uitdragen van de impuls.
Dat Zeylmans zich ook bezint op zijn eigen rol en die van andere sterke persoonlijkheden blijkt uit zijn jaarrede in 1937 (de Antroposofische Vereniging in Nederland telt dan 350 leden): “Het opbouwen van een gemeenschap is geen lichte taak! Paradoxaal uitgedrukt kan men zeggen: een gemeenschap wordt evenzeer wel als niet gewild. De toekomstmens in ons heeft de positieve wil. De mens van nu doet, veelal onbewust, niet veel anders dan de gemeenschap weer verstoren.
Ook onze volksaard is moeilijk (...) een zekere sanguïniteit maakt het moeilijk lang de interesse te behouden. Men realiseert zich niet hoe lang voor iets gewerkt moet worden, wil het werkelijk een plaats in onze cultuur krijgen. (...) Bovendien heeft men veelal te maken met sterke persoonlijkheden, die niet graag tegen een ander aanleunen en meer verhouding vinden tot hun eigen initiatieven dan tot die van een ander (...)”.’

En de hereniging?
‘Dat is een heel lang proces geweest. Er was wel contact tussen beide Nederlandse verenigingen, het was een proces van twee kanten. Zeylmans stapt uiteindelijk over het punt heen dat Dornach niet kan bepalen wat de ware werkwijze is, hij verklaart: “Wij komen weer naar jullie toe, omdat wij dat willen.” Dan is het 1960, vlak voor zijn plotselinge dood, op zijn Afrikareis in 1961.’

Waarom zet Zeylmans in 1945 een bestuurshervorming in?
‘Kersttijd 1944 is Zeylmans tot de conclusie gekomen dat meteen al na de dood van Steiner de hele vereniging omgestulpt had moeten worden, waarbij het besturen zo veel mogelijk naar een grote kring actieve leden, de zogenaamde medewerkers, in de periferie wordt verplaatst. Na de oorlog werkt hij dit uit. Er komen drie kerngroepen, gekozen uit de medewerkers. Een groep voor het geesteswetenschappelijke werk, een groep die de contacten binnen en buiten de vereniging verzorgt en een groep die initiatieven helpt realiseren.’

Bernard Lievegoed, de opvolger van Zeylmans in 1962, zoekt weer een heel andere bestuursvorm, werd dat begrepen?
‘Opvallend is dat Lievegoed vrij snel na zijn aantreden een geheel eigen bestuursgroep samenstelt. Jongeren ook, die voor velen onbekend waren, maar waarmee hij had samengewerkt. Controversieel is wat er kort daarna gebeurt, dat heeft veel mensen gestoord, dat daar meteen een heel nieuw verenigingsbeleid wordt ingezet. Dat maakt hij in voordrachten en in het verenigingsblad snel duidelijk: wij moeten aan de ene kant weer naar binnen toe, orde op zaken stellen in de vereniging – dat betekent ook de vraag, voldoen de huidige vormen nog wel? – en aan de andere kant: het moet een vereniging zijn die initiatieven neemt. De medewerkersstructuur wordt opgeheven, omdat het bestuur zelf een veel krachtiger lijn gaat inzetten, een initiatiefbestuur dus.’
De vereniging groeit gedurende 1960 tot 1985 van ongeveer 1700 naar 4100 leden.

Wat ziet u als het centrale motief van de Nederlandse vereniging?
‘Ik zie een voortdurend zoeken naar genezende vormen, een Rafaëlmotief, zowel binnen de vereniging als naar buiten, in de maatschappij. Maar ook als je kijkt naar de rol van de Nederlandse Antroposofische Vereniging binnen de gehele antroposofische beweging. Steeds weer zoeken naar nieuwe werkvormen, experimenteren, ook in de bestuursvormen. Steeds ook weer ontevreden zijn met wat er is gelukt en het dan weer anders proberen.
In dat verband bekeken is de vereniging in Nederland (behoudens een uitzondering, Paul Mackay die bankier is) altijd door artsen geleid. Artsen in ruime zin, want Ron Dunselman hoort als therapeut bij de Rafaëlstroom.’

Bestaat er zoiets als de juiste bestuursvorm?
‘Een vorm die beweegt, die leeft. Het accent mag van mij weer meer naar de periferie.’

Wat kunnen we voor lessen trekken uit het verleden?
‘De tegenstelling uit het verleden: meer naar buiten opereren en meer de innerlijkheid verzorgen, bevat natuurlijk een verbindende opdracht. Om de grootst mogelijke innerlijkheid te verbinden met de grootst mogelijke uiterlijkheid. Dat betekent ook: ondanks een geheel verschillende aanleg respect hebben voor elkaar, vertrouwen in elkaars weg. Ook zie ik de opgave om de moed op te brengen om door te gaan als er iets niet lukt. Dan toch weer geheel nieuwe wegen in weten te slaan, op weg naar hetzelfde doel.
Je ziet ook nu nog veel discussies over statuten en principes. Wat is de bedoeling van die mensen die hierin zo enorm veel investeren? Staat dit het samen optrekken in de vereniging ook niet in de weg? Gebruiken sommigen deze discussies als krik om hun zin door te drijven?
Het levensthema van Zeylmans, het verzorgen en uitdragen van de geestelijke impuls van de Kerstbijeenkomst is nog steeds actueel: het gaat om het zoeken van de geestgemeenschap.
In Rusland hebben ze daar een woord voor, voor mensen die elkaar in vrijheid ontmoeten vanuit een geestelijk ideaal: sobórnosjt, het betekent eigenlijk het vormen van een sociale kathedraal, een kathedraalgemeenschap.’

Sobórnosjt, het rolt als een ‘proost’ bij een heildronk over zijn tong, het klinkt als een robuuste kerstwens.

2 opmerkingen:

barbara2 zei

lieber michel,
das sind ja interessante zusammenhänge zu dem brief auf jelles blog.dafür muss ich mir mal mehr zeit nehmen. so gut geht es mit dem niederländischen doch nicht
herzlich
barbara

Anoniem zei

Beste Michel, dank je voor de aandacht! Een beetje vreemd is het wel na tien jaar onverwacht met de "schrijver" tekst te worden geconfronteerd, een van de vele teksten die ik voor Jonas of Motief schreef en waar ik nooit nog een seconde aan het teruggedacht. Je sprak over tien jaar geleden, welnu, in het Januarinummer van Motief van 2000 staan twee interviews over de Antroposofische Vereniging: met Manfred Schmidt Brabant en met Christine Gruwez. Tijdens het gesprek met Christine in Antwerpen is onze gemeenschappelijke belangstelling voor Pico della Mirandola en diens vrienden ontstaan. Hartelijke groet, Jelle van der Meulen

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Volgen op Facebook


Translate

Volgers

Herkomst actuele bezoeker(s)

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code

Gezamenlijke antroposofische agenda (in samenwerking met AntroVista)